Education

‘Bundel kennis uit vakgebieden’

Interdisciplinaire onderzoeksprogramma’s hebben meer maatschappelijk nut als de kennis uit de verschillende vakgebieden beter wordt gebundeld. Het Rathenau Instituut wil dat daar zwaardere eisen aan worden gesteld.

Het instituut onderbouwt dit advies door twee kennisdomeinen te vergelijken die op het eerste gezicht veel van elkaar weg hebben: rivieronderzoek en kustonderzoek. Onderzoekers van rivieren blijken hun wetenschappelijke inzichten prima te kunnen bundelen en bruikbaar te maken voor beleid, terwijl kustonderzoekers daar niet in slagen: hun onderzoek is te gefragmenteerd.

Optimistsich
Eigenlijk is het een optimistische boodschap die het Rathenau Instituut brengt: als het goed wordt aangepakt, kunnen onderzoeksprogramma’s wetenschappelijke excellentie en maatschappelijk nut wel degelijk samenbrengen.

Cynisme
Daarover heerst soms enig cynisme, blijkt uit het voorwoord van Rathenau-directeur Jan Staman. “Het overheersende beeld is dat grote programma’s voornamelijk dienen voor het verdelen van onderzoeksgeld”, schrijft hij. “De agenda van de onderzoekers zou de inhoud bepalen en de overheid, die vraagt om maatschappelijke impact, zou het nakijken hebben. Meer dan een stapel ongerelateerde specialistische proefschriften leveren onderzoeksprogramma’s niet op, zo is de indruk.”

Rivieronderzoek
Toch kan het ook anders, menen de rapporteurs van het Rathenau, en dat bewijst het rivieronderzoek. Sinds de jaren tachtig staan daarin zowel het milieu als de waterwering centraal, en werken disciplines als ecologie, aardwetenschappen en waterbouwkunde goed samen. Dat heeft tot een nieuwe vorm van rivierbeheer geleid: cyclisch uiterwaardenbeheer.

Kustonderzoek
Nee, dan het kustonderzoek. Daar werken de verschillende disciplines langs elkaar heen. Daardoor zijn er twee ‘cross-disciplinaire’ takken van kustonderzoek gekomen: de ene gericht op de internationale wetenschap en de andere op de toepassing. Er zijn eigenlijk twee soorten bundeling gekomen, die elkaar negeren.

Taakverdeling
Hier kan de wetenschap lering uit trekken, vindt het Rathenau Instituut. Vooral goede taakverdeling blijkt belangrijk: “Als er onderzoekers zijn die de kennisintegratie op zich nemen, kunnen anderen bijdragen met specialistisch onderzoek. Zolang er maar aandacht is voor raakvlakken en gedeelde invalshoeken.”

Getverpielekes wat heb ik het koud gehad op de TU deze winter. En dat alles omdat ik in een jaren-zestiggebouw werk, uit de tijd toen de club van Rome nog niet klaar was met schrijven en de Arabieren nog onze grote vrienden waren. Uit de tijd dat men dacht dat je energietekort kon bestrijden met drie glazen melk per dag.
De architecten van het pand van Civiele Techniek waren modernistische vormgevers. Weg met de donkere statige onderwijsgebouwen. Robuust en transparant moest een gebouw zijn en toegankelijk. De frisse wind
van de vernieuwing moest waaien door het onderwijs en door de gebouwen. Nou, ik kan je verzekeren dat het is gelukt. Met dank aan Van den Brrrrroek en Bakema. De mannen die ook de Lijnbaan en de TU aula schiepen (over tochtgaten gesproken). Er waait inderdaad een frisse wind door ons gebouw. Alleen krijgt hij bij buitentemperaturen van onder nul het karakter van een Arctische storm.
De ijzige tocht wordt veroorzaakt doordat er twee onderdoorgangen onder ons gebouw zitten, waarin deuren gesitueerd zijn die vaak opengaan of open staan waarna de koude lucht via de alom aanwezige en o zo transparante trappenhuizen omhoog waait. Natuurlijk klagen mijn dienst en ik met enige regelmaat. Want we hebben nu eenmaal geen pinguïn-genen. En als we permanent in de kou hadden willen werken dan waren we wel in een oliebollenkraam gaan staan. Het servicepunt leeft erg met ons mee, maar kan weinig anders doen dan ons adviseren de klapdeuren in de gang dicht te houden.
En dan heb ik persoonlijk nog de pech dat ik een kamer heb met een soort nepbalkonnetje met openslaande deuren. Deze zijuitgang wordt gebruikt door glazenwassers denk ik, althans dat leid ik af uit de modderige voetafdrukken op mijn bureau zo nu en dan. De openslaande deuren zijn van metaal en kieren nogal. Om te voorkomen dat ik met winterhanden en diepvriesbenen mijn stukjes zit te schrijven heb ik een tent gebouwd van een gestreepte deken tussen mijn bureau en het raam. Het ziet er een beetje uit als een Mongoolse yurt, maar dan in Hema-kleuren. Alle beetjes helpen.
Maar goed, misschien moet ik niet te hard mopperen. Over een paar jaar, als ons gebouw wordt verbouwd en we een echte ingang krijgen, komt er een einde aan ons leed. En trouwens: zo vaak komen deze lange strenge winters nu ook weer niet voor. De laatste keer dat we zoveel sneeuw en kou hadden was in 1978-1979. Ik was die winter trouwens niet in Delft maar in Beijing, als uitwisselingsstudent. In Beijing was het in januari overdag meestal min tien. En de universiteit daar werd zeer slecht verwarmd. We zaten dik ingepakt met jassen en sjaals in de collegebanken. Lastig schrijven hoor, Chinese tekens, met dikke wanten aan. Maar het had ook wel zijn charme. Dus misschien moet ik niet zo mopperen. Het kan immers vast nog erger.

Ellen Touw is hoofd van de dienst onderwijs- en studentzaken bij Civiele Techniek en Geowetenschappen en beleidsadviseur internationalisering. 

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.