Onderwijs

Angèle Steentjes

.kop ‘Succes = kwaliteit x acceptatie’Het herijken van de portfolio vindt de decaan van Bouwkunde, prof.ir. Hans Beunderman, inhoudelijk een goede zaak.

,,Alleen de tijdsdruk vind ik bezwaarlijk. Voor afstemming van de portfolio met andere faculteiten is bijvoorbeeld nu geen tijd.”

De nieuwe strategie van het college van bestuur (cvb) ‘Op weg naar de top’ adviseert de faculteiten om kritisch naar hun onderzoeksportfolio te kijken. De gebieden waarin ze kunnen excelleren, moeten zij versterken en de andere terreinen moeten ze wellicht overlaten aan andere universiteiten. Daarnaast wil het cvb dat zij hun (meetbare) ambities vastleggen. Het is de bedoeling dat ze voor 1 juni aanstaande hun keuzen en ambities overhandigen.

Beunderman onderschrijft inhoudelijk deze strategie. ,,Sterker nog: wij zijn vanaf 1999 bezig met de herziening van het curriculum en de onderzoeksportfolio. Wij houden regelmatig strategiebijeenkomsten waarin wij bekijken wat de positie van Bouwkunde is en welke kant wij de komende decennia op willen. De nieuwe strategienota betekent eigenlijk dat het proces dat binnen onze faculteit twee jaren geleden werd gestart, wordt versneld.”

Nieuwe indicatoren

Een groot pluspunt van de nieuwe strategienota vindt Beunderman dat Bouwkunde nu eens kan aantonen wat de meerwaarde is voor de TU Delft. ,,Wij worden door een deel van de TU vaak gezien als lastig en vreemd. Dat is natuurlijk grote flauwekul. Wij onderscheiden ons van andere faculteiten doordat onze discipline vooral integrerend is. De strategienota, waarin ook verlangd wordt dat er criteria opgesteld worden om de bijdrage van een faculteit aan te tonen op nationaal en internationaal niveau, geeft ons de mogelijkheid om indicatoren die Bouwkunde recht doen verder te ontwikkelen.”

Bij de ‘harde’ science-faculteiten onderzoeken wetenschappers één aspect van een proces. Daarover publiceren ze en vervolgens kunnen zij door collega’s geciteerd worden. De citatenindex is een belangrijke richtlijn voor het vaststellen van de waarde van het overgrote deel van het wetenschappelijke onderzoek.

De citatenindex is minder geschikt voor Bouwkunde, aldus Beunderman. ,,Bij het ontwerpen en bouwen van een leefomgeving moet rekening gehouden worden met bijvoorbeeld de vastgoedontwikkelingen, de stand van de bouwtechnologie en de ruimtelijke ontwikkeling. Wij werken meer in de breedte dan in de diepte. De citatenindex is daarom voor onze faculteit geen goed meetinstrument. Daarom willen wij graag indicatoren hanteren zoals: in hoeverre beïnvloeden onze wetenschappers de discussies in het land? Daarnaast is voor ons de peer review een goed meetinstrument. Oftewel: hoe beoordelen andere toonaangevende bouwkundige faculteiten onze faculteit?” De eerste resultaten van de peer review zijn ondertussen al binnen en daaruit blijkt datbijvoorbeeld ETH Zürich en het Amerikaanse MIT het Delftse Bouwkunde in hun top vijf plaatsen. ,,Met deze indicatoren kunnen wij aantonen dat onze faculteit % met weliswaar minder citaten %binnen het vakgebied beslist toonaangevend is.”

Tijdsdruk

Beunderman wil wel het onderdeel onderzoek in de toekomst versterken. ,,Een aantal jaren geleden is de landelijke verdeling gemaakt waarbij Bouwkunde in Eindhoven zich zou richten op het technisch onderzoek en Bouwkunde Delft op het ontwerpen. Nu willen wij dat dan toch ombuigen en meer tijd en ruimte voor het onderzoek gaan inruimen.”

Met het koppelen van het onderwijs aan het onderzoek heeft Beunderman evenmin moeite. ,,Het concept van de research driven university spreekt ons wel aan. Ik vind het met name zinvol om de masterstudenten te laten aansluiten bij ons ontwerp- en onderzoekswerk. In de bachelorsfase is dat minder relevant, is het belangrijk te zorgen voor een goede basis.”

Het enige bezwaar van het strategische traject is volgens Beunderman de tijdsdruk. Hij wil dat de medewerkers % wetenschappelijk en ondersteunend – nauw bij de portfoliostrategie betrokken blijven. ,,Het is lastig onze gebruikelijke strategiebijeenkomsten % waar wij in 1999 mee begonnen zijn – te plannen en ook alles voor 1 juni rond te hebben. Om een herijkingproces goed te laten verlopen is het van belang bij alle medewerkers een zekere betrokkenheid te creëren. Succes = kwaliteit x acceptatie. En met de versnelling kan er minder tijd voor de factor acceptatie ingeruimd worden.”

Ook bemoeilijkt de tijdsdruk de samenwerking met andere faculteiten verder uit te werken. ,,Voor bijvoorbeeld de groep bouwtechnologie is het interessant om te bekijken op welke wijze met groepen van civiele techniek samengewerkt zou kunnen worden. Door gebrek aan tijd hebben we niet de gelegenheid om dit voor 1 juni uit te werken. Dat vind ik jammer.”

