Intermediair-journalist Kees Versluis is een liefhebber van Duitsland. In zijn boek ‘De sympathieke reus’ legt hij uit waarom.
Het schrijven was hem een gruwel, de eerste maanden. “Ik begon met een heleboel boeken over Duitsland te lezen. Daarna lukte het me maar niet om de goede toon te pakken te krijgen.”
Een beproeving. “Tot ik op een dag besefte: ik heb nu nog precies drie maanden om het manuscript in te leveren. Dat betekent dat ik drieduizend woorden per week moet schrijven.” Vanaf dat moment ging het beter. “Deadlines, structuur, die houvast heb ik kennelijk nodig.”
Nu heeft Kees Versluis een boek op zijn naam staan. “Of dat mijn aanzien als journalist verhoogd heeft? Een beetje wel, merk ik. Maar in een half jaar een boek schrijven is makkelijker dan in zo’n periode twintig verschillende reportages produceren. Je hoeft niet steeds over te schakelen op een nieuw onderwerp.”
Versluis wilde op zijn achttiende romanschrijver worden, maar ging toch maar wiskunde studeren in Delft. Om daar al snel als studentredacteur bij Delta te belanden. Zijn familie begreep niets van zijn ambitie om journalist te worden. “Mijn vader was docent bij Maritieme Techniek. Journalistiek werd niet gezien als een serieus beroep, zeker niet voor iemand die wiskunde en filosofie studeerde.”
Versluis heeft echter nog lang geen genoeg van zijn vak. Over de vraag welk beroep hij gekozen zou hebben als hij niet via Delta de journalistiek was ingerold, moet hij even nadenken. “In de zomer van 2003 heb ik serieus overwogen om wiskundeleraar te worden. Ik was het freelancen zat. Gelukkig heb ik toen nog even gebeld naar Intermediair om ze te vragen of ze mijn te laat ingestuurde sollicitatiebrief hadden gelezen. Mijn brief werd toen van een stapeltje geplukt, en uiteindelijk kreeg ik de baan.”
Lees je zijn interviews in Intermediair, dan valt op dat hij harde, ongemakkelijke vragen durft te stellen. “Ik heb geleerd het gesprek niet met zulke vragen te beginnen, want dan klappen mensen dicht. De toon is ook belangrijk. Op papier lijkt het altijd harder. En mensen vinden het vaak een aardige vuurproef om een pittig interview te ondergaan.”
Zwartkijken
Hij leerde het op de lagere school en van zijn ouders: Duitsers blijven Duitsers. Een arrogant, oorlogszuchtig volk waar je maar beter niet al te innig mee kon omgaan.
In de vroege jaren negentig begon Versluis door het herenigde Duitsland te reizen. Het clichébeeld uit zijn jeugd begon al snel barsten te vertonen. In zijn boek rekent hij er definitief mee af.
Ontmoetingen met hautaine Duitsers vormen een uitzondering in ‘De sympathieke reus’. Vooral de jongere generaties blijken volstrekt anders te zijn: idealistisch, open en bescheiden. En ja, ook hardwerkend en serieus, maar die cliché-eigenschappen hebben zo hun voordelen. De ‘nieuwe’ Duitser is een burger waar de rest van Europa een voorbeeld aan kan nemen, concludeert Versluis.
Met zo’n stelling kreeg je tien jaar geleden nog half Nederland op de kast. Maar we zijn inmiddels positiever gaan denken over onze oosterburen. Komt het boek daarom niet net te laat?
“De anti-Duitse sentimenten lijken op hun retour”, erkent Versluis. “Maar Nederlanders weten feitelijk net zo weinig over Duitsland als in de tijd dat het bon ton was om vol afkeer over Duitsers te praten.”
In 2006 reisde Versluis voor Intermediair twee weken door Duitsland. ‘Op zoek naar de ziel van Duitsland’, heette zijn reportage. Toen uitgeverij Bert Bakker hem vroeg een boek over het nieuwe Duitsland te schrijven, aarzelde hij. “Ik had een reisboek in gedachten. Mijn uitgever dacht aan een gids. Uiteindelijk heeft hij me ervan overtuigd dat je beide genres kunt combineren.”
‘De sympathieke reus’ is niet één onafgebroken lofzang op Duitsland. Versluis heeft oog voor de keerzijde van de Duitse drang om te excelleren: een bodemloos pessimisme. “Zodra de economie even hapert, slaat de wanhoop toe. Ook bij jonge mensen. Die neiging tot zwartkijken is de slechtste eigenschap van deze generatie Duitsers. Het getob doet overigens wel vermoeden dat hun prestatiedrang eerder uit een minderwaardigheidscomplex voortkomt dan uit arrogantie.”
