Onderwijs

Bachelorstudenten struikelen massaal

Van de wo-studenten die na het eerste studiejaar overblijven, haalt minder dan de helft zijn bachelordiploma in vier jaar. De rest loopt meer dan een jaar vertraging op of stopt ermee. Een strenge propedeuse heeft daar geen invloed op.

Bachelors

Dat blijkt uit een landelijke vergelijking van rendement en herinschrijving aan de bacheloropleidingen van Nederlandse universiteiten. De resultaten lopen flink uiteen en ‘selectie en verwijzing’ in het eerste studiejaar lijken geen noemenswaardig effect te sorteren.

De Universiteit Maastricht komt het best uit de bus. Van de Maastrichtenaren die zich na het eerste studiejaar meteen herinschrijven aan dezelfde opleiding haalt 72,8 procent binnen vier jaar het bachelordiploma. Dit hoge aandeel is overigens mede te danken aan de buitenlandse studenten in Maastricht: vaker dan Nederlandse vwo’ers maken zij hun opleiding op tijd af.

Voor de technische instellingen zien de cijfers er juist beroerd uit. Van de Delftse herinschrijvers haalt slechts 18,9 procent binnen vier jaar het bachelordiploma. In Eindhoven (21,7 procent) en Twente (28,3 procent) doen ze het weinig beter.

“Het aandeel studenten van de TU Delft dat uiteindelijk zijn diploma haalt, zit op het landelijk gemiddelde”, zegt de universiteit in een reactie. “Maar de studieduur is lang. Dat kan te maken hebben met de zwaarte van de opleiding, maar ook met de cultuur onder studenten en docenten: ‘er wat langer over doen’ zou niet erg zijn. De TU Delft denkt dat beide moeten worden aangepakt: studeerbaarheid en cultuur.” Daar is de universiteit ook al jaren mee bezig, aldus de woordvoerder.

De cijfers over het studiesucces van bachelorstudenten waren al wel per opleiding bekend en de scores zijn terug te vinden in de Keuzegids Hoger Onderwijs en de website www.studiekeuze123.nl. Maar een landelijke vergelijking van instellingen was er nog niet. Nu heeft de Universiteit Maastricht de cijfers op een rij gezet en zij wilde haar rapport op verzoek van het HOP best openbaar maken.

Opvallend genoeg blijkt er geen verband te bestaan tussen een strenge selectie in het eerste jaar en de prestaties van het cohort in latere jaren. Of er nu veel studenten in het eerste jaar vertrekken of weinig: het zegt niets over het rendement van de overblijvers. Zo heeft rechten aan de UvA bedroevende cijfers: nipt de helft (55 procent) overleefde in 2004 het eerste studiejaar, maar slechts een kwart van de overblijvers (26 procent) kwam binnen vier jaar over de eindstreep. Landelijk haalde destijds 66 procent van de rechtenstudenten het eerste jaar, waarvan veertig procent vier jaar later het bachelordiploma rechten op zak had.

Omgekeerd kwam tachtig procent van de Utrechtse eerstejaars psychologie het studiejaar ongeschonden door, waarvan vervolgens 77,1 procent binnen vier jaar het bachelordiploma uitgereikt kreeg.

Alles bij elkaar is er een voorzichtige opwaartse trend zichtbaar. Van de herinschrijvers-na-één-jaar die in 2002 waren gestart, haalde 43,9 procent in vier jaar tijd het bachelorpapiertje van dezelfde opleiding. Dat steeg naar 46,6 procent voor de lichting die twee jaar later van start ging. De survival rate in het eerste jaar zit daarentegen in een dalende lijn. In 2002 schreef 73,1 procent zich na het eerste studiejaar opnieuw in en dat daalde gestaag tot 69,2 procent voor de lichting van 2007.

Het is niet duidelijk wat dit alles zegt over de uitval in het hoger onderwijs als geheel. Studenten die zich niet opnieuw inschrijven, kunnen zijn overgestapt naar een andere universiteit of naar een andere opleiding binnen dezelfde universiteit. Wie zijn diploma niet binnen vier jaar haalt, doet er misschien een jaartje langer over. Dat valt niet uit de cijfers af te lezen.

