Meedenken met het college van bestuur over de strategie van de TU Delft. En er over waken dat het college de juiste koers aanhoudt. Ziedaar de hoofdtaken van de raad van toezicht.
Ex-Fugro-topman Gert-Jan Kramer, voorzitter sinds medio 2005, over lastige benoemingen, de harde knip en het cruciale verschil tussen macht en invloed.
Was u verrast toen u vorig jaar door de minister van onderwijs werd benoemd tot voorzitter van de raad van toezicht?
“Ja, toch wel. Ik was nog president-directeur van ingenieursbureau Fugro. Pas na mijn pensionering, eind 2005, had ik tijd om de faculteiten te bezoeken. Ik heb hier in de vroege jaren zestig weg- en waterbouwkunde gestudeerd. Ik heb in Delft veel plezier gehad, en voel me nog altijd met de universiteit verbonden. Dan mag je wel iets terugdoen.”
Waarom koos u destijds voor civiele techniek?
“Het was een brede opleiding, en ik heb altijd gehouden van het water. Ik kom niet uit een ingenieursgeslacht, maar uit een familie van bloembollenkwekers. In mijn familie spraken ze dankzij de bloembollenhandel vijf of zes talen, maar gestudeerd had bijna niemand, op enkele dominees na. Ik had het geluk deel uit te maken van de eerste generatie die in groten getale kon studeren. Daarvoor was het gebruikelijk dat je de mulo in je dorp bezocht, om daarna meteen te gaan werken. Wij kregen de kans om naar een lyceum in een stad verderop te gaan en vervolgens te studeren. De tijd dat je automatisch hetzelfde vak ging doen als je vader, was voorbij.”
Heeft u dat overwogen?
“Nee. Mijn vader was van mening dat ik beter iets anders kon gaan doen.”
Hoe volgt u wat er op de TU Delft speelt?
“Vooral door te praten met mensen. En zoals overal op de wereld, worden ook op de TU Delft dikke beleidsnota’s geproduceerd.”
En die worstelt u allemaal door?
“Als ze echt dik zijn, vraag ik om een samenvatting.”
De Volkskrant plaatste u op nummer 98 van de top-200 van meest invloedrijke mensen.
“Dat heb ik ook gehoord. Geen flauw idee hoe ze tot die top-200 zijn gekomen.”
Ze hebben onder meer gekeken naar netwerken. Zoals de Mahler Kring van het Concertgebouw.
“Ah, stond dat er ook in? Ja, daar ben ik lid van.”
Is dat een verbond van invloedrijke mensen?
“Nee hoor, helemaal niet. Het Concertgebouw is een muziekcentrum. Mensen gaan daar naar toe om naar muziek te luisteren.”
En te netwerken?
“Ach, het is leuk hoor, zo’n artikel. Maar of het nou allemaal klopt… Welke criteria leggen ze aan om invloed te meten, hoe wegen ze die tegen elkaar af? Ik had ook best op nummer 201 kunnen staan. Ik zeg niet dat het een slecht onderzoek is, maar de auteurs weten niet echt hoe zo’n netwerk functioneert. Als er al sprake is van een netwerk.”
Toch is het niet raar dat men denkt: in zo’n Mahler Kring zitten veel mensen met interessante contacten en belangrijke commissariaten, die zullen het vast niet alléén over klassieke muziek hebben.
“Er is geen programma dat zegt: eerst gaan we een uurtje over business praten en dan een uurtje over klassieke muziek. Absoluut niet. Dat maakt het juist zo prettig. Ja, je komt er wel eens iemand tegen die je anders zou hebben opgebeld. Maar men zoekt daar te veel achter.”
Is het overdreven om te stellen dat u macht heeft?
“Nu heb je het over macht in plaats van invloed. Dat zijn twee heel verschillende begrippen.”
Nederland is het land waar niemand zichzelf macht wil toeschrijven. Het is altijd ‘invloed’.
“Als een soort camouflagewoord voor macht, bedoel je? Een ceo van een Amerikaans bedrijf heeft macht. Een voorzitter van een raad van toezicht of raad van commissarissen heeft invloed. Het is ook een kwestie van bevoegdheden.”
Stel: een nieuw college van bestuur kan het straks op een aantal belangrijke punten niet eens worden.
“Laat ik benadrukken dat me dat een zeer hypothetisch geval lijkt. Maar goed, dan heb je een majeur probleem.”
Wat kan de raad van toezicht in zo’n geval doen?
“Je moet eerst proberen de collegeleden weer op één lijn te krijgen. Als dat niet lukt, is de beste manier om de homogeniteit van het college te herstellen met het vertrek van één of twee collegeleden. Maar nogmaals, dit is erg theoretisch.”
Niet helemaal. Het vorige college was onderling sterk verdeeld.
“Dat was voor mijn tijd als voorzitter van de raad van toezicht. Daar weet ik niets van. Het is trouwens van groot belang of de raad van toezicht zelf een uitgesproken mening heeft over de kwestie die het college verdeelt.”
Wat vindt u het lastigste onderdeel van het werk van de raad van toezicht?
“Het benoemen van nieuwe leden van het college van bestuur. Je moet de man of vrouw zien te vinden die net voor deze universiteit in deze fase het meest geschikt is. Het moet bovendien iemand zijn die past in het huidige college.”
Hans van Luijk neemt eind 2007 afscheid als collegevoorzitter. Denkt de raad van toezicht al na over zijn opvolging?
“Zeker. Momenteel bekijken we in hoeverre de profielen van de collegeleden nog bruikbaar zijn. Ga er maar van uit dat ‘het bewaren van de continuïteit’ een belangrijk onderdeel zal zijn van de nieuwe profielen. We willen als raad van toezicht geen breuk met de huidige koers: het werken aan een sterkere internationale positie, bijvoorbeeld. Al vind ik dat de TU Delft al een sterke internationale positie hééft: het is geen in zichzelf gekeerde provincie-universiteit. Maar het kan altijd beter.”
Er woedt op de TU Delft momenteel een discussie over de vraag hoe scherp de scheidslijn moet zijn die je aanbrengt tussen bachelor en master.
“De harde knip! Die discussie volgen we. Omdat het onderwerp nu bij de rechter is, wil ik er niet veel over zeggen. Beide partijen hebben goede argumenten. Laat de rechter maar bepalen of studentenraad en ondernemingsraad instemmingsrecht hebben op dit punt.”
Had uw voorganger, voormalig Shell-topman Jan Slechte, nog een advies voor u?
“De huidige koers voortzetten, en daar sta ik helemaal achter. Rust is niet goed voor een universiteit, stabiliteit wel. Zeker nu we een ingrijpende, maar noodzakelijke reorganisatie achter de rug hebben.”
Waar discussiëren de leden van de raad van toezicht over?
“Over alternatieven voor de harde knip, over de vraag of Chinese studenten bij de buitenlandse masterstudenten zijn oververtegenwoordigd, over studeerbaarheid…”
Ook over selectie aan de poort?
“Daar hebben we het nog niet over gehad. Maar ik kan me voorstellen dat als het middelbaar onderwijs nog verder achteruitholt, selectie aan de poort onvermijdelijk wordt. Als we niet uitkijken, bieden schooldiploma’s straks niet meer de garantie dat een student een bepaald kennisniveau heeft.”
NRC Handelsblad constateerde in maart dat het bedrijfsleven zo sterk is vertegenwoordigd in raden van toezicht van universiteiten, dat belangenverstrengeling op de loer kan liggen. Een lid van de raad van toezicht kan bijvoorbeeld een topfunctie hebben bij een bedrijf waar de universiteit op onderzoeksgebied nauw mee samenwerkt.
“Dat bezwaar is niet van toepassing als mensen al bij een bedrijf weg zijn, vind ik. Dan is er geen potentiële belangenverstrengeling. In het licht van deze discussie zou je kunnen stellen dat ik in het eerste half jaar van mijn voorzitterschap van de raad van toezicht een conflict of interest had, omdat ik toen nog president-directeur van Fugro was. In de praktijk is dat niet zo. Het was immers al bekend dat ik op het punt stond met pensioen te gaan. Natuurlijk, de directeur research & development van Philips moet niet in de raad van toezicht van de TU Delft of de TU Eindhoven gaan zitten. Dat is vragen om moeilijkheden.”
