Ir. Andrew Glavimans groeide op in Afrika tussen de grote machines van Heineken. Vijfentwintig jaar later is hij nog steeds gefascineerd door machines en installaties.
Met grote gevolgen. Want mede dankzij zijn werk aan het ‘meertemperaturenplenum’ zijn de operatiekamers nu nagenoeg infectievrij.
Glavimans ontpopte zich in Zaïre (het huidige Congo), waar hij van zijn derde tot en met zijn elfde levensjaar woonde, al tot een ingenieur in de dop. Hij groeide op in de hoofdstad Kinshasa, tussen de machines van de Nederlandse brouwerij Heineken. Zijn vader, hoofd technische dienst van Heineken, beklom er eens één met hem. “Dat vond ik schitterend”, blikt Glavimans terug. “Ik was ontzettend nieuwsgierig naar hoe dingen technisch in elkaar zaten.”
Op elfjarige leeftijd vertrok hij in 1981 naar Nederland om middelbaar onderwijs te volgen. Zijn ouders bleven in Zaïre. Tijdens de vakanties zocht hij hen op en bezocht hij de bierfabrieken.
Die fascinatie voor techniek en machines bleef. In Nederland besloot Glavimans, na de hts, werktuigbouwkunde te studeren aan de TU. “Daar spraken de eerste jaren vooral de gas- en stoomturbines en nucleaire centrales me aan”, zegt hij. “Het grotere energiewerk. Maar voor mijn afstudeeropdracht richtte ik me op veel kleinere installaties, namelijk op microwarmtekracht en de mogelijkheid van brandstofcellen. Dat fascineerde me eigenlijk meer, dus wilde ik daar graag in verder.”
Toen hij in 1998 zijn bul in ontvangst nam wist hij zeker dat hij geen onderzoeker wilde worden. “Ik heb me nooit vast willen leggen op één aspect, ik wilde absoluut geen specialist worden. Ik zag mezelf niet de rest van mijn leven in een lange witte stofjas lopen.”
Glavimans wilde graag breed inzetbaar zijn. Naast gebouwgebonden installaties bedenken en berekenen wilde hij ook contacten onderhouden met klanten en commercieel leren denken. “Bij Deerns raadgevende ingenieurs wist ik dat ik de mogelijkheden had om daarmee bezig te zijn.”
Neusje
Al was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Want een neusje voor commercieel succes had Glavimans niet meegekregen van zijn opleiding werktuigbouwkunde. “We werken bij Deerns met een schare aan opdrachtgevers, daar moet je de kansen op nieuwe opdrachten wel zien te pakken. Als een ziekenhuis zich laat ontvallen dat het energieverbruik aan de hoge kant is, moet je daar meteen op inhaken. Dan bied ik ze bijvoorbeeld een onderzoek aan met aanbevelingen voor wat ze kunnen verbeteren. Daar rollen vaak weer nieuwe opdrachten uit.”
Deerns was zijn eerste en tot nog toe enige werkgever. Glavimans begon als werktuigkundig ontwerper, maar binnen enkele jaren werkte hij zich op tot projectleider. In zijn huidige functie is hij plaatsvervangend manager van de adviesgroep gezondheidszorg. “Ik ben verrast door het tempo waarin mijn carrière verloopt. Daar ben ik trots op. Op mijn drieëndertigste was ik hier al manager, dan moet je goed met mensen kunnen omgaan. Ik had nog maar vier jaar werkervaring en heb nu wel mensen van rond de zestig jaar onder me. Die moeten je, als jonge man, wel accepteren en dat gaat niet vanzelf.”
Als belangrijkste wapenfeit uit zijn carrière noemt Glavimans trots het ‘meertemperaturenplenum’ voor in de operatiekamer (OK). Al een lange tijd is de instabiele luchtstroom in operatiekamers de doktoren een gruwel. Als een patiënt op de operatietafel ligt met een open wond, zijn de bacteriën die op stofdeeltjes door de OK zweven heel gevaarlijk. Infecties liggen op de loer. Ook op de instrumenten die chirurgen gebruiken komen vaak bacteriën terecht. Als oplossing wordt een ‘plenum’ gebruikt in operatiekamers. Dat is een luchttoevoeropening, die vanuit het plafond schone lucht naar beneden blaast. Die lucht is kouder dan de aanwezige lucht. Koude lucht daalt in warme lucht; dus verdrijft de nieuwe, schone lucht de oude, vieze lucht.
