Education

‘TU’s moeten economie duurzamer maken’

De technische universiteiten moeten meer dan nu en mét het bedrijfsleven de Nederlandse economie duurzaam maken. Die missie moeten ze agressiever oppakken.

Dat stelde Kamerlid Diederik Samsom vandaag tijdens de Politieke Lunch van de OWEE. De drie TU’s zouden volgens hem een voorbeeld moeten nemen aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. “Die zijn al een stap verder.” Hij deed zijn uitlating op de vraag hoe en waar de kwaliteit van het hoger onderwijs verbeterd kan worden.

Leunen
Panelgenoot Mark Harbers (VVD) verwelkomde Samsoms visie. “Ik ben blij dat de PvdA een grote rol ziet voor bedrijven. Zijn partij wil in het hele onderwijs de kwaliteit verhogen, maar volgens Harbers moeten universiteiten minder gaan leunen op prestige op grond van onderzoek en uitvindingen. “Onderwijs is net zo belangrijk.” Investeren in kwaliteit van docenten en onderwijsvoorzieningen vindt hij minstens zo belangrijk.

Druk
Jasper van Dijk van de SP sloot zich wat betreft de verhoging van de onderwijskwaliteit aan bij Harbers. “Er zijn veel studenten en de druk op docenten en faciliteiten neemt toe. De kwaliteit staat onder druk. Dus moet je investeren om te zorgen dat je geen massacolleges meer hebt, maar goede begeleiding geeft.”

Onafhankelijk
Minder happig was Van Dijk op de door Samsom bepleite groter rol van het bedrijfsleven. “Ik ben terughoudend wat betreft de rol van bedrijven. Universiteiten moeten niet gaan onderzoeken wat bedrijven willen. Of onderzoeksresultaten laten afhangen van de wens van het bedrijf. De universiteit moet wetenschappelijk onafhankelijk blijven.”

Docentencorps
D66’er Boris van der Ham denk dat dat gemakkelijk is te ondervangen. “Dat los je op door met heel veel bedrijven zaken te doen.” Verder bepleitte hij investeringen in en aandacht voor verbetering van het docentencorps, zeker omdat er door de vergrijzing binnenkort grote behoefte komt aan nieuwe docenten.

Omzetten
Zijn mening dat universiteiten veel beter hun kennis zouden moeten omzetten in producten en bedrijven, werd bestreden door Stip-raadslid Mariëlle van Kooten. Zij wees Van der Ham fijntjes op het bestaan en succes van YES!Delft. “Die starters hebben we hier dus al.” Volgens haar is het van belang dat de balans onderzoek en onderwijs goed blijft, want juist vanwege de breed-ontplooide studenten komen grote bedrijven volgens haar bij de TU shoppen.

Zes prijzen in één jaar. Begint winnen te wennen?
“Ja, want we zijn teleurgesteld als we niet winnen. Bij de Postcode Loterij Green Challenge waren we runner-up. Dat gaf een dubbel gevoel. Blij met de honderdduizend euro, maar niet gewonnen. De hoofdprijs was 500 duizend euro. Daarmee waren we onafhankelijk geweest.”

Op naar de miljoen?
“Zo’n prijs is er met deze challenges niet. Op naar de miljoen is wel de opzet voor onze omzet. Die is nu nog nul.”

Waarom doen jullie aan al die wedstrijden mee?
“Op de eerste plaats vanwege de marketing. De naamsbekendheid van Ephicas en de SideWing is heel belangrijk. Op de tweede plaats omdat het ons een netwerk oplevert. Dat werkt. Ten derde vanwege het geld.

Waar gaat dat geld heen?
“Naar de productie en de engineering van de productie, dus het aanpassen aan al de trucks waar de SideWing op moet kunnen. Denk aan bevestiging, diktes van materiaal, aerodynamica en kantelbaarheid om een wiel te kunnen verwisselen.”

Komen jullie nog aan werken toe?
“Jazeker. Aan wedstrijden deelnemen is marketing en marketing is werken. De eerste wedstrijden zijn lastig, maar je leert ervan. We komen er als bedrijf ook verder mee. Voor een wedstrijd moesten we een businessplan maken en bij de Green Challenge was een mediatraining onderdeel van het proces.”

Gaat serieus zaken doen makkelijker met al deze prijzen?
“Klanten bellen ons nu zelf. Ze denken: als zoveel juryleden positief zijn, dan moet er iets in zitten. We worden serieus genomen en krijgen vertrouwen van banken, producenten en afnemers.”

Zit er al schot in het uitrusten van vrachtwagens met de side-skirts?
“Over twee weken staat de eerste SideWing hier en kijken we of hij is zoals we willen. Daarna worden er twintig sets gemaakt. In december gaan de eerste launching customers (TNT, de Greenery, Jan de Rijk, Albert Heijn en GE-TIP) ermee rijden.” 

In welke fase zit Ephicas nu?
“In de aanloopfase van de commercialisering van het product. Dat houdt in het toetsen van de engineering maar ook het in kaart brengen van de operationele kosten.”

Waar liepen jullie als beginnend bedrijf tegenaan?
“We hadden te weinig ervaring met omgaan met grote klanten. Daarvoor hebben we al snel Hessel Jongebreur binnengehaald. We vonden hem via een wedstrijd; hij zat in een jury.”

Wat is jullie focus voor de komende tijd?
“Na de testen moeten we de productie op poten krijgen, dus sales, sales, sales. In de fase erna kunnen we het product optimaliseren qua kosten.”

Nog nieuwe producten in de pijplijn?
“Er staan vier dingen in de wachtrij, allemaal aerodynamische voorzieningen voor trailers en coaches.”

Jullie zitten nu bij Yes!Delft. Worden jullie daar niet te groot voor?
“Oh nee! We hebben nog niks verkocht hè. We zitten met drie man bij de incubators, maar bij Yes!Delft zitten ook doorgroeiers met 20 tot 25 medewerkers. In 2010 hopen we doorgroeier te zijn met verkopers en misschien ook mensen voor engineering.”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.