Voor opleidingen die Maastricht aanbiedt heeft de universiteit een landelijke vergelijking gemaakt. Daaruit blijkt dat het landelijke studierendement van rechtenopleidingen ondermaats is, evenals dat van economie. Psychologie doet het verhoudingsgewijs juist behoorlijk goed.

De gemeente Delft heeft nieuw te bouwen studentenkamers ten onrechte als halve woningen geteld bij de vraag of een milieueffectrapportage nodig was voor bestemmingsplan TU Noord. Dat oordeelt de Raad van State.
Daarmee worden de Belangenvereniging TU Noord en de Stichting

Commissie Natuur en Milieu grotendeels in het gelijk gesteld. Zij gingen tegen het bestemmingsplan in beroep bij de Raad van State omdat zij geluidsoverlast en verslechtering van de luchtkwaliteit vreesden.

Delft wil niet alleen honderden studentenwoningen realiseren in TU Noord, maar ook in aangrenzende gebieden als TU Midden (de campus zelf), aan de Schieoevers en op het oude TNO-terrein.

In totaal gaat het volgens Belangenvereniging TU Noord om 6700 woningen in de gehele wijk Wippolder, terwijl voor meer dan vierduizend woningen geldt dat de gemeente een uitgebreid onderzoek moet doen naar milieueffecten (een milieueffectrapportage, mer). Ligt het aantal tussen de twee- en vierduizend dan is een mer-beoordeling genoeg.

De gemeente Delft stelde dat nieuwe woningen in aangrenzende gebieden voor een mer niet mogen worden meegeteld, omdat ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan nog geen sprake was van concrete ontwikkelingen in de aangrenzende wijken. Het aantal woningen zou dan ruim onder de grens voor een mer of mer-beoordeling liggen.

De Raad van State oordeelt nu echter dat met het streekplan woningbouw ten zuiden van het gebied wel degelijk te voorzien was. Met het voorontwerp en het voorbereidingsbesluit voor het bestemmingsplan TU Midden, was ook in dit gebied woningbouw te voorzien.

Op de vraag om hoeveel woningen het gaat, dacht de gemeente studentenkamers maar voor de helft te kunnen meetellen voor de milieueffecten. Volgens de Raad van State kan dat echter niet en zijn de studenteneenheden qua oppervlakte zelfs te vergelijken met kleine zelfstandige appartementen.

Het aantal nieuwe woningen in het plangebied zou dan neerkomen op 2542, waardoor ten minste een mer-beoordeling had moeten plaatsvinden. En dat is niet gebeurd.

Daar komt bij dat voor luchtkwaliteitsmetingen is uitgegaan van maar 1400 woningen en voor onderzoek naar geluidsbelasting van maar 1200 woningen in plaats van 2542. De provincie had zich niet op deze cijfers mogen baseren bij het goedkeuren van het bestemmingsplan.

Verder oordeelt de Raad van State dat niet tijdig voldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen voor de Botanische Tuin, als de gemeente een parkeerkelder onder een nieuwe woonvleugel bij Technische Botanie bouwt. Ook dit plan kan dus niet doorgaan.

De bewonersorganisatie TU Noord heeft gemengde gevoelens bij de uitspraak van de Raad van State. Zij is tevreden dat recht gedaan wordt aan haar bezwaren, maar zegt het jammer te vinden dat het zo ver heeft moeten komen.

De belangenvereniging is bang dat de uitspraak niet leidt tot bijstelling van de plannen, maar slechts tot ‘nieuwe juridische vondsten en procedures om plannen er alsnog door te krijgen’.

Vooruitlopend op de uitspraak van de Raad van State had de gemeente in april al besloten een nieuw bestemmingsplan voor te bereiden voor een deel van het plangebied.

Ook werkt de gemeente aan een visie voor de hele stad en aan een mer voor het gebied Delft Zuid-oost. Bewoners vrezen nu dat dit de basis wordt voor het toevoegen van veel extra woningen in de Wippolder.

De bewonersorganisatie heeft samen met deskundigen en raadsleden van D66 en VVD gewerkt aan een plan voor verkeer dat zij op 27 mei aanstaande wil presenteren in een politiek café.

De partijen komen met maatregelen voor verbeterde doorstroming, gedeeltelijke verlegging van verkeersstromen en meer voorrang voor fiets en openbaar vervoer.

