Coen Vermeeren wil als hoofd van Studium Generale dat studenten in aanraking komen met andere manieren van denken. “Zo kun je ze wapenen en misschien voorkomen dat ze in hun werkende leven gefrustreerd raken als beslissingen niet technisch zijn, maar politiek.”
Het programma van Studium Generale voor het komende najaar is net uit. Tevreden?
“Zeker. We denken dat ons programma voor de hele campus interessant is. We willen als Studium Generale middenin de campus staan, weten wat er leeft. Wat wij bieden, moet aansluiten bij wat mensen willen horen.”
Hoe zorg je daarvoor?
“We hebben een redactieraad die bestaat uit mensen van alle faculteiten, ook studenten. De medewerkers van Studium Generale bedenken samen wat er het komende seizoen op de agenda moet staan. De raad houdt daar toezicht op, bekijkt onze voorstellen en geeft zijn mening. Die is overigens niet altijd doorslaggevend, soms kiezen we voor onze eigen lijn. De leden van de redactieraad helpen ook vaak bij het zoeken naar sprekers, of raden een bepaalde spreker juist af. Via hen zoeken we naar de link met de faculteiten.”
En zelf werkt u ook nog als docent.
“Ik werk drieëneenhalve dag per week bij Studium Generale. De andere anderhalve dag geef ik les bij luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. Dat vind ik een belangrijke combinatie omdat ik op die manier dichtbij onze eerste doelgroep, de studenten, sta.”
Over het nieuwe programma: daar staat een heel nieuw programmaonderdeel op. Kunt u uitleggen wat het plan is?
“Dan moet ik bij het begin beginnen. Het college van bestuur heeft ons een paar jaar geleden gevraagd te zoeken naar een vorm om toponderzoek te presenteren voor een groot publiek: de campus of zelfs daarbuiten. De universiteit heeft immers ook een plicht te laten zien wat er hier allemaal gebeurt. We hebben dat toen in een lezingencyclus gedaan, maar dat werkte helemaal niet. Het was veel te droog. En dus gaan we nu experimenteren met een toegankelijker en meer aansprekende vorm.”
En die is?
“De titel luidt ‘Techniek@cultuur. Wetenschap = theater’. Wij vonden dat wel toepasselijk, want ook een wetenschapper is in zekere zin een acteur. Onze bedoeling is de menselijke en culturele kant achter de techniek en de wetenschapper te laten zien. En daarom hebben we gekozen voor een theatrale plek, theater De Veste, en een theatrale vorm, een soort ‘Zomergasten’-achtige setting.”
Ook met beeldfragmenten?
“Zeker, die hebben we samen met de gast uitgekozen. Het leuke van ‘Zomergasten’ vind ik dat mensen aan de hand van fragmenten vertellen over waarom ze dat fragment, dat onderwerp belangrijk vinden. We hebben interviewer Kees Driehuis, bekend van ‘Nova’ en ‘Per seconde wijzer’, aangetrokken. Hij zit samen met de gast op het podium en natuurlijk hopen we dat daar een prikkelend interview ontstaat. Om het extra interessant te maken voor studenten van alle faculteiten hebben we gezocht naar gasten die boven die faculteiten uitstijgen, wetenschappers die hun sporen al hebben verdiend.”
De eerste twee zijn al bekend: Francine Houben en Wim Dik. Waarom zij?
“Francine Houben is bekend van haar ontwerp van de TU-bibliotheek, dat je óf heel mooi óf heel lelijk vindt. We kennen haar natuurlijk ook van haar masterplan voor de herinrichting van de campus. De verhalen die zij vertelt, daar kun je iets mee, daar ontstaat discussie. Dat is precies wat we willen. De keuze voor Wim Dik is ook duidelijk. Hij wordt beschouwd als de machtigste ingenieur in Nederland. Hij vormt aanstaande ingenieurs. Ik denk dat het voor alle TU-studenten interessant is te zien wie de mens achter zo’n bekende naam is. Wat zijn haar of zijn drijfveren, waar loopt zij of hij vast?”
Jullie starten met vier van zulke avonden. Wanneer beschouw je het experiment als geslaagd?
