Metis (voorheen Ozis) is bijna gereed voor implementatie op de faculteiten. Met dit onderzoeksinformatiesysteem wordt opslag en presentatie van onderzoek makkelijker voor wetenschapper en bestuurder.
Marty Rijk is samen met Jan Kapteijn projectmanager van Metis. ,,Voorheen was de naam Ozis (onderzoeksinformatiesysteem). De softwareleverancier heeft de naam veranderd in Metis, een naam uit de Griekse Oudheid. Aangezien dat de naam is die je op je scherm ziet, hebben wij deze overgenomen.”
Metis is ontwikkeld op de Katholieke Universiteit Nijmegen en moet er voor zorgen dat onderzoek op een aantrekkelijke manier kan worden opgeslagen en gepresenteerd. Daarnaast is het een goed instrument voor efficiënt onderzoeksmanagement, voor zowel individuele onderzoekers als project- en programmaleiders.
Ada van Gulik is beleidsmedewerker onderzoek op de faculteit Bouwkunde en medeverantwoordelijk voor Metis. ,,De TU heeft wel een onderzoeksregistratiesysteem (ORS), maar dat is beperkt. Het is alleen geschikt voor het registreren van publicaties en is met name ontwikkeld voor het allocatiemodel. Met dit nieuwe systeem is het mogelijk te laten zien aan welk onderzoek wordt gewerkt.”
Bij de keuze voor Metis is de onderzoeker als uitgangspunt genomen, benadrukt Addy Schwarz, lid van zowel de werk- als klankbordgroep. ,,Natuurlijk zullen beleidsmakers en bestuurders er voordeel van kunnen hebben, maar de onderzoeker is onze insteek geweest bij de keuze. Veel wetenschappers hebben zelf al een overzicht van hun onderzoek en publicaties op het internet, maar dat is niet altijd even makkelijk te vinden voor derden. Metis biedt hun de mogelijkheid dit professioneler te doen. Bovendien nemen negen universiteiten deel aan dit programma. Metis linkt ze aan elkaar. Een groot voordeel daarvan is dat je makkelijker kennis kunt nemen van elkaars onderzoek en dat bijvoorbeeld eventuele overlap eerder getraceerd wordt.”
Projectfase
Op dit moment is Metis nog in de projectfase. Rijk: ,,Wij zijn bezig een globale database in te richten voor de TU. Het opvallende van dit systeem is dat wij zowel de fysieke als de virtuele TU-organisatie er in kunnen onderbrengen. Die fysieke organisatie betreft de zeven faculteiten en twee instituten. Virtuele organisaties zijn bijvoorbeeld de onderzoeksscholen, dioc’s en Delft Cluster, waarvan de leiding veelal in handen is van hoogleraren die elders een leerstoel hebben. Daarnaast kunnen ook onderzoeksthema’s op zowel facultair en universitair als landelijk niveau in Metis worden ondergebracht. De faculteiten starten nu met het inrichten en invoeren van de fysieke structuren en onderzoeksorganisatiestructuren. De verwachting is dat dit nog voor de zomer is afgerond.”
Ook Bouwkunde is daarmee bezig. Van Gulik: ,,Wij moeten eerst het hart van het systeem inrichten wat betreft de organisatie en de structuur van het onderzoek. Daarna kunnen de beschrijvingen van onderzoeksprojecten en de publicaties ingevoerd worden. De verwachting is dat het zeker nog een jaar duurt. Dat is lang, maar het probleem is gebrek aan capaciteit en dat dit soort werkzaamheden veelal naast de gewone werkzaamheden moet gebeuren.”
Om de TU-medewerker goed voor te bereiden op de komst van Metis, krijgen de kerngebruikers (deze worden aangewezen door een faculteit) een cursus. Rijk: ,,Daarnaast zijn wij bezig met een uitgebreide handleiding waarin wij naast de tekst, ook de afbeeldingen van de schermen hebben opgenomen. De eerste proefpersonen die de handleiding hebben uitgeprobeerd waren enthousiast over deze aanpak.” Schwarz voorziet dat menig TU’er de komst van wederom een nieuw informatiesysteem toch enigszins sceptisch tegemoet ziet. Met voorgaande implementaties ging er nogal eens wat mis en het herstel van de ontstane fouten nam enige tijd in beslag. ,,Het grote verschil is dat Metis al succesvol draait op negen andere universiteiten. Natuurlijk zal er altijd nog wel iets misgaan, maar de ergste kinderziekten zijn eruit.”