Maar zo stabiel is de koude luchtroom niet. Door de warmte die van bijvoorbeeld chirurgen, anesthesisten en apparatuur afkomt, bereikt de schone lucht de operatietafel vaak niet eens. “Het is een groot probleem, maar je hoort er niet veel over. Met infectiecijfers lopen de ziekenhuizen uiteraard niet te koop”, zegt Glavimans.
Klappertanden
Hoog tijd dus voor een ingenieuze oplossing. En die kwam van het hoofd technische dienst van het Gooi-Noord Ziekenhuis in Blaricum. Hij schakelde vervolgens de expertise van Deerns en Glavimans in. Deerns ontwikkelde en testte onder leiding van Glavimans met Van Houdt het ‘meertemperaturenplenum’. “Het middelste deel van het plenum, dat recht boven de operatietafel is geïnstalleerd, blaast de koudste (achttien graden Celsius) lucht naar beneden. Uit de zijkanten van het plenum, gericht op de instrumententafel en de chirurg net naast de operatietafel, komt lucht die één tot anderhalve graad warmer is (19,5 graden Celsius), dan de lucht uit het middelste deel. In de drietemperaturenvariant wordt ook lucht van 21 graden boven de anesthesist geblazen. Door de temperatuurverschillen blijft de koude lucht vallen tot op de operatietafel. Probleem opgelost.”
Vanuit de OK wordt het nieuwe plenum met gejuich begroet. Eerder opereerden chirurgen bijna klappertandend van de kou, omdat zoveel mogelijk koude lucht naar beneden werd geblazen in de hoop dat de schone lucht de operatietafel zou bereiken. “De OK is het hart van het ziekenhuis. Dat we met techniek mensen kunnen helpen vind ik fantastisch”, zegt Glavimans trots. Om er onmiddellijk aan toe te voegen: “Maar ik heb geen last van een Florence Nightingale-complex hoor. Het is een leuke bijkomstigheid dat ik mensen kan helpen, maar dat is niet mijn belangrijkste drijfveer om dit werk te doen.”
Een ander groot project waar Glavimans met genoegen aan terugdenkt is de grote verbouwing van het Martini Ziekenhuis in Groningen. Aan de muur in zijn kantoor in Rijswijk hangt een grote poster van hoe het ziekenhuis er na de grootscheepse verbouwing uit zal zien. “Daar wordt een glazen gevel gebouwd voor de normale gevel, om geluidsoverlast van de drukke weg voor het ziekenhuis tegen te gaan. In de zomer wordt het daarachter natuurlijk bloedheet. Dan komen ze bij mij met tekeningen en vragen ze of ik daar een ventilatiesysteem voor kan bedenken.”
De poster van het Martini Ziekenhuis is niet het enige dat opvalt in de kamer van Glavimans. Naast een klein, glazen 3D-beeldje van het Martini Ziekenhuis staat in zijn kamer een grote beker. “Die heb ik gewonnen bij het karten. Een personeelsuitje. De tweede prijs, ik werd niet eens eerste. De sociale sfeer is hier fantastisch, dat is voor mij heel belangrijk. Vorig jaar zijn we in Delft gaan paintballen. Een van de jongste medewerkers had bedacht dat het leuk zou zijn als de twee managers in een parkieten- en konijnenpak zouden rondlopen. Als schietschijf. We kregen een voorsprong van vijf minuten en werden daarna helemaal ondergeknald met verf. Daar heb ik ontzettend om moeten lachen. Ook dat maakt dit werk zo leuk.”
Naam: Andrew Glavimans
Leeftijd: 36 jaar
Woonplaats: Bergschenhoek
Verliefd/verloofd/getrouwd: Getrouwd
Studie: Werktuigbouwkunde
Afstudeerjaar: 1998
Afstudeeronderwerp: Microwarmtekracht
Loopbaan: Glavimans begon bij Deerns raadgevende ingenieurs als werktuigkundig ontwerper van gebouwgebonden installaties, voor de adviesgroep gezondheidszorg. Daarna was hij daar projectleider. Sinds drieëneenhalf jaar is hij plaatsvervangend adviesgroepmanager.
(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)
Glavimans ontpopte zich in Zaïre (het huidige Congo), waar hij van zijn derde tot en met zijn elfde levensjaar woonde, al tot een ingenieur in de dop. Hij groeide op in de hoofdstad Kinshasa, tussen de machines van de Nederlandse brouwerij Heineken. Zijn vader, hoofd technische dienst van Heineken, beklom er eens één met hem. “Dat vond ik schitterend”, blikt Glavimans terug. “Ik was ontzettend nieuwsgierig naar hoe dingen technisch in elkaar zaten.”
Op elfjarige leeftijd vertrok hij in 1981 naar Nederland om middelbaar onderwijs te volgen. Zijn ouders bleven in Zaïre. Tijdens de vakanties zocht hij hen op en bezocht hij de bierfabrieken.
Die fascinatie voor techniek en machines bleef. In Nederland besloot Glavimans, na de hts, werktuigbouwkunde te studeren aan de TU. “Daar spraken de eerste jaren vooral de gas- en stoomturbines en nucleaire centrales me aan”, zegt hij. “Het grotere energiewerk. Maar voor mijn afstudeeropdracht richtte ik me op veel kleinere installaties, namelijk op microwarmtekracht en de mogelijkheid van brandstofcellen. Dat fascineerde me eigenlijk meer, dus wilde ik daar graag in verder.”
Toen hij in 1998 zijn bul in ontvangst nam wist hij zeker dat hij geen onderzoeker wilde worden. “Ik heb me nooit vast willen leggen op één aspect, ik wilde absoluut geen specialist worden. Ik zag mezelf niet de rest van mijn leven in een lange witte stofjas lopen.”
Glavimans wilde graag breed inzetbaar zijn. Naast gebouwgebonden installaties bedenken en berekenen wilde hij ook contacten onderhouden met klanten en commercieel leren denken. “Bij Deerns raadgevende ingenieurs wist ik dat ik de mogelijkheden had om daarmee bezig te zijn.”
Neusje
Al was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Want een neusje voor commercieel succes had Glavimans niet meegekregen van zijn opleiding werktuigbouwkunde. “We werken bij Deerns met een schare aan opdrachtgevers, daar moet je de kansen op nieuwe opdrachten wel zien te pakken. Als een ziekenhuis zich laat ontvallen dat het energieverbruik aan de hoge kant is, moet je daar meteen op inhaken. Dan bied ik ze bijvoorbeeld een onderzoek aan met aanbevelingen voor wat ze kunnen verbeteren. Daar rollen vaak weer nieuwe opdrachten uit.”
Deerns was zijn eerste en tot nog toe enige werkgever. Glavimans begon als werktuigkundig ontwerper, maar binnen enkele jaren werkte hij zich op tot projectleider. In zijn huidige functie is hij plaatsvervangend manager van de adviesgroep gezondheidszorg. “Ik ben verrast door het tempo waarin mijn carrière verloopt. Daar ben ik trots op. Op mijn drieëndertigste was ik hier al manager, dan moet je goed met mensen kunnen omgaan. Ik had nog maar vier jaar werkervaring en heb nu wel mensen van rond de zestig jaar onder me. Die moeten je, als jonge man, wel accepteren en dat gaat niet vanzelf.”
Als belangrijkste wapenfeit uit zijn carrière noemt Glavimans trots het ‘meertemperaturenplenum’ voor in de operatiekamer (OK). Al een lange tijd is de instabiele luchtstroom in operatiekamers de doktoren een gruwel. Als een patiënt op de operatietafel ligt met een open wond, zijn de bacteriën die op stofdeeltjes door de OK zweven heel gevaarlijk. Infecties liggen op de loer. Ook op de instrumenten die chirurgen gebruiken komen vaak bacteriën terecht. Als oplossing wordt een ‘plenum’ gebruikt in operatiekamers. Dat is een luchttoevoeropening, die vanuit het plafond schone lucht naar beneden blaast. Die lucht is kouder dan de aanwezige lucht. Koude lucht daalt in warme lucht; dus verdrijft de nieuwe, schone lucht de oude, vieze lucht.
