Als andere EU-lidstaten willen weten hoe ze universiteiten en bedrijven nader tot elkaar kunnen brengen, moeten ze eens naar Nederland kijken. Of naar landen als Denemarken, Finland, Duitsland en Groot-Brittannië.
De unie wil haar lidstaten aanmoedigen om hun hoger onderwijs te ‘moderniseren’. Om de economie weer aan te zwengelen, zouden kennis en commercie beter op elkaar moeten aansluiten. Daarom richtte de EU vorig jaar een forum op voor de ‘dialoog tussen universiteiten en bedrijfsleven’.
Kijk bijvoorbeeld eens naar het Nederlandse Telematica Instituut, schrijven ambtenaren van de Europese Commissie in een nieuw rapport. In dit ‘technologische topinstituut’, dat tegenwoordig Novay heet, werken universiteiten en bedrijfsleven samen. Zo zou dat in meer lidstaten moeten gebeuren.
Het rapport prijst ook de Nederlandse ‘bijzonder hoogleraren’, die vaak door het bedrijfsleven worden betaald en meestal een commerciële achtergrond hebben. In andere landen heeft het soms vervelende gevolgen voor pensioen en sociale zekerheid als wetenschappers twee paden tegelijk bewandelen.
Bovendien juichen de rapporteurs het toe dat Nederlandse studenten verhoudingsgewijs vaak stagelopen bij bedrijven. Het gekozen voorbeeld is overigens niet zo sterk: de rapporteurs beweren dat veertig procent van de studenten aan de Rijksuniversiteit Groningen voor een stage naar het buitenland gaat. Navraag leert dat dit percentage alleen voor de letterenfaculteit geldt.
Het beleid in Nederland leidt volgens de rapporteurs tot een toename van contractonderzoek en ‘strategische allianties’. Zij waarderen de rol van adviesorganen als de SER en de AWT.
VVD-voorman Mark Rutte haalde zich als staatssecretaris van hoger onderwijs de woede van universiteits- en hbo-bestuurders op de hals toen hij de studenten aanspoorde om eens een paar dagen een faculteit te bezetten als er niet naar hen geluisterd werd. “Daar zijn heel praktische middelen voor”, zei hij destijds in het tv-programma ‘Netwerk’. “Lint kopen, het bord vinden waar de stoppen op zitten, noem maar op.” Hij wilde wel met de koffie rondgaan.
Daar staat hij nog altijd achter, zegt zijn woordvoerder nu: “De grens ligt volgens de VVD bij de wet. Een faculteit bezetten valt binnen de wet, want je mag demonstreren. Alleen kun je niet een jaar lang blijven zitten. Vernielingen, geweld en bedreigingen zijn natuurlijk uit den boze.”
Daar kunnen de studentenbonden zich wel in vinden. “Geen vernielingen, geen persoonlijk leed en geen geweld”, zegt ISO-voorzitter Merel van Wanrooij. “En we moeten altijd eerst proberen om met elkaar rond de tafel te zitten. Actie is het allerlaatste redmiddel.”
“Radicalere studentenacties, zoals de bezetting van de Hoftoren in januari 2003, worden niet door de LSVb georganiseerd”, legt János Betkó van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) uit. “Meestal kennen we de actievoerders wel, maar ze richten dan een eigen platform op. Zulke acties vallen de LSVb dus nooit aan te rekenen.”
De Delftse studentenvakbond VSSD sluit zich bij de landelijke bonden aan. “We voeren liever geen actie”, zegt voorzitter Thomas Dekker. “Niet omdat we ons angst laten inboezemen door de landelijke heksenjacht op linkse actievoerders. Maar de tijden zijn veranderd. Er is minder noodzaak tot actie voeren. Studenten zijn nu vanaf het begin bij besluitvorming betrokken.”
Niet dat de VSSD niet op de barricaden zou klimmen als overleg spaak loopt. “We zouden niet meteen staken of een faculteit bezetten. Jaren geleden hebben we eens de Mekelweg bezet tegen de harde knip. Dat hebben we van tevoren aangekondigd.” Op dit moment zijn er overigens geen onderwerpen die tot actie zouden kunnen leiden, zegt Dekker.
UvA-hoogleraar politicologie Meindert Fennema ziet de huidige generatie studenten geen harde acties voeren. “De studentenbeweging bestaat niet meer. Er zijn nog wel studentenorganisaties, maar er beweegt helemaal niets. Moet je hun ledenaantallen maar eens opvragen. Iemand als Maarten van Poelgeest [LSVb-voorzitter 1987-1989, red.] was eerder de laatste dan de eerste studentenleider.”
Ook hoogleraar sociale psychologie Bert Klandermans van de Vrije Universiteit ziet de studentenprotesten niet snel terugkeren. “Activisme kun je niet uit het niets creëren. Bovendien moeten er organisaties zijn die vorm geven aan eventuele onvrede. LSVb en ISO zijn daarvoor te zeer opgegaan in het overlegcircuit.” Maar het zou kunnen dat de scholieren van nu, die protesteerden tegen de 1040-urennorm, het protest met zich meenemen naar het hoger onderwijs. Klandermans: “Als een generatie eenmaal heeft leren protesteren, verhuist die vaardigheid vaak mee als ze op andere posities in de samenleving terechtkomen. Daar is onderzoek naar gedaan.”
Toen studenten in 2005 in Amsterdam het roemruchte Maagdenhuis bezetten in protest tegen de ‘leerrechtenplannen’ van Mark Rutte, wilde de VVD-staatssecretaris niet met hen praten. En dat terwijl hij zelf tot actie had opgeroepen, smaalden de studenten. Het pand werd hardhandig ontruimd en de actievoerders moesten boetes betalen. De studentenbonden deden vervolgens aangifte tegen Rutte wegens opruiing, maar dat heeft nergens toe geleid.
Comments are closed.