Tommy ‘Joe Speedboot’ Wieringa is volgend jaar gastschrijver aan de TU Delft. “Een schrijver met veel interactie met de moderne tijd en de jeugd”, zo beschrijft rector Fokkema Tommy Wieringa. “Met hem zal ik onder meer spreken over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ingenieurs.
Ik verheug me op zijn komst naar Delft.” Het gastschrijverschap wordt georganiseerd door de TU, de K.L. Poll-stichting voor onderwijs, kunst en wetenschap en Studium Generale. Tommy Wieringa was niet bereikbaar voor commentaar.
Het thema van het gastschrijverschap is nog niet bekend, maar het lijkt onvermijdelijk dat vliegtuigen een rol gaan spelen. Tommy Wieringa schrijft in zijn bestseller ‘Joe Speedboot’ over een groep jongens die een vliegtuig bouwt om de moeder van een klasgenoot naakt in de tuin te kunnen bewonderen. In een afgelegen loods klussen ze het vliegtuig in elkaar. Van de sloop worden ‘achttien-inch-motorwielen’ en de veren van een Opel Kadett gehaald, Joe ritselt een ‘gladde propeller’ op een sportvliegveld en zeil stelen ze van marktkooplui.
Het vliegtuig dat de pubers maken, kan in het echt ook vliegen, benadrukt Wieringa in interviews. “Joe Speedboot kan als handleiding gebruikt worden, mocht je ooit onverwacht een vliegtuig nodig hebben,” vertrouwde hij NRC Handelsblad toe. Voor het schrijven van de passages in zijn roman over het bouwen van een vliegtuig, maakte hij gebruik van de expertise van bouwkunstenaar Joost Conijn.
Fokkema las het boek met grote interesse. “Het is geschreven met de snelheid van vandaag”, zegt Fokkema. “Wieringa is hot, vooral bij jonge mensen. Hij staat veel in de belangstelling.” ‘Joe Speedboot’ was de gedoodverfde winnaar van de twee grootste Nederlandse literaire prijzen (Libris- en AKO literatuurprijs) maar Wieringa won niet. Inmiddels zijn de filmrechten van het boek verkocht en gingen al honderdduizend exemplaren over de toonbank. Het boek wordt vertaald in het Frans, Duits en Italiaans.
Wieringa debuteerde met de roman ‘Dormantique’s Manco’ in 1995, over een schoolverlater die afwasser wordt in een restaurant, de maatschappij ontvlucht en na omzwervingen in Marokko terechtkomt. Zijn tweede roman, ‘Amok’ (1997), gaat over een rouwtransporteur, die in een geloofstwist verzeild raakt met zijn Antilliaanse vrouw. ‘Alles over Tristan’ (2002) draait om universitair docent Jakob Keller, die een biografie wil schrijven over de raadselachtige en visionaire dichter Viktor Tristan. Deze roman werd bekroond met de Halewijnprijs. Dit jaar verscheen ‘Ik was nooit in Isfahaan’, een bundeling van Wieringa’s literaire reisverhalen.
Wieringa (1967) studeerde geschiedenis in Groningen en journalistiek in Utrecht. Hij is de zevende gastschrijver aan de TU. Gerrit Krol, H.J.A. Hofland, Hugo Brandt Corstius, Nelleke Noordervliet, Arnon Grunberg en Tijs Goldschmidt gingen hem voor.
“Een schrijver met veel interactie met de moderne tijd en de jeugd”, zo beschrijft rector Fokkema Tommy Wieringa. “Met hem zal ik onder meer spreken over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ingenieurs. Ik verheug me op zijn komst naar Delft.” Het gastschrijverschap wordt georganiseerd door de TU, de K.L. Poll-stichting voor onderwijs, kunst en wetenschap en Studium Generale. Tommy Wieringa was niet bereikbaar voor commentaar.
Het thema van het gastschrijverschap is nog niet bekend, maar het lijkt onvermijdelijk dat vliegtuigen een rol gaan spelen. Tommy Wieringa schrijft in zijn bestseller ‘Joe Speedboot’ over een groep jongens die een vliegtuig bouwt om de moeder van een klasgenoot naakt in de tuin te kunnen bewonderen. In een afgelegen loods klussen ze het vliegtuig in elkaar. Van de sloop worden ‘achttien-inch-motorwielen’ en de veren van een Opel Kadett gehaald, Joe ritselt een ‘gladde propeller’ op een sportvliegveld en zeil stelen ze van marktkooplui.
Het vliegtuig dat de pubers maken, kan in het echt ook vliegen, benadrukt Wieringa in interviews. “Joe Speedboot kan als handleiding gebruikt worden, mocht je ooit onverwacht een vliegtuig nodig hebben,” vertrouwde hij NRC Handelsblad toe. Voor het schrijven van de passages in zijn roman over het bouwen van een vliegtuig, maakte hij gebruik van de expertise van bouwkunstenaar Joost Conijn.
Fokkema las het boek met grote interesse. “Het is geschreven met de snelheid van vandaag”, zegt Fokkema. “Wieringa is hot, vooral bij jonge mensen. Hij staat veel in de belangstelling.” ‘Joe Speedboot’ was de gedoodverfde winnaar van de twee grootste Nederlandse literaire prijzen (Libris- en AKO literatuurprijs) maar Wieringa won niet. Inmiddels zijn de filmrechten van het boek verkocht en gingen al honderdduizend exemplaren over de toonbank. Het boek wordt vertaald in het Frans, Duits en Italiaans.
Wieringa debuteerde met de roman ‘Dormantique’s Manco’ in 1995, over een schoolverlater die afwasser wordt in een restaurant, de maatschappij ontvlucht en na omzwervingen in Marokko terechtkomt. Zijn tweede roman, ‘Amok’ (1997), gaat over een rouwtransporteur, die in een geloofstwist verzeild raakt met zijn Antilliaanse vrouw. ‘Alles over Tristan’ (2002) draait om universitair docent Jakob Keller, die een biografie wil schrijven over de raadselachtige en visionaire dichter Viktor Tristan. Deze roman werd bekroond met de Halewijnprijs. Dit jaar verscheen ‘Ik was nooit in Isfahaan’, een bundeling van Wieringa’s literaire reisverhalen.
Wieringa (1967) studeerde geschiedenis in Groningen en journalistiek in Utrecht. Hij is de zevende gastschrijver aan de TU. Gerrit Krol, H.J.A. Hofland, Hugo Brandt Corstius, Nelleke Noordervliet, Arnon Grunberg en Tijs Goldschmidt gingen hem voor.
Comments are closed.