Het publieke debat ‘Eten en Genen’ is ten einde, maar de discussie over gentechnologie zal nog wel even voortgaan. Wat vindt de TU eigenlijk van gentechnologie?Vorige week woensdag overhandigde dr.
Jan Terlouw, voorzitter van de tijdelijke commissie biotechnologie en voedsel, de regering het eindrapport over het publieke debat ‘Eten en Genen’ dat het afgelopen jaar in ons land werd gevoerd. Uit het rapport blijkt dat niet alleen fanatieke milieuactivisten argwaan koesteren tegen het gebruik van gentechnologie in de voedselproductie. De Nederlandse burger heeft niet zozeer ethische bezwaren tegen gentechnologie, maar ziet er simpelweg de toegevoegde waarde niet van in. Zolang dat nut niet duidelijk is, is de nieuwe technologie hen het risico op voedselonveiligheid of ecologische schade niet waard.
De Delftse hoogleraar bioprocestechnologie dr.ir. Sef Heijnen begrijpt deze reactie van het publiek wel. ,,De voordelen van genetisch gemodificeerde voedselgewassen waar ik tot nu toe over heb gehoord overtuigen mij ook niet. De risico’s van de technologie zijn weliswaar klein, maar nooit voor honderd procent af te dekken.” Het argument dat genetisch verbeterde gewassen nodig zijn om de (toekomstige) wereldbevolking te voeden, overtuigt hem evenmin. Heijnen: ,,Heel cru gesteld: de industrie heeft miljarden geïnvesteerd in deze technologie. Was dat geld besteed aan traditionele methoden zoals de aanleg van irrigatiesystemen en landbouwvoorlichting aan boeren in arme landen, dan had dat meer voedsel opgeleverd.”
Tsjernobyl
Dr. ir. Saul Lemkowitz staat als docent biotechnologie en samenleving kritisch tegenover de argumenten van zowel voor- als tegenstanders van de gentechnologie. Hij zegt: ,,Veel van wat milieugroeperingen publiceren kun je net zo min serieus nemen als de informatie van de industrie. Wij geven de studenten tijdens ons college een literatuurmap ‘biotechnologie redt de wereld’ en een map ‘biotechnologie ruïneert de wereld’. Studenten moeten dan zelf hun mening vormen op basis van een gedegen studie.”
Lemkowitz ziet het publieke debat ‘Eten en Genen’ als een welkome aanvulling op de democratie die volgens hem in het Westen gebrekkig functioneert. Hij hoopt dat de overheid de uitkomsten van het debat serieus neemt, maar wordt niet vrolijk van zijn herinnering aan het debat over kernenergie in de jaren tachtig. ,,Het Nederlandse volk liep niet warm voor kernenergie. Helaas hield de regering hier weinig rekening mee, omdat ze er zelf wel toekomst in zag. Pas na Tsjernobyl kon de regering niet meer om de publieke opinie heen.”
Volgens ir. Jaco Quist, universitair docent technology assessment bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management, heeft het debat over gentechnologie echter een groot voordeel ten opzichte van dat over kernenergie: het wordt in een vroeger stadium gehouden. Quist: ,,Als mensen pas laat bewust worden gemaakt van de risico’s van een nieuwe technologie, dan is daar vaak al te veel in geïnvesteerd om de introductie ervan nog terug te draaien.” Hij vindt het niet erg dat dit debat werd gevoerd terwijl veel risico’s nog grotendeels onduidelijk zijn. Naar zijn mening is de grote winst juist dat de overheid nu precies weet welke vragen er onder het publiekleven. Daar kan zij nu verder onderzoek naar laten doen.
Worstelen
Het rapport van de commissie-Terlouw zal weinig effect hebben op het biotechnologische onderzoek aan de TU. Terwijl het debat zich vooral concentreerde op genetische modificatie van planten en dieren voor de voedselproductie, spitst het Delftse onderzoek zich toe op genetisch veranderde micro-organismen met toepassingen in de farmaceutische en chemische industrie. Volgens professor Heijnen zijn de voordelen van die, minder controversiële, toepassing van gentechnologie wel hard te maken. ,,Micro-organismen bedrijven de chemie in de natuur, daar kun je prima gebruik van maken.” Hij benadrukt dat de biotechnologie als geheel het niet verdient om in een kwaad daglicht te staan.
