Education

Ruzie met je ouders? Geen aanvullende beurs

Staatssecretaris Zijlstra wil de studiefinanciering ‘vereenvoudigen’. Wie ruzie heeft met zijn ouders en geen geld van hen krijgt, kan straks mogelijk niet meer bij de overheid aankloppen voor een aanvullende beurs.

Dat blijkt uit een interview met de staatssecretaris dat deze week in onder meer Delta verschijnt. De wet op de studiefinanciering kent volgens hem nu te veel uitzonderingen en daar wil hij iets aan doen.

Uitzondering
“Voor gehandicapte studenten blijven we een uitzondering maken”, zegt hij. “Er zullen ook aanvullende beurzen blijven voor studenten met minder draagkrachtige ouders.” Maar nadere details wil hij nog niet bekend maken. “Kijkt u maar na welke uitzonderingen er nog meer zijn.”

Kind
Volgens de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs zijn er maar weinig andere situaties waarin studenten meer (of langer) studiefinanciering kunnen krijgen dan normaal. Het afschaffen van de toeslag voor studenten met een kind ligt waarschijnlijk te gevoelig bij gezinspartij CDA.

Inkomen ouders
Dan resteren de bijna dertienduizend studenten in het mbo en hoger onderwijs die een aanvullende beurs krijgen omdat ze gebrouilleerd zijn met hun ouders. Het inkomen van de ouders telt in zo’n geval niet mee bij de toekenning van een aanvullende beurs. Mogelijk gaat de staatssecretaris dit afschaffen.

Bewijsstukken
Studenten die thuis ruzie hebben, krijgen momenteel trouwens niet zomaar een aanvullende beurs. Ze moeten bijvoorbeeld sinds hun twaalfde jaar ‘geen echt contact meer’ met hun ouders hebben, waarschuwt de website van DUO. Of er moet sprake zijn van een “ernstig en structureel conflict”. DUO vraagt dan wel om bewijsstukken ‘waaruit je situatie en de ernst hiervan moet blijken. Dit is soms een zware en moeilijke procedure’.

In het politieke gewoel van alledag lag minister Plasterk bijna permanent onder vuur. Hij was minister van feesten & partijen, was meer columnist dan politicus, gaf te weinig aandacht aan het onderwijs, loste de hoge verwachtingen niet in, enzovoorts. Maar in het hoger onderwijs deed hij het eigenlijk niet beter of slechter dan zijn voorgangers. Hij versterkte sommige tendensen en remde andere af.

Een simpel voorbeeld is de harde knip tussen bachelor- en masteropleiding. Enkele universiteiten hadden die al, maar Plasterk maakte die landelijk verplicht: studenten kunnen niet langer aan hun master beginnen als ze hun bachelordiploma nog niet op zak hebben. Plasterk heeft het bama-stelsel niet ingevoerd, laat staan verzonnen, maar hij maakte af wat zijn voorgangers in gang hadden gezet.

Dat geldt ook voor de omstreden overheveling van honderd miljoen euro uit het budget van de universiteiten naar de Vernieuwingsimpuls van onderzoeksfinancier NWO. Die Vernieuwingsimpuls bestaat al jaren en daarin wordt het geld landelijk verdeeld onder de beste wetenschappers. Plasterk heeft alleen de tendens versterkt dat deze ‘tweede geldstroom’ steeds belangrijker wordt. Hij nam bovendien één ergernis van de universiteiten weg: zij hoefden voortaan geen geld meer te matchen. Voorheen droegen universiteiten eenderde van de kosten voor een NWO-onderzoeker uit de Vernieuwingsimpuls, sinds Plasterk betaalt NWO alles. Daar hoor je de universiteiten nooit over.

Zijn meest opvallende besluit is waarschijnlijk de verhoging van de lerarensalarissen, van kleuterjuf tot hbo-docent. Hij hakte de knoop door na een zwaarwichtig rapport van een commissie onder leiding van SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan over het dreigende lerarentekort waar maar niets aan gebeurde. Er werd al jaren over gesproken, het plan voor salarisverhoging en carrièreverbetering kwam bepaald niet uit de lucht vallen. Al snel lag hij van twee kanten onder vuur: sommige critici vonden dat hij het geld beter aan andere doelen kon besteden en dat hij het budget in ieder geval niet in een verhoging van het collegegeld moest zoeken. Maar anderen meenden juist dat er te weinig geld voor de plannen werd uitgetrokken. 

