Campus

Hippe kinderziektes

Wow. Het nieuwe gebouw van industrieel ontwerpen wordt hip, hipper, hipst. Buiten is het nog een beetje een chaos. Hoopjes zand, bouwvakkers en veel fietsen.

Wildparkeerders, want de fietsenstalling is uit het zicht, vijftig meter van de ingang. Niet aanlokkelijk.

Binnen kun je ronddwalen. Het gebouw heeft veel hoekjes en gangetjes. In een van de hoekjes hangt een luik als een luifel boven de balie van de onderwijsadministratie. Alles is er als de receptie van een duur hotel: een mooie lange houten balie en een heus belletje. Tring. Anneke Altorf komt tevoorschijn. ,,Ja hoor, we zijn heel tevreden. Alleen kan ik dat luik niet zelf dichtdoen. Daar ben ik te klein voor. Er is maar één collega lang genoeg om erbij te kunnen, als die er niet is moeten we de portier roepen.” Verder nog iets? ,,Ja, we kunnen nog steeds niet oppikken.” Oppikken? ,,De telefoon van een collega aannemen met je eigen telefoon.”

Meer telefonische problemen? Ja hoor. Op de derde etage zit Carla Gerbracht met haar mobieltje te bellen. Onder werktijd bijpraten met een vriendin? ,,Nee, we zijn al sinds 9 januari niet meer bereikbaar op ons oude nummer.” Ze is niet de enige.

Loek Rijkelijkhuizen, hoofd technische en huishoudelijke dienst, kent de telefoonklachten. ,,Ja, er is inderdaad het een en ander misgegaan. Driehonderdvijftig telefoonnummers verplaatsen heeft heel wat voeten in de aarde, hoor. Allemaal blauw-witte draadjes die je goed moet verbinden. Maar dat komt ook doordat sommige mensen plotseling iets anders willen dan eerst is afgesproken.”

Links in de enorme hal ligt een opvallend kantine-eiland met op het dak een soort borrelplateau. De eettafeltjes staan op tien meter van de nog ongebruikte werkbanken, die in een strakke matrix staan opgesteld. Vliegt er nu geen zaagsel in mijn soep? De portier weet het niet. ,,Er hebben zoveel knappe koppen over nagedacht, dat zal toch wel goed gaan?”

Kantinemanager Astrid Staak, die dagelijk drie- tot vierhonderd man van industrieel ontwerpen, werktuigbouwkunde en maritieme techniek te eten geeft, is dik tevreden met haar nieuwe paleisje. ,,Misschien dat er alleen wat weinig tafels zijn.”

Langs de kleine werkplaats loopt een schuin zebrapad. Ook hip natuurlijk, maar waar leidt het naartoe? De structuur van het gebouw is nog wat onduidelijk. ,,Waar wil je heen?”, vraagt de portier. ,,De wegwijzers komen nog. Nu wijzen wij iedereen de weg. Nee hoor, dat vinden we helemaal niet erg. Is goed voor de stembanden, hè?”

Wow. Het nieuwe gebouw van industrieel ontwerpen wordt hip, hipper, hipst. Buiten is het nog een beetje een chaos. Hoopjes zand, bouwvakkers en veel fietsen. Wildparkeerders, want de fietsenstalling is uit het zicht, vijftig meter van de ingang. Niet aanlokkelijk.

Binnen kun je ronddwalen. Het gebouw heeft veel hoekjes en gangetjes. In een van de hoekjes hangt een luik als een luifel boven de balie van de onderwijsadministratie. Alles is er als de receptie van een duur hotel: een mooie lange houten balie en een heus belletje. Tring. Anneke Altorf komt tevoorschijn. ,,Ja hoor, we zijn heel tevreden. Alleen kan ik dat luik niet zelf dichtdoen. Daar ben ik te klein voor. Er is maar één collega lang genoeg om erbij te kunnen, als die er niet is moeten we de portier roepen.” Verder nog iets? ,,Ja, we kunnen nog steeds niet oppikken.” Oppikken? ,,De telefoon van een collega aannemen met je eigen telefoon.”

Meer telefonische problemen? Ja hoor. Op de derde etage zit Carla Gerbracht met haar mobieltje te bellen. Onder werktijd bijpraten met een vriendin? ,,Nee, we zijn al sinds 9 januari niet meer bereikbaar op ons oude nummer.” Ze is niet de enige.

Loek Rijkelijkhuizen, hoofd technische en huishoudelijke dienst, kent de telefoonklachten. ,,Ja, er is inderdaad het een en ander misgegaan. Driehonderdvijftig telefoonnummers verplaatsen heeft heel wat voeten in de aarde, hoor. Allemaal blauw-witte draadjes die je goed moet verbinden. Maar dat komt ook doordat sommige mensen plotseling iets anders willen dan eerst is afgesproken.”

Links in de enorme hal ligt een opvallend kantine-eiland met op het dak een soort borrelplateau. De eettafeltjes staan op tien meter van de nog ongebruikte werkbanken, die in een strakke matrix staan opgesteld. Vliegt er nu geen zaagsel in mijn soep? De portier weet het niet. ,,Er hebben zoveel knappe koppen over nagedacht, dat zal toch wel goed gaan?”

Kantinemanager Astrid Staak, die dagelijk drie- tot vierhonderd man van industrieel ontwerpen, werktuigbouwkunde en maritieme techniek te eten geeft, is dik tevreden met haar nieuwe paleisje. ,,Misschien dat er alleen wat weinig tafels zijn.”

Langs de kleine werkplaats loopt een schuin zebrapad. Ook hip natuurlijk, maar waar leidt het naartoe? De structuur van het gebouw is nog wat onduidelijk. ,,Waar wil je heen?”, vraagt de portier. ,,De wegwijzers komen nog. Nu wijzen wij iedereen de weg. Nee hoor, dat vinden we helemaal niet erg. Is goed voor de stembanden, hè?”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.