Ja, ze is er weer. Ik zit te studeren in de TU-bibliotheek en voel mijn concentratievermogen dalen tot dat van een zuigeling. Het liefst zou ik twee gaten op oogafstand van elkaar in mijn dictaat prikken zodat ik haar als een klungelige detective ongemerkt kan bespieden.
Toen ik de nieuwe bibliothecaresse voor het eerst zag bij de uitgiftebalie, wist ik het meteen: studeren zal nooit meer hetzelfde zijn. Sinds dat moment vraag ik om de haverklap hulp bij het zoeken van titels op de computer en leen boeken die ik absoluut niet nodig heb. Vanuit mijn schuilplaats op de eerste verdieping zie ik hoe ze met een karretje vol boeken uit mijn zicht rijdt. ,,Blijf. Niet doen,” fluister ik. Natuurlijk hoort ze me niet.
Oké, aan de studie dan maar weer. Ik lees over modellen die de wereld vangen in liefdeloze in-door-uit blokken. Over ingenieuze formules waarmee het gedrag van alles en iedereen beschreven, verklaard en voorspeld kan worden. Door de regels hoor ik het luider wordende getik van vrouwenhakken. Hoopvol kijk ik naar beneden. Een dansend blond paardenstaartje: ja, daar is ze weer. ,,Probeer dat maar eens te beschrijven, prutser”, bijt ik de auteur van mijn dictaat toe.
Ze gaat aan het werk. Doet bibliothecaressedingetjes. Nooit bij stilgestaan hoe zwoel een barcodescanner over dictaten kan glijden, nooit beseft hoe perforeren een licht erotische lading kan krijgen.
Ik zie mezelf van mijn studieplek naar de begane grond afdalen op een wolk van lavendel. Ik neem een aanloopje en glijd op mijn knieën onder het luikje van de uitgiftebalie door, armen gespreid, roos tussen de voortanden. Als ik haar aankijk, slaat de verlegenheid toe. Opeens is ze wel heel erg dichtbij. ,,Ik wil, ik wil…” stamel ik. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin en vraagt: ,,…een boek verlengen?”
Ja, ze is er weer. Ik zit te studeren in de TU-bibliotheek en voel mijn concentratievermogen dalen tot dat van een zuigeling. Het liefst zou ik twee gaten op oogafstand van elkaar in mijn dictaat prikken zodat ik haar als een klungelige detective ongemerkt kan bespieden. Toen ik de nieuwe bibliothecaresse voor het eerst zag bij de uitgiftebalie, wist ik het meteen: studeren zal nooit meer hetzelfde zijn. Sinds dat moment vraag ik om de haverklap hulp bij het zoeken van titels op de computer en leen boeken die ik absoluut niet nodig heb. Vanuit mijn schuilplaats op de eerste verdieping zie ik hoe ze met een karretje vol boeken uit mijn zicht rijdt. ,,Blijf. Niet doen,” fluister ik. Natuurlijk hoort ze me niet.
Oké, aan de studie dan maar weer. Ik lees over modellen die de wereld vangen in liefdeloze in-door-uit blokken. Over ingenieuze formules waarmee het gedrag van alles en iedereen beschreven, verklaard en voorspeld kan worden. Door de regels hoor ik het luider wordende getik van vrouwenhakken. Hoopvol kijk ik naar beneden. Een dansend blond paardenstaartje: ja, daar is ze weer. ,,Probeer dat maar eens te beschrijven, prutser”, bijt ik de auteur van mijn dictaat toe.
Ze gaat aan het werk. Doet bibliothecaressedingetjes. Nooit bij stilgestaan hoe zwoel een barcodescanner over dictaten kan glijden, nooit beseft hoe perforeren een licht erotische lading kan krijgen.
Ik zie mezelf van mijn studieplek naar de begane grond afdalen op een wolk van lavendel. Ik neem een aanloopje en glijd op mijn knieën onder het luikje van de uitgiftebalie door, armen gespreid, roos tussen de voortanden. Als ik haar aankijk, slaat de verlegenheid toe. Opeens is ze wel heel erg dichtbij. ,,Ik wil, ik wil…” stamel ik. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin en vraagt: ,,…een boek verlengen?”
Comments are closed.