De Amerikanen willen de geesten in Europa rijp maken voor ‘Frankensteinvoedsel’. Een educatieve campagne kan de angst voor schade aan gezondheid en milieu wegnemen, denkt Tom Hoban – en wetenschappers moeten het voortouw nemen.
/strong>
Niemand in de collegezaal van het Kluyverlaboratorium vertrekt een spier wanneer de Amerikaanse hoogleraar Tom Hoban twee denkbeeldige zakken chips op tafel legt. Zeker niet de twee veiligheidsbeambten die zich pseudo-onopvallend in de collegebanken hebben genesteld.
Zij waken over de Amerikaanse ambassadeur Cynthia Schneider. Schneider zal Hoban die maandagavond een extra argument aanreiken om te verklaren waarom de Amerikaanse consument genetisch gemodificeerd voedsel makkelijker accepteert. Ze roemt het vertrouwen dat de Food and Drug Administration (FDA) geniet. Had Europa maar zo’n onafhankelijk instituut, is de boodschap.
Hoban geeft uitleg bij zijn chips. Zak X bevat wat tegenstanders ‘Frankensteinvoedsel’ noemen. Geen enkele garantie dat de aardappels bijvoorbeeld niet door inbreng van een vreemd gen weerbaar zijn gemaakt tegen insecten die de oogst bedreigen. De prijs: zestig eurocent.
Zak Y bevat gegarandeerd geen genetisch gemodificeerde ingrediënten. Het is lastig om dat zorgvuldig te checken, en dat laat Hoban meewegen in de prijs: één euro.
Zal de consument bereid zijn het prijsverschil te betalen? Hoban denkt van niet, en is daar niks rouwig om. Als hij echt een zak ‘Frankensteinchips’ voor zich had liggen, zou de hoogleraar food science aan de North Carolina State University waarschijnlijk demonstratief een handjevol naar binnen werken. Hij beschouwt de waarschuwingen van organisaties als Greenpeace tegen genetisch gemodificeerd voedsel als bangmakerij, een door afkeer van multinationals en globalisering geïnspireerd gevecht tegen de vooruitgang, dat stiekem medegefinancierd wordt door de organisch voedsel-industrie.
Het zijn ‘expliciete standpunten’, had prof.dr. Gijs Kuenen in zijn inleiding al glimlachend aangekondigd. Misschien moest het betoog van Hoban, die al tien jaar lang consumenten ondervraagt over genetisch gemanipuleerd voedsel, de onderzoekers in de zaal tot strijdlust inspireren. In Europa brokkelt het vertrouwen in het heil van biotechnologie steeds verder af. ,,De publieke perceptie is, om het vriendelijk te zeggen, een probleem”, zegt Kuenen.
Het nachtmerriescenario is dat het Europese klimaat zo vijandig wordt, dat investeerders en wetenschappers vertrekken naar de Verenigde Staten. Dus willen de voorstanders het publiek doordringen van de voordelen van genetisch gemodificeerd voedsel, ook voor de voedselproductie en preventie van ziektes in de ontwikkelingslanden en het milieu.
Hoe beter je mensen informeert over biotechnologie, hoe positieverhun oordeel, luidt de centrale stelling van Hoban. Maar, vraagt iemand in de zaal zich af, hoe kom je als wetenschapper boven het krachtige publiciteitsoffensief van een organisatie als Greenpeace uit?
Allergie
Ook in de Verenigde Staten was 2000 een tough year voor de biotechnologie, vertelt Hoban. Zo moest het bedrijf StarLink taco’s uit de handel terugnemen die waren besmet met genetisch gemanipuleerd koren, dat een kleine kans op allergie oplevert. Maar de Amerikanen gingen na dit incident niet anders eten.
Als het om biotechnologie ging, zou het gezag van de milieubeweging uiterst gering zijn. ,,Zeker als ze harde acties ondernemen. Amerikanen houden niet van eco-terrorisme.”
Waar Amerikanen ook niet van houden, is de Europese regelgeving op het gebied van genetisch gemanipuleerd voedsel. Vooral door de invloed van een land als Frankrijk, waar de bezwaren sterk leven, is die streng en ingewikkeld. Dat belemmert de Amerikaanse export, terwijl de ‘biotechnologische’ sector van de landbouw daar de afgelopen tien jaar juist een stormachtige groei kende. De Amerikanen morren over verkapt protectionisme, maar voelen niets voor een handelsoorlog. Zo zou immers snel het beeld ontstaan van Uncle Sam die ‘Frankensteinvoedsel’ door de strot van de Europese consument ramt. Dus kiest men voor overredingskracht: symposia, lezingen.
Hoban nam het woord ‘handelsoorlog’ niet in de mond. Hij prees liever de Nederlanders: 55 procent vindt de voordelen van biotechnologie groter dan de risico’s. Zo’n meerderheid is in Europa uniek.
