Education

Rinnooy Kan in commissie-Veerman

SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan wordt lid van de commissie die het Nederlandse hoger onderwijsstelsel gaat onderzoeken.

Ook collegevoorzitter Ron Bormans van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen treedt toe. Het ministerie van OCW heeft dit woensdag 7 oktober bekendgemaakt.

Eerder was uitgelekt dat Koen Geven, oud-voorzitter van de European Students Union, was gevraagd, net als Ellen Hazelkorn, decaan van de Graduate Research School van het Dublin Institute of Technology en Robert Berdahl, voorzitter van de Amerikaanse universiteitenvereniging en voormalig collegevoorzitter van de universiteit van Berkeley.

Internationale vergelijking

De commissie staat onder leiding van oud-landbouwminister en universiteitsbestuurder Cees Veerman. Ze gaat het Nederlandse onderwijsstelsel aan een internationale vergelijking onderwerpen. Grote vraag is of het huidige stelsel de toename en groeiende diversiteit van de studentenpopulatie aankan en of het internationaal goed herkenbaar is.

De commissie adviseert minister Plasterk in februari 2010. Bij de opening van het academisch jaar bepleitte Plasterk meer keuzemogelijkheden voor studenten. Later verduidelijkte hij dat hij het hbo en het wo niet wil laten fuseren. “Integendeel, ik hoop dat we het hoger onderwijs diverser kunnen maken. Nu is er met óf hbo, óf universiteit te weinig keuze. Ik zou meer keuze willen bieden.”

Van den Brink, die in april hoopt te promoveren, onderzocht bijna duizend dossiers van solliciatieprocedures voor hoogleraarsbenoemingen en interviewde ruim zestig leden van sollicitatiecommissies. Meestal zijn dat mannen onder elkaar, want de regel dat er een vrouw bij moet zitten wordt zelden nageleefd.

Onderling bespreken de heren of een vrouwelijke sollicitant het aan kan: een hoogleraarschap combineren met kinderen thuis. Vrouwen die een kans willen maken, moeten overtuigend uitleggen hoe ze dat regelen. Aan mannen, die vaak ook een gezin hebben, wordt zoiets niet gevraagd.

Volgens leden van de sollicitatiecommissies verlopen benoemingen volgens de regels, met een advertentie in de krant. Maar in de praktijk wordt de hoogleraarspost vaak ‘onder ons’ verdeeld. Vrouwen zitten meestal niet in een mannennetwerk en maken daarom minder kans. Van den Brink in Vrij Nederland: “Ik realiseerde me dat de officiële procedure alleen op papier bestaat.”

Programma’s zoals Aspasia, waarbij vrouwen positief gediscrimineerd worden, helpen niet structureel. Tijdens de looptijd van het programma worden er weliswaar meer vrouwen aangesteld, maar na het beëindigen van het programma verdwijnt dat effect weer.

Dat vrouwen op hoogleraarsposten nog steeds onderbedeeld zijn, is overigens al jaren bekend. Eind 2006 was slechts 10,6 procent van alle hoogleraren vrouw, blijkt uit een inventarisatie van het Centrum voor Gender en Diversiteit van de Universiteit Maastricht. Eind jaren negentig was dat slechts 5,5 procent.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.