Campus

Het einde van de kaasschaaf

Stoppen met zwak onderzoek en extra investeren in goed onderzoek en nieuwe veelbelovende gebieden. Deze opdracht van het college van bestuur valt de faculteiten zwaar.

Zeker de faculteiten met een gat op hun begroting. Een impressie van de keuzes op twee faculteiten: ITS en Citg.

In de faculteiten sijpelen al weken geruchten door over wie blijft en wie niet. Dat leidt vooral bij de faculteit Civiele techniek en Geowetenschappen (Citg) tot veel onrust. ,,In het verleden was het werk van de groepen die op de tocht staan algemeen geaccepteerd. Sommige mensen voelen zich na meer dan een decennium ineens aan de kant gezet”, vertelt dr.ir. Caspar Groot, voorzitter van de onderdeelscommissie van CiTG. ,,Dat zijn zeer emotionele processen.”

Dat beaamt dr.ir. Evert Slob, werkzaam bij ingenieursgeologie, een van de getroffen secties. ,,We hebben nooit een tekort op de begroting gehad, maar we waren niet in staat om veel externe financiering aan te trekken”, vertelt hij. ,,Dat kwam vooral omdat we jaren moeite hebben gehad met het vinden van een goede hoogleraar. Veel mensen voelen zich daar nu persoonlijk voor gestraft.” Slob wijst ook op het ondersteunende personeel. ,,Zij staan misschien verder van het onderzoek af, maar worden even hard geraakt.”

De maatregelen bij Citg zijn dan ook ingrijpend. De decaan en zijn helpers willen de facultaire begroting nu en voor de toekomst sluitend maken. Dat betekent dat er programma’s, en daarmee groepen opgeheven worden. Vijf leerstoelgroepen staan op de nominatie om te verdwijnen.

,,Ik besef dat het voor niemand leuk is, maar soms dwingen de randvoorwaarden je”, aldus decaan prof.dr.ir. Cor van Kruijsdijk. ,,We hebben allerlei mogelijkheden onderzocht en soms ook gebruikt.” Zo zullen er bij de ondersteunende diensten zestien formatieplaatsen verdwijnen.

,,Pas in oktober werd duidelijk dat we fors terug gingen in financiering, tot dan was de discussie vrij gematigd”, licht odc’er Groot toe. Bezuinigen met de kaasschaaf bleek toen niet meer voldoende. ,,Het is daarna vreselijk snel gegaan”, beaamt ook Van Kruisdijk. ,,Tot november was er toch weinig besef van de financiële situatie in de faculteit.” Toch denkt hij niet dat het te snel gaat. ,,Er zijn geen onmogelijke situaties ontstaan, al hebben we hard moeten werken.”

In het rood

Op de faculteit Informatietechnologie en Systemen (ITS) bevindt de portfoliodiscussie zich in een rustiger vaarwater. Opmerkelijk, omdat ITS een veel groter tekort op de begroting heeft staan. Toch maakt ITS zijn begroting niet sluitend. ,,Nog meer bezuinigen? Nee, dat kan echt niet meer!” zegt drs. Jacqueline Dekker, secretaris van ITS, stellig. ,,We beseffen dat we in het rood staan en we doen er alles aan om het tekort te beperken, maar het gat is in onze voorstellen niet gedicht.” Ze benadrukt wel dat het uiteindelijk aan het college is om te beslissen over hun voorgestelde onderzoeksportfolio’s.

ITS stelt het college voor om geen onderzoeksgroepen op te heffen, maar wil er wel een aantal samenvoegen. Algebra en meetkunde wordt ingekrompen en blijft vooral voor het onderwijs bestaan.

ITS ziet de portfoliodiscussie als de laatste fase in een proces van jaren. ,,Bij de samenvoeging van de faculteiten enkele jaren geleden, hebben we al echt rigoureus één faculteit gemaakt en niet simpelweg subfaculteiten laten bestaan. Daarom gaat het er misschien hier ook minder heftig aan toe dan elders”, oppert dr.ir. Otto Rompelman, voorzitter van de onderdeelscommissie ITS.

De decaan van Citg wil overigens niet reageren op deze houding van ITS. Hij wil alleen zeggen dat voor zijn eigen faculteit geldt dat ‘je dingen kan laten gebeuren of voor zijn’.

Civiel-profiel

De criteria waarop de onderzoeksportfolio’s zijn samengesteld zijn bij beiden faculteiten grofweg gelijk: scores bij onderzoeksvisitaties en wetenschappelijke publicaties. Toch zijn er ook verschillen. Bij ITS lijkt aansluiting bij TU-brede thema’s meer aandacht te krijgen, Citg heeft veel aandacht voor het passen in het ‘civiel-profiel’.

Dat laatste is niet onomstreden. ,,Er zijn ook groepen die goed presteren, maar het niet halen omdat ze niet ‘echt’ civiel zijn. Dat is moeilijk uit te leggen aan die mensen”, aldus odc’er Groot. ,,Zeker ook omdat er geen duidelijkcriterium is om te beoordelen of onderzoeksgebieden wel of niet in het civiel-profiel passen.”

Een ander pijnpunt bij CiTG is de nadruk op onderzoek ten koste van het ontwerpen. ,,Er vindt een zekere verwetenschappelijking plaats”, stelt Groot: ,,In de praktijk is ontwerpen echter zeer belangrijk, denk alleen maar aan bijvoorbeeld de waterbouw. Civiel vreest dat uitstekende ontwerpers als gevolg van het huidige beleid geen hoogleraar meer kunnen worden.”

Onderwijs lijkt bij beide faculteiten onderbelicht in de discussie. ,,Een richting als infrastructuurplanning had toch altijd veel afstudeerders, dat is een probleem waar we iets mee moeten doen”, aldus Groot. Hij wil in ieder geval niet docenten van elders inhuren. ,,De band met de faculteit is belangrijk en we willen zeker zijn van de kwaliteit”, geeft Groot aan. ,,Bovendien, zo goedkoop is inhuren nu ook weer niet”, vult ing. Peter Plugers, secretaris van de onderdeelcommissie aan.

Decaan Van Kruijsdijk ziet dit voor een beperkt aantal vakken wel als oplossing. ,,We huren per slot van rekening ook wiskundedocenten in om bij Citg onderwijs te geven.” In de toekomst zou bijvoorbeeld de faculteit bouwkunde ook vakken kunnen verzorgen.

Odc’er Rompelman van ITS vindt dat ook bij zijn faculteit onderwijs meer aandacht verdient. ”Het blijft iets hebben van een permanente knokpartij”, verzucht hij. ,,Ook bij bijvoorbeeld carrièrebeleid hameren we permanent op het belang van onderwijs.”

Zeepkistrondes

Hoe personeel en studenten betrokken worden bij de keuzes verschilt per faculteit. Bij Citg worden de besluiten in de managementraad (decaan, afdelingsvoorzitters en opleidingsdirecteuren) genomen. Daarvoor heeft een groep hoogleraren het onderzoek in de faculteit in kaart gebracht. ,,En de afdelingsvoorzitters hebben zich voor besluiten terdege in hun afdelingen geïnformeerd”, benadrukt Van Kruijsdijk. ,,Maar uiteindelijk moet er wel iemand besluiten nemen.” Hij verzekert dat hij de formele inspraak van bijvoorbeeld de studentenraad nog respecteert.

,,De informatievoorziening naar de studentenraad zou beter kunnen”, meent Corstiaan van Dam, lid van de studentraadskamer bij civiele techniek. ,,Sommige dingen horen we alleen in de wandelgangen. Bij een informatiebijeenkomst enkele weken geleden werd pas duidelijk dat sommige afstudeerrichtingen niet in de masterfase terugkomen toen iemand er expliciet naar vroeg. Dat zou toch eigenlijk vanuit de faculteit moeten komen.”

Plugers heeft er geen problemen mee dat zijn odc pas in een laat stadium zijn zegje mag doen. ,,Wij hebben zelf geen behoefte om over mooie plannen zonder een uitvoeringskant te praten, we waken vooral over de zorgvuldigheid van de implementatie”, vertelt Plugers. Daartoe heeft de odc met de decaan een ‘beleidskader’ opgesteld: een document met afspraken hoe men met elkaar omgaat tijdens de ‘organisatie ontwikkeling’, zoals zij de maatregelen noemen. ,,De decaan probeert iedereen zo goed mogelijk op de hoogte houden, ook al is er maar weinig te vertellen.” Dat doet de decaan in wat hij ‘zeepkistrondes’ noemt. Samen met collegevoorzitter Van Luijk ging hij de afdelingen af.

Bij ITS ligt het initiatief ook bij de decaan, maar zijn de inspraakorganen wel al vroeg in het proces betrokken. ,,Natuurlijk zijn het de stukken van de decaan die op tafel liggen, maar we sturen wel degelijk bij”, meent Rompelman. Hij verwacht dan ook zeker dat uit de discussies met de decaan nog wijzingen in de portfolio voortkomen.

Stoppen met zwak onderzoek en extra investeren in goed onderzoek en nieuwe veelbelovende gebieden. Deze opdracht van het college van bestuur valt de faculteiten zwaar. Zeker de faculteiten met een gat op hun begroting. Een impressie van de keuzes op twee faculteiten: ITS en Citg.

In de faculteiten sijpelen al weken geruchten door over wie blijft en wie niet. Dat leidt vooral bij de faculteit Civiele techniek en Geowetenschappen (Citg) tot veel onrust. ,,In het verleden was het werk van de groepen die op de tocht staan algemeen geaccepteerd. Sommige mensen voelen zich na meer dan een decennium ineens aan de kant gezet”, vertelt dr.ir. Caspar Groot, voorzitter van de onderdeelscommissie van CiTG. ,,Dat zijn zeer emotionele processen.”

Dat beaamt dr.ir. Evert Slob, werkzaam bij ingenieursgeologie, een van de getroffen secties. ,,We hebben nooit een tekort op de begroting gehad, maar we waren niet in staat om veel externe financiering aan te trekken”, vertelt hij. ,,Dat kwam vooral omdat we jaren moeite hebben gehad met het vinden van een goede hoogleraar. Veel mensen voelen zich daar nu persoonlijk voor gestraft.” Slob wijst ook op het ondersteunende personeel. ,,Zij staan misschien verder van het onderzoek af, maar worden even hard geraakt.”

De maatregelen bij Citg zijn dan ook ingrijpend. De decaan en zijn helpers willen de facultaire begroting nu en voor de toekomst sluitend maken. Dat betekent dat er programma’s, en daarmee groepen opgeheven worden. Vijf leerstoelgroepen staan op de nominatie om te verdwijnen.

,,Ik besef dat het voor niemand leuk is, maar soms dwingen de randvoorwaarden je”, aldus decaan prof.dr.ir. Cor van Kruijsdijk. ,,We hebben allerlei mogelijkheden onderzocht en soms ook gebruikt.” Zo zullen er bij de ondersteunende diensten zestien formatieplaatsen verdwijnen.

,,Pas in oktober werd duidelijk dat we fors terug gingen in financiering, tot dan was de discussie vrij gematigd”, licht odc’er Groot toe. Bezuinigen met de kaasschaaf bleek toen niet meer voldoende. ,,Het is daarna vreselijk snel gegaan”, beaamt ook Van Kruisdijk. ,,Tot november was er toch weinig besef van de financiële situatie in de faculteit.” Toch denkt hij niet dat het te snel gaat. ,,Er zijn geen onmogelijke situaties ontstaan, al hebben we hard moeten werken.”

In het rood

Op de faculteit Informatietechnologie en Systemen (ITS) bevindt de portfoliodiscussie zich in een rustiger vaarwater. Opmerkelijk, omdat ITS een veel groter tekort op de begroting heeft staan. Toch maakt ITS zijn begroting niet sluitend. ,,Nog meer bezuinigen? Nee, dat kan echt niet meer!” zegt drs. Jacqueline Dekker, secretaris van ITS, stellig. ,,We beseffen dat we in het rood staan en we doen er alles aan om het tekort te beperken, maar het gat is in onze voorstellen niet gedicht.” Ze benadrukt wel dat het uiteindelijk aan het college is om te beslissen over hun voorgestelde onderzoeksportfolio’s.

ITS stelt het college voor om geen onderzoeksgroepen op te heffen, maar wil er wel een aantal samenvoegen. Algebra en meetkunde wordt ingekrompen en blijft vooral voor het onderwijs bestaan.

ITS ziet de portfoliodiscussie als de laatste fase in een proces van jaren. ,,Bij de samenvoeging van de faculteiten enkele jaren geleden, hebben we al echt rigoureus één faculteit gemaakt en niet simpelweg subfaculteiten laten bestaan. Daarom gaat het er misschien hier ook minder heftig aan toe dan elders”, oppert dr.ir. Otto Rompelman, voorzitter van de onderdeelscommissie ITS.

De decaan van Citg wil overigens niet reageren op deze houding van ITS. Hij wil alleen zeggen dat voor zijn eigen faculteit geldt dat ‘je dingen kan laten gebeuren of voor zijn’.

Civiel-profiel

De criteria waarop de onderzoeksportfolio’s zijn samengesteld zijn bij beiden faculteiten grofweg gelijk: scores bij onderzoeksvisitaties en wetenschappelijke publicaties. Toch zijn er ook verschillen. Bij ITS lijkt aansluiting bij TU-brede thema’s meer aandacht te krijgen, Citg heeft veel aandacht voor het passen in het ‘civiel-profiel’.

Dat laatste is niet onomstreden. ,,Er zijn ook groepen die goed presteren, maar het niet halen omdat ze niet ‘echt’ civiel zijn. Dat is moeilijk uit te leggen aan die mensen”, aldus odc’er Groot. ,,Zeker ook omdat er geen duidelijkcriterium is om te beoordelen of onderzoeksgebieden wel of niet in het civiel-profiel passen.”

Een ander pijnpunt bij CiTG is de nadruk op onderzoek ten koste van het ontwerpen. ,,Er vindt een zekere verwetenschappelijking plaats”, stelt Groot: ,,In de praktijk is ontwerpen echter zeer belangrijk, denk alleen maar aan bijvoorbeeld de waterbouw. Civiel vreest dat uitstekende ontwerpers als gevolg van het huidige beleid geen hoogleraar meer kunnen worden.”

Onderwijs lijkt bij beide faculteiten onderbelicht in de discussie. ,,Een richting als infrastructuurplanning had toch altijd veel afstudeerders, dat is een probleem waar we iets mee moeten doen”, aldus Groot. Hij wil in ieder geval niet docenten van elders inhuren. ,,De band met de faculteit is belangrijk en we willen zeker zijn van de kwaliteit”, geeft Groot aan. ,,Bovendien, zo goedkoop is inhuren nu ook weer niet”, vult ing. Peter Plugers, secretaris van de onderdeelcommissie aan.

Decaan Van Kruijsdijk ziet dit voor een beperkt aantal vakken wel als oplossing. ,,We huren per slot van rekening ook wiskundedocenten in om bij Citg onderwijs te geven.” In de toekomst zou bijvoorbeeld de faculteit bouwkunde ook vakken kunnen verzorgen.

Odc’er Rompelman van ITS vindt dat ook bij zijn faculteit onderwijs meer aandacht verdient. ”Het blijft iets hebben van een permanente knokpartij”, verzucht hij. ,,Ook bij bijvoorbeeld carrièrebeleid hameren we permanent op het belang van onderwijs.”

Zeepkistrondes

Hoe personeel en studenten betrokken worden bij de keuzes verschilt per faculteit. Bij Citg worden de besluiten in de managementraad (decaan, afdelingsvoorzitters en opleidingsdirecteuren) genomen. Daarvoor heeft een groep hoogleraren het onderzoek in de faculteit in kaart gebracht. ,,En de afdelingsvoorzitters hebben zich voor besluiten terdege in hun afdelingen geïnformeerd”, benadrukt Van Kruijsdijk. ,,Maar uiteindelijk moet er wel iemand besluiten nemen.” Hij verzekert dat hij de formele inspraak van bijvoorbeeld de studentenraad nog respecteert.

,,De informatievoorziening naar de studentenraad zou beter kunnen”, meent Corstiaan van Dam, lid van de studentraadskamer bij civiele techniek. ,,Sommige dingen horen we alleen in de wandelgangen. Bij een informatiebijeenkomst enkele weken geleden werd pas duidelijk dat sommige afstudeerrichtingen niet in de masterfase terugkomen toen iemand er expliciet naar vroeg. Dat zou toch eigenlijk vanuit de faculteit moeten komen.”

Plugers heeft er geen problemen mee dat zijn odc pas in een laat stadium zijn zegje mag doen. ,,Wij hebben zelf geen behoefte om over mooie plannen zonder een uitvoeringskant te praten, we waken vooral over de zorgvuldigheid van de implementatie”, vertelt Plugers. Daartoe heeft de odc met de decaan een ‘beleidskader’ opgesteld: een document met afspraken hoe men met elkaar omgaat tijdens de ‘organisatie ontwikkeling’, zoals zij de maatregelen noemen. ,,De decaan probeert iedereen zo goed mogelijk op de hoogte houden, ook al is er maar weinig te vertellen.” Dat doet de decaan in wat hij ‘zeepkistrondes’ noemt. Samen met collegevoorzitter Van Luijk ging hij de afdelingen af.

Bij ITS ligt het initiatief ook bij de decaan, maar zijn de inspraakorganen wel al vroeg in het proces betrokken. ,,Natuurlijk zijn het de stukken van de decaan die op tafel liggen, maar we sturen wel degelijk bij”, meent Rompelman. Hij verwacht dan ook zeker dat uit de discussies met de decaan nog wijzingen in de portfolio voortkomen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.