Education

‘Ik ben niet anti-man’

De TU Delft als mannenbolwerk waar de mannen de beste wetenschappelijke baantjes aan elkaar geven. Dat bestaat niet lang meer, als het aan het vrouwelijk wetenschappelijk personeel van de TU ligt.

Op 19 juni is het vrouwennetwerk Dewis, Delft Women in Science, een feit. Hoogleraar technisch ontwerp en informatica bij de faculteit Bouwkunde, prof.dr.ir. Sevil Sariyildiz, is een jaar lang trekker van het netwerk.

Waarom is een vrouwennetwerk zo belangrijk?

“Als we een kenniseconomie willen, zullen vrouwen nodig zijn. We hebben door onze bevolkingsopbouw niet de luxe om talent te verspillen. De wetenschap moet de realiteit van gelijke aantallen mannen en vrouwen weerspiegelen. Bovendien, onze maatschappij bestaat uit ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Het is sociaal rechtvaardig om dat ook op de werkvloer terug te zien.”

Maar nog verre van de realiteit. De TU Delft heeft 3,9 procent vrouwelijke hoogleraren.

“Ik denk dat dit voornamelijk te maken heeft met vooroordelen. Kijk alleen maar naar een strip in Delta: daarin wil een jongen een meisje op een scanner laten zitten, en zegt hij tegen haar dat het een stoel is. Ze trapt er niet in, maar ik herken veel in deze strip. Veel mannen op de TU denken dat vrouwen minder technisch zijn, en een beetje soft. Vrouwen worden vaak alleen vanwege hun geslacht ontmoedigd om wetenschapper te worden. Daarom hebben wij het vrouwennetwerk heel hard nodig.”

Is dat niet een gevecht tegen de bierkaai? Worden vrouwen niet overal ter wereld als onhandig en a-technisch gezien?

“Nee. In Portugal zijn wél veel vrouwelijke ingenieurs. In Turkije, waar ik vandaan kom, is 34 procent van het wetenschappelijke, technische personeel vrouw. We hebben zelfs een vrouwelijke minister-president gehad. Zij was ook hoogleraar. Nederland staat bijna onderaan in Europa. Alleen België heeft nog minder vrouwelijke ingenieurs.”

Hoe kan dat?

“In Nederland word je hoogleraar omdat je een goed netwerk hebt. Het gaat er niet altijd om wie inhoudelijk de beste wetenschap bedrijft. Een andere reden is dat het hoogleraarschap moeilijk te combineren is met het gezinsleven. Kinderopvang kost hier heel veel geld. In Turkije en andere zuidelijke landen heb je een goedkope en goede hulp in het huishouden, en zijn er geen oppasproblemen. Bovendien is er in Nederland een cultuur waarin de vrouw thuis voor de kinderen hoort te zorgen. Vrouwelijke promovendi hebben daar nog niet zoveel last van. Zij zijn nog jong. Maar zodra ze de dertig zijn gepasseerd, vallen ze bijna allemaal af. En dat is zonde, want Nederlandse vrouwen zijn wel degelijk een aanwinst voor de wetenschap. In mei was er een scholierenwedstrijd, waarvoor innovatieve voorwerpen werden bedacht. Beide prijzen werden gewonnen door vrouwelijke studenten. Ze hadden techniek gecombineerd met gezondheidsaspecten. Vrouwen hebben vaak een bredere blik op dingen. Ze houden altijd meer rekening met maatschappelijke aspecten dan mannen.”

Waarin zijn vrouwelijke wetenschappers beter dan mannen?

“Vrouwen bedrijven op een andere manier wetenschap dan mannen. Daar zijn veel onderzoeken naar geweest. Ze zijn creatiever, breed inzetbaar, hebben een bredere blik op onderzoek, en ze hebben vaak hogere cijfers. De TU kan met meer vrouwen innovatiever en slagvaardiger zijn.