“Het is een succes, een doorslaand succes, als de zaal vol zit, als we ‘nee’ moeten verkopen. Maar als de zaal voor meer dan de helft gevuld is, zijn we ook tevreden. Iets nieuws moet immers ook groeien. Wat we in ieder geval hopen, is dat deze avonden een TU Delft-gevoel uitstralen.”
In het programma van Studium Generale staan ook workshops als ‘Train your brain’ en ‘In hoger sferen’. Wat willen jullie daarmee bereiken?
“We zijn een universiteit met een voornamelijk harde technische kant. Maar die universiteit is wel bevolkt door mensen met levensvragen waar ze beroepsmatig weinig mee doen. Wij willen hen onderwerpen bieden die buiten de vakgebieden van de TU liggen. Niet dat al die gebieden hetzelfde zijn, maar voor mensen van buiten de TU lijkt het al snel één pot nat. Wat hier ontbreekt, is een klimaat van mensen die heel andere dingen studeren, psychologie of economie. In een stad als Amsterdam of Utrecht kom je die wel tegen, hier niet.”
Is dat erg?
“Dat is jammer, want het is nuttig en goed om een beetje buiten je vakgebied te kijken. Een student die nominaal studeert, zit feitelijk constant met zijn neus in de boeken en komt niet in aanraking met mensen die anders denken. Maar als diezelfde student na zijn studie gaat werken, moet hij wel samenwerken met heel anders denkende mensen.”
Kunt u een voorbeeld geven?
“Neem een actueel onderwerp als de Betuwelijn. Dat lijkt een technisch project, maar wie zijn daar de baas, wie nemen er de beslissingen? Geen ingenieurs, maar aannemers en politici. Dan blijkt opeens dat er achterkamertjes zijn, dat beslissingen niet technisch zijn, maar politiek. Stel, je zit daar als ingenieur tussen en je hebt berekend dat de spoorlijn op die bepaalde plek moet komen. Maar je baas zegt nee. En als je het nog eens hebt berekend, zegt hij weer nee. Zijn motieven zijn anders dan die van jou. Het is belangrijk om dat soort aspecten ook aan studenten te laten zien. Zo kun je ze wapenen en misschien voorkomen dat ze in hun werkende leven gefrustreerd raken.”
Als ik naar uw programma kijk, zie ik weinig politieke onderwerpen.
“Dat klopt, dat ligt hier moeilijk. Vorig jaar hebben we een serie georganiseerd die heette ‘Europa in beeld (of: de-ver-van-mijn-bed-show)’. Nou, dat was het zeker. Er was nauwelijks belangstelling voor. We zouden studenten heel graag politiek bewustzijn bijbrengen, juist zodat ze daar later in hun werk profijt van hebben. Maar op technische universiteiten moet je studenten er met de haren bijslepen als het over politiek gaat, uitzonderingen daargelaten. We maken ons daar zorgen over en zoeken naar mogelijkheden om zulke onderwerpen toch meer onder de aandacht te brengen. We denken er echt over na hoe we ervoor kunnen zorgen dat studenten zich druk maken over iets, dat ze misschien wel op de universiteit wat gezond tegengas geven. Helaas is dat nu vaak bedroevend.”
Hoe gaat u als docent om met uw studenten?
“Ik geef aan eerstejaars studenten het vak inleiding vliegtuigconstructies en aan tweedejaars het vak materialen en productieprocessen II. Daar komt veel creativiteit bij kijken. Ik probeer ook met studenten te discussiëren.Dat lukt best, al zijn eerste- en tweedejaars wel wat gedwee. Ik probeer ze ervan te doordringen, dat ze niet alleen moeten leren, maar ook moeten vergeten. Voor hen is een nieuw vliegtuig vaak nog steeds een romp met twee vleugels. Van die gedachte moeten ze af, want de romp met twee vleugels staat aan het einde van zijn ontwikkeling. Durf anders te denken. Dat is nodig. Ik moet een generalist, een twijfelaar in de markt zetten, die met voldoende kennis van zaken nog alle kanten op kan.”
Dan hebben ze Studium Generale niet meer nodig.
