Bij de invoering van de MUB heeft de toenmalige onderwijsminister Jo Ritzen het parlement toegezegd dat na vier jaar evaluatie van de wet zou plaatsvinden. Dat moment is nu aangebroken.
Een evaluatie van de MUB (Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie) komt er echter voorlopig niet. Een termijn van vier jaar blijkt te kort voor een grondige analyse. Bovendien hebben niet alle universiteiten de invoering van de MUB reeds afgerond. Het ministerie heeft daarom niet voor een evaluatie gekozen maar voor een bezinning op de MUB. Als instrument hiervoor is de zelfanalyse gekozen. De universiteiten beoordelen zelf in hoeverre ze erin geslaagd zijn om de vier gestelde doelen van de MUB te realiseren. Die zijn: integraal management op universitair en facultair niveau, heldere verantwoordingsrelaties, volwaardige medezeggenschap en effectieve besluitvorming.
Vrijblijvendheid
Binnen de TU Delft is drs. Jos Veldhoven (Planning en Evaluatie) procesbegeleider en voorzitter van de werkgroep voor deze MUB-bezinning. De werkgroep bestaat uit drie leden van de Staf College van Bestuur en twee vertegenwoordigers van de faculteiten. Volgens Veldhoven is er reden om de MUB onder de loep te nemen. ,,De wet knelt op een aantal punten. Bekend is ondertussen dat er discrepantie bestaat tussen de bevoegdheden van de Ondernemingsraad en het Lokaal Overleg. De or is een instrument overgenomen uit het bedrijfsleven en daar kennen ze niet zoiets als een lo, terwijl dat een vertrouwd overlegorgaan binnen de universiteiten was. Voor dit spanningsveld moet een oplossing komen. Verder zijn evenmin de bevoegdheden van de gezamenlijke vergadering van de or en de sr (Studentenraad) duidelijk geformuleerd. Het instemmingsrecht met betrekking tot het kwaliteitszorgsysteem en het beleid dat daaruit voortvloeit is zo ruim geformuleerd dat er voortdurend discussie over is.”
Het is niet de bedoeling dat de werkgroep zelf alle verschillende bestuurslagen langsgaat. Het standpunt van het College van Bestuur bereidt Veldhoven voor samen met mr. Hans Krul (secretaris college van bestuur). ,,Hierbij kijken wij verder dan de MUB. Wij betrekken ook de gremia die de MUB niet kent, maar die het cvb of de decanen op eigen initiatief hebben ingesteld in de beschouwing, zoals commissies voor de wetenschapsbeoefening en managementteams”. De werkgroep zal de voorzitter van de Raad van Toezicht interviewen over de MUB, evenals drie decanen. De bevindingen van deze decanen worden voorgelegd aan de Groepsraad. Iedere decaan bespreekt vervolgens de resultaten van de interviews en het Groepsraad-overleg in hun managementteam. ,,Bij deze besprekingen zullen de medezeggenschaporganen, de organisatie van het beheer, de opleidingscommissies en %directeuren en de afdelingsvoorzitters in de beschouwing betrokken worden.”
De or evalueert echter het eigen functioneren en dat van de onderdeelcommissies. De Studentenraad doet hetzelfde en analyseerttevens de facultaire studentenraden. ,,Samen evalueren de or en sr dan weer het reilen en zeilen van de gezamenlijke vergadering. Ook het lo zal worden gevraagd zijn functioneren binnen de MUB de analyseren.”
Uit de verkregen resultaten wordt een beperkt aantal thema’s geselecteerd. waarover in de week van 23 tot 30 april gediscussieerd wordt in de Group Decision Room van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.
De eindconclusies zullen in een rapport vastgelegd worden dat naar de minister gaat. En dan? Dat is afwachten aldus Veldhoven. ,,De minister hoeft uit deze bezinning geen consequenties te trekken. Dat vind ik jammer, omdat je dan het risico loopt dat je een evaluatie maakt waar vervolgens niets mee gebeurt. Aan de ander kant is het voor de TU zelf ook verhelderend om de stand van zaken op te maken en daar halen wij onze motivatie uit om deze bezinning toch grondig aan te pakken.”
