Een deel van de docenten die zich willen bijscholen gaat straks zoveel collegegeld betalen dat de lerarenbeurs ontoereikend is. Want vanaf september wordt het volgen van een tweede studie ook voor hen stukken duurder.
Hoewel één op de drie huwelijken uitloopt op een scheiding, zijn fusies aan de orde van de dag. Ziekenhuizen fuseren, energiemaatschappijen fuseren, banken fuseren. Uit onderzoek van professor Hans Schenk (Universiteit Utrecht) blijkt dat een meerderheid van de fusies geen enkele economische meerwaarde creëert. Fusies leiden in het algemeen tot lagere nettowinsten en hogere kosten. Zelfs in de politiek bestaat er een neiging om alles op een hoop te gooien (en dan heb ik het niet over Wilders). Zo pleit Wouter Bos met enige regelmaat voor één linkse partij (in een tweepartijenstelsel), en zou ook Mark Rutte diep in zijn hart zijn VVD willen laten samensmelten met Verdonk en Wilders.
Ook in het hoger onderwijs is men dol op fuseren. Naast ‘warme’ en koude kernfusie, is een aantal hogescholen met elkaar gefuseerd en zijn er nu ook plannen om het hoger beroepsonderwijs en de universiteit ‘gelijk te schakelen’. Bij het laatste type fusie is de motivering dat het zal leiden tot een gevarieerder onderwijsaanbod dat beter aansluit op de pluriforme onderwijsbehoefte van de hedendaagse studentenpopulatie. Dit klinkt niet alleen saai maar is ook onjuist.
Schaalvergrotingen in het onderwijs zijn veelal onevenwichtig. Groeiende studentenaantallen in combinatie met een constant of zelfs afnemend docentenbestand leiden tot een versobering van het cursusaanbod waarin zoveel mogelijk studenten in één zaal worden gestopt en exotische vakken (vakken met weinig studenten) het onderspit delven omdat de volledige onderwijscapaciteit wordt gemobiliseerd voor de vakken met zeer hoge studentenaantallen.
Wat betreft de kwalitatieve behoefte aan onderwijs is er geen enkele reden om aan te nemen dat extra studenten een afwijkende kennisbehoefte zullen hebben. Waarschijnlijk zijn de studenten die nu na het hbo op een universiteit doorstuderen voor een groot deel niet voldoende gekwalificeerd om enige kans te hebben op een arbeidsmarkt in crisis. Waarom zouden juist die studenten meer maatwerk eisen?
Naast de maatwerksmoes wordt synergie vaak genoemd als excuus om te fuseren. Hierover kan ik kort zijn. Synergie bij fusies kan alleen verwacht worden als fysieke eenheden gecombineerd worden, zoals de machines die gekoppeld worden. In een dienstverlenende sector als het onderwijs is dit vrijwel onmogelijk. De productiviteitsgroei in het onderwijs (bijvoorbeeld door schaalvoordelen) is beperkt. Misschien kan de onderwijssector leren van de zorgsector waar door een betere inzet van technologie wel productiviteitsgroei wordt gerealiseerd.
Fusies in het hoger onderwijs zullen niet de kwaliteit van hoger onderwijs verhogen Wel de salarissen van ‘topbestuurders’ nu het zichzelf toekennen van bonussen verdacht is geworden. Het zal niet alleen leiden tot diploma-inflatie maar ook tot onderwijsinflatie. ‘Professor’ is al geen beschermde titel en binnenkort kan iedereen voor universiteitje spelen. Het feit dat de meeste universitaire studenten een niet-wetenschappelijke loopbaan kiezen is geen argument om hoger beroepsonderwijs te upgraden zolang er geen selectie aan de poort is op basis van inhoudelijke studiemotivatie: nothing as practical as good scientific theory.
Fusies leiden tot massa en niet tot diversiteit, maatwerk of andere vormen van wettelijk toegestane discriminatie. Juist in de massa verdwijnt het persoonlijke: We are all individuals. Alles lijkt dan op alles, maar dan minder goed. Ooit deed Charlie Chaplin incognito mee aan zijn eigen look-alike wedstrijd: hij werd derde. Ik bedoel maar.
Overigens ben ik van mening dat Geert Wilders een vergelijking mag trekken tussen de ‘Koran’ en ‘Mein Kampf’.
Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepeneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Docenten in het basis- of middelbaar onderwijs, mbo of hbo mogen eenmaal in hun carrière een ‘lerarenbeurs’ aanvragen. De beurs is bedoeld om hen voor het leraarschap te behouden door hun loopbaan interessanter te maken. Tot nu toe maakten 14.000 leraren van de beurs gebruik, ongeveer tweederde voor een bachelor- of masteropleiding, de rest voor een kortere opleiding.
Collegegeld
De lerarenbeurs vergoedt maximaal drie jaar lang een collegegeld tot 3500 euro per jaar. Onderwijsbond CNV voorziet dat veel docenten volgend jaar een hoger bedrag kwijt zijn. “De meeste leraren hebben al een opleiding achter de rug”, zegt bestuurder Willem Jelle Berg. “Een basisschoolleraar met een pabo-diploma moet straks dus het instellingscollegegeld betalen om bijvoorbeeld een lerarenopleiding op bachelorniveau te volgen. Dat kan in de duizenden euro’s lopen.” Een masteropleiding na een bachelor kan overigens wel tegen het wettelijke collegegeld worden gevolgd.
Uitleg
CNV Onderwijs heeft het ministerie van onderwijs om uitleg gevraagd. “Dat zegt: ga maar ‘shoppen’ voor de goedkoopste opleiding”, aldus Berg. “Maar als je in Groningen woont, wil je niet naar Tilburg voor je studie. Zeker niet als je ernaast nog moet werken.”
De tweede studie wordt overigens niet duurder voor studenten die hun eerste diploma vóór 1991 behaalden. Bovendien geldt voor de onderwijssector – net als voor de zorg – een uitzondering: studenten die nog geen onderwijsdiploma hebben, kunnen voor het lage tarief een lerarenopleiding als tweede studie volgen. Echter, een tweede bachelor of master in het onderwijs of de zorg behalen kan alleen tegen het hoge instellingscollegegeld.
Comments are closed.