Onderwijs

‘BSA naar zestig geen stil ideaal’

Ondanks felle weerstand tegen een verhoging van het bindend studieadvies naar 45 studiepunten, heeft de studentenraad toch positief geadviseerd over maatregelen tegen langstuderen.

Na een aantal toezeggingen van collegelid Paul Rullmann adviseerde de studentenraad op donderdag 23 juni positief over maatregelen voor verhoging van het studiesucces. De raad erkende dat het een pakket aan maatregelen betreft en niet alleen een verhoging van het bindend studieadvies (bsa).

Rullmann zegde toe dat er vanwege die verhoging extra middelen komen voor studiebegeleiding. Ook wordt de hardheidsclausule uitgebreid. Nu kan uitstel voor het halen van het bsa alleen worden aangevraagd vanwege persoonlijke omstandigheden zoals ziekte. De sr wilde daar ‘onstudeerbaarheid’ van het curriculum aan toevoegen, maar Rullmann wil die – voorheen ook in de wet gebruikte – juridische term vermijden. “We hebben wel het zelfde voor ogen”, zei hij.

Tevens ging Rullmann akkoord met goede voorlichting over het verhoogde bsa, een evaluatie na vier jaar en geen extra verhoging als het kabinet opnieuw met maatregelen komt of als de TU fuseert met de Erasmus Universiteit Rotterdam. “We gaan niet met Rotterdam mee naar zestig punten”, zei Rullmann. “Die gedachte koester ik niet eens als stil ideaal.”

Rullmann was mordicus tegen de aanbeveling van de sr om faculteiten de mogelijkheid te geven het verhoogde bsa later dan september 2012 in te voeren. De sr voorziet namelijk kinderziektes bij het invoeren van blokonderwijs, maar Rullmann vindt het nog te vroeg daarvoor. “Ik ga niet zeggen: kies zelf maar wanneer je het invoert.”
Wel ging hij akkoord met wat extra maatregelen zoals een betere terugkoppeling van vakevaluaties, het verbeteren van de studieduur van bachelor eindprojecten en meer aandacht voor de kwaliteit van docenten via professionaliseringscursussen. Rullmann was blij met het positieve advies dat hij hierna van de studenten kreeg. “Genereus van jullie!”

Aan het begin van het overleg zei Rullmann dat hij verrast was door kritiek van de sr over een mail van het college van bestuur aan alle studenten. Daarin werden de plannen (naast verhoging van het bsa, uiterlijk in september 2013 invoering van blokonderwijs en compensatoir en tussentijds toetsen) al als definitief besluit gepresenteerd. “Ik was me van geen kwaad bewust.”
De sr is overigens wel voorstander van blokonderwijs, waarbij studenten vakken van minimaal vijf studiepunten in één blok krijgen met tussentoetsen en tentamens. Studenten hoeven dan niet telkens om te schakelen tussen kleine vakken die parallel worden gegeven. Wel vindt de sr dat het niet zo moet zijn dat pas met een nieuw vak kan worden begonnen als een ander vak volledig is afgesloten. Rullmann was het daar mee eens.
Ook wil de sr dat tentamenperioden van de verschillende faculteiten in dezelfde perioden blijven samenvallen. Dat zou beter in de jaarplanning van studentenverenigingen passen. Rullmann wees op ruimtecapaciteit, maar zei dit over te laten aan een werkgroep die zich op het blokonderwijs richt. Die moet ook maar kijken naar het tweemaal per jaar aanbieden van reparatieweken. Wel moet van Rullmann de semestergrens worden gerespecteerd vanwege uitwisseling van studenten en tussentijdse instroom.
De sr vindt dat studenten vakken alleen moeten kunnen compenseren met overeenkomstige vakken. Ook zouden studenten die al drie keer geen voldoende hebben kunnen halen voor een vak, alleen via de studieadviseur een nieuwe poging moeten krijgen. De werkgroep zal er naar kijken.

Er gingen vorig jaar 19 procent meer hbo’ers naar de universiteit dan in 2008, blijkt uit tabellen van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat ook een samenvatting schreef. Die stijging is opmerkelijk, immers, de afgelopen jaren werden er iets meer hbo-diploma’s uitgereikt, maar begonnen er desondanks minder afgestudeerde hbo’ers aan een universitaire vervolgstudie.

Welke opleidingen de hbo’ers precies volgen valt niet uit de statistieken af te lezen. Evenmin is duidelijk of degenen meetellen die een schakelcursus voor een masteropleiding volgen.

Volgens het CBS groeide het totale aantal universitaire eerstejaars bachelorstudenten met 8,8 procent, zoals het HOP al eerder meldde. Dat is minder dan de twaalf procent die universiteitenvereniging VSNU recentelijk in de media noemde en ook minder dan het percentage van 9,2 dat zij na correctie hanteert.

