Wie houdt het onderwijs aan de TU Delft op peil? Wie houdt de aandacht vast, welke docent is bijzonder, boeiend of gewoon erg goed? Ze zijn er nog wel, in Delft.
br />
Deze week werd bekend dat de hoogleraar stromingsleer en turbulentie prof.dr.ir. Frans T.M. Nieuwstadt in september de Leermeesterprijs ontvangt, de jaarlijkse onderscheiding voor de beste Delftse docent. Maar Nieuwstadt is niet de enige met gevoel en hartstocht voor het onderwijs. Iedere student kent waarschijnlijk wel zo iemand in zijn leeromgeving – een docent die een college geeft dat staat als een huis, die weet te motiveren en te vernieuwen. Wat drijft hen, wat kunnen ze dat anderen niet kunnen? Een kleine selectie uit een bont gezelschap.
‘Ik moet improviseren, me kwetsbaar opstellen’
Prof.dr.ir. Jan Buijs, hoogleraar
Geeft onder andere het vierdejaarsvak ‘creatief probleemoplossen’ bij Industrieel Ontwerpen.
Jan Buijs is niet een klassieke Delftse professor. Zijn voeten zijn stevig geplant in het creatief denken. Hij geeft het vak ‘creatief probleemoplossen’ (CPO). Voor problemen van werkelijk alle aard, op industrieel ontwerpen gericht of niet, moeten studenten een oplossing vinden. Zo’n oplossing wordt gezocht in denkgroepen met een niet van te voren bepaald scenario. ,,CPO is als toneelspelen”, aldus Jan Buijs. ,,Ik moet een leeromgeving maken. Ik ben meer een deelnemer dan een docent”. ,,Het creatieve proces kan op allerlei manieren tot stand komen: we gaan sowieso altijd weg uit Delft; in een ontspannen sfeer dus.” Verder ziet Buijs graag zijn studenten experimenteren om tot een creatief proces te komen, waarin denkbarrières weggenomen worden. ,,Een aantal studenten kwam op het idee naar een zwembad te gaan. Anderen vonden het drinken van alcohol een creativiteitstimulerende activiteit, daar sta ik voor open. Het gaat vooral om het stimuleren van de rechterhersenhelft, die de meer abstracte gedachten opwekt.”
,,Ik heb de ideeën achter de colleges niet helemaal zelf of vanuit de theorie bedacht: het zijn dingen die je tegenkomt bij brainstorm- en synecticssessies, die ik in de loop van mijn carrière heb ervaren en die ik graag deel met mijn studenten.” Buijs vertelt met veel verve en enthousiasme over zijn vak. ,,Er is geen handleiding waar ik me aan vasthoud. Er zijn wel bepaalde vaardigheden die ik kan overbrengen op studenten en daar kan ik ze op toetsen”, aldus Buijs. ,,Het is veel vallen en opstaan. Sommige studenten zijn deze aanpak niet erg gewend en blijven de eerste uren verstijfd om zich heen kijken. Sommigen spreken me zelfs aan met u. Maar ik denk dat iedereen, creatief of niet, problemen kan oplossen. Ik vind: als je bijvoorbeeld een feestje kunt organiseren, dan heb je creatieve vaardigheden.”
De problemen die opgelost moeten worden zijn echt. Dat roept de vraag op of de resultaten van het college ook doeltreffend zijn. Buijs: ,,Probleemaanbieders zijn vaak heel blij en ook verrast met de resultaten.”
‘Ik heb het gewoon in elkaar gezet zoals mij logisch leek’
Prof.dr.ir. Jurjen Battjes, hoogleraar vloeistofmechanica
Geeft het inleidend college vloeistofmechanica en daarnaast onder andere de vakken stroming in waterlopen en korte golven bij Civiele Techniek.
Professor Jurjen Battjes is wat velen zouden zien als de klassieke Delftse professor. Uiterlijk heeft hij er al veel van weg: keurig pak, bril, grijs, geboren in 1939. Voor een docent van wat velen een moeilijk theoretisch vak zouden noemen, vloeistofmechanica, is dit een passend voorkomen. Battjes geniet samen met collega’s als d’Angremond en Verruijt, binnen zijn faculteit Civiele Techniek bovendien hoog aanzien door zijn oerdegelijke colleges.
Overigens stoort Battjes zich geenszins aan zijn klassieke reputatie. ,,Ik kan me niet goed herinneren wanneer ik begonnen ben met doceren, ergens eind jaren zestig, denk ik. Ik heb toentertijd het vak ‘windgolven’ geheel uit het niets opgebouwd.” Veel onderwijsdidactiek uit boeken kwam daar niet bij kijken: ,,Ik heb het gewoon in elkaar gezet zoals het mij logisch leek”.
Battjes kreeg vier jaar geleden de Leermeesterprijs van het Universiteitsfonds van de TU. Op de vraag waarom hij deze prijs gekregen heeft antwoordt hij bescheiden: ,,Ik zal eens op de oorkonde kijken… ‘Excellentie in onderwijs en onderzoek’ staat er.”
,,Maar de stof op zich zorgt er al voor dat mijn colleges goed bezocht en aandachtig gevolgd worden. Vooral voor de lagerejaarscolleges neem ik een grotere voorbereidingstijd. Lagerejaars zijn veel vatbaarder voor onregelmatigheden en daar moet ik rekening mee houden”, aldus Battjes. In zijn vakgebied – dat veel te maken heeft met golven – is het af en toe verrassend handig om met veel handgebaren te iets uit te beelden. Dit is een beeld dat veel studenten voor zich halen bij het horen van de naam Battjes: een met golvende armen en handen docerende professor. ,,Ik hecht ook zeer veel waarde aan het practicum, dat is goed voor het inzicht. Ik zou graag een nog uitgebreider practicum zien, maar dat moet allemaal wel logistiek en binnen de studiepunten passen. De stof is vaak lastig; toch komen studenten vaak tussen de uren vaak bij mij langs en lukt het me altijd om een probleem uit te leggen. Zowel student als ik is dan tevreden.”
‘Mijn oude statistiekdocent, die kon het’
Dr.ir. Miguel Gutierrez
Geeft onder andere mechanica in het eerste jaar bij Luchtvaart- en Ruimtevaartkunde
Sinds drie jaar geeft Miguel Gutiérrez (33) mechanica aan eerstejaars in het Engels. Mechanica komt in bijna alle Delftse studies voor en het is een kunst om het goed over te brengen. Kunnen andere wat van Gutiérrez’ doceerstijl leren? Bijvoorbeeld: hoe houd je als jonge docent de aandacht van een zaal vol studenten vast, of eigenlijk: hoe verlies je de aandacht niet? ,,Als ik de draad van mijn verhaal een seconde uit het oog verlies, ben ik een groot deel van de aandacht kwijt, ik moet dus altijd scherp zijn. Ik probeer eigenlijk mijn oude statistiekdocent te imiteren. Hij gaf dat vak, dat in het algemeen moeilijk op een leuke manier over te brengen is, op een manier die iedereen boeide”, aldus Gutiérrez. Veel lessen leerde hij eigenlijk ook al uit zijn allereerste college: ,,Ik vond het moeilijk. Een college vraagt om een goede afstemming van theorie en voorbeelden. Meestal werkt eerst het geven van een realistisch praktijkvoorbeeld en dan de theorie erachter. Ik deed het verkeerd om en het tweede uur was het erg lawaaiig in de zaal.”
,,Wat helpt is om altijd een beetje zenuwachtig te zijn. Mijn slechtste colleges heb ik gegeven toen ik volledig ontspannen was. Ik zie het als mijn taak om het dictaat of boek tot leven te wekken. Ik moet de meerwaarde leveren. Een goed docentschap heeft met van alles te maken, maar vooral met de betrokkenheid met je vakgebied en met de wereld om je heen”, aldus Gutiérrez.
,,Ik hoop niet ooit een typische, statige Delftse professor te worden. Ik vind dat ik open moet staan voor studenten. Je moet niet bluffen als je iets niet weet, want je moet weten dat je op gelijke voet staat met de studenten. Je bent pas echt professor als studenten je als zodanig erkennen”, aldus Gutiérrez.
Op de vraag of zijn Spaanse temperament het verschil maakt antwoordt Gutiérrez: ,,Misschien, maar er zijn ook Delftenaren die dat temperament hebben zonder uit Spanje te komen.”
