Hoe zit de TU bestuurlijk precies in elkaar? Een klein abc’tje van de macht aan de Delftse universiteit. College van bestuurHet dagelijks bestuur van de TU Delft, dat de belangrijkste beslissingen aan de TU neemt.
Het cvb of college (de twee gangbare afkortingen) bestaat uit vier mensen: de voorzitter (Nico de Voogd), de rector magnificus (Karel Wakker), de vice-president research (Guus Berkhout) en de vice-president support (Jan Oele). Ze worden benoemd door de raad van toezicht voor vier jaar. Eventueel worden ze vervolgens herbenoemd. Kort door de bocht: Wakker doet onderwijs, Berkhout onderzoek, Oele financiën, personeel & organisatie en vastgoed, en De Voogd de rest. Het viermanschap vormt een zogenaamd ‘collegiaal bestuur’, er is dus geen opperbaas zoals vaak in het bedrijfsleven. Komen ze er echt niet uit, dan heeft De Voogd uiteindelijk de beslissende stem.
Raad van toezicht
Groep ‘wijzen’ die tussen de minister en de universiteit in staat. In Delft bestaat de raad van toezicht uit vier topmensen uit het bedrijfsleven en FNV-vakbondsleider Lodewijk de Waal. De raad van toezicht is sinds 1 mei 1997 in functie en heeft een controlerende functie, vergelijkbaar met de raad van commissarissen in een groot bedrijf. De raad houdt op afstand toezicht op de TU, en keurt belangrijke besluiten goed (of af): de herbenoeming van collegeleden bijvoorbeeld, of het masterplan voor de campus en de begroting.
Voorzitter van de Delftse raad van toezicht is Jan Slechte, oud president-directeur van Shell Nederland. Iedere raad van toezicht telt verplicht minstens één vrouw. In Delft is dat Marike van Lier Lels van Schiphol.
Per 1 mei loopt de termijn van vier jaar van de meeste leden van de raad van toezicht af. De verwachting is dat minister Hermans hen binnenkort zal herbenoemen.
Ondernemingsraad
Net als het bedrijfsleven kent de TU Delft sinds eind 1997 een ondernemingsraad. De or heeft 23 leden, verdeeld over vier partijen: Demokratisch Beleid (linksig), Abvakabo (‘linkse’ vakbond), Cmhf (‘rechtse’ vakbond) en CFO (christelijke vakbond). Voorzitter is Daan Hoogwater van Cmhf.
Om de drie jaar zijn er verkiezingen voor de or, waarbij alle TU-medewerkers mogen stemmen. De opkomst is laag en wordt steeds lager. Bij de laatste verkiezingen in 1999 kwam slechts 34 procent van de TU-kiesgerechtigden opdagen.
De ondernemingsraad heeft adviesrecht; bij sommige zaken heeft de raad echter instemmingsrecht, en heeft het college dus zijngoedkeuring nodig. Voorbeelden: de strategienota en het masterplan (de toekomstige inrichting van de TU-wijk).
Studentenraad
Wat de or is voor de medewerkers, is de studentenraad (sr) voor studenten. De sr adviseert het college bij studentenzaken, en heeft een enkele keer zelfs instemmingsrecht.
Zowel sr als or hebben beide tevens initiatiefrecht: ze kunnen een eigen voorstel indienen, waar het college zich verplicht over moet buigen. De sr heeft het collegebeleid op deze wijze regelmatig beïnvloed, de or zelden.
De sr heeft tien leden. Jaarlijks zijn er verkiezingen. Meestal doen er maar twee partijen mee: Aag (links) en Oras (rechts). Inhoudelijk ontlopen de twee partijen elkaar tegenwoordig weinig, qua kleding des te meer. Een Aag-lid is doorgaans alternatief of casual gekleed; Oras-leden worden regelmatig in (mantel)pakken gesignaleerd.
Onderdeelcommissie
Ook de faculteiten hebben een eigen or, genaamd onderdeelcommissie (odc). Verkiezingen voor de odc vinden tegelijk plaats met die voor de centrale or.
Facultaire studentenraad
Iedere faculteit kent eveneens een facultaire studentenraad (fsr). De jaarlijkse verkiezingen zijn gelijktijdig met de centrale sr-verkiezingen. Vaak doet er maar één partij mee.
MUB
Afkorting voor de Wet Modernisering Universitaire Bestuursstructuur. Deze wet schrijft grotendeels voor dat het universitaire bestuur op bovenstaande wijze geregeld is. De MUB is sinds 1997 van kracht. Voor het MUB-tijdperk leefden we in het WUB-tijdperk (vanaf 1971). De or en de sr bestonden toen niet. In plaats daarvan was er een democratisch gekozen universiteitsraad, die meebestuurde. De raad had hierdoor veel meer macht had dan de huidige sr en or. Ook de raad van toezicht was er nog niet. Universiteiten zijn momenteel (verplicht) bezig met een evaluatie van de MUB. Collegevoorzitter De Voogd heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij er heel blij mee is.
Groepsraad
Overlegorgaan tussen de decanen (de hoofden van de faculteiten) en het college. Machtige club. Hier houdt het college ruggespraak over haar plannen. Zonder instemming van de decanen is een plan gedoemd te mislukken. Staat de groepsraad ergens achter, dan is het moeilijk tegen te houden.
Managementteam
Bestuurscollectief van een faculteit. Naast de decaan bestaat het team ook uit een aantal afdelingsvoorzitters.
Lokaal Overleg
Overleg tussen het college en de vakbonden over alles wat samenhangt met de cao. Niet altijd is duidelijk welke zaken thuishoren in het Lokaal Overleg en welke in de or. Daar wordt momenteel flink ruzie om gemaakt.
Strategienota
Document waarin het toekomstig beleid van de TU beschreven staat. De eerste dateert van 1994 en meldde dat de TU tot de top-vijf van de wereld wil behoren. De tweede is nu in de maak. Het opheffen van matige onderzoeksgroepen is een van de kernpunten van deze tweede nota.
College van bestuur
Het dagelijks bestuur van de TU Delft, dat de belangrijkste beslissingen aan de TU neemt. Het cvb of college (de twee gangbare afkortingen) bestaat uit vier mensen: de voorzitter (Nico de Voogd), de rector magnificus (Karel Wakker), de vice-president research (Guus Berkhout) en de vice-president support (Jan Oele). Ze worden benoemd door de raad van toezicht voor vier jaar. Eventueel worden ze vervolgens herbenoemd. Kort door de bocht: Wakker doet onderwijs, Berkhout onderzoek, Oele financiën, personeel & organisatie en vastgoed, en De Voogd de rest. Het viermanschap vormt een zogenaamd ‘collegiaal bestuur’, er is dus geen opperbaas zoals vaak in het bedrijfsleven. Komen ze er echt niet uit, dan heeft De Voogd uiteindelijk de beslissende stem.
Raad van toezicht
Groep ‘wijzen’ die tussen de minister en de universiteit in staat. In Delft bestaat de raad van toezicht uit vier topmensen uit het bedrijfsleven en FNV-vakbondsleider Lodewijk de Waal. De raad van toezicht is sinds 1 mei 1997 in functie en heeft een controlerende functie, vergelijkbaar met de raad van commissarissen in een groot bedrijf. De raad houdt op afstand toezicht op de TU, en keurt belangrijke besluiten goed (of af): de herbenoeming van collegeleden bijvoorbeeld, of het masterplan voor de campus en de begroting.
Voorzitter van de Delftse raad van toezicht is Jan Slechte, oud president-directeur van Shell Nederland. Iedere raad van toezicht telt verplicht minstens één vrouw. In Delft is dat Marike van Lier Lels van Schiphol.
Per 1 mei loopt de termijn van vier jaar van de meeste leden van de raad van toezicht af. De verwachting is dat minister Hermans hen binnenkort zal herbenoemen.