“Juist wel. Vakgebiedoverstijgende vakken als geschiedenis van de techniek zijn uit efficiencyoverwegingen langzaam aan het verdwijnen uit onze curricula. Wij springen deels in dat gat, maar wel als roepende in de woestijn. Wat wij bieden is immers vrijwillig voor studenten. Maar studenten moeten zich realiseren dat die kennis later van immens belang is.”
Want?
“Het is heel nuttig om bijvoorbeeld te leren argumenteren. Gelukkig zien veel studenten dat ook, want vooral onze trainingen en workshops lopen erg goed. Maar ook lezingen worden over het algemeen erg goed bezocht. Toen Midas Dekkers er vorig jaar was, was de zaal afgeladen vol. Hij hield een verhaal over poep. Dat is dan gekheid en misschien niet heel wetenschappelijk, maar het draagt toch bij aan de academische vorming. Er is namelijk een heleboel over poep te zeggen. Wij hopen dat studenten daardoor inzien dat dat voor veel meer onderwerpen geldt.”
WIE IS COEN VERMEEREN?
Het is nu ongeveer een jaar geleden dat dr.ir. Coen Vermeeren (41) aantrad als hoofd van Studium Generale. Hij heeft zijn baan als docent bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek daarvoor niet helemaal hoeven opgeven.
Voordat hij in 1998 begon bij die faculteit, werkte hij twee jaar in Nijmegen. Vermeeren heeft in Delft gestudeerd en is hier ook gepromoveerd. Naast wetenschapper is hij ook componist. Hij heeft ongeveer veertig werken voor koor op zijn naam staan, zowel a capella als met orgel of strijkorkest. Verder is hij stichtingsvoorzitter van het Muziekinstituut Breda, waar een aantal koren onder valt. Vermeeren heeft ook zelf een kamerkoor en orkest, waarmee hij voornamelijk cantates van Bach uitvoert. In 2002 heeft hij de cd ‘Mysterium’ opgenomen, met de Gentlemen of St. Johns College Choir Cambridge. Omdat de route Breda-Delft wel erg druk werd, is Vermeeren in 2001 van Breda verhuisd naar Rotterdam.
(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Het programma van Studium Generale voor het komende najaar is net uit. Tevreden?
“Zeker. We denken dat ons programma voor de hele campus interessant is. We willen als Studium Generale middenin de campus staan, weten wat er leeft. Wat wij bieden, moet aansluiten bij wat mensen willen horen.”
Hoe zorg je daarvoor?
“We hebben een redactieraad die bestaat uit mensen van alle faculteiten, ook studenten. De medewerkers van Studium Generale bedenken samen wat er het komende seizoen op de agenda moet staan. De raad houdt daar toezicht op, bekijkt onze voorstellen en geeft zijn mening. Die is overigens niet altijd doorslaggevend, soms kiezen we voor onze eigen lijn. De leden van de redactieraad helpen ook vaak bij het zoeken naar sprekers, of raden een bepaalde spreker juist af. Via hen zoeken we naar de link met de faculteiten.”
En zelf werkt u ook nog als docent.
“Ik werk drieëneenhalve dag per week bij Studium Generale. De andere anderhalve dag geef ik les bij luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. Dat vind ik een belangrijke combinatie omdat ik op die manier dichtbij onze eerste doelgroep, de studenten, sta.”
Over het nieuwe programma: daar staat een heel nieuw programmaonderdeel op. Kunt u uitleggen wat het plan is?
“Dan moet ik bij het begin beginnen. Het college van bestuur heeft ons een paar jaar geleden gevraagd te zoeken naar een vorm om toponderzoek te presenteren voor een groot publiek: de campus of zelfs daarbuiten. De universiteit heeft immers ook een plicht te laten zien wat er hier allemaal gebeurt. We hebben dat toen in een lezingencyclus gedaan, maar dat werkte helemaal niet. Het was veel te droog. En dus gaan we nu experimenteren met een toegankelijker en meer aansprekende vorm.”
En die is?
