Steeds meer partijen mengen zich in de discussie over de kennismakingstijd. De aanstichter van alle ophef wil niet meer reageren.De vader die vier weken geleden een boze brief stuurde naar NRC Handelsblad over de kennismakingstijd van zijn zoon bij het corps vindt het niet zinnig om nog op het onderwerp in te gaan.
Hij wil rust, net als zijn zoon.
Van rust is op de TU, binnen de studentenverenigingen en zelfs in de Delftse gemeentepolitiek geen sprake. De adviescommissie introductietijden Delft (AID) kwam begin deze week bijeen en besloot in overleg te gaan met de verenigingsraad en het college van bestuur (cvb). De vragen die tijdens die gesprekken op tafel liggen: hoe moeten de regels voor de kennismakingstijd (KMT) worden aangepast en wie controleert op welke manier of de verenigingen ze naleven?
Het Delftsch Studenten Corps (DSC) debatteerde vorige week achter gesloten deuren met de leden over de toekomst van de KMT. Conclusies hebben zij nog niet getrokken, maar iedereen gaat de komende tijd voor zichzelf nadenken hoe het verder moet. Dat geldt ook voor de oud-leden, die met een meer afstandelijke blik naar de introductietijd zullen kijken.
Ook de andere Delftse studentenverenigingen gaan volgens de verenigingsraad (VeRa) hun leden raadplegen over wat er moet veranderen aan de KMT. Binnen de VeRa zelf is volgens voorzitter Sanne van den Heuvel veel gesproken over de perikelen rondom het corps. De raad heeft nog geen officieel contact gehad met het college van bestuur van de TU, veel verenigingen afzonderlijk wel. “Dit komt doordat ze niet allemaal een KMT hebben en de programma’s onderling sterk verschillen.”
De verenigingen zijn vooral bang dat het voorval bij het corps een ‘negatief beeld schept van studenten en Delftse studentenverenigingen’, weet Van den Heuvel. “Het is aan ons om dit samen om te buigen tot een positief beeld.”
De gemeenteraadsfracties van SP en CDA willen daar niet op wachten. Zij vinden dat de gemeente stelling moet nemen tegen misstanden tijdens de ontgroening. De SP stelt officiële vragen aan burgemeester en wethouders, het CDA bepleit op zijn website het intrekken van de horecavergunning van het corps.
De laatste partij geeft ook een sneer aan het adres van studentenpartij Stip. “Zij zouden bij uitstek degenen moeten zijn die stelling nemen tegen deze uitwassen van het studentenleven. Maar dat is kennelijk te veel gevraagd.”
Frank Gorte van Stip zegt desgevraagd dat hij natuurlijk betreurt wat er is gebeurd bij het corps. “Maar het is niet aan de gemeente om zich daarin te mengen. Dit gebeurt binnen een vereniging, dat valt niet onder de openbare orde.”
De senaat van het corps heeft intussen steun gezocht buiten Delft. Het DSC heeft de eigen KMT met de anderen vergeleken en ‘kritisch geëvalueerd’, aldus de senaatspresident. De conclusies houdt ze voor zich.
Steeds meer partijen mengen zich in de discussie over de kennismakingstijd. De aanstichter van alle ophef wil niet meer reageren.
De vader die vier weken geleden een boze brief stuurde naar NRC Handelsblad over de kennismakingstijd van zijn zoon bij het corps vindt het niet zinnig om nog op het onderwerp in te gaan. Hij wil rust, net als zijn zoon.
Van rust is op de TU, binnen de studentenverenigingen en zelfs in de Delftse gemeentepolitiek geen sprake. De adviescommissie introductietijden Delft (AID) kwam begin deze week bijeen en besloot in overleg te gaan met de verenigingsraad en het college van bestuur (cvb). De vragen die tijdens die gesprekken op tafel liggen: hoe moeten de regels voor de kennismakingstijd (KMT) worden aangepast en wie controleert op welke manier of de verenigingen ze naleven?
Het Delftsch Studenten Corps (DSC) debatteerde vorige week achter gesloten deuren met de leden over de toekomst van de KMT. Conclusies hebben zij nog niet getrokken, maar iedereen gaat de komende tijd voor zichzelf nadenken hoe het verder moet. Dat geldt ook voor de oud-leden, die met een meer afstandelijke blik naar de introductietijd zullen kijken.
Ook de andere Delftse studentenverenigingen gaan volgens de verenigingsraad (VeRa) hun leden raadplegen over wat er moet veranderen aan de KMT. Binnen de VeRa zelf is volgens voorzitter Sanne van den Heuvel veel gesproken over de perikelen rondom het corps. De raad heeft nog geen officieel contact gehad met het college van bestuur van de TU, veel verenigingen afzonderlijk wel. “Dit komt doordat ze niet allemaal een KMT hebben en de programma’s onderling sterk verschillen.”
De verenigingen zijn vooral bang dat het voorval bij het corps een ‘negatief beeld schept van studenten en Delftse studentenverenigingen’, weet Van den Heuvel. “Het is aan ons om dit samen om te buigen tot een positief beeld.”
De gemeenteraadsfracties van SP en CDA willen daar niet op wachten. Zij vinden dat de gemeente stelling moet nemen tegen misstanden tijdens de ontgroening. De SP stelt officiële vragen aan burgemeester en wethouders, het CDA bepleit op zijn website het intrekken van de horecavergunning van het corps.
De laatste partij geeft ook een sneer aan het adres van studentenpartij Stip. “Zij zouden bij uitstek degenen moeten zijn die stelling nemen tegen deze uitwassen van het studentenleven. Maar dat is kennelijk te veel gevraagd.”
Frank Gorte van Stip zegt desgevraagd dat hij natuurlijk betreurt wat er is gebeurd bij het corps. “Maar het is niet aan de gemeente om zich daarin te mengen. Dit gebeurt binnen een vereniging, dat valt niet onder de openbare orde.”
De senaat van het corps heeft intussen steun gezocht buiten Delft. Het DSC heeft de eigen KMT met de anderen vergeleken en ‘kritisch geëvalueerd’, aldus de senaatspresident. De conclusies houdt ze voor zich.
Comments are closed.