‘De sympathieke reus’ gaat over het Duitsland van nu, maar Versluis laat zien hoezeer de Tweede Wereldoorlog het denken van de nieuwe generatie Duitsers nog altijd bepaalt. “Je zou verwachten dat ze zich afzetten tegen de last van het verleden, maar daarvoor is het schuldgevoel over de oorlog te sterk verankerd in hun bewustzijn.” Dat heeft positieve kanten, meent Versluis. “Jonge Duitsers willen vaak een actieve bijdrage leveren aan een betere wereld. En ze stellen zich in het buitenland bescheiden op.” Niet voor niets had Versluis zijn boek oorspronkelijk ‘De nederige reus’ willen noemen. Dat vond de uitgever te negatief klinken.
Anarchistische sfeer
Die huiver om in oude fouten te vervallen zit Duitsland soms in de weg. Versluis: “Dat zag je recentelijk in Afghanistan. De Navo-bondgenoten vinden dat Duitsland ook troepen naar de gevaarlijkere zuidelijke provincies moet sturen. Maar de Duitse regering wil Duitse troepen niet actief aan een oorlog in het buitenland deel laten deelnemen.”
Helemaal overtuigend is dat argument niet, vindt Versluis. “Ten tijde van de Kosovo-crisis heeft ook Duitsland deelgenomen aan de bombardementen die Servië op de knieën moesten dwingen. Die houding is dus al in 1999 losgelaten. Maar bondskanselier Angela Merkel is voorzichtiger dan haar voorganger Gerhard Schröder. Duitsland worstelt nog steeds met zijn rol van grote speler in de internationale politiek.”
Versluis trekt in zijn boek regelmatig de vergelijking tussen Nederland en Duitsland en meestal valt die in het voordeel van de grote broer uit. Duitsers vergaderen efficiënter. Duitsers wachten netjes tot voetgangers het zebrapad zijn overgestoken. En Duitsers kennen hun grote schrijvers.
“In Duitsland hecht men meer waarde aan cultuur en algemene ontwikkeling”, beaamt Versluis. “Bij de jongste generatie Duitsers is dat wel minder, die gaat minder vaak naar het theater. Maar er is nog altijd een groot niveauverschil met Nederland.”
Kranten als de Frankfurter Allgemeine Zeitung en de Súddeutsche Zeitung stellen de Nederlandse kwaliteitskranten in de schaduw, vindt hij. “De artikelen zijn doorgaans beter geschreven en beter gecheckt.”
Het viel Versluis op dat bij zulke kranten elke redacteur in een eigen kamer werkt. “Redacteuren waren stomverbaasd toen ik ze vertelde dat Nederlandse journalisten in kantoortuinen werken. Hoe kon ik me zo concentreren? Ik moet toegeven dat ik mijn stukken soms vroeg in de ochtend schrijf, omdat ik me overdag op de drukke redactie onvoldoende kan concentreren.”
Zelfs wie niets met Duitsland heeft, zal toch enige Reisenfieber voelen kriebelen tijdens het lezen van het hoofdstuk over Berlijn. “Economisch gezien gaat het helemaal niet goed met die stad, maar door de anarchistische sfeer en de krankzinnig lage huren werkt Berlijn als een magneet op internationaal creatief talent. Dat is uniek in de wereld.”
Een correspondentschap in Berlijn zou Versluis dan ook niet afslaan. Een andere droom . een roman schrijven . blijkt springlevend: Versluis heeft zijn deeltijdstudie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam onlangs weer opgepakt.
Naam: Kees Versluis
Leeftijd: 38
Woonplaats: Amsterdam
Verliefd/verloofd/getrouwd: Verliefd
Studie: wiskunde; filosofie van de exacte wetenschappen; sociale wijsbegeerte (Leiden)
Afstudeerjaren: 1995, 1996 en 1998
Loopbaan: Kees Versluis werkt sinds 2003 voor Intermediair . eerst als wetenschapsredacteur, tegenwoordig als algemeen verslaggever die zich heeft toegelegd op grote interviews en achtergrondartikelen. Zijn journalistieke leerschool was Delta, waar hij een klein jaar hoofdredacteur is geweest. Als freelancer schreef hij onder meer voor Filosofie Magazine en het Parool.
Kees Versluis, ‘De sympathieke reus: cultuurwijzer voor het moderne Duitsland’. Uitgeverij Bert Bakker, 2008.