Ziet u het ooit komen tot een fusie tussen de drie TU’s?
“Nee. Dat moet je ook niet nastreven. Ik ben voorstander van samenwerking waarmee je dubbele researchfaciliteiten en opleidingen kunt vermijden. Maar een fusie levert doorgaans onrust in een organisatie op. En dat zou de ontwikkeling van de drie deelnemende partners zeer negatief beïnvloeden.”
Biedt een fusie geen voordelen?
“Ik zou niet weten welke. De TU Delft doet het toch prima? Niets ten nadele van Twente en Eindhoven, maar Delft heeft nog altijd een heel goede naam. Daar wel moet je wel zeer hard aan blijven werken, denk aan de internationalisering. Maar dat is een ander verhaal.”
WIE IS GERT-JAN KRAMER?
‘Winstexplosie bodemonderzoeker Fugro.’ ‘Hoge prijs olie drijft winst bij Fugro op.’ ‘Fugro ziet gouden jaren terugkeren.’ Als het de droom is van iedere president-directeur om bij zijn afscheid zijn bedrijf in een veel betere toestand achter te laten dan waarin hij het aantrof, dan moeten zulke krantenkoppen ir. Gert-Jan Kramer (Heemstede, 1942) de afgelopen jaren enig plezier gedaan hebben. Kramer bouwde Fugro tussen 1983 en 2005 uit tot het grootste ingenieursbureau van Nederland, gespecialiseerd in geavanceerd onderzoek naar oliebronnen en gasbellen en inmiddels actief in zo’n zestig landen. Fugro werkt op onderzoeksgebied samen met veel universiteiten. Kramer is tegenwoordig onder meer toezichthouder bij BAM, TNO en de TU Delft. Hij maakt ook deel uit van de commissie-Frijns, die moet controleren of bedrijven de Code Tabaksblatt naleven.
Kramer studeerde in 1966 af als civiel ingenieur in Delft en deed daarna een bedrijfseconomische opleiding in Rotterdam. Voor hij leiding gaf aan Fugro werkte hij voor verschillende baggerbedrijven en was daar verantwoordelijk voor grote projecten in landen als India en Indonesië. Kramer is getrouwd en heeft drie kinderen.
(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Was u verrast toen u vorig jaar door de minister van onderwijs werd benoemd tot voorzitter van de raad van toezicht?
“Ja, toch wel. Ik was nog president-directeur van ingenieursbureau Fugro. Pas na mijn pensionering, eind 2005, had ik tijd om de faculteiten te bezoeken. Ik heb hier in de vroege jaren zestig weg- en waterbouwkunde gestudeerd. Ik heb in Delft veel plezier gehad, en voel me nog altijd met de universiteit verbonden. Dan mag je wel iets terugdoen.”
Waarom koos u destijds voor civiele techniek?
“Het was een brede opleiding, en ik heb altijd gehouden van het water. Ik kom niet uit een ingenieursgeslacht, maar uit een familie van bloembollenkwekers. In mijn familie spraken ze dankzij de bloembollenhandel vijf of zes talen, maar gestudeerd had bijna niemand, op enkele dominees na. Ik had het geluk deel uit te maken van de eerste generatie die in groten getale kon studeren. Daarvoor was het gebruikelijk dat je de mulo in je dorp bezocht, om daarna meteen te gaan werken. Wij kregen de kans om naar een lyceum in een stad verderop te gaan en vervolgens te studeren. De tijd dat je automatisch hetzelfde vak ging doen als je vader, was voorbij.”
Heeft u dat overwogen?
“Nee. Mijn vader was van mening dat ik beter iets anders kon gaan doen.”
Hoe volgt u wat er op de TU Delft speelt?
“Vooral door te praten met mensen. En zoals overal op de wereld, worden ook op de TU Delft dikke beleidsnota’s geproduceerd.”
En die worstelt u allemaal door?
“Als ze echt dik zijn, vraag ik om een samenvatting.”
De Volkskrant plaatste u op nummer 98 van de top-200 van meest invloedrijke mensen.
“Dat heb ik ook gehoord. Geen flauw idee hoe ze tot die top-200 zijn gekomen.”
