De TU neemt de volgens omwonenden ‘buitenproportionele’ bewegwijzeringsborden nog eens onder de loep. Bewoners mogen er op 25 oktober bij Industrieel Ontwerpen over meepraten.
Opeens stonden ze er. In mei. Negentien enorme borden op de ring van de campus. Belangenvereniging TU Noord ergerde zich er groen en geel aan. ‘Moet het zo groot?’ zei Erik van Hunnik in Delta. ‘Zo veel? Zijn de borden doorberekend op windbelasting? Ze zwaaien behoorlijk in de wind.’
Beleidsmedewerker Serena van der Klugt zei destijds dat er uitgebreide constructieberekeningen waren gemaakt en dat er een zware fundering lag. Toch werden ze afgelopen zomer plotsklaps weggehaald. “Puur om nog eens naar de constructie te kijken”, zegt Van der Klugt nu. “Het heeft zo enorm gewaaid.”
Ze geeft toe dat de TU de borden zelf ook groot vindt, maar er zijn normen voor de lettergrootte. Automobilisten moeten borden op tijd kunnen lezen. De ontwerper, Frans Van Mourik van Industrieel Ontwerpen (IO), heeft nu een test samengesteld voor verschillende maten borden. “Proefpersonen komen aanrijden en melden wanneer ze die kunnen lezen. Als het uiterlijk 47 meter voor het bord is, is het goed.”
De test zal ‘ergens in de wijk’ plaatsvinden. Kan het zijn dat de borden worden weggegooid? Van Mourik hoopt van niet. Misschien kan er gewoon een stuk van worden ‘afgesneden’. “Bij de indeling van de borden waren er met de huidige maat lege vlakken over.”
Zes jaar geleden werden ook al eens campusborden verwijderd. Kosten: 50 duizend euro. Zowel de opstelling als de belettering gaf problemen. Van Mourik vroeg zich af of je niet beter woorden in plaats van cijfers kon gebruiken. Reden voor de TU hem nu de borden te laten ontwerpen. De cijfers keerden toch terug op de borden. “Nummers hebben voordelen als ze bekend zijn. Mijn kritiek was gericht op het gebruik van onbekende codes.” Hoeveel de huidige borden tot nu toe hebben gekost, wil Van der Klugt niet zeggen.
Begonnen met een slide van een vrouwelijke Perzische ruiter, volgden al snel uitspraken over cultuur in de diverse stadia van cross-culturele samenwerking. Van ‘Nonsens!’(ontkenning van de verschillen) via minimalisatie en defensie (‘Mijn cultuur is beter’) en acceptatie tot aanpassing.
“Als een groep uit twee subgroepen bestaat, moet je daarvan op de hoogte zijn, maar er niet over praten”, adviseerde Hofstede. “Benadruk de gemeenschappelijkheden.” Zijn levendige betoog leek af en toe wat te veel op docenten gericht. “Maar cultuur is ook een verborgen invloed, in het bijzonder onder stress. Dus colleges zonder stress. En docenten: werk aan je crossculturele vaardigheden!”
Maar wat is een cultuur eigenlijk? Volgens de Wageningse bioloog, onder meer bekend van de bestseller ‘Allemaal Andersdenkenden’, wordt die gevormd door de ongeschreven regels van het sociale spel. “In Engeland bijvoorbeeld ga je aan de linkerkant van de lift staan als je wilt instappen. In Nederland is dat anders. Met dit Nederlandse gedrag laat je in Engeland zien dat je niet bij de groep hoort. Docenten, zorg daarom voor één moraal in je klas!”
Zo niet, dan scheert een groep alle anderen als ‘outsiders’ over een kam en vergeeft deze alleen ‘insiders’ overtredingen van de ongeschreven regels. Wat Nederlandse studenten volgens crosscultureel onderzoek op de TU vooral Chinezen maar weinig vergeven, is hun matige beheersing van het Engels. Volgens Hofstede komt dat vooral door hun afwijkende accent. Zodra je daar aan gewend bent, vindt hij, zijn ze gewoon verstaanbaar en op dat punt dus niet zo anders dan Nederlandse studenten.
Buitenlanders blijken het moeilijk te vinden om zich aan te passen op de TU Delft. Oorzaak daarvan is volgens Hofstede de vage hiërarchie op de universiteit, wat weer te maken heeft met de egalitaire Nederlandse bedrijfscultuur. In veel landen is de hiërarchie sterker, wat meer duidelijkheid geeft.
Dat Hofstede zelf moeite heeft om eenheid in een groep te bewaren, blijkt halverwege de lezing. Steeds meer mensen verlaten de zaal om niet meer terug te keren.
Comments are closed.