Daarnaast remde Plasterk andere tendensen juist af. Met name toegepast onderzoek en marktwerking kregen van de PvdA-minister minder aandacht. De term ‘open bestel’ (een onderwijsmarkt waarin publieke en private aanbieders dezelfde kansen krijgen) is de afgelopen jaren niet of nauwelijks meer gevallen. Ook wilde hij aankomende bachelorstudenten niet als consumenten beschouwen die een studie kiezen zoals ze een internetprovider kiezen. Pas na hun bacheloropleiding hebben ze enig oordeelsvermogen en mag je verwachten dat ze hun eigen weg kunnen vinden, aldus Plasterk.

Zo legde hij accenten in tendensen die er al waren. Verder wilde hij, in lijn met de conclusies van de commissie-Dijsselbloem, rust in de tent en zag hij af van woeste nieuwe plannen. Hij wilde geen componist zijn, maar dirigent. Liever tuinman dan landschapsarchitect. Laat het mooie bloeien, temper het lelijke.

Zelfs Plasterks plannen voor een grootscheepse herziening van het onderwijsstelsel – op het eerste gezicht in tegenspraak met het voorgaande – passen hierin. Aangezien er steeds meer jongeren gaan studeren, wil de overheid al decennia lang de studieduur inperken. Anders wordt het onderwijs uiteindelijk onbetaalbaar. En nu er zoveel studenten komen, wordt de vraag steeds pregnanter hoe je de beste studenten eruit pikt en wat je hun aanbiedt: moeten er meer routes komen dan alleen hbo en wo? Zeker gezien Plasterks voorkeur voor ‘excellentie’ – het woord vindt hij ordinair, maar het uitblinken zelf wil hij aanmoedigen – ligt het voor de hand dat hij hier een volgende stap in wilde zetten.

En wat het onderscheid tussen universiteit en hogeschool betreft, Plasterk maakte ook een einde aan een slepende erekwestie: de titels van afgestudeerde hbo’ers. De HBO-raad wil al jaren internationaal herkenbare titels voor hbo’ers, het liefst dezelfde als in het wetenschappelijk onderwijs, net als in Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten. Maar hun titels delen met het hbo is voor de universiteiten onbespreekbaar. Als het aan universiteitenkring VSNU ligt, blijven de bekende bachelor en mastergraden (BA, BSc, MA en MSc) voorbehouden aan academici. En dus zocht Plasterk een middenweg. Net als in Canada en Nieuw Zeeland heten afgestudeerde hbo’ers voortaan bachelors en masters of applied science (BASc/MASc) en applied arts (BAA/MAA) – één letter verschil met de academische titels. Die titels sluiten ook aan op de internationale naamgeving voor hogescholen: universities of applied sciences. Maar hij kon niet iedereen tevreden stellen en krenkte de hogescholen. Dit bedoelden zij niet met ‘internationaal’, zeiden ze. De universiteitsbestuurders glimlachten tevreden.

Zo zijn er nog veel onderwerpen te bedenken waar Plasterk geen konijn uit de hoge hoed toverde, maar voortborduurde op eerdere ideeën en ontwikkelingen. Dankzij hem kunnen dertigers tegen dezelfde tarieven studeren als twintigers, alleen moeten studenten een tweede studie zelf gaan betalen – even afgezien van een paar ad hoc afspraken die de pijn de komende jaren verzachten. 

De sociaaldemocraat Plasterk vroeg zich vooral af wat je van de staat mag verwachten. Goed onderwijs, jawel, maar langdurig onderwijs? Zorgen dat studenten naar het buitenland kunnen? Jazeker, maar meer dan enkele voorzieningen als meeneembare studiefinanciering hoeft de overheid niet te leveren. 

Nu is het afwachten wat zijn opvolger met de erfenis van Plasterk doet, als de PvdA tenminste niet opnieuw in de regering komt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de nieuwe wet op de accreditatie? Wie weet krijgt het grote schip weer een iets andere koers met een roerganger van een andere politieke kleur.

 

 

 
 

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.