Bachelors
Bachelors

Bachelors

Dat blijkt uit een landelijke vergelijking van rendement en herinschrijving aan de bacheloropleidingen van Nederlandse universiteiten. De resultaten lopen flink uiteen en ‘selectie en verwijzing’ in het eerste studiejaar lijken geen noemenswaardig effect te sorteren.

De Universiteit Maastricht komt het best uit de bus. Van de Maastrichtenaren die zich na het eerste studiejaar meteen herinschrijven aan dezelfde opleiding haalt 72,8 procent binnen vier jaar het bachelordiploma. Dit hoge aandeel is overigens mede te danken aan de buitenlandse studenten in Maastricht: vaker dan Nederlandse vwo’ers maken zij hun opleiding op tijd af.

Voor de technische instellingen zien de cijfers er juist beroerd uit. Van de Delftse herinschrijvers haalt slechts 18,9 procent binnen vier jaar het bachelordiploma. In Eindhoven (21,7 procent) en Twente (28,3 procent) doen ze het weinig beter.

‘Het aandeel studenten van de TU Delft dat uiteindelijk zijn diploma haalt, zit op het landelijk gemiddelde’ , zegt de universiteit in een reactie. ‘Maar de studieduur is lang. Dat kan te maken hebben met de zwaarte van de opleiding, maar ook met de cultuur onder studenten en docenten: er wat langer over doen zou niet erg zijn. De TU Delft denkt dat beide moeten worden aangepakt: studeerbaarheid en cultuur.’ Daar is de universiteit ook al jaren mee bezig, aldus de woordvoerder.

De cijfers over het studiesucces van bachelorstudenten waren al wel per opleiding bekend en de scores zijn terug te vinden in de Keuzegids Hoger Onderwijs en de website www.studiekeuze123.nl. Maar een landelijke vergelijking van instellingen was er nog niet. Nu heeft de Universiteit Maastricht de cijfers op een rij gezet en zij wilde haar rapport op verzoek van het HOP best openbaar maken.

Opvallend genoeg blijkt er geen verband te bestaan tussen een strenge selectie in het eerste jaar en de prestaties van het cohort in latere jaren. Of er nu veel studenten in het eerste jaar vertrekken of weinig: het zegt niets over het rendement van de overblijvers. Zo heeft rechten aan de UvA bedroevende cijfers: nipt de helft (55 procent) overleefde in 2004 het eerste studiejaar, maar slechts een kwart van de overblijvers (26 procent) kwam binnen vier jaar over de eindstreep. Landelijk haalde destijds 66 procent van de rechtenstudenten het eerste jaar, waarvan veertig procent vier jaar later het bachelordiploma rechten op zak had.

Omgekeerd kwam tachtig procent van de Utrechtse eerstejaars psychologie het studiejaar ongeschonden door, waarvan vervolgens 77,1 procent binnen vier jaar het bachelordiploma uitgereikt kreeg.

Alles bij elkaar is er een voorzichtige opwaartse trend zichtbaar. Van de herinschrijvers-na-één-jaar die in 2002 waren gestart, haalde 43,9 procent in vier jaar tijd het bachelorpapiertje van dezelfde opleiding. Dat steeg naar 46,6 procent voor de lichting die twee jaar later van start ging. De survival rate in het eerste jaar zit daarentegen in een dalende lijn. In 2002 schreef 73,1 procent zich na het eerste studiejaar opnieuw in en dat daalde gestaag tot 69,2 procent voor de lichting van 2007.

Het is niet duidelijk wat dit alles zegt over de uitval in het hoger onderwijs als geheel. Studenten die zich niet opnieuw inschrijven, kunnen zijn overgestapt naar een andere universiteit of naar een andere opleiding binnen dezelfde universiteit. Wie zijn diploma niet binnen vier jaar haalt, doet er misschien een jaartje langer over. Dat valt niet uit de cijfers af te lezen.

Voor opleidingen die Maastricht aanbiedt heeft de universiteit een landelijke vergelijking gemaakt. Daaruit blijkt dat het landelijke studierendement van rechtenopleidingen ondermaats is, evenals dat van economie. Psychologie doet het verhoudingsgewijs juist behoorlijk goed.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.