Onderwijs

Bouwkunde kan buitenlandse toeloop niet aan

Bouwkunde heeft meer belangstelling van buitenlandse studenten dan de faculteit aankan.Johan Cederlos uit Gotenborg, Zweden, had geen bijzondere reden om juist voor Delft te kiezen.

Hij is tevreden over het onderwijs bij Bouwkunde, al zijn de modules wat aan de korte kant, waardoor het onderwijs naar zijn snaak wat oppervlakkig wordt.

Volgens dr. Gerda Korevaar, hoofd van de dienst Onderwijs en Studentenservices bij Bouwkunde, heeft de faculteit allesbehalve moeite met het wekken van buitenlandse belangstelling. Sterker nog, de faculteit ziet zich genoodzaakt een rem te zetten op het aantal buitenlandse studenten. Waren er vorig jaar nog honderd per semester, nu zullen er slechts vijftig in het eerste semester en honderd in het tweede semester worden toegelaten. De faculteit heeft niet genoeg plaatsen.

Ook is er volgens Korevaar te weinig personeel om de opvang in goede banen te leiden. De invoering van het nieuwe programma voor het bachelor-mastersysteem (‘bama’) is te tijdrovend.

Omdat de aanmeldingen van buitenlandse belangstellenden al binnen zijn, zal er een selectie moeten plaatsvinden. Vervelend is dat er al toezeggingen aan buitenlandse studenten zijn gedaan. De faculteit wil nu voornamelijk studenten van ‘kwalitatief mindere’ universiteiten afzeggen en zich in de toekomst gaan concentreren op een samenwerkingsverband waaraan universiteiten meedoen uit onder andere Zürich en Barcelona. Bouwkunde ziet zich dus in een luxe positie, waarin gekozen kan worden welke student wordt toegelaten. Prof.ir. Carel J.M. Weeber zei ruim een jaar geleden al in de Delta dat: ,,Bouwkunde altijd al veel buitenlandse studenten heeft gehad. Met het internationaliseringsbeleid moeten we zelfs gaan minderen.”

Waar Bouwkunde dus geen moeite heeft om studenten van verre aan te trekken, laat de export te wensen over. Nu zijn er van de vijfhonderd Nederlandse studenten per jaar nog maar gemiddeld zo’n zestig die via de reguliere uitwisselingsprogramma’s tijdelijk vertrekken, voornamelijk naar Barcelona en Berlijn. Verwacht wordt dat het studeren in het buitenland met de bama-structuur aantrekkelijker wordt. De faculteit streeft ernaar om de balans tussen inkomende en uitstromende studenten in evenwicht te brengen.

Bouwkunde heeft meer belangstelling van buitenlandse studenten dan de faculteit aankan.

Johan Cederlos uit Gotenborg, Zweden, had geen bijzondere reden om juist voor Delft te kiezen. Hij is tevreden over het onderwijs bij Bouwkunde, al zijn de modules wat aan de korte kant, waardoor het onderwijs naar zijn snaak wat oppervlakkig wordt.

Volgens dr. Gerda Korevaar, hoofd van de dienst Onderwijs en Studentenservices bij Bouwkunde, heeft de faculteit allesbehalve moeite met het wekken van buitenlandse belangstelling. Sterker nog, de faculteit ziet zich genoodzaakt een rem te zetten op het aantal buitenlandse studenten. Waren er vorig jaar nog honderd per semester, nu zullen er slechts vijftig in het eerste semester en honderd in het tweede semester worden toegelaten. De faculteit heeft niet genoeg plaatsen.

Ook is er volgens Korevaar te weinig personeel om de opvang in goede banen te leiden. De invoering van het nieuwe programma voor het bachelor-mastersysteem (‘bama’) is te tijdrovend.

Omdat de aanmeldingen van buitenlandse belangstellenden al binnen zijn, zal er een selectie moeten plaatsvinden. Vervelend is dat er al toezeggingen aan buitenlandse studenten zijn gedaan. De faculteit wil nu voornamelijk studenten van ‘kwalitatief mindere’ universiteiten afzeggen en zich in de toekomst gaan concentreren op een samenwerkingsverband waaraan universiteiten meedoen uit onder andere Zürich en Barcelona. Bouwkunde ziet zich dus in een luxe positie, waarin gekozen kan worden welke student wordt toegelaten. Prof.ir. Carel J.M. Weeber zei ruim een jaar geleden al in de Delta dat: ,,Bouwkunde altijd al veel buitenlandse studenten heeft gehad. Met het internationaliseringsbeleid moeten we zelfs gaan minderen.”

Waar Bouwkunde dus geen moeite heeft om studenten van verre aan te trekken, laat de export te wensen over. Nu zijn er van de vijfhonderd Nederlandse studenten per jaar nog maar gemiddeld zo’n zestig die via de reguliere uitwisselingsprogramma’s tijdelijk vertrekken, voornamelijk naar Barcelona en Berlijn. Verwacht wordt dat het studeren in het buitenland met de bama-structuur aantrekkelijker wordt. De faculteit streeft ernaar om de balans tussen inkomende en uitstromende studenten in evenwicht te brengen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.