Education

Vidi-subsidies voor vier TU’ers

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft vier Delftse onderzoekers een Vidi-subsidie toegekend. Dankzij deze subsidie kunnen jonge, veelbelovende wetenschappers een vijfjarig onderzoek opzetten.

De Vidi-subsidie, ongeveer zes ton euro per persoon, is bestemd voor excellente wetenschappers die zich na hun promotie hebben onderscheiden met vernieuwende ideeën. Volgens NWO behoren de onderzoekers ‘tot de beste tien â twintig procent van hun vakgebied’.

NWO betaalt zeventig procent van elke subsidie, de universiteit draagt de overige dertig procent bij. In totaal krijgen 79 onderzoekers een subsidie van maximaal zeshonderdduizend euro. Er werden 307 onderzoeksplannen ingediend.

Met de vier aan de TU Delft toegekende Vidi-subsidies werd minder in de wacht gesleept dan in voorgaande jaren. In 2003 en 2004 viel respectievelijk negen en vijf TU-wetenschappers dezelfde eer ten deel. Universiteit Utrecht haalde deze zomer de meeste (zestien) subsidies binnen.

Voor jonge onderzoekers is de toekenning van een Vidi-subsidie een must. Het stelt ze in staat om een eigen onderzoek op te zetten waarmee ze zich kunnen onderscheiden.

De ‘gelukkige’ Delftse wetenschappers zijn: dr. Pieter Vermaas (Techniek, Bestuur en Management), dr. Max Mulder (Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek), dr. Guido Mul en dr. Nynke Dekker (beiden Technische Natuurwetenschappen).

Dekker en Mulder waren niet bereikbaar voor commentaar. Dekker gaat de werking van de drager van genetische informatie bij virussen, RNA, onderzoeken. Recent onderzoek toont aan dat RNA de genen kan uitzetten. Dekker zal de kleine motoren die deze rollen van RNA mogelijk maken met fysische technieken onderzoeken.

Mulder zal het gedrag van mensen in een vluchtsimulator bestuderen. Mensen gedragen zich in een simulator vaak anders dan in de werkelijkheid, omdat de visuele en vestibulaire stimuli niet perfect kunnen worden nagebootst. In zijn onderzoek wil Mulder de bewegingswaarneming van piloten in vluchtsimulator en vliegtuig modelleren.

Was u verrast door de toekenning?

“Ik ben nu zeven jaar in dienst bij de TU. Mijn truc om onderzoek te blijven doen als academicus aan de universiteit is om diverse potjes op het vuur te zetten. Het indienen van een onderzoeksplan voor een Vidi-subsidie was zo’n potje en het is te gek dat het is gelukt. Van te voren schatte ik in dat ik vijftig procent kans zou maken. De filosofie van techniek, die ik bedrijf is een nieuwe loot aan de filosofietak. Ik wist dat ik, als de commissie de interdisciplinariteit van mijn onderzoek zou kunnen waarderen, een grote kans zou maken. Dit is heel belangrijk voor mijn carriÈre. Ik ga hierover boeken en artikelen publiceren en er komt een interactie met de academische wereld. Het onderzoek dat ik nu opzet stopt daarom niet na vijf jaar, maar gaat eindeloos door.”

Wat gaat u onderzoeken, dankzij de subsidie?

“Ik ga onderzoek doen naar functionele compositie. Hoe worden technische functies opgedeeld in subfuncties? Ik ga kijken naar wat ingenieurs zeggen wat ze doen als ze ontwerpen. Een klant komt bij een ingenieur met een verzoek om iets te maken, bijvoorbeeld een wasmachine. Een ingenieur gaat daarmee aan de slag. De functie van een wasmachine is wassen. Welke subfuncties ontwikkelt hij daarbij en in hoeverre draagt dat nog bij tot de functie? Voor filosofen is het interessant om te kijken naar deze deel-geheel-discussie. Ik analyseer wat de begrippen betekenen. Daar wil ik graag de logica op loslaten.”
Guido Mul, Reactor and Catalysis Engineering

Was u verrast door de toekenning?

“Nee. Ik wist dat ik een goede kans zou maken, omdat ik steeds goede reacties kreeg op mijn voorstel. Het gesprek met de beoordelingscommissie ging heel goed en ook de referentenrapporten waren positief. Dan ga je na dat je een grote kans hebt. Maar dat ik de subsidie zou krijgen wist ik van tevoren nog niet, natuurlijk. De afgelopen maanden heb ik daarom wel in spanning gezeten. Deze subsidie is heel belangrijk. Zonder dit geld zou ik mijn onderzoek niet gemakkelijk kunnen voortzetten.”

Wat gaat u onderzoeken, dankzij de subsidie?

“Het gebruik van licht in de katalyse. Daarvoor moet ik genoeg licht in een reactor kunnen krijgen, zodat het commercieel interessant wordt. Stel: je vult een bekerglas met water en je gebruikte een onoplosbare vaste stof als katalysator voor de omzetting van een in het water opgeloste reactant. Als je met een lamp van bovenaf op het reactiemengsel schijnt, is het onderste gedeelte donker. De katalysator ziet daar het licht niet. Door een structuur aan te brengen is het mogelijk het complete reactorvolume waarin de katalysator zich bevindt, te belichten. Het grote probleem van het gebruik van licht is de lage reactiesnelheid . daar probeer ik met mijn onderzoek de komende vier jaar wat aan te doen.”