De Amerikanen willen de geesten in Europa rijp maken voor ‘Frankensteinvoedsel’. Een educatieve campagne kan de angst voor schade aan gezondheid en milieu wegnemen, denkt Tom Hoban – en wetenschappers moeten het voortouw nemen.
Niemand in de collegezaal van het Kluyverlaboratorium vertrekt een spier wanneer de Amerikaanse hoogleraar Tom Hoban twee denkbeeldige zakken chips op tafel legt. Zeker niet de twee veiligheidsbeambten die zich pseudo-onopvallend in de collegebanken hebben genesteld.
Zij waken over de Amerikaanse ambassadeur Cynthia Schneider. Schneider zal Hoban die maandagavond een extra argument aanreiken om te verklaren waarom de Amerikaanse consument genetisch gemodificeerd voedsel makkelijker accepteert. Ze roemt het vertrouwen dat de Food and Drug Administration (FDA) geniet. Had Europa maar zo’n onafhankelijk instituut, is de boodschap.
Hoban geeft uitleg bij zijn chips. Zak X bevat wat tegenstanders ‘Frankensteinvoedsel’ noemen. Geen enkele garantie dat de aardappels bijvoorbeeld niet door inbreng van een vreemd gen weerbaar zijn gemaakt tegen insecten die de oogst bedreigen. De prijs: zestig eurocent.
Zak Y bevat gegarandeerd geen genetisch gemodificeerde ingrediënten. Het is lastig om dat zorgvuldig te checken, en dat laat Hoban meewegen in de prijs: één euro.
Zal de consument bereid zijn het prijsverschil te betalen? Hoban denkt van niet, en is daar niks rouwig om. Als hij echt een zak ‘Frankensteinchips’ voor zich had liggen, zou de hoogleraar food science aan de North Carolina State University waarschijnlijk demonstratief een handjevol naar binnen werken. Hij beschouwt de waarschuwingen van organisaties als Greenpeace tegen genetisch gemodificeerd voedsel als bangmakerij, een door afkeer van multinationals en globalisering geïnspireerd gevecht tegen de vooruitgang, dat stiekem medegefinancierd wordt door de organisch voedsel-industrie.
Het zijn ‘expliciete standpunten’, had prof.dr. Gijs Kuenen in zijn inleiding al glimlachend aangekondigd. Misschien moest het betoog van Hoban, die al tien jaar lang consumenten ondervraagt over genetisch gemanipuleerd voedsel, de onderzoekers in de zaal tot strijdlust inspireren. In Europa brokkelt het vertrouwen in het heil van biotechnologie steeds verder af. ,,De publieke perceptie is, om het vriendelijk te zeggen, een probleem”, zegt Kuenen.
Het nachtmerriescenario is dat het Europese klimaat zo vijandig wordt, dat investeerders en wetenschappers vertrekken naar de Verenigde Staten. Dus willen de voorstanders het publiek doordringen van de voordelen van genetisch gemodificeerd voedsel, ook voor de voedselproductie en preventie van ziektes in de ontwikkelingslanden en het milieu.
Hoe beter je mensen informeert over biotechnologie, hoe positieverhun oordeel, luidt de centrale stelling van Hoban. Maar, vraagt iemand in de zaal zich af, hoe kom je als wetenschapper boven het krachtige publiciteitsoffensief van een organisatie als Greenpeace uit?
Allergie
Ook in de Verenigde Staten was 2000 een tough year voor de biotechnologie, vertelt Hoban. Zo moest het bedrijf StarLink taco’s uit de handel terugnemen die waren besmet met genetisch gemanipuleerd koren, dat een kleine kans op allergie oplevert. Maar de Amerikanen gingen na dit incident niet anders eten.
Als het om biotechnologie ging, zou het gezag van de milieubeweging uiterst gering zijn. ,,Zeker als ze harde acties ondernemen. Amerikanen houden niet van eco-terrorisme.”
Waar Amerikanen ook niet van houden, is de Europese regelgeving op het gebied van genetisch gemanipuleerd voedsel. Vooral door de invloed van een land als Frankrijk, waar de bezwaren sterk leven, is die streng en ingewikkeld. Dat belemmert de Amerikaanse export, terwijl de ‘biotechnologische’ sector van de landbouw daar de afgelopen tien jaar juist een stormachtige groei kende. De Amerikanen morren over verkapt protectionisme, maar voelen niets voor een handelsoorlog. Zo zou immers snel het beeld ontstaan van Uncle Sam die ‘Frankensteinvoedsel’ door de strot van de Europese consument ramt. Dus kiest men voor overredingskracht: symposia, lezingen.
Hoban nam het woord ‘handelsoorlog’ niet in de mond. Hij prees liever de Nederlanders: 55 procent vindt de voordelen van biotechnologie groter dan de risico’s. Zo’n meerderheid is in Europa uniek.
Comments are closed.