Schrijver, essayist en bioloog Tijs Goldschmidt ging het gevecht aan met de befaamde Delftse analytische geest. Vaag leren denken als een dichter was zijn devies aan de studenten. Na acht weken associatief denken zit zijn gastschrijverschap erop.
Tijs Goldschmidt begon zijn collegereeks met zeep. “Want als je bij de TU over zeep praat, krijg je van een chemicus de chemische formule van zeep en een ander vertelt hoe je een zeepfabriek opzet. Dat is de rationele benadering. Maar ik wilde de andere kant laten zien. Daarom las ik in mijn masterclass een prozagedicht van Francis Ponge over zeep voor. Hij schreef prachtig over hoe de zeep naast de kraan ligt, nat wordt en begint te schuimen. Als de zeep droog is, is zijn taal ook droog en als de zeep schuimt, schrijft Ponge veel bloemrijker. ‘De kwijlende steen’, noemt hij het stuk zeep dan. Juist omdat het taboe is om zo over zeep te denken aan de TU, wilde ik het op deze manier benaderen.”
Goldschmidt liet er vanaf het begin van zijn gastschrijverschap geen twijfel over bestaan. Hij wilde de studenten vaag leren denken. “Aan de universiteit wordt helder en precies gedacht. Ik wilde de studenten ook associatief leren denken. Als een dichter. Dan hoef je niet te verantwoorden of het waar is wat je zegt of een probleem van alle kanten te bekijken. Het was mijn missie om de studenten los te weken uit de dagelijkse routine bij de TU”, zegt Goldschmidt.
Voor de studenten was dat wel even wennen. “Tijs liet bij het eerste college een foto zien”, zegt studente industrieel ontwerpen Marjoleine van der Meij. “Daarop tilt een man het rokje van een meisje op. Hij kijkt triomfantelijk alsof hij heeft gescoord. Zij kijkt geschrokken en duwt het rokje naar beneden. We moesten schrijven over wat we op de foto zagen. Maar je weet er verder niets van, dus vul je in wat je ziet. Je bent gewend analytisch te denken. Dus over die foto praten vond iedereen in de klas in het begin heel lastig. Toen vielen veel onwennige stiltes tijdens de les.”
Michiel van Raaij, masterstudent bouwkunde, had ook moeite met vaag denken. “Ik weet niet veel van kunst, dus ik was in het begin wel geïntimideerd. Maar juist omdat je vaag mag denken, nodigt dat uit om over kunst te praten. Nu vind ik vaag denken een must. Door eerst goed naar een foto te kijken, zonder er iets verder van te weten, haal je er meer uit. In mijn eerste reactie denk ik nu vaag, daarna kijk ik er met mijn analytische blik naar.”
Goldschmidt nam zijn studenten mee op excursie naar het Duitse museumeiland Hombroich. De opdracht die Goldschmidt de student meegaf was om voor eilandbaron te spelen en een eigen museumeiland te creëren, waar alle zintuigen geprikkeld worden.
De studenten presenteerden de resultaten tijdens de Vermeerlezing. Van Raaij maakte een nieuw paviljoen voor op het eiland. “Ik vind dat er nog te veel een scheiding is tussen natuur en kunst in de gebouwen op Hombroich. In de paviljoenen liggen tegels, buiten ligt grind en gras. Je zou ook binnen gras kunnen leggen.”
Van der Meij maakte zintuigzuilen. Je kon er onder meer zeelucht ruiken, naar vogelgeluiden luisteren via een koptelefoon en snoepjes proeven die uit de zuil staken. Ze maakte ook een zesde zintuigzuil, waar je kon worden opgesloten. Een van de vrijwilligers die erin stapte, was rector Fokkema. “Als geofysicus ben ik me er altijd van bewust dat zintuigen het beeld bepalen dat we van de werkelijkheid hebben. Maar vaak gebruiken we maar één zintuig bij onderzoek. Stel je voor dat we alle zintuigen steeds kunnen gebruiken. Dat de studenten daar over hebben nagedacht, vind ik heel belangrijk.”
Fokkema vindt het jammer dat zo weinig studenten de lezingen en de masterclass van Goldschmidt bezochten. “Het is zonde hoe weinig studenten betrokken zijn bij de universiteit als het niet direct over voordelen of gewin voor henzelf gaat. Het gastschrijverschap is van belang voor hun academische vorming. De schrijvers leren ingenieurs anders tegen de wereld aan te kijken. En de schrijver krijgt een kijkje in de wereld van de ingenieur. Zodat hij of zij ontdekt dat er niet alleen maar nerds in Delft zitten.”
Tijs Goldschmidt beaamt dat. In een interview met Delta vertelde hij dat hij bij de TU dacht aan ‘veel beton en weinig poëzie, maar misschien zijn dat vooroordelen’. “Als de studenten in mijn masterclass representatief zijn, gaan al mijn vooroordelen eraan. De studenten verrasten me door hun ontvankelijkheid, brede belangstelling, kritische zin en humor.”