Een evaluatie van de MUB (Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie) komt er echter voorlopig niet. Een termijn van vier jaar blijkt te kort voor een grondige analyse. Bovendien hebben niet alle universiteiten de invoering van de MUB reeds afgerond. Het ministerie heeft daarom niet voor een evaluatie gekozen maar voor een bezinning op de MUB. Als instrument hiervoor is de zelfanalyse gekozen. De universiteiten beoordelen zelf in hoeverre ze erin geslaagd zijn om de vier gestelde doelen van de MUB te realiseren. Die zijn: integraal management op universitair en facultair niveau, heldere verantwoordingsrelaties, volwaardige medezeggenschap en effectieve besluitvorming.
Vrijblijvendheid
Binnen de TU Delft is drs. Jos Veldhoven (Planning en Evaluatie) procesbegeleider en voorzitter van de werkgroep voor deze MUB-bezinning. De werkgroep bestaat uit drie leden van de Staf College van Bestuur en twee vertegenwoordigers van de faculteiten. Volgens Veldhoven is er reden om de MUB onder de loep te nemen. ,,De wet knelt op een aantal punten. Bekend is ondertussen dat er discrepantie bestaat tussen de bevoegdheden van de Ondernemingsraad en het Lokaal Overleg. De or is een instrument overgenomen uit het bedrijfsleven en daar kennen ze niet zoiets als een lo, terwijl dat een vertrouwd overlegorgaan binnen de universiteiten was. Voor dit spanningsveld moet een oplossing komen. Verder zijn evenmin de bevoegdheden van de gezamenlijke vergadering van de or en de sr (Studentenraad) duidelijk geformuleerd. Het instemmingsrecht met betrekking tot het kwaliteitszorgsysteem en het beleid dat daaruit voortvloeit is zo ruim geformuleerd dat er voortdurend discussie over is.”
Het is niet de bedoeling dat de werkgroep zelf alle verschillende bestuurslagen langsgaat. Het standpunt van het College van Bestuur bereidt Veldhoven voor samen met mr. Hans Krul (secretaris college van bestuur). ,,Hierbij kijken wij verder dan de MUB. Wij betrekken ook de gremia die de MUB niet kent, maar die het cvb of de decanen op eigen initiatief hebben ingesteld in de beschouwing, zoals commissies voor de wetenschapsbeoefening en managementteams”. De werkgroep zal de voorzitter van de Raad van Toezicht interviewen over de MUB, evenals drie decanen. De bevindingen van deze decanen worden voorgelegd aan de Groepsraad. Iedere decaan bespreekt vervolgens de resultaten van de interviews en het Groepsraad-overleg in hun managementteam. ,,Bij deze besprekingen zullen de medezeggenschaporganen, de organisatie van het beheer, de opleidingscommissies en %directeuren en de afdelingsvoorzitters in de beschouwing betrokken worden.”
De or evalueert echter het eigen functioneren en dat van de onderdeelcommissies. De Studentenraad doet hetzelfde en analyseerttevens de facultaire studentenraden. ,,Samen evalueren de or en sr dan weer het reilen en zeilen van de gezamenlijke vergadering. Ook het lo zal worden gevraagd zijn functioneren binnen de MUB de analyseren.”
Uit de verkregen resultaten wordt een beperkt aantal thema’s geselecteerd. waarover in de week van 23 tot 30 april gediscussieerd wordt in de Group Decision Room van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.
De eindconclusies zullen in een rapport vastgelegd worden dat naar de minister gaat. En dan? Dat is afwachten aldus Veldhoven. ,,De minister hoeft uit deze bezinning geen consequenties te trekken. Dat vind ik jammer, omdat je dan het risico loopt dat je een evaluatie maakt waar vervolgens niets mee gebeurt. Aan de ander kant is het voor de TU zelf ook verhelderend om de stand van zaken op te maken en daar halen wij onze motivatie uit om deze bezinning toch grondig aan te pakken.”
Comments are closed.