“De titel luidt ‘Techniek@cultuur. Wetenschap = theater’. Wij vonden dat wel toepasselijk, want ook een wetenschapper is in zekere zin een acteur. Onze bedoeling is de menselijke en culturele kant achter de techniek en de wetenschapper te laten zien. En daarom hebben we gekozen voor een theatrale plek, theater De Veste, en een theatrale vorm, een soort ‘Zomergasten’-achtige setting.”
Ook met beeldfragmenten?
“Zeker, die hebben we samen met de gast uitgekozen. Het leuke van ‘Zomergasten’ vind ik dat mensen aan de hand van fragmenten vertellen over waarom ze dat fragment, dat onderwerp belangrijk vinden. We hebben interviewer Kees Driehuis, bekend van ‘Nova’ en ‘Per seconde wijzer’, aangetrokken. Hij zit samen met de gast op het podium en natuurlijk hopen we dat daar een prikkelend interview ontstaat. Om het extra interessant te maken voor studenten van alle faculteiten hebben we gezocht naar gasten die boven die faculteiten uitstijgen, wetenschappers die hun sporen al hebben verdiend.”
De eerste twee zijn al bekend: Francine Houben en Wim Dik. Waarom zij?
“Francine Houben is bekend van haar ontwerp van de TU-bibliotheek, dat je óf heel mooi óf heel lelijk vindt. We kennen haar natuurlijk ook van haar masterplan voor de herinrichting van de campus. De verhalen die zij vertelt, daar kun je iets mee, daar ontstaat discussie. Dat is precies wat we willen. De keuze voor Wim Dik is ook duidelijk. Hij wordt beschouwd als de machtigste ingenieur in Nederland. Hij vormt aanstaande ingenieurs. Ik denk dat het voor alle TU-studenten interessant is te zien wie de mens achter zo’n bekende naam is. Wat zijn haar of zijn drijfveren, waar loopt zij of hij vast?”
Jullie starten met vier van zulke avonden. Wanneer beschouw je het experiment als geslaagd?
“Het is een succes, een doorslaand succes, als de zaal vol zit, als we ‘nee’ moeten verkopen. Maar als de zaal voor meer dan de helft gevuld is, zijn we ook tevreden. Iets nieuws moet immers ook groeien. Wat we in ieder geval hopen, is dat deze avonden een TU Delft-gevoel uitstralen.”
In het programma van Studium Generale staan ook workshops als ‘Train your brain’ en ‘In hoger sferen’. Wat willen jullie daarmee bereiken?
“We zijn een universiteit met een voornamelijk harde technische kant. Maar die universiteit is wel bevolkt door mensen met levensvragen waar ze beroepsmatig weinig mee doen. Wij willen hen onderwerpen bieden die buiten de vakgebieden van de TU liggen. Niet dat al die gebieden hetzelfde zijn, maar voor mensen van buiten de TU lijkt het al snel één pot nat. Wat hier ontbreekt, is een klimaat van mensen die heel andere dingen studeren, psychologie of economie. In een stad als Amsterdam of Utrecht kom je die wel tegen, hier niet.”
Is dat erg?
“Dat is jammer, want het is nuttig en goed om een beetje buiten je vakgebied te kijken. Een student die nominaal studeert, zit feitelijk constant met zijn neus in de boeken en komt niet in aanraking met mensen die anders denken. Maar als diezelfde student na zijn studie gaat werken, moet hij wel samenwerken met heel anders denkende mensen.”
Kunt u een voorbeeld geven?
“Neem een actueel onderwerp als de Betuwelijn. Dat lijkt een technisch project, maar wie zijn daar de baas, wie nemen er de beslissingen? Geen ingenieurs, maar aannemers en politici. Dan blijkt opeens dat er achterkamertjes zijn, dat beslissingen niet technisch zijn, maar politiek. Stel, je zit daar als ingenieur tussen en je hebt berekend dat de spoorlijn op die bepaalde plek moet komen. Maar je baas zegt nee. En als je het nog eens hebt berekend, zegt hij weer nee. Zijn motieven zijn anders dan die van jou. Het is belangrijk om dat soort aspecten ook aan studenten te laten zien. Zo kun je ze wapenen en misschien voorkomen dat ze in hun werkende leven gefrustreerd raken.”