Vrouwen hebben ook meer wijgevoel dan mannen, wat voor eenheid in een groep kan zorgen. Vrouwen zijn bovendien minstens zo gedreven als mannen. Meer vrouwelijk personeel zou daarom ten goede komen aan de wetenschap. Het zou ook het imago van de ‘TU Delft als mannenbolwerk’ verbeteren.”

Vrouwen zijn kortom, een aanwinst voor de TU. Dat weet nog niet iedereen?

“Dat komt doordat vrouwen weinig haantjesgedrag vertonen. Als ze een goed idee hebben tijdens een vergadering, brengen ze het vaak niet naar voren. Mannen profileren zich veel beter. Niet dat vrouwen felle hennetjes moeten worden, maar ze moeten zichzelf wel een initiatiefrijke houding aanleren. We gaan trainingen en workshops houden waarin we vrouwen leren om zichzelf zichtbaar te maken. Maar we leren ze ook hoe ze hun carrière moeten plannen, want vrouwen denken vaak niet aan dat soort dingen, en dan word je over geslagen. Ze moeten zichzelf zichtbaar maken in de mannencultuur.”

U bent een van de zestien vrouwelijke hoogleraren. Hoe hebt u dat als een van de weinigen voor elkaar gekregen?

“Mijn familie heeft veel opgepast op mijn kind. Maar belangrijker voor een goed hoogleraarschap is een goede werkomgeving. Een paar vrouwelijke hoogleraren zijn vertrokken omdat ze hun werkomgeving niet goed vonden. Je doet je wetenschappelijke werk in een omgeving, en als die omgeving niet prettig is, zoek je het geluk ergens anders. Het is heel spijtig als vrouwelijke hoogleraren weggaan. Het is een van de redenen waarom ik me in wilde zetten voor het behoud van vrouwelijk talent. Het moet niet klinken alsof ik anti-man ben, maar ik heb veel tegen vooroordelen van mannen moeten opboksen. Maar ik ben al 23 jaar in Delft, en ik ben een vechter. Ik vecht tegen de oneerlijkheid. Dat is mijn slechte karakter. Ik geef niet op, zoals de anderen. Ik wil ervoor zorgen dat dingen veranderen. En de mannen wennen daar vanzelf wel aan.”

Wat betekent het vrouwennetwerk concreet voor de vrouwen op de TU Delft?

“Ik heb een jaar in het ambassadeursnetwerk gezeten. Hierin zitten prominenten uit het bedrijfsleven, de overheid en de non-profitsector. Het uitgangspunt van dit netwerk is het laten doorstromen van vrouwen naar hogere topfuncties. Dat moet voor meer diversiteit en evenwicht in het management zorgen. Ik heb mijzelf drie doelen gesteld voor de TU: ik wilde de werving en selectie van het personeel verbeteren, cursussen en coaching voor vrouwelijk wetenschappelijk personeel opzetten en samen met het college van bestuur zorgen voor een cultuurverandering op de TU Delft. Gelukkig staat het college ook achter al deze plannen. Het had bijvoorbeeld als doel om eind 2006 vijftien vrouwelijke hoogleraren te hebben. Er zijn er nu al zeventien.

Dat komt doordat onder andere door het vacaturebeleid dat veel transparanter is geworden. Vroeger gaven mannen elkaar de beste baantjes. Nu zit er ook een vrouw bij die zich met de benoeming bemoeit. De eerste keer dat ik dit idee opvoerde in een vergadering, werd ik compleet belachelijk gemaakt. ‘Je gaat zeker je eigen Antilliaanse netwerk gebruiken’, zei een collega. Maar het is wel doorgegaan. Het college van bestuur heeft dit nieuwe beleid heel serieus genomen. Als er geen vrouwelijke hoogleraar is benoemd, maar een man, dan moet daar verantwoording over worden afgelegd. En mijn collega die het idee helemaal niets vond, is een vrouw-minded hoogleraar geworden. Maar vrouwen kunnen de culturele verandering zelf ook beïnvloeden, door bijvoorbeeld een rolmodel te zijn.”

Niet alle vrouwen lijken blij met een vrouwennetwerk. Ze vrezen voor theekransjes.

