Campus

In Kenia komt de betonmolen niet op afroep

De vereniging De Civiel Ingenieur draagt met technisch advies bij aan ontwikkelingsprojecten in het buitenland.,,Ik kwam op het idee naar aanleiding van mijn eigen stages in Nepal en Kenia.

Charitatieve organisaties die in het buitenland opereren, missen vaak specifieke technische kennis en hebben niet het geld om die te huren”, zegt Bart van Eijk, zesdejaars civieler en voorzitter van de vereniging De Civiel Ingenieur. Die richtte hij vorig jaar samen met een studiegenoot op. Inmiddels zijn er zes bestuursleden en enkele tientallen vrijwilligers.

Collega-bestuurslid Raphaël Steenbergen legt uit: ,,Via onze website kunnen studenten, docenten en mensen uit het bedrijfsleven met een technische achtergrond zich aanmelden. Wij vragen ze om eens in de zoveel tijd na te denken over een technisch vraagstuk uit een ontwikkelingsland. Het zijn veelal kleine projecten. Je moet hierbij denken aan vragen als: hoe bevestig ik het beste een dak op dit schooltje, of: kunnen we op deze locatie iets met zonne-energie doen?”

De leden van De Civiel Ingenieur zijn dus een soort nobele consultants. Maar werkt dat wel, advieswerk op duizenden kilometers afstand? Van Eijk: ,,Ja hoor. De meeste van onze leden hebben veel ervaring met werken in ontwikkelingslanden. Vandaag meldde zich nog iemand aan met twintig jaar tropenervaring.” Ondanks deze ervaring ziet de vereniging genoeg ruimte voor zichzelf. Van Eijk: ,,In mei begint het eerste project. Twee studenten vertrekken naar Kenia om een drinkwaterdam te ontwerpen. Voor advies en begeleiding kunnen zij terecht bij ons en onze leden.”

Wat is de motivatie van de bestuursleden persoonlijk om als vrijwilliger te werken? De gemiddelde student staat er toch niet om bekend dat hij veel tijd en geld overheeft. Steenbergen: ,,Je kunt dankzij je westerse achtergrond en opleiding met een beetje inspanning in zo’n ontwikkelingsland een enorm verschil bewerkstelligen. En wat betreft dat geld; die paar postzegels en printjes schieten we de komende tijd zelf nog wel even voor.” Het werk zelf vindt hij uitdagend. ,,Hier hoef je maar te bellen en er staat een betonmolen voor de deur. Daar moet je het resultaat met veel minder middelen neerzetten.”

www.civielingenieur.nl

De vereniging De Civiel Ingenieur draagt met technisch advies bij aan ontwikkelingsprojecten in het buitenland.

,,Ik kwam op het idee naar aanleiding van mijn eigen stages in Nepal en Kenia. Charitatieve organisaties die in het buitenland opereren, missen vaak specifieke technische kennis en hebben niet het geld om die te huren”, zegt Bart van Eijk, zesdejaars civieler en voorzitter van de vereniging De Civiel Ingenieur. Die richtte hij vorig jaar samen met een studiegenoot op. Inmiddels zijn er zes bestuursleden en enkele tientallen vrijwilligers.

Collega-bestuurslid Raphaël Steenbergen legt uit: ,,Via onze website kunnen studenten, docenten en mensen uit het bedrijfsleven met een technische achtergrond zich aanmelden. Wij vragen ze om eens in de zoveel tijd na te denken over een technisch vraagstuk uit een ontwikkelingsland. Het zijn veelal kleine projecten. Je moet hierbij denken aan vragen als: hoe bevestig ik het beste een dak op dit schooltje, of: kunnen we op deze locatie iets met zonne-energie doen?”

De leden van De Civiel Ingenieur zijn dus een soort nobele consultants. Maar werkt dat wel, advieswerk op duizenden kilometers afstand? Van Eijk: ,,Ja hoor. De meeste van onze leden hebben veel ervaring met werken in ontwikkelingslanden. Vandaag meldde zich nog iemand aan met twintig jaar tropenervaring.” Ondanks deze ervaring ziet de vereniging genoeg ruimte voor zichzelf. Van Eijk: ,,In mei begint het eerste project. Twee studenten vertrekken naar Kenia om een drinkwaterdam te ontwerpen. Voor advies en begeleiding kunnen zij terecht bij ons en onze leden.”

Wat is de motivatie van de bestuursleden persoonlijk om als vrijwilliger te werken? De gemiddelde student staat er toch niet om bekend dat hij veel tijd en geld overheeft. Steenbergen: ,,Je kunt dankzij je westerse achtergrond en opleiding met een beetje inspanning in zo’n ontwikkelingsland een enorm verschil bewerkstelligen. En wat betreft dat geld; die paar postzegels en printjes schieten we de komende tijd zelf nog wel even voor.” Het werk zelf vindt hij uitdagend. ,,Hier hoef je maar te bellen en er staat een betonmolen voor de deur. Daar moet je het resultaat met veel minder middelen neerzetten.”

www.civielingenieur.nl

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.