Bijna de helft van de studenten van buiten de Europese Unie kan pas na grote vertraging in Nederland aan de slag. Hun verblijfsaanvragen worden soms pas na negen maanden behandeld, terwijl dat binnen drie weken zou moeten.
Ook onderzoekers moeten erg lang wachten.
‘Verontrustend’, noemt de Nuffic de hindernissen die studenten en onderzoekers van buiten de EU moeten nemen voordat ze naar Nederland kunnen afreizen. De Nuffic, de organisatie voor de internationale samenwerking in het hoger onderwijs, baseert zich op een steekproef onder tien universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten. Daaruit blijkt dat verblijfsaanvragen voor mensen van buiten de EU ‘structureel vertraging’ oplopen.
Vooral de Nederlandse ambassades in Suriname, China, Oost-Europa en enkele Afrikaanse landen doen hun werk niet goed. Ze behandelen de aanvragers onvriendelijk, geven verkeerde informatie of stellen ten onrechte aanvullende eisen.
In Nederland zelf gaat het soms ook fout. Zo wijst de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Arnhem studenten uit Oost-Europa af, omdat hun Erasmus- of Socratesbeurs iets lager is dan het voorgeschreven bedrag. Andere IND-kantoren hebben daar geen moeite mee. Ook de regionale vreemdelingendiensten passen de regels afwijkend toe. ‘Per stad kunnen de financiële eisen verschillen’, concludeert de Nuffic.
Verder blijkt dat bureaucratie onderzoekers en docenten het leven zuur maakt. Arbeidsbureaus willen bijvoorbeeld eerst een verblijfsvergunning van de IND zien voordat ze een werkvergunning afgeven. Omgekeerd verlangt de IND eerst een werkvergunning voordat deze dienst een verblijfsvergunning afgeeft.
Om dit soort kafkaëske situaties te voorkomen, vraagt een aantal instellingen zelf de vereiste documