Het allocatiemodel is aan vernieuwing toe, is de groeiende opvatting op de TU. De ondernemingsraad heeft een aantal aandachtspunten opgesteld voor het college van bestuur, die als leidraad kunnen dienen bij een eventuele herziening.
br />
De laatste tijd waren er regelmatig geluiden te horen, zoals bij de discussie over de strategienota en de portfolio, dat het allocatiemodel aan herziening toe is. De ondernemingsraad (or) heeft vervolgens zelf een analyse gemaakt van de knelpunten die zij ziet in het huidige allocatiemodel, en deze aan het cvb toegestuurd.
De or heeft het allocatiemodel bottom up geanalyseerd. Beginnend bij de medewerker in zijn afdeling tot aan de verhouding tussen de universiteit en het ministerie. Vervolgens heeft de raad de verschillende aspecten bekeken van het verdeelmodel, waaronder kwaliteit, beleid, portfolio en doorberekening.
Nauw betrokken bij deze analyse was Peter Verheijen, werkzaam bij chemische technologie en in de or lid van de commissie Financiën. ,,De or heeft zich over het allocatiemodel gebogen omdat het een grote invloed uitoefent op het functioneren van de universiteit en de medewerkers. Met deze brief hebben wij aan willen geven aan welke punten het cvb volgens ons aandacht moet besteden bij een eventuele herziening.”
Een van de grote problemen van het huidige allocatiemodel is dat het geld moet verdelen in een gesloten systeem. Verheijen: ,,Er komt niets bij en er gaat niets af. Hierdoor ontstaan soms rare situaties. Als bijvoorbeeld Bouwkunde een numerus fixus invoert, dan krijgt zij minder geld, maar andere faculteiten meer.”
Een overeenkomstig probleem doet zich voor bij het systeem van terugkoppeling. Een afdeling of faculteit die een keer succesvol is in het onderzoek, heeft recht op meer geld. Hiermee kunnen zij bijvoorbeeld een extra medewerker aanstellen. Het betekent echter dat andere afdelingen geld moeten inleveren. ,,En dan ontstaat de merkwaardige situatie dat de even succesvolle afdeling door de extra mankracht nog meer publicaties en onderzoek kan genereren, terwijl de anderen steeds meer gaan achterlopen. Natuurlijk blijven dan de sterken over, maar tegelijkertijd is het gevaar dat daardoor de balans tussen disciplines verstoort.”
Nadeel
Een ander nadeel van het huidige allocatiemodel is dat het wellicht wel de samenwerking tússen, maar niet die ín faculteiten bevordert. ,,Schrijft een medewerker samen met een collega van een andere faculteit een publicatie, dan telt deze bij beiden volledig mee. Publiceert hij samen met iemand binnen zijn faculteit % maar wel van een ander afdeling % dan krijgen beide medewerkers maar de halve publicatie vergoed.”
Het gevolg is volgens Verheijen dat medewerkers ‘calculerend’ gaan worden. ,,Ook op facultair niveau zie je dat. Emeritus stafleden die worden aangemoedigd te blijven, en een staf met een nulaanstelling kosten de faculteit slechts de werkplekken, maar hun output beïnvloedt significant de verdeling van middelen.”
Het doel van de brief aan het cvb is hun een aantal punten in overweging te geven. De or is niet van plan een financieringsmodel voor te stellen. ,,Dat is onze taak niet”, zegt Verheij. ,,De or wil meedenken en zo over het welzijn van de medewerkers waken. Nog een laatste voorbeeld: in de recente begroting heeft het toepassen van het allocatiemodel er in geresulteerd dat een WP’er gemiddeld zeventien outputpunten op onderzoeksgebied moet opleveren. De or wijst er op dat dit betekent dat er vier originele publicaties per jaar moeten komen naast de onderwijslast. Door die werkdruk komen kwaliteit en creativiteit in gedrang. Voor dit soort ongerechtigheden willen wij aandacht vragen, zodat daar iets mee gedaan kan worden bij de discussie over de herziening van het allocatiemodel.”
Meer informatie op: www.or.tudelft.nl
Het allocatiemodel is aan vernieuwing toe, is de groeiende opvatting op de TU. De ondernemingsraad heeft een aantal aandachtspunten opgesteld voor het college van bestuur, die als leidraad kunnen dienen bij een eventuele herziening.
De laatste tijd waren er regelmatig geluiden te horen, zoals bij de discussie over de strategienota en de portfolio, dat het allocatiemodel aan herziening toe is. De ondernemingsraad (or) heeft vervolgens zelf een analyse gemaakt van de knelpunten die zij ziet in het huidige allocatiemodel, en deze aan het cvb toegestuurd.
De or heeft het allocatiemodel bottom up geanalyseerd. Beginnend bij de medewerker in zijn afdeling tot aan de verhouding tussen de universiteit en het ministerie. Vervolgens heeft de raad de verschillende aspecten bekeken van het verdeelmodel, waaronder kwaliteit, beleid, portfolio en doorberekening.
Nauw betrokken bij deze analyse was Peter Verheijen, werkzaam bij chemische technologie en in de or lid van de commissie Financiën. ,,De or heeft zich over het allocatiemodel gebogen omdat het een grote invloed uitoefent op het functioneren van de universiteit en de medewerkers. Met deze brief hebben wij aan willen geven aan welke punten het cvb volgens ons aandacht moet besteden bij een eventuele herziening.”
Een van de grote problemen van het huidige allocatiemodel is dat het geld moet verdelen in een gesloten systeem. Verheijen: ,,Er komt niets bij en er gaat niets af. Hierdoor ontstaan soms rare situaties. Als bijvoorbeeld Bouwkunde een numerus fixus invoert, dan krijgt zij minder geld, maar andere faculteiten meer.”
Een overeenkomstig probleem doet zich voor bij het systeem van terugkoppeling. Een afdeling of faculteit die een keer succesvol is in het onderzoek, heeft recht op meer geld. Hiermee kunnen zij bijvoorbeeld een extra medewerker aanstellen. Het betekent echter dat andere afdelingen geld moeten inleveren. ,,En dan ontstaat de merkwaardige situatie dat de even succesvolle afdeling door de extra mankracht nog meer publicaties en onderzoek kan genereren, terwijl de anderen steeds meer gaan achterlopen. Natuurlijk blijven dan de sterken over, maar tegelijkertijd is het gevaar dat daardoor de balans tussen disciplines verstoort.”
Nadeel
Een ander nadeel van het huidige allocatiemodel is dat het wellicht wel de samenwerking tússen, maar niet die ín faculteiten bevordert. ,,Schrijft een medewerker samen met een collega van een andere faculteit een publicatie, dan telt deze bij beiden volledig mee. Publiceert hij samen met iemand binnen zijn faculteit % maar wel van een ander afdeling % dan krijgen beide medewerkers maar de halve publicatie vergoed.”
Het gevolg is volgens Verheijen dat medewerkers ‘calculerend’ gaan worden. ,,Ook op facultair niveau zie je dat. Emeritus stafleden die worden aangemoedigd te blijven, en een staf met een nulaanstelling kosten de faculteit slechts de werkplekken, maar hun output beïnvloedt significant de verdeling van middelen.”
Het doel van de brief aan het cvb is hun een aantal punten in overweging te geven. De or is niet van plan een financieringsmodel voor te stellen. ,,Dat is onze taak niet”, zegt Verheij. ,,De or wil meedenken en zo over het welzijn van de medewerkers waken. Nog een laatste voorbeeld: in de recente begroting heeft het toepassen van het allocatiemodel er in geresulteerd dat een WP’er gemiddeld zeventien outputpunten op onderzoeksgebied moet opleveren. De or wijst er op dat dit betekent dat er vier originele publicaties per jaar moeten komen naast de onderwijslast. Door die werkdruk komen kwaliteit en creativiteit in gedrang. Voor dit soort ongerechtigheden willen wij aandacht vragen, zodat daar iets mee gedaan kan worden bij de discussie over de herziening van het allocatiemodel.”
Meer informatie op: www.or.tudelft.nl
Comments are closed.