Ze hebben onder meer gekeken naar netwerken. Zoals de Mahler Kring van het Concertgebouw.
“Ah, stond dat er ook in? Ja, daar ben ik lid van.”
Is dat een verbond van invloedrijke mensen?
“Nee hoor, helemaal niet. Het Concertgebouw is een muziekcentrum. Mensen gaan daar naar toe om naar muziek te luisteren.”
En te netwerken?
“Ach, het is leuk hoor, zo’n artikel. Maar of het nou allemaal klopt… Welke criteria leggen ze aan om invloed te meten, hoe wegen ze die tegen elkaar af? Ik had ook best op nummer 201 kunnen staan. Ik zeg niet dat het een slecht onderzoek is, maar de auteurs weten niet echt hoe zo’n netwerk functioneert. Als er al sprake is van een netwerk.”
Toch is het niet raar dat men denkt: in zo’n Mahler Kring zitten veel mensen met interessante contacten en belangrijke commissariaten, die zullen het vast niet alléén over klassieke muziek hebben.
“Er is geen programma dat zegt: eerst gaan we een uurtje over business praten en dan een uurtje over klassieke muziek. Absoluut niet. Dat maakt het juist zo prettig. Ja, je komt er wel eens iemand tegen die je anders zou hebben opgebeld. Maar men zoekt daar te veel achter.”
Is het overdreven om te stellen dat u macht heeft?
“Nu heb je het over macht in plaats van invloed. Dat zijn twee heel verschillende begrippen.”
Nederland is het land waar niemand zichzelf macht wil toeschrijven. Het is altijd ‘invloed’.
“Als een soort camouflagewoord voor macht, bedoel je? Een ceo van een Amerikaans bedrijf heeft macht. Een voorzitter van een raad van toezicht of raad van commissarissen heeft invloed. Het is ook een kwestie van bevoegdheden.”
Stel: een nieuw college van bestuur kan het straks op een aantal belangrijke punten niet eens worden.
“Laat ik benadrukken dat me dat een zeer hypothetisch geval lijkt. Maar goed, dan heb je een majeur probleem.”
Wat kan de raad van toezicht in zo’n geval doen?
“Je moet eerst proberen de collegeleden weer op één lijn te krijgen. Als dat niet lukt, is de beste manier om de homogeniteit van het college te herstellen met het vertrek van één of twee collegeleden. Maar nogmaals, dit is erg theoretisch.”
Niet helemaal. Het vorige college was onderling sterk verdeeld.
“Dat was voor mijn tijd als voorzitter van de raad van toezicht. Daar weet ik niets van. Het is trouwens van groot belang of de raad van toezicht zelf een uitgesproken mening heeft over de kwestie die het college verdeelt.”
Wat vindt u het lastigste onderdeel van het werk van de raad van toezicht?
“Het benoemen van nieuwe leden van het college van bestuur. Je moet de man of vrouw zien te vinden die net voor deze universiteit in deze fase het meest geschikt is. Het moet bovendien iemand zijn die past in het huidige college.”
Hans van Luijk neemt eind 2007 afscheid als collegevoorzitter. Denkt de raad van toezicht al na over zijn opvolging?
“Zeker. Momenteel bekijken we in hoeverre de profielen van de collegeleden nog bruikbaar zijn. Ga er maar van uit dat ‘het bewaren van de continuïteit’ een belangrijk onderdeel zal zijn van de nieuwe profielen. We willen als raad van toezicht geen breuk met de huidige koers: het werken aan een sterkere internationale positie, bijvoorbeeld. Al vind ik dat de TU Delft al een sterke internationale positie hééft: het is geen in zichzelf gekeerde provincie-universiteit. Maar het kan altijd beter.”
Er woedt op de TU Delft momenteel een discussie over de vraag hoe scherp de scheidslijn moet zijn die je aanbrengt tussen bachelor en master.
“De harde knip! Die discussie volgen we. Omdat het onderwerp nu bij de rechter is, wil ik er niet veel over zeggen. Beide partijen hebben goede argumenten. Laat de rechter maar bepalen of studentenraad en ondernemingsraad instemmingsrecht hebben op dit punt.”