Het schrijven was hem een gruwel, de eerste maanden. “Ik begon met een heleboel boeken over Duitsland te lezen. Daarna lukte het me maar niet om de goede toon te pakken te krijgen.”
Een beproeving. “Tot ik op een dag besefte: ik heb nu nog precies drie maanden om het manuscript in te leveren. Dat betekent dat ik drieduizend woorden per week moet schrijven.” Vanaf dat moment ging het beter. “Deadlines, structuur, die houvast heb ik kennelijk nodig.”
Nu heeft Kees Versluis een boek op zijn naam staan. “Of dat mijn aanzien als journalist verhoogd heeft? Een beetje wel, merk ik. Maar in een half jaar een boek schrijven is makkelijker dan in zo’n periode twintig verschillende reportages produceren. Je hoeft niet steeds over te schakelen op een nieuw onderwerp.”
Versluis wilde op zijn achttiende romanschrijver worden, maar ging toch maar wiskunde studeren in Delft. Om daar al snel als studentredacteur bij Delta te belanden. Zijn familie begreep niets van zijn ambitie om journalist te worden. “Mijn vader was docent bij Maritieme Techniek. Journalistiek werd niet gezien als een serieus beroep, zeker niet voor iemand die wiskunde en filosofie studeerde.”
Versluis heeft echter nog lang geen genoeg van zijn vak. Over de vraag welk beroep hij gekozen zou hebben als hij niet via Delta de journalistiek was ingerold, moet hij even nadenken. “In de zomer van 2003 heb ik serieus overwogen om wiskundeleraar te worden. Ik was het freelancen zat. Gelukkig heb ik toen nog even gebeld naar Intermediair om ze te vragen of ze mijn te laat ingestuurde sollicitatiebrief hadden gelezen. Mijn brief werd toen van een stapeltje geplukt, en uiteindelijk kreeg ik de baan.”
Lees je zijn interviews in Intermediair, dan valt op dat hij harde, ongemakkelijke vragen durft te stellen. “Ik heb geleerd het gesprek niet met zulke vragen te beginnen, want dan klappen mensen dicht. De toon is ook belangrijk. Op papier lijkt het altijd harder. En mensen vinden het vaak een aardige vuurproef om een pittig interview te ondergaan.”
Zwartkijken
Hij leerde het op de lagere school en van zijn ouders: Duitsers blijven Duitsers. Een arrogant, oorlogszuchtig volk waar je maar beter niet al te innig mee kon omgaan.
In de vroege jaren negentig begon Versluis door het herenigde Duitsland te reizen. Het clichébeeld uit zijn jeugd begon al snel barsten te vertonen. In zijn boek rekent hij er definitief mee af.
Ontmoetingen met hautaine Duitsers vormen een uitzondering in ‘De sympathieke reus’. Vooral de jongere generaties blijken volstrekt anders te zijn: idealistisch, open en bescheiden. En ja, ook hardwerkend en serieus, maar die cliché-eigenschappen hebben zo hun voordelen. De ‘nieuwe’ Duitser is een burger waar de rest van Europa een voorbeeld aan kan nemen, concludeert Versluis.
Met zo’n stelling kreeg je tien jaar geleden nog half Nederland op de kast. Maar we zijn inmiddels positiever gaan denken over onze oosterburen. Komt het boek daarom niet net te laat?
“De anti-Duitse sentimenten lijken op hun retour”, erkent Versluis. “Maar Nederlanders weten feitelijk net zo weinig over Duitsland als in de tijd dat het bon ton was om vol afkeer over Duitsers te praten.”
In 2006 reisde Versluis voor Intermediair twee weken door Duitsland. ‘Op zoek naar de ziel van Duitsland’, heette zijn reportage. Toen uitgeverij Bert Bakker hem vroeg een boek over het nieuwe Duitsland te schrijven, aarzelde hij. “Ik had een reisboek in gedachten. Mijn uitgever dacht aan een gids. Uiteindelijk heeft hij me ervan overtuigd dat je beide genres kunt combineren.”
‘De sympathieke reus’ is niet één onafgebroken lofzang op Duitsland. Versluis heeft oog voor de keerzijde van de Duitse drang om te excelleren: een bodemloos pessimisme. “Zodra de economie even hapert, slaat de wanhoop toe. Ook bij jonge mensen. Die neiging tot zwartkijken is de slechtste eigenschap van deze generatie Duitsers. Het getob doet overigens wel vermoeden dat hun prestatiedrang eerder uit een minderwaardigheidscomplex voortkomt dan uit arrogantie.”