Als ik naar uw programma kijk, zie ik weinig politieke onderwerpen.
“Dat klopt, dat ligt hier moeilijk. Vorig jaar hebben we een serie georganiseerd die heette ‘Europa in beeld (of: de-ver-van-mijn-bed-show)’. Nou, dat was het zeker. Er was nauwelijks belangstelling voor. We zouden studenten heel graag politiek bewustzijn bijbrengen, juist zodat ze daar later in hun werk profijt van hebben. Maar op technische universiteiten moet je studenten er met de haren bijslepen als het over politiek gaat, uitzonderingen daargelaten. We maken ons daar zorgen over en zoeken naar mogelijkheden om zulke onderwerpen toch meer onder de aandacht te brengen. We denken er echt over na hoe we ervoor kunnen zorgen dat studenten zich druk maken over iets, dat ze misschien wel op de universiteit wat gezond tegengas geven. Helaas is dat nu vaak bedroevend.”
Hoe gaat u als docent om met uw studenten?
“Ik geef aan eerstejaars studenten het vak inleiding vliegtuigconstructies en aan tweedejaars het vak materialen en productieprocessen II. Daar komt veel creativiteit bij kijken. Ik probeer ook met studenten te discussiëren.Dat lukt best, al zijn eerste- en tweedejaars wel wat gedwee. Ik probeer ze ervan te doordringen, dat ze niet alleen moeten leren, maar ook moeten vergeten. Voor hen is een nieuw vliegtuig vaak nog steeds een romp met twee vleugels. Van die gedachte moeten ze af, want de romp met twee vleugels staat aan het einde van zijn ontwikkeling. Durf anders te denken. Dat is nodig. Ik moet een generalist, een twijfelaar in de markt zetten, die met voldoende kennis van zaken nog alle kanten op kan.”
Dan hebben ze Studium Generale niet meer nodig.
“Juist wel. Vakgebiedoverstijgende vakken als geschiedenis van de techniek zijn uit efficiencyoverwegingen langzaam aan het verdwijnen uit onze curricula. Wij springen deels in dat gat, maar wel als roepende in de woestijn. Wat wij bieden is immers vrijwillig voor studenten. Maar studenten moeten zich realiseren dat die kennis later van immens belang is.”
Want?
“Het is heel nuttig om bijvoorbeeld te leren argumenteren. Gelukkig zien veel studenten dat ook, want vooral onze trainingen en workshops lopen erg goed. Maar ook lezingen worden over het algemeen erg goed bezocht. Toen Midas Dekkers er vorig jaar was, was de zaal afgeladen vol. Hij hield een verhaal over poep. Dat is dan gekheid en misschien niet heel wetenschappelijk, maar het draagt toch bij aan de academische vorming. Er is namelijk een heleboel over poep te zeggen. Wij hopen dat studenten daardoor inzien dat dat voor veel meer onderwerpen geldt.”
www.sg.tudelft.nl
www.muziekinstituut.nl
www.coenvermeeren.nl
WIE IS COEN VERMEEREN?
Het is nu ongeveer een jaar geleden dat dr.ir. Coen Vermeeren (41) aantrad als hoofd van Studium Generale. Hij heeft zijn baan als docent bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek daarvoor niet helemaal hoeven opgeven.
Voordat hij in 1998 begon bij die faculteit, werkte hij twee jaar in Nijmegen. Vermeeren heeft in Delft gestudeerd en is hier ook gepromoveerd. Naast wetenschapper is hij ook componist. Hij heeft ongeveer veertig werken voor koor op zijn naam staan, zowel a capella als met orgel of strijkorkest. Verder is hij stichtingsvoorzitter van het Muziekinstituut Breda, waar een aantal koren onder valt. Vermeeren heeft ook zelf een kamerkoor en orkest, waarmee hij voornamelijk cantates van Bach uitvoert. In 2002 heeft hij de cd ‘Mysterium’ opgenomen, met de Gentlemen of St. Johns College Choir Cambridge. Omdat de route Breda-Delft wel erg druk werd, is Vermeeren in 2001 van Breda verhuisd naar Rotterdam.
(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Comments are closed.