Wie houdt het onderwijs aan de TU Delft op peil? Wie houdt de aandacht vast, welke docent is bijzonder, boeiend of gewoon erg goed? Ze zijn er nog wel, in Delft.
Deze week werd bekend dat de hoogleraar stromingsleer en turbulentie prof.dr.ir. Frans T.M. Nieuwstadt in september de Leermeesterprijs ontvangt, de jaarlijkse onderscheiding voor de beste Delftse docent. Maar Nieuwstadt is niet de enige met gevoel en hartstocht voor het onderwijs. Iedere student kent waarschijnlijk wel zo iemand in zijn leeromgeving – een docent die een college geeft dat staat als een huis, die weet te motiveren en te vernieuwen. Wat drijft hen, wat kunnen ze dat anderen niet kunnen? Een kleine selectie uit een bont gezelschap.
‘Ik moet improviseren, me kwetsbaar opstellen’
Prof.dr.ir. Jan Buijs, hoogleraar
Geeft onder andere het vierdejaarsvak ‘creatief probleemoplossen’ bij Industrieel Ontwerpen.
Jan Buijs is niet een klassieke Delftse professor. Zijn voeten zijn stevig geplant in het creatief denken. Hij geeft het vak ‘creatief probleemoplossen’ (CPO). Voor problemen van werkelijk alle aard, op industrieel ontwerpen gericht of niet, moeten studenten een oplossing vinden. Zo’n oplossing wordt gezocht in denkgroepen met een niet van te voren bepaald scenario. ,,CPO is als toneelspelen”, aldus Jan Buijs. ,,Ik moet een leeromgeving maken. Ik ben meer een deelnemer dan een docent”. ,,Het creatieve proces kan op allerlei manieren tot stand komen: we gaan sowieso altijd weg uit Delft; in een ontspannen sfeer dus.” Verder ziet Buijs graag zijn studenten experimenteren om tot een creatief proces te komen, waarin denkbarrières weggenomen worden. ,,Een aantal studenten kwam op het idee naar een zwembad te gaan. Anderen vonden het drinken van alcohol een creativiteitstimulerende activiteit, daar sta ik voor open. Het gaat vooral om het stimuleren van de rechterhersenhelft, die de meer abstracte gedachten opwekt.”
,,Ik heb de ideeën achter de colleges niet helemaal zelf of vanuit de theorie bedacht: het zijn dingen die je tegenkomt bij brainstorm- en synecticssessies, die ik in de loop van mijn carrière heb ervaren en die ik graag deel met mijn studenten.” Buijs vertelt met veel verve en enthousiasme over zijn vak. ,,Er is geen handleiding waar ik me aan vasthoud. Er zijn wel bepaalde vaardigheden die ik kan overbrengen op studenten en daar kan ik ze op toetsen”, aldus Buijs. ,,Het is veel vallen en opstaan. Sommige studenten zijn deze aanpak niet erg gewend en blijven de eerste uren verstijfd om zich heen kijken. Sommigen spreken me zelfs aan met u. Maar ik denk dat iedereen, creatief of niet, problemen kan oplossen. Ik vind: als je bijvoorbeeld een feestje kunt organiseren, dan heb je creatieve vaardigheden.”
De problemen die opgelost moeten worden zijn echt. Dat roept de vraag op of de resultaten van het college ook doeltreffend zijn. Buijs: ,,Probleemaanbieders zijn vaak heel blij en ook verrast met de resultaten.”
‘Ik heb het gewoon in elkaar gezet zoals mij logisch leek’
Prof.dr.ir. Jurjen Battjes, hoogleraar vloeistofmechanica
Geeft het inleidend college vloeistofmechanica en daarnaast onder andere de vakken stroming in waterlopen en korte golven bij Civiele Techniek.
Professor Jurjen Battjes is wat velen zouden zien als de klassieke Delftse professor. Uiterlijk heeft hij er al veel van weg: keurig pak, bril, grijs, geboren in 1939. Voor een docent van wat velen een moeilijk theoretisch vak zouden noemen, vloeistofmechanica, is dit een passend voorkomen. Battjes geniet samen met collega’s als d’Angremond en Verruijt, binnen zijn faculteit Civiele Techniek bovendien hoog aanzien door zijn oerdegelijke colleges.
Overigens stoort Battjes zich geenszins aan zijn klassieke reputatie. ,,Ik kan me niet goed herinneren wanneer ik begonnen ben met doceren, ergens eind jaren zestig, denk ik. Ik heb toentertijd het vak ‘windgolven’ geheel uit het niets opgebouwd.” Veel onderwijsdidactiek uit boeken kwam daar niet bij kijken: ,,Ik heb het gewoon in elkaar gezet zoals het mij logisch leek”.
Battjes kreeg vier jaar geleden de Leermeesterprijs van het Universiteitsfonds van de TU. Op de vraag waarom hij deze prijs gekregen heeft antwoordt hij bescheiden: ,,Ik zal eens op de oorkonde kijken… ‘Excellentie in onderwijs en onderzoek’ staat er.”
,,Maar de stof op zich zorgt er al voor dat mijn colleges goed bezocht en aandachtig gevolgd worden. Vooral voor de lagerejaarscolleges neem ik een grotere voorbereidingstijd. Lagerejaars zijn veel vatbaarder voor onregelmatigheden en daar moet ik rekening mee houden”, aldus Battjes. In zijn vakgebied – dat veel te maken heeft met golven – is het af en toe verrassend handig om met veel handgebaren te iets uit te beelden. Dit is een beeld dat veel studenten voor zich halen bij het horen van de naam Battjes: een met golvende armen en handen docerende professor. ,,Ik hecht ook zeer veel waarde aan het practicum, dat is goed voor het inzicht. Ik zou graag een nog uitgebreider practicum zien, maar dat moet allemaal wel logistiek en binnen de studiepunten passen. De stof is vaak lastig; toch komen studenten vaak tussen de uren vaak bij mij langs en lukt het me altijd om een probleem uit te leggen. Zowel student als ik is dan tevreden.”
‘Mijn oude statistiekdocent, die kon het’
Dr.ir. Miguel Gutierrez
Geeft onder andere mechanica in het eerste jaar bij Luchtvaart- en Ruimtevaartkunde
Sinds drie jaar geeft Miguel Gutiérrez (33) mechanica aan eerstejaars in het Engels. Mechanica komt in bijna alle Delftse studies voor en het is een kunst om het goed over te brengen. Kunnen andere wat van Gutiérrez’ doceerstijl leren? Bijvoorbeeld: hoe houd je als jonge docent de aandacht van een zaal vol studenten vast, of eigenlijk: hoe verlies je de aandacht niet? ,,Als ik de draad van mijn verhaal een seconde uit het oog verlies, ben ik een groot deel van de aandacht kwijt, ik moet dus altijd scherp zijn. Ik probeer eigenlijk mijn oude statistiekdocent te imiteren. Hij gaf dat vak, dat in het algemeen moeilijk op een leuke manier over te brengen is, op een manier die iedereen boeide”, aldus Gutiérrez. Veel lessen leerde hij eigenlijk ook al uit zijn allereerste college: ,,Ik vond het moeilijk. Een college vraagt om een goede afstemming van theorie en voorbeelden. Meestal werkt eerst het geven van een realistisch praktijkvoorbeeld en dan de theorie erachter. Ik deed het verkeerd om en het tweede uur was het erg lawaaiig in de zaal.”
,,Wat helpt is om altijd een beetje zenuwachtig te zijn. Mijn slechtste colleges heb ik gegeven toen ik volledig ontspannen was. Ik zie het als mijn taak om het dictaat of boek tot leven te wekken. Ik moet de meerwaarde leveren. Een goed docentschap heeft met van alles te maken, maar vooral met de betrokkenheid met je vakgebied en met de wereld om je heen”, aldus Gutiérrez.
,,Ik hoop niet ooit een typische, statige Delftse professor te worden. Ik vind dat ik open moet staan voor studenten. Je moet niet bluffen als je iets niet weet, want je moet weten dat je op gelijke voet staat met de studenten. Je bent pas echt professor als studenten je als zodanig erkennen”, aldus Gutiérrez.
Op de vraag of zijn Spaanse temperament het verschil maakt antwoordt Gutiérrez: ,,Misschien, maar er zijn ook Delftenaren die dat temperament hebben zonder uit Spanje te komen.”
Comments are closed.