Annemarie Schepers, één van Heijnens studenten life science and technology, kijkt bij het kopen van haar eten niet of er genetisch gemodificeerde ingrediënten in zitten. ,,Ik ben student; ik let alleen op de prijs.” Bang voor onveilig voedsel is ze niet. Wel worstelt ze met de ethische vraag welke organismen je nog genetisch mag modificeren. Ze verwacht zelf in de toekomst in de medische sector met genetisch veranderde organismen te werken. Schepers: ,,Eigenlijk vind ik dat genetische modificatie wel bij micro-organismen mag stoppen. Maar die organismen verschillen te veel van de mens om er medisch onderzoek mee te doen. Daarom zijn er ook genetisch veranderde muizen nodig, maar dan alleen voor onderzoek naar echt ernstige ziekten.”
Alhoewel de afdeling biotechnologie van de faculteit Technische Natuurwetenschappen weinig te duchten heeft van de publieke bedenkingen tegen gentechnologie, leest de secretaris van de afdeling, drs. Patricia Osseweijer, toch een les in het rapport van de commissie-Terlouw. Osseweijer: ,,Eén van de conclusies in het rapport is dat wetenschappers beter moeten communiceren.” De secretaris, zelf lid van de taakgroep publieke perceptie van biotechnologie van de European Federation of Biotechnology, meent dat eenzijdige communicatie niet voldoet om een onderwerp onder het publiek te laten leven. De Delftse biotechnologen hebben dit inzicht inmiddels al in daden vertaald. In een recent ingediend projectvoorstel is geld gereserveerd voor communicatietrainingen voor wetenschappers en voor publiekscommunicatie in de vorm van open dagen.
Het publieke debat ‘Eten en Genen’ is ten einde, maar de discussie over gentechnologie zal nog wel even voortgaan. Wat vindt de TU eigenlijk van gentechnologie?
Vorige week woensdag overhandigde dr. Jan Terlouw, voorzitter van de tijdelijke commissie biotechnologie en voedsel, de regering het eindrapport over het publieke debat ‘Eten en Genen’ dat het afgelopen jaar in ons land werd gevoerd. Uit het rapport blijkt dat niet alleen fanatieke milieuactivisten argwaan koesteren tegen het gebruik van gentechnologie in de voedselproductie. De Nederlandse burger heeft niet zozeer ethische bezwaren tegen gentechnologie, maar ziet er simpelweg de toegevoegde waarde niet van in. Zolang dat nut niet duidelijk is, is de nieuwe technologie hen het risico op voedselonveiligheid of ecologische schade niet waard.
De Delftse hoogleraar bioprocestechnologie dr.ir. Sef Heijnen begrijpt deze reactie van het publiek wel. ,,De voordelen van genetisch gemodificeerde voedselgewassen waar ik tot nu toe over heb gehoord overtuigen mij ook niet. De risico’s van de technologie zijn weliswaar klein, maar nooit voor honderd procent af te dekken.” Het argument dat genetisch verbeterde gewassen nodig zijn om de (toekomstige) wereldbevolking te voeden, overtuigt hem evenmin. Heijnen: ,,Heel cru gesteld: de industrie heeft miljarden geïnvesteerd in deze technologie. Was dat geld besteed aan traditionele methoden zoals de aanleg van irrigatiesystemen en landbouwvoorlichting aan boeren in arme landen, dan had dat meer voedsel opgeleverd.”