Maar zo stabiel is de koude luchtroom niet. Door de warmte die van bijvoorbeeld chirurgen, anesthesisten en apparatuur afkomt, bereikt de schone lucht de operatietafel vaak niet eens. “Het is een groot probleem, maar je hoort er niet veel over. Met infectiecijfers lopen de ziekenhuizen uiteraard niet te koop”, zegt Glavimans.
Klappertanden
Hoog tijd dus voor een ingenieuze oplossing. En die kwam van het hoofd technische dienst van het Gooi-Noord Ziekenhuis in Blaricum. Hij schakelde vervolgens de expertise van Deerns en Glavimans in. Deerns ontwikkelde en testte onder leiding van Glavimans met Van Houdt het ‘meertemperaturenplenum’. “Het middelste deel van het plenum, dat recht boven de operatietafel is geïnstalleerd, blaast de koudste (achttien graden Celsius) lucht naar beneden. Uit de zijkanten van het plenum, gericht op de instrumententafel en de chirurg net naast de operatietafel, komt lucht die één tot anderhalve graad warmer is (19,5 graden Celsius), dan de lucht uit het middelste deel. In de drietemperaturenvariant wordt ook lucht van 21 graden boven de anesthesist geblazen. Door de temperatuurverschillen blijft de koude lucht vallen tot op de operatietafel. Probleem opgelost.”
Vanuit de OK wordt het nieuwe plenum met gejuich begroet. Eerder opereerden chirurgen bijna klappertandend van de kou, omdat zoveel mogelijk koude lucht naar beneden werd geblazen in de hoop dat de schone lucht de operatietafel zou bereiken. “De OK is het hart van het ziekenhuis. Dat we met techniek mensen kunnen helpen vind ik fantastisch”, zegt Glavimans trots. Om er onmiddellijk aan toe te voegen: “Maar ik heb geen last van een Florence Nightingale-complex hoor. Het is een leuke bijkomstigheid dat ik mensen kan helpen, maar dat is niet mijn belangrijkste drijfveer om dit werk te doen.”
Een ander groot project waar Glavimans met genoegen aan terugdenkt is de grote verbouwing van het Martini Ziekenhuis in Groningen. Aan de muur in zijn kantoor in Rijswijk hangt een grote poster van hoe het ziekenhuis er na de grootscheepse verbouwing uit zal zien. “Daar wordt een glazen gevel gebouwd voor de normale gevel, om geluidsoverlast van de drukke weg voor het ziekenhuis tegen te gaan. In de zomer wordt het daarachter natuurlijk bloedheet. Dan komen ze bij mij met tekeningen en vragen ze of ik daar een ventilatiesysteem voor kan bedenken.”
De poster van het Martini Ziekenhuis is niet het enige dat opvalt in de kamer van Glavimans. Naast een klein, glazen 3D-beeldje van het Martini Ziekenhuis staat in zijn kamer een grote beker. “Die heb ik gewonnen bij het karten. Een personeelsuitje. De tweede prijs, ik werd niet eens eerste. De sociale sfeer is hier fantastisch, dat is voor mij heel belangrijk. Vorig jaar zijn we in Delft gaan paintballen. Een van de jongste medewerkers had bedacht dat het leuk zou zijn als de twee managers in een parkieten- en konijnenpak zouden rondlopen. Als schietschijf. We kregen een voorsprong van vijf minuten en werden daarna helemaal ondergeknald met verf. Daar heb ik ontzettend om moeten lachen. Ook dat maakt dit werk zo leuk.”
Naam: Andrew Glavimans
Leeftijd: 36 jaar
Woonplaats: Bergschenhoek
Verliefd/verloofd/getrouwd: Getrouwd
Studie: Werktuigbouwkunde
Afstudeerjaar: 1998
Afstudeeronderwerp: Microwarmtekracht
Loopbaan: Glavimans begon bij Deerns raadgevende ingenieurs als werktuigkundig ontwerper van gebouwgebonden installaties, voor de adviesgroep gezondheidszorg. Daarna was hij daar projectleider. Sinds drieëneenhalf jaar is hij plaatsvervangend adviesgroepmanager.
(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)
Comments are closed.