.kop ‘Succes = kwaliteit x acceptatie’

Het herijken van de portfolio vindt de decaan van Bouwkunde, prof.ir. Hans Beunderman, inhoudelijk een goede zaak. ,,Alleen de tijdsdruk vind ik bezwaarlijk. Voor afstemming van de portfolio met andere faculteiten is bijvoorbeeld nu geen tijd.”

De nieuwe strategie van het college van bestuur (cvb) ‘Op weg naar de top’ adviseert de faculteiten om kritisch naar hun onderzoeksportfolio te kijken. De gebieden waarin ze kunnen excelleren, moeten zij versterken en de andere terreinen moeten ze wellicht overlaten aan andere universiteiten. Daarnaast wil het cvb dat zij hun (meetbare) ambities vastleggen. Het is de bedoeling dat ze voor 1 juni aanstaande hun keuzen en ambities overhandigen.

Beunderman onderschrijft inhoudelijk deze strategie. ,,Sterker nog: wij zijn vanaf 1999 bezig met de herziening van het curriculum en de onderzoeksportfolio. Wij houden regelmatig strategiebijeenkomsten waarin wij bekijken wat de positie van Bouwkunde is en welke kant wij de komende decennia op willen. De nieuwe strategienota betekent eigenlijk dat het proces dat binnen onze faculteit twee jaren geleden werd gestart, wordt versneld.”

Nieuwe indicatoren

Een groot pluspunt van de nieuwe strategienota vindt Beunderman dat Bouwkunde nu eens kan aantonen wat de meerwaarde is voor de TU Delft. ,,Wij worden door een deel van de TU vaak gezien als lastig en vreemd. Dat is natuurlijk grote flauwekul. Wij onderscheiden ons van andere faculteiten doordat onze discipline vooral integrerend is. De strategienota, waarin ook verlangd wordt dat er criteria opgesteld worden om de bijdrage van een faculteit aan te tonen op nationaal en internationaal niveau, geeft ons de mogelijkheid om indicatoren die Bouwkunde recht doen verder te ontwikkelen.”

Bij de ‘harde’ science-faculteiten onderzoeken wetenschappers één aspect van een proces. Daarover publiceren ze en vervolgens kunnen zij door collega’s geciteerd worden. De citatenindex is een belangrijke richtlijn voor het vaststellen van de waarde van het overgrote deel van het wetenschappelijke onderzoek.

De citatenindex is minder geschikt voor Bouwkunde, aldus Beunderman. ,,Bij het ontwerpen en bouwen van een leefomgeving moet rekening gehouden worden met bijvoorbeeld de vastgoedontwikkelingen, de stand van de bouwtechnologie en de ruimtelijke ontwikkeling. Wij werken meer in de breedte dan in de diepte. De citatenindex is daarom voor onze faculteit geen goed meetinstrument. Daarom willen wij graag indicatoren hanteren zoals: in hoeverre beïnvloeden onze wetenschappers de discussies in het land? Daarnaast is voor ons de peer review een goed meetinstrument. Oftewel: hoe beoordelen andere toonaangevende bouwkundige faculteiten onze faculteit?” De eerste resultaten van de peer review zijn ondertussen al binnen en daaruit blijkt datbijvoorbeeld ETH Zürich en het Amerikaanse MIT het Delftse Bouwkunde in hun top vijf plaatsen. ,,Met deze indicatoren kunnen wij aantonen dat onze faculteit % met weliswaar minder citaten %binnen het vakgebied beslist toonaangevend is.”

Tijdsdruk

Beunderman wil wel het onderdeel onderzoek in de toekomst versterken. ,,Een aantal jaren geleden is de landelijke verdeling gemaakt waarbij Bouwkunde in Eindhoven zich zou richten op het technisch onderzoek en Bouwkunde Delft op het ontwerpen. Nu willen wij dat dan toch ombuigen en meer tijd en ruimte voor het onderzoek gaan inruimen.”

Met het koppelen van het onderwijs aan het onderzoek heeft Beunderman evenmin moeite. ,,Het concept van de research driven university spreekt ons wel aan. Ik vind het met name zinvol om de masterstudenten te laten aansluiten bij ons ontwerp- en onderzoekswerk. In de bachelorsfase is dat minder relevant, is het belangrijk te zorgen voor een goede basis.”

Het enige bezwaar van het strategische traject is volgens Beunderman de tijdsdruk. Hij wil dat de medewerkers % wetenschappelijk en ondersteunend – nauw bij de portfoliostrategie betrokken blijven. ,,Het is lastig onze gebruikelijke strategiebijeenkomsten % waar wij in 1999 mee begonnen zijn – te plannen en ook alles voor 1 juni rond te hebben. Om een herijkingproces goed te laten verlopen is het van belang bij alle medewerkers een zekere betrokkenheid te creëren. Succes = kwaliteit x acceptatie. En met de versnelling kan er minder tijd voor de factor acceptatie ingeruimd worden.”

Ook bemoeilijkt de tijdsdruk de samenwerking met andere faculteiten verder uit te werken. ,,Voor bijvoorbeeld de groep bouwtechnologie is het interessant om te bekijken op welke wijze met groepen van civiele techniek samengewerkt zou kunnen worden. Door gebrek aan tijd hebben we niet de gelegenheid om dit voor 1 juni uit te werken. Dat vind ik jammer.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.