Tsjernobyl
Dr. ir. Saul Lemkowitz staat als docent biotechnologie en samenleving kritisch tegenover de argumenten van zowel voor- als tegenstanders van de gentechnologie. Hij zegt: ,,Veel van wat milieugroeperingen publiceren kun je net zo min serieus nemen als de informatie van de industrie. Wij geven de studenten tijdens ons college een literatuurmap ‘biotechnologie redt de wereld’ en een map ‘biotechnologie ruïneert de wereld’. Studenten moeten dan zelf hun mening vormen op basis van een gedegen studie.”
Lemkowitz ziet het publieke debat ‘Eten en Genen’ als een welkome aanvulling op de democratie die volgens hem in het Westen gebrekkig functioneert. Hij hoopt dat de overheid de uitkomsten van het debat serieus neemt, maar wordt niet vrolijk van zijn herinnering aan het debat over kernenergie in de jaren tachtig. ,,Het Nederlandse volk liep niet warm voor kernenergie. Helaas hield de regering hier weinig rekening mee, omdat ze er zelf wel toekomst in zag. Pas na Tsjernobyl kon de regering niet meer om de publieke opinie heen.”
Volgens ir. Jaco Quist, universitair docent technology assessment bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management, heeft het debat over gentechnologie echter een groot voordeel ten opzichte van dat over kernenergie: het wordt in een vroeger stadium gehouden. Quist: ,,Als mensen pas laat bewust worden gemaakt van de risico’s van een nieuwe technologie, dan is daar vaak al te veel in geïnvesteerd om de introductie ervan nog terug te draaien.” Hij vindt het niet erg dat dit debat werd gevoerd terwijl veel risico’s nog grotendeels onduidelijk zijn. Naar zijn mening is de grote winst juist dat de overheid nu precies weet welke vragen er onder het publiekleven. Daar kan zij nu verder onderzoek naar laten doen.
Worstelen
Het rapport van de commissie-Terlouw zal weinig effect hebben op het biotechnologische onderzoek aan de TU. Terwijl het debat zich vooral concentreerde op genetische modificatie van planten en dieren voor de voedselproductie, spitst het Delftse onderzoek zich toe op genetisch veranderde micro-organismen met toepassingen in de farmaceutische en chemische industrie. Volgens professor Heijnen zijn de voordelen van die, minder controversiële, toepassing van gentechnologie wel hard te maken. ,,Micro-organismen bedrijven de chemie in de natuur, daar kun je prima gebruik van maken.” Hij benadrukt dat de biotechnologie als geheel het niet verdient om in een kwaad daglicht te staan.
Annemarie Schepers, één van Heijnens studenten life science and technology, kijkt bij het kopen van haar eten niet of er genetisch gemodificeerde ingrediënten in zitten. ,,Ik ben student; ik let alleen op de prijs.” Bang voor onveilig voedsel is ze niet. Wel worstelt ze met de ethische vraag welke organismen je nog genetisch mag modificeren. Ze verwacht zelf in de toekomst in de medische sector met genetisch veranderde organismen te werken. Schepers: ,,Eigenlijk vind ik dat genetische modificatie wel bij micro-organismen mag stoppen. Maar die organismen verschillen te veel van de mens om er medisch onderzoek mee te doen. Daarom zijn er ook genetisch veranderde muizen nodig, maar dan alleen voor onderzoek naar echt ernstige ziekten.”
Alhoewel de afdeling biotechnologie van de faculteit Technische Natuurwetenschappen weinig te duchten heeft van de publieke bedenkingen tegen gentechnologie, leest de secretaris van de afdeling, drs. Patricia Osseweijer, toch een les in het rapport van de commissie-Terlouw. Osseweijer: ,,Eén van de conclusies in het rapport is dat wetenschappers beter moeten communiceren.” De secretaris, zelf lid van de taakgroep publieke perceptie van biotechnologie van de European Federation of Biotechnology, meent dat eenzijdige communicatie niet voldoet om een onderwerp onder het publiek te laten leven. De Delftse biotechnologen hebben dit inzicht inmiddels al in daden vertaald. In een recent ingediend projectvoorstel is geld gereserveerd voor communicatietrainingen voor wetenschappers en voor publiekscommunicatie in de vorm van open dagen.
Comments are closed.