‘De sympathieke reus’ gaat over het Duitsland van nu, maar Versluis laat zien hoezeer de Tweede Wereldoorlog het denken van de nieuwe generatie Duitsers nog altijd bepaalt. “Je zou verwachten dat ze zich afzetten tegen de last van het verleden, maar daarvoor is het schuldgevoel over de oorlog te sterk verankerd in hun bewustzijn.” Dat heeft positieve kanten, meent Versluis. “Jonge Duitsers willen vaak een actieve bijdrage leveren aan een betere wereld. En ze stellen zich in het buitenland bescheiden op.” Niet voor niets had Versluis zijn boek oorspronkelijk ‘De nederige reus’ willen noemen. Dat vond de uitgever te negatief klinken.
Anarchistische sfeer
Die huiver om in oude fouten te vervallen zit Duitsland soms in de weg. Versluis: “Dat zag je recentelijk in Afghanistan. De Navo-bondgenoten vinden dat Duitsland ook troepen naar de gevaarlijkere zuidelijke provincies moet sturen. Maar de Duitse regering wil Duitse troepen niet actief aan een oorlog in het buitenland deel laten deelnemen.”
Helemaal overtuigend is dat argument niet, vindt Versluis. “Ten tijde van de Kosovo-crisis heeft ook Duitsland deelgenomen aan de bombardementen die Servië op de knieën moesten dwingen. Die houding is dus al in 1999 losgelaten. Maar bondskanselier Angela Merkel is voorzichtiger dan haar voorganger Gerhard Schröder. Duitsland worstelt nog steeds met zijn rol van grote speler in de internationale politiek.”
Versluis trekt in zijn boek regelmatig de vergelijking tussen Nederland en Duitsland en meestal valt die in het voordeel van de grote broer uit. Duitsers vergaderen efficiënter. Duitsers wachten netjes tot voetgangers het zebrapad zijn overgestoken. En Duitsers kennen hun grote schrijvers.
“In Duitsland hecht men meer waarde aan cultuur en algemene ontwikkeling”, beaamt Versluis. “Bij de jongste generatie Duitsers is dat wel minder, die gaat minder vaak naar het theater. Maar er is nog altijd een groot niveauverschil met Nederland.”
Kranten als de Frankfurter Allgemeine Zeitung en de Súddeutsche Zeitung stellen de Nederlandse kwaliteitskranten in de schaduw, vindt hij. “De artikelen zijn doorgaans beter geschreven en beter gecheckt.”
Het viel Versluis op dat bij zulke kranten elke redacteur in een eigen kamer werkt. “Redacteuren waren stomverbaasd toen ik ze vertelde dat Nederlandse journalisten in kantoortuinen werken. Hoe kon ik me zo concentreren? Ik moet toegeven dat ik mijn stukken soms vroeg in de ochtend schrijf, omdat ik me overdag op de drukke redactie onvoldoende kan concentreren.”
Zelfs wie niets met Duitsland heeft, zal toch enige Reisenfieber voelen kriebelen tijdens het lezen van het hoofdstuk over Berlijn. “Economisch gezien gaat het helemaal niet goed met die stad, maar door de anarchistische sfeer en de krankzinnig lage huren werkt Berlijn als een magneet op internationaal creatief talent. Dat is uniek in de wereld.”
Een correspondentschap in Berlijn zou Versluis dan ook niet afslaan. Een andere droom . een roman schrijven . blijkt springlevend: Versluis heeft zijn deeltijdstudie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam onlangs weer opgepakt.
Naam: Kees Versluis
Leeftijd: 38
Woonplaats: Amsterdam
Verliefd/verloofd/getrouwd: Verliefd
Studie: wiskunde; filosofie van de exacte wetenschappen; sociale wijsbegeerte (Leiden)
Afstudeerjaren: 1995, 1996 en 1998
Loopbaan: Kees Versluis werkt sinds 2003 voor Intermediair . eerst als wetenschapsredacteur, tegenwoordig als algemeen verslaggever die zich heeft toegelegd op grote interviews en achtergrondartikelen. Zijn journalistieke leerschool was Delta, waar hij een klein jaar hoofdredacteur is geweest. Als freelancer schreef hij onder meer voor Filosofie Magazine en het Parool.
Kees Versluis, ‘De sympathieke reus: cultuurwijzer voor het moderne Duitsland’. Uitgeverij Bert Bakker, 2008.
Comments are closed.