Een ander opmerkelijk gegeven in de CBS-cijfers is de toename van het aantal eerstejaars met vwo-diploma. Dat nam in 2008 al flink toe met 7,2 procent, maar door een afname van het aantal hbo’ers, buitenlandse studenten en studenten met een zogeheten ‘overige vooropleiding’ viel dat niet zo op en groeide de instroom toen met maar 4,4 procent.

In september 2009 – het studiejaar van de vloedgolf – nam het aandeel hbo’ers in universitaire bacheloropleidingen fiks toe. Ook de categorie eerstejaars met ‘overige vooropleidingen’ schoot met een kwart omhoog (landelijk van 3300 naar 4200). Dat kwam bovenop de toename van vwo’ers, die ongeveer even fors was als het jaar daarvoor. In totaal betekende dat een verdubbeling van de groei.

Na een aantal toezeggingen van collegelid Paul Rullmann adviseerde de studentenraad op donderdag 23 juni positief over maatregelen voor verhoging van het studiesucces. De raad erkende dat het een pakket aan maatregelen betreft en niet alleen een verhoging van het bindend studieadvies (bsa).

Rullmann zegde toe dat er vanwege die verhoging extra middelen komen voor studiebegeleiding. Ook wordt de hardheidsclausule uitgebreid. Nu kan uitstel voor het halen van het bsa alleen worden aangevraagd vanwege persoonlijke omstandigheden zoals ziekte. De sr wilde daar ‘onstudeerbaarheid’ van het curriculum aan toevoegen, maar Rullmann wil die – voorheen ook in de wet gebruikte – juridische term vermijden. “We hebben wel het zelfde voor ogen”, zei hij.

Tevens ging Rullmann akkoord met goede voorlichting over het verhoogde bsa, een evaluatie na vier jaar en geen extra verhoging als het kabinet opnieuw met maatregelen komt of als de TU fuseert met de Erasmus Universiteit Rotterdam. “We gaan niet met Rotterdam mee naar zestig punten”, zei Rullmann. “Die gedachte koester ik niet eens als stil ideaal.”

Rullmann was mordicus tegen de aanbeveling van de sr om faculteiten de mogelijkheid te geven het verhoogde bsa later dan september 2012 in te voeren. De sr voorziet namelijk kinderziektes bij het invoeren van blokonderwijs, maar Rullmann vindt het nog te vroeg daarvoor. “Ik ga niet zeggen: kies zelf maar wanneer je het invoert.”

Wel ging hij akkoord met wat extra maatregelen zoals een betere terugkoppeling van vakevaluaties, het verbeteren van de studieduur van bachelor eindprojecten en meer aandacht voor de kwaliteit van docenten via professionaliseringscursussen. Rullmann was blij met het positieve advies dat hij hierna van de studenten kreeg. “Genereus van jullie!”

Aan het begin van het overleg zei Rullmann dat hij verrast was door kritiek van de sr over een mail van het college van bestuur aan alle studenten. Daarin werden de plannen (naast verhoging van het bsa, uiterlijk in september 2013 invoering van blokonderwijs en compensatoir en tussentijds toetsen) al als definitief besluit gepresenteerd. “Ik was me van geen kwaad bewust.”

De sr is overigens wel voorstander van blokonderwijs, waarbij studenten vakken van minimaal vijf studiepunten in één blok krijgen met tussentoetsen en tentamens. Studenten hoeven dan niet telkens om te schakelen tussen kleine vakken die parallel worden gegeven. Wel vindt de sr dat het niet zo moet zijn dat pas met een nieuw vak kan worden begonnen als een ander vak volledig is afgesloten. Rullmann was het daar mee eens.

Ook wil de sr dat tentamenperioden van de verschillende faculteiten in dezelfde perioden blijven samenvallen. Dat zou beter in de jaarplanning van studentenverenigingen passen. Rullmann wees op ruimtecapaciteit, maar zei dit over te laten aan een werkgroep die zich op het blokonderwijs richt. Die moet ook maar kijken naar het tweemaal per jaar aanbieden van reparatieweken. Wel moet van Rullmann de semestergrens worden gerespecteerd vanwege uitwisseling van studenten en tussentijdse instroom.

De sr vindt dat studenten vakken alleen moeten kunnen compenseren met overeenkomstige vakken. Ook zouden studenten die al drie keer geen voldoende hebben kunnen halen voor een vak, alleen via de studieadviseur een nieuwe poging moeten krijgen. De werkgroep zal er naar kijken.

SR: studeerbaarheid eerst aanpakken 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.