“Dat vind ik grote onzin. Net alsof we alleen maar met vrouwen gaan eten of theeleuten. Het netwerk is bedacht om vrouwen ervaring te laten delen, en elkaar van wetenschappelijk en persoonlijk advies te voorzien. Samen staan we sterk. We gaan bijvoorbeeld ook gevraagd en ongevraagd advies geven aan het college van bestuur. Als we onze krachten bundelen, worden we beter gehoord.”

Andere vrouwen zijn bang voor positieve discriminatie. Ze denken dat het imago van hun vakgroep achteruit gaat als er meer vrouwen in zitten, of zijn bang alleen te zijn aangenomen vanwege hun vrouwzijn.

“Dat is weer zo’n vooroordeel dat nergens op slaat. De samenstelling man-vrouw is uit balans, en dat moet veranderen. Cultuurverandering vergt tijd. De ideeën over mannen en vrouwen kun je niet binnen twaalf maanden veranderen, maar het vrouwennetwerk kan wel een begin daarvan zijn. Het zal wel nooit lukken om evenveel vrouwelijk als mannelijk wetenschappelijk personeel te krijgen, maar we kunnen in ieder geval streven naar een evenwicht. Dat komt ten goede aan de wetenschap. Dat heb ik altijd al geweten.”
WIE IS SEVIL SARIYILDIZ?

Sevil Sariyildiz (1957) is sinds 1993 hoogleraar technisch ontwerp en informatica bij de faculteit Bouwkunde. Ze werd geboren in het Turkse Kayseri en studeerde architectuur in Istanbul. Ze studeerde af in 1982, werkte een tijd als architect in Turkije en in het Duitse Darmstadt, en studeerde nogmaals af aan de TU Delft in 1986. Momenteel is ze voorzitter van de afdeling bouwtechnologie, programmaleider van het faculteitsbrede Imagination-programma en vervangt ze de rector bij promoties. Ze is acht jaar lang lid geweest van de Vrom-raad, en van de Stuurgroep Dagindeling van het ministerie van sociale zaken. Ze is ook trekker van een TU-dependance in Turkije. In 2004-2005 zat ze in het Ambassadeursnetwerk, dat is opgezet door de ministeries van sociale zaken en economische zaken. Voor het vrouwennetwerk Dewis is Sariyildiz een jaar lang leider van het netwerk.

(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)

Waarom is een vrouwennetwerk zo belangrijk?

“Als we een kenniseconomie willen, zullen vrouwen nodig zijn. We hebben door onze bevolkingsopbouw niet de luxe om talent te verspillen. De wetenschap moet de realiteit van gelijke aantallen mannen en vrouwen weerspiegelen. Bovendien, onze maatschappij bestaat uit ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Het is sociaal rechtvaardig om dat ook op de werkvloer terug te zien.”

Maar nog verre van de realiteit. De TU Delft heeft 3,9 procent vrouwelijke hoogleraren.

“Ik denk dat dit voornamelijk te maken heeft met vooroordelen. Kijk alleen maar naar een strip in Delta: daarin wil een jongen een meisje op een scanner laten zitten, en zegt hij tegen haar dat het een stoel is. Ze trapt er niet in, maar ik herken veel in deze strip. Veel mannen op de TU denken dat vrouwen minder technisch zijn, en een beetje soft. Vrouwen worden vaak alleen vanwege hun geslacht ontmoedigd om wetenschapper te worden. Daarom hebben wij het vrouwennetwerk heel hard nodig.”

Is dat niet een gevecht tegen de bierkaai? Worden vrouwen niet overal ter wereld als onhandig en a-technisch gezien?

“Nee. In Portugal zijn wél veel vrouwelijke ingenieurs. In Turkije, waar ik vandaan kom, is 34 procent van het wetenschappelijke, technische personeel vrouw. We hebben zelfs een vrouwelijke minister-president gehad. Zij was ook hoogleraar. Nederland staat bijna onderaan in Europa. Alleen België heeft nog minder vrouwelijke ingenieurs.”

Hoe kan dat?