Marty Rijk is samen met Jan Kapteijn projectmanager van Metis. ,,Voorheen was de naam Ozis (onderzoeksinformatiesysteem). De softwareleverancier heeft de naam veranderd in Metis, een naam uit de Griekse Oudheid. Aangezien dat de naam is die je op je scherm ziet, hebben wij deze overgenomen.”
Metis is ontwikkeld op de Katholieke Universiteit Nijmegen en moet er voor zorgen dat onderzoek op een aantrekkelijke manier kan worden opgeslagen en gepresenteerd. Daarnaast is het een goed instrument voor efficiënt onderzoeksmanagement, voor zowel individuele onderzoekers als project- en programmaleiders.
Ada van Gulik is beleidsmedewerker onderzoek op de faculteit Bouwkunde en medeverantwoordelijk voor Metis. ,,De TU heeft wel een onderzoeksregistratiesysteem (ORS), maar dat is beperkt. Het is alleen geschikt voor het registreren van publicaties en is met name ontwikkeld voor het allocatiemodel. Met dit nieuwe systeem is het mogelijk te laten zien aan welk onderzoek wordt gewerkt.”
Bij de keuze voor Metis is de onderzoeker als uitgangspunt genomen, benadrukt Addy Schwarz, lid van zowel de werk- als klankbordgroep. ,,Natuurlijk zullen beleidsmakers en bestuurders er voordeel van kunnen hebben, maar de onderzoeker is onze insteek geweest bij de keuze. Veel wetenschappers hebben zelf al een overzicht van hun onderzoek en publicaties op het internet, maar dat is niet altijd even makkelijk te vinden voor derden. Metis biedt hun de mogelijkheid dit professioneler te doen. Bovendien nemen negen universiteiten deel aan dit programma. Metis linkt ze aan elkaar. Een groot voordeel daarvan is dat je makkelijker kennis kunt nemen van elkaars onderzoek en dat bijvoorbeeld eventuele overlap eerder getraceerd wordt.”
Projectfase
Op dit moment is Metis nog in de projectfase. Rijk: ,,Wij zijn bezig een globale database in te richten voor de TU. Het opvallende van dit systeem is dat wij zowel de fysieke als de virtuele TU-organisatie er in kunnen onderbrengen. Die fysieke organisatie betreft de zeven faculteiten en twee instituten. Virtuele organisaties zijn bijvoorbeeld de onderzoeksscholen, dioc’s en Delft Cluster, waarvan de leiding veelal in handen is van hoogleraren die elders een leerstoel hebben. Daarnaast kunnen ook onderzoeksthema’s op zowel facultair en universitair als landelijk niveau in Metis worden ondergebracht. De faculteiten starten nu met het inrichten en invoeren van de fysieke structuren en onderzoeksorganisatiestructuren. De verwachting is dat dit nog voor de zomer is afgerond.”
Ook Bouwkunde is daarmee bezig. Van Gulik: ,,Wij moeten eerst het hart van het systeem inrichten wat betreft de organisatie en de structuur van het onderzoek. Daarna kunnen de beschrijvingen van onderzoeksprojecten en de publicaties ingevoerd worden. De verwachting is dat het zeker nog een jaar duurt. Dat is lang, maar het probleem is gebrek aan capaciteit en dat dit soort werkzaamheden veelal naast de gewone werkzaamheden moet gebeuren.”
Om de TU-medewerker goed voor te bereiden op de komst van Metis, krijgen de kerngebruikers (deze worden aangewezen door een faculteit) een cursus. Rijk: ,,Daarnaast zijn wij bezig met een uitgebreide handleiding waarin wij naast de tekst, ook de afbeeldingen van de schermen hebben opgenomen. De eerste proefpersonen die de handleiding hebben uitgeprobeerd waren enthousiast over deze aanpak.” Schwarz voorziet dat menig TU’er de komst van wederom een nieuw informatiesysteem toch enigszins sceptisch tegemoet ziet. Met voorgaande implementaties ging er nogal eens wat mis en het herstel van de ontstane fouten nam enige tijd in beslag. ,,Het grote verschil is dat Metis al succesvol draait op negen andere universiteiten. Natuurlijk zal er altijd nog wel iets misgaan, maar de ergste kinderziekten zijn eruit.”
Comments are closed.