Ondernemingsraad
Net als het bedrijfsleven kent de TU Delft sinds eind 1997 een ondernemingsraad. De or heeft 23 leden, verdeeld over vier partijen: Demokratisch Beleid (linksig), Abvakabo (‘linkse’ vakbond), Cmhf (‘rechtse’ vakbond) en CFO (christelijke vakbond). Voorzitter is Daan Hoogwater van Cmhf.
Om de drie jaar zijn er verkiezingen voor de or, waarbij alle TU-medewerkers mogen stemmen. De opkomst is laag en wordt steeds lager. Bij de laatste verkiezingen in 1999 kwam slechts 34 procent van de TU-kiesgerechtigden opdagen.
De ondernemingsraad heeft adviesrecht; bij sommige zaken heeft de raad echter instemmingsrecht, en heeft het college dus zijngoedkeuring nodig. Voorbeelden: de strategienota en het masterplan (de toekomstige inrichting van de TU-wijk).
Studentenraad
Wat de or is voor de medewerkers, is de studentenraad (sr) voor studenten. De sr adviseert het college bij studentenzaken, en heeft een enkele keer zelfs instemmingsrecht.
Zowel sr als or hebben beide tevens initiatiefrecht: ze kunnen een eigen voorstel indienen, waar het college zich verplicht over moet buigen. De sr heeft het collegebeleid op deze wijze regelmatig beïnvloed, de or zelden.
De sr heeft tien leden. Jaarlijks zijn er verkiezingen. Meestal doen er maar twee partijen mee: Aag (links) en Oras (rechts). Inhoudelijk ontlopen de twee partijen elkaar tegenwoordig weinig, qua kleding des te meer. Een Aag-lid is doorgaans alternatief of casual gekleed; Oras-leden worden regelmatig in (mantel)pakken gesignaleerd.
Onderdeelcommissie
Ook de faculteiten hebben een eigen or, genaamd onderdeelcommissie (odc). Verkiezingen voor de odc vinden tegelijk plaats met die voor de centrale or.
Facultaire studentenraad
Iedere faculteit kent eveneens een facultaire studentenraad (fsr). De jaarlijkse verkiezingen zijn gelijktijdig met de centrale sr-verkiezingen. Vaak doet er maar één partij mee.
MUB
Afkorting voor de Wet Modernisering Universitaire Bestuursstructuur. Deze wet schrijft grotendeels voor dat het universitaire bestuur op bovenstaande wijze geregeld is. De MUB is sinds 1997 van kracht. Voor het MUB-tijdperk leefden we in het WUB-tijdperk (vanaf 1971). De or en de sr bestonden toen niet. In plaats daarvan was er een democratisch gekozen universiteitsraad, die meebestuurde. De raad had hierdoor veel meer macht had dan de huidige sr en or. Ook de raad van toezicht was er nog niet. Universiteiten zijn momenteel (verplicht) bezig met een evaluatie van de MUB. Collegevoorzitter De Voogd heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij er heel blij mee is.
Groepsraad
Overlegorgaan tussen de decanen (de hoofden van de faculteiten) en het college. Machtige club. Hier houdt het college ruggespraak over haar plannen. Zonder instemming van de decanen is een plan gedoemd te mislukken. Staat de groepsraad ergens achter, dan is het moeilijk tegen te houden.
Managementteam
Bestuurscollectief van een faculteit. Naast de decaan bestaat het team ook uit een aantal afdelingsvoorzitters.
Lokaal Overleg
Overleg tussen het college en de vakbonden over alles wat samenhangt met de cao. Niet altijd is duidelijk welke zaken thuishoren in het Lokaal Overleg en welke in de or. Daar wordt momenteel flink ruzie om gemaakt.
Strategienota
Document waarin het toekomstig beleid van de TU beschreven staat. De eerste dateert van 1994 en meldde dat de TU tot de top-vijf van de wereld wil behoren. De tweede is nu in de maak. Het opheffen van matige onderzoeksgroepen is een van de kernpunten van deze tweede nota.
Comments are closed.