“In Nederland word je hoogleraar omdat je een goed netwerk hebt. Het gaat er niet altijd om wie inhoudelijk de beste wetenschap bedrijft. Een andere reden is dat het hoogleraarschap moeilijk te combineren is met het gezinsleven. Kinderopvang kost hier heel veel geld. In Turkije en andere zuidelijke landen heb je een goedkope en goede hulp in het huishouden, en zijn er geen oppasproblemen. Bovendien is er in Nederland een cultuur waarin de vrouw thuis voor de kinderen hoort te zorgen. Vrouwelijke promovendi hebben daar nog niet zoveel last van. Zij zijn nog jong. Maar zodra ze de dertig zijn gepasseerd, vallen ze bijna allemaal af. En dat is zonde, want Nederlandse vrouwen zijn wel degelijk een aanwinst voor de wetenschap. In mei was er een scholierenwedstrijd, waarvoor innovatieve voorwerpen werden bedacht. Beide prijzen werden gewonnen door vrouwelijke studenten. Ze hadden techniek gecombineerd met gezondheidsaspecten. Vrouwen hebben vaak een bredere blik op dingen. Ze houden altijd meer rekening met maatschappelijke aspecten dan mannen.”

Waarin zijn vrouwelijke wetenschappers beter dan mannen?

“Vrouwen bedrijven op een andere manier wetenschap dan mannen. Daar zijn veel onderzoeken naar geweest. Ze zijn creatiever, breed inzetbaar, hebben een bredere blik op onderzoek, en ze hebben vaak hogere cijfers. De TU kan met meer vrouwen innovatiever en slagvaardiger zijn.

Vrouwen hebben ook meer wijgevoel dan mannen, wat voor eenheid in een groep kan zorgen. Vrouwen zijn bovendien minstens zo gedreven als mannen. Meer vrouwelijk personeel zou daarom ten goede komen aan de wetenschap. Het zou ook het imago van de ‘TU Delft als mannenbolwerk’ verbeteren.”

Vrouwen zijn kortom, een aanwinst voor de TU. Dat weet nog niet iedereen?

“Dat komt doordat vrouwen weinig haantjesgedrag vertonen. Als ze een goed idee hebben tijdens een vergadering, brengen ze het vaak niet naar voren. Mannen profileren zich veel beter. Niet dat vrouwen felle hennetjes moeten worden, maar ze moeten zichzelf wel een initiatiefrijke houding aanleren. We gaan trainingen en workshops houden waarin we vrouwen leren om zichzelf zichtbaar te maken. Maar we leren ze ook hoe ze hun carrière moeten plannen, want vrouwen denken vaak niet aan dat soort dingen, en dan word je over geslagen. Ze moeten zichzelf zichtbaar maken in de mannencultuur.”

U bent een van de zestien vrouwelijke hoogleraren. Hoe hebt u dat als een van de weinigen voor elkaar gekregen?

“Mijn familie heeft veel opgepast op mijn kind. Maar belangrijker voor een goed hoogleraarschap is een goede werkomgeving. Een paar vrouwelijke hoogleraren zijn vertrokken omdat ze hun werkomgeving niet goed vonden. Je doet je wetenschappelijke werk in een omgeving, en als die omgeving niet prettig is, zoek je het geluk ergens anders. Het is heel spijtig als vrouwelijke hoogleraren weggaan. Het is een van de redenen waarom ik me in wilde zetten voor het behoud van vrouwelijk talent. Het moet niet klinken alsof ik anti-man ben, maar ik heb veel tegen vooroordelen van mannen moeten opboksen. Maar ik ben al 23 jaar in Delft, en ik ben een vechter. Ik vecht tegen de oneerlijkheid. Dat is mijn slechte karakter. Ik geef niet op, zoals de anderen. Ik wil ervoor zorgen dat dingen veranderen. En de mannen wennen daar vanzelf wel aan.”

Wat betekent het vrouwennetwerk concreet voor de vrouwen op de TU Delft?