Tijs Goldschmidt. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)
Tijs Goldschmidt begon zijn collegereeks met zeep. “Want als je bij de TU over zeep praat, krijg je van een chemicus de chemische formule van zeep en een ander vertelt hoe je een zeepfabriek opzet. Dat is de rationele benadering. Maar ik wilde de andere kant laten zien. Daarom las ik in mijn masterclass een prozagedicht van Francis Ponge over zeep voor. Hij schreef prachtig over hoe de zeep naast de kraan ligt, nat wordt en begint te schuimen. Als de zeep droog is, is zijn taal ook droog en als de zeep schuimt, schrijft Ponge veel bloemrijker. ‘De kwijlende steen’, noemt hij het stuk zeep dan. Juist omdat het taboe is om zo over zeep te denken aan de TU, wilde ik het op deze manier benaderen.”
Goldschmidt liet er vanaf het begin van zijn gastschrijverschap geen twijfel over bestaan. Hij wilde de studenten vaag leren denken. “Aan de universiteit wordt helder en precies gedacht. Ik wilde de studenten ook associatief leren denken. Als een dichter. Dan hoef je niet te verantwoorden of het waar is wat je zegt of een probleem van alle kanten te bekijken. Het was mijn missie om de studenten los te weken uit de dagelijkse routine bij de TU”, zegt Goldschmidt.
Voor de studenten was dat wel even wennen. “Tijs liet bij het eerste college een foto zien”, zegt studente industrieel ontwerpen Marjoleine van der Meij. “Daarop tilt een man het rokje van een meisje op. Hij kijkt triomfantelijk alsof hij heeft gescoord. Zij kijkt geschrokken en duwt het rokje naar beneden. We moesten schrijven over wat we op de foto zagen. Maar je weet er verder niets van, dus vul je in wat je ziet. Je bent gewend analytisch te denken. Dus over die foto praten vond iedereen in de klas in het begin heel lastig. Toen vielen veel onwennige stiltes tijdens de les.”
Michiel van Raaij, masterstudent bouwkunde, had ook moeite met vaag denken. “Ik weet niet veel van kunst, dus ik was in het begin wel geïntimideerd. Maar juist omdat je vaag mag denken, nodigt dat uit om over kunst te praten. Nu vind ik vaag denken een must. Door eerst goed naar een foto te kijken, zonder er iets verder van te weten, haal je er meer uit. In mijn eerste reactie denk ik nu vaag, daarna kijk ik er met mijn analytische blik naar.”
Goldschmidt nam zijn studenten mee op excursie naar het Duitse museumeiland Hombroich. De opdracht die Goldschmidt de student meegaf was om voor eilandbaron te spelen en een eigen museumeiland te creëren, waar alle zintuigen geprikkeld worden.
De studenten presenteerden de resultaten tijdens de Vermeerlezing. Van Raaij maakte een nieuw paviljoen voor op het eiland. “Ik vind dat er nog te veel een scheiding is tussen natuur en kunst in de gebouwen op Hombroich. In de paviljoenen liggen tegels, buiten ligt grind en gras. Je zou ook binnen gras kunnen leggen.”
Van der Meij maakte zintuigzuilen. Je kon er onder meer zeelucht ruiken, naar vogelgeluiden luisteren via een koptelefoon en snoepjes proeven die uit de zuil staken. Ze maakte ook een zesde zintuigzuil, waar je kon worden opgesloten. Een van de vrijwilligers die erin stapte, was rector Fokkema. “Als geofysicus ben ik me er altijd van bewust dat zintuigen het beeld bepalen dat we van de werkelijkheid hebben. Maar vaak gebruiken we maar één zintuig bij onderzoek. Stel je voor dat we alle zintuigen steeds kunnen gebruiken. Dat de studenten daar over hebben nagedacht, vind ik heel belangrijk.”
Fokkema vindt het jammer dat zo weinig studenten de lezingen en de masterclass van Goldschmidt bezochten. “Het is zonde hoe weinig studenten betrokken zijn bij de universiteit als het niet direct over voordelen of gewin voor henzelf gaat. Het gastschrijverschap is van belang voor hun academische vorming. De schrijvers leren ingenieurs anders tegen de wereld aan te kijken. En de schrijver krijgt een kijkje in de wereld van de ingenieur. Zodat hij of zij ontdekt dat er niet alleen maar nerds in Delft zitten.”
Tijs Goldschmidt beaamt dat. In een interview met Delta vertelde hij dat hij bij de TU dacht aan ‘veel beton en weinig poëzie, maar misschien zijn dat vooroordelen’. “Als de studenten in mijn masterclass representatief zijn, gaan al mijn vooroordelen eraan. De studenten verrasten me door hun ontvankelijkheid, brede belangstelling, kritische zin en humor.”
Tijs Goldschmidt. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)
Comments are closed.