Education

Kwart studenten wil eigen bedrijf

Een kwart van alle studenten wil een eigen bedrijf starten, blijkt uit onderzoek. Dat zijn er veel meer dan drie jaar geleden, toen maar dertien procent een eigen onderneming wilde.

Deze trend ziet de overheid graag, want die wil ondernemerschap onder jongeren aanjagen. De regering hoopt ook dat werknemers zich steeds ondernemender gaan gedragen. Dat zou goed zijn voor de economie. Voor de tweede keer liet het ministerie van OCW uitzoeken hoe het staat met ondernemerschap in het onderwijs.

Onder studenten lijkt de boodschap aan te slaan, ondanks – of misschien juist dankzij – de economische crisis. Met name hbo’ers (28 procent) zien een eigen bedrijf wel zitten. Maar ook academici willen steeds vaker dat ze voor zichzelf beginnen: nu achttien procent tegen zeven procent in 2007.

Vooral de uitdaging en de onafhankelijkheid spreken tot de verbeelding, blijkt uit een enquête onder studenten. Geld verdienen is minder vaak de drijfveer, maar wel vaker dan voorheen: tegenwoordig noemt één op de twee studenten geld als reden om een eigen bedrijf te starten, terwijl dat drie jaar geleden nog maar één op de drie was.

Al zijn de resultaten bemoedigend, er valt nog een wereld te winnen, vindt demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (CDA). Studenten hebben te weinig weet van alle voorzieningen waar ze gebruik van kunnen maken als ze naast hun studie een bedrijfje willen opzetten. Tweederde heeft bijvoorbeeld geen idee of er aan hun hogeschool of universiteit een ‘centre of entrepreneurship’ is.

Er moet iets gebeuren, concludeert ook onderzoeksbureau EIM, dat het rapport heeft geschreven. Verbeter de beeldvorming rond ondernemerschap, vooral in het primair onderwijs: je kunt niet vroeg genoeg beginnen. Pas bovendien de inspectienormen aan, want de onderwijsinspectie wil scholen wel eens op de vingers tikken als ze te veel uren aan ondernemerschap besteden.

Aan hogescholen is ondernemerschap al tamelijk vanzelfsprekend, maar aan universiteiten niet. Ondernemerschap dringt maar moeizaam tot het verplichte curriculum door, vinden de rapporteurs. Specifiek voor de universiteiten bepleit EIM een subsidie om daar verandering in te brengen.

 

Dezelfde bescheidenheid blijkt later wanneer Van Hooydonk in de pauze van het symposium gewillig de vragen doorneemt van de toegestroomde studenten. “Er is nog geen vastgestelde vormentaal over duurzaamheid, maar dat het sustainability-aspect terug zal komen in het uiterlijke ontwerp van auto’s staat vast.” Met een licht Limburgs accent licht Van Hooydonk een van de kernpunten van het symposium toe. Namelijk de vraag hoe duurzame technologische ontwikkelingen in de auto zich vertalen naar het design. “We zitten aan het begin van de ontwikkeling, en momenteel is het zo dat als een ontwerp afwijkend is, dat men waarschijnlijk automatisch ervan uit gaat dat het dan wel sustainable is.”

Hierin ziet Van Hooydonk als auto-ontwerper een kans. “Ontwerpers hebben als taak om te zorgen dat het op een natuurlijke wijze in het design wordt vertaald en dat het ook een blijvend bestanddeel is van de vormentaal.” Daarbij noemt Van Hooydonk voor hem en zijn team een bijkomende uitdaging om te zorgen dat er enkele typische BMW-elementen in het ontwerp zitten.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.