Had uw voorganger, voormalig Shell-topman Jan Slechte, nog een advies voor u?
“De huidige koers voortzetten, en daar sta ik helemaal achter. Rust is niet goed voor een universiteit, stabiliteit wel. Zeker nu we een ingrijpende, maar noodzakelijke reorganisatie achter de rug hebben.”
Waar discussiëren de leden van de raad van toezicht over?
“Over alternatieven voor de harde knip, over de vraag of Chinese studenten bij de buitenlandse masterstudenten zijn oververtegenwoordigd, over studeerbaarheid…”
Ook over selectie aan de poort?
“Daar hebben we het nog niet over gehad. Maar ik kan me voorstellen dat als het middelbaar onderwijs nog verder achteruitholt, selectie aan de poort onvermijdelijk wordt. Als we niet uitkijken, bieden schooldiploma’s straks niet meer de garantie dat een student een bepaald kennisniveau heeft.”
NRC Handelsblad constateerde in maart dat het bedrijfsleven zo sterk is vertegenwoordigd in raden van toezicht van universiteiten, dat belangenverstrengeling op de loer kan liggen. Een lid van de raad van toezicht kan bijvoorbeeld een topfunctie hebben bij een bedrijf waar de universiteit op onderzoeksgebied nauw mee samenwerkt.
“Dat bezwaar is niet van toepassing als mensen al bij een bedrijf weg zijn, vind ik. Dan is er geen potentiële belangenverstrengeling. In het licht van deze discussie zou je kunnen stellen dat ik in het eerste half jaar van mijn voorzitterschap van de raad van toezicht een conflict of interest had, omdat ik toen nog president-directeur van Fugro was. In de praktijk is dat niet zo. Het was immers al bekend dat ik op het punt stond met pensioen te gaan. Natuurlijk, de directeur research & development van Philips moet niet in de raad van toezicht van de TU Delft of de TU Eindhoven gaan zitten. Dat is vragen om moeilijkheden.”
Ziet u het ooit komen tot een fusie tussen de drie TU’s?
“Nee. Dat moet je ook niet nastreven. Ik ben voorstander van samenwerking waarmee je dubbele researchfaciliteiten en opleidingen kunt vermijden. Maar een fusie levert doorgaans onrust in een organisatie op. En dat zou de ontwikkeling van de drie deelnemende partners zeer negatief beïnvloeden.”
Biedt een fusie geen voordelen?
“Ik zou niet weten welke. De TU Delft doet het toch prima? Niets ten nadele van Twente en Eindhoven, maar Delft heeft nog altijd een heel goede naam. Daar wel moet je wel zeer hard aan blijven werken, denk aan de internationalisering. Maar dat is een ander verhaal.”
WIE IS GERT-JAN KRAMER?
‘Winstexplosie bodemonderzoeker Fugro.’ ‘Hoge prijs olie drijft winst bij Fugro op.’ ‘Fugro ziet gouden jaren terugkeren.’ Als het de droom is van iedere president-directeur om bij zijn afscheid zijn bedrijf in een veel betere toestand achter te laten dan waarin hij het aantrof, dan moeten zulke krantenkoppen ir. Gert-Jan Kramer (Heemstede, 1942) de afgelopen jaren enig plezier gedaan hebben. Kramer bouwde Fugro tussen 1983 en 2005 uit tot het grootste ingenieursbureau van Nederland, gespecialiseerd in geavanceerd onderzoek naar oliebronnen en gasbellen en inmiddels actief in zo’n zestig landen. Fugro werkt op onderzoeksgebied samen met veel universiteiten. Kramer is tegenwoordig onder meer toezichthouder bij BAM, TNO en de TU Delft. Hij maakt ook deel uit van de commissie-Frijns, die moet controleren of bedrijven de Code Tabaksblatt naleven.
Kramer studeerde in 1966 af als civiel ingenieur in Delft en deed daarna een bedrijfseconomische opleiding in Rotterdam. Voor hij leiding gaf aan Fugro werkte hij voor verschillende baggerbedrijven en was daar verantwoordelijk voor grote projecten in landen als India en Indonesië. Kramer is getrouwd en heeft drie kinderen.
(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Comments are closed.