“Ik heb een jaar in het ambassadeursnetwerk gezeten. Hierin zitten prominenten uit het bedrijfsleven, de overheid en de non-profitsector. Het uitgangspunt van dit netwerk is het laten doorstromen van vrouwen naar hogere topfuncties. Dat moet voor meer diversiteit en evenwicht in het management zorgen. Ik heb mijzelf drie doelen gesteld voor de TU: ik wilde de werving en selectie van het personeel verbeteren, cursussen en coaching voor vrouwelijk wetenschappelijk personeel opzetten en samen met het college van bestuur zorgen voor een cultuurverandering op de TU Delft. Gelukkig staat het college ook achter al deze plannen. Het had bijvoorbeeld als doel om eind 2006 vijftien vrouwelijke hoogleraren te hebben. Er zijn er nu al zeventien.

Dat komt doordat onder andere door het vacaturebeleid dat veel transparanter is geworden. Vroeger gaven mannen elkaar de beste baantjes. Nu zit er ook een vrouw bij die zich met de benoeming bemoeit. De eerste keer dat ik dit idee opvoerde in een vergadering, werd ik compleet belachelijk gemaakt. ‘Je gaat zeker je eigen Antilliaanse netwerk gebruiken’, zei een collega. Maar het is wel doorgegaan. Het college van bestuur heeft dit nieuwe beleid heel serieus genomen. Als er geen vrouwelijke hoogleraar is benoemd, maar een man, dan moet daar verantwoording over worden afgelegd. En mijn collega die het idee helemaal niets vond, is een vrouw-minded hoogleraar geworden. Maar vrouwen kunnen de culturele verandering zelf ook beïnvloeden, door bijvoorbeeld een rolmodel te zijn.”

Niet alle vrouwen lijken blij met een vrouwennetwerk. Ze vrezen voor theekransjes.

“Dat vind ik grote onzin. Net alsof we alleen maar met vrouwen gaan eten of theeleuten. Het netwerk is bedacht om vrouwen ervaring te laten delen, en elkaar van wetenschappelijk en persoonlijk advies te voorzien. Samen staan we sterk. We gaan bijvoorbeeld ook gevraagd en ongevraagd advies geven aan het college van bestuur. Als we onze krachten bundelen, worden we beter gehoord.”

Andere vrouwen zijn bang voor positieve discriminatie. Ze denken dat het imago van hun vakgroep achteruit gaat als er meer vrouwen in zitten, of zijn bang alleen te zijn aangenomen vanwege hun vrouwzijn.

“Dat is weer zo’n vooroordeel dat nergens op slaat. De samenstelling man-vrouw is uit balans, en dat moet veranderen. Cultuurverandering vergt tijd. De ideeën over mannen en vrouwen kun je niet binnen twaalf maanden veranderen, maar het vrouwennetwerk kan wel een begin daarvan zijn. Het zal wel nooit lukken om evenveel vrouwelijk als mannelijk wetenschappelijk personeel te krijgen, maar we kunnen in ieder geval streven naar een evenwicht. Dat komt ten goede aan de wetenschap. Dat heb ik altijd al geweten.”
WIE IS SEVIL SARIYILDIZ?

Sevil Sariyildiz (1957) is sinds 1993 hoogleraar technisch ontwerp en informatica bij de faculteit Bouwkunde. Ze werd geboren in het Turkse Kayseri en studeerde architectuur in Istanbul. Ze studeerde af in 1982, werkte een tijd als architect in Turkije en in het Duitse Darmstadt, en studeerde nogmaals af aan de TU Delft in 1986. Momenteel is ze voorzitter van de afdeling bouwtechnologie, programmaleider van het faculteitsbrede Imagination-programma en vervangt ze de rector bij promoties. Ze is acht jaar lang lid geweest van de Vrom-raad, en van de Stuurgroep Dagindeling van het ministerie van sociale zaken. Ze is ook trekker van een TU-dependance in Turkije. In 2004-2005 zat ze in het Ambassadeursnetwerk, dat is opgezet door de ministeries van sociale zaken en economische zaken. Voor het vrouwennetwerk Dewis is Sariyildiz een jaar lang leider van het netwerk.

(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.