(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)

De Vidi-subsidie, ongeveer zes ton euro per persoon, is bestemd voor excellente wetenschappers die zich na hun promotie hebben onderscheiden met vernieuwende ideeën. Volgens NWO behoren de onderzoekers ‘tot de beste tien â twintig procent van hun vakgebied’.

NWO betaalt zeventig procent van elke subsidie, de universiteit draagt de overige dertig procent bij. In totaal krijgen 79 onderzoekers een subsidie van maximaal zeshonderdduizend euro. Er werden 307 onderzoeksplannen ingediend.

Met de vier aan de TU Delft toegekende Vidi-subsidies werd minder in de wacht gesleept dan in voorgaande jaren. In 2003 en 2004 viel respectievelijk negen en vijf TU-wetenschappers dezelfde eer ten deel. Universiteit Utrecht haalde deze zomer de meeste (zestien) subsidies binnen.

Voor jonge onderzoekers is de toekenning van een Vidi-subsidie een must. Het stelt ze in staat om een eigen onderzoek op te zetten waarmee ze zich kunnen onderscheiden.

De ‘gelukkige’ Delftse wetenschappers zijn: dr. Pieter Vermaas (Techniek, Bestuur en Management), dr. Max Mulder (Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek), dr. Guido Mul en dr. Nynke Dekker (beiden Technische Natuurwetenschappen).

Dekker en Mulder waren niet bereikbaar voor commentaar. Dekker gaat de werking van de drager van genetische informatie bij virussen, RNA, onderzoeken. Recent onderzoek toont aan dat RNA de genen kan uitzetten. Dekker zal de kleine motoren die deze rollen van RNA mogelijk maken met fysische technieken onderzoeken.

Mulder zal het gedrag van mensen in een vluchtsimulator bestuderen. Mensen gedragen zich in een simulator vaak anders dan in de werkelijkheid, omdat de visuele en vestibulaire stimuli niet perfect kunnen worden nagebootst. In zijn onderzoek wil Mulder de bewegingswaarneming van piloten in vluchtsimulator en vliegtuig modelleren.

Was u verrast door de toekenning?

“Ik ben nu zeven jaar in dienst bij de TU. Mijn truc om onderzoek te blijven doen als academicus aan de universiteit is om diverse potjes op het vuur te zetten. Het indienen van een onderzoeksplan voor een Vidi-subsidie was zo’n potje en het is te gek dat het is gelukt. Van te voren schatte ik in dat ik vijftig procent kans zou maken. De filosofie van techniek, die ik bedrijf is een nieuwe loot aan de filosofietak. Ik wist dat ik, als de commissie de interdisciplinariteit van mijn onderzoek zou kunnen waarderen, een grote kans zou maken. Dit is heel belangrijk voor mijn carriÈre. Ik ga hierover boeken en artikelen publiceren en er komt een interactie met de academische wereld. Het onderzoek dat ik nu opzet stopt daarom niet na vijf jaar, maar gaat eindeloos door.”

Wat gaat u onderzoeken, dankzij de subsidie?

“Ik ga onderzoek doen naar functionele compositie. Hoe worden technische functies opgedeeld in subfuncties? Ik ga kijken naar wat ingenieurs zeggen wat ze doen als ze ontwerpen. Een klant komt bij een ingenieur met een verzoek om iets te maken, bijvoorbeeld een wasmachine. Een ingenieur gaat daarmee aan de slag. De functie van een wasmachine is wassen. Welke subfuncties ontwikkelt hij daarbij en in hoeverre draagt dat nog bij tot de functie? Voor filosofen is het interessant om te kijken naar deze deel-geheel-discussie. Ik analyseer wat de begrippen betekenen. Daar wil ik graag de logica op loslaten.”
Guido Mul, Reactor and Catalysis Engineering

Was u verrast door de toekenning?

“Nee. Ik wist dat ik een goede kans zou maken, omdat ik steeds goede reacties kreeg op mijn voorstel. Het gesprek met de beoordelingscommissie ging heel goed en ook de referentenrapporten waren positief. Dan ga je na dat je een grote kans hebt. Maar dat ik de subsidie zou krijgen wist ik van tevoren nog niet, natuurlijk. De afgelopen maanden heb ik daarom wel in spanning gezeten. Deze subsidie is heel belangrijk. Zonder dit geld zou ik mijn onderzoek niet gemakkelijk kunnen voortzetten.”

Wat gaat u onderzoeken, dankzij de subsidie?

“Het gebruik van licht in de katalyse. Daarvoor moet ik genoeg licht in een reactor kunnen krijgen, zodat het commercieel interessant wordt. Stel: je vult een bekerglas met water en je gebruikte een onoplosbare vaste stof als katalysator voor de omzetting van een in het water opgeloste reactant. Als je met een lamp van bovenaf op het reactiemengsel schijnt, is het onderste gedeelte donker. De katalysator ziet daar het licht niet. Door een structuur aan te brengen is het mogelijk het complete reactorvolume waarin de katalysator zich bevindt, te belichten. Het grote probleem van het gebruik van licht is de lage reactiesnelheid . daar probeer ik met mijn onderzoek de komende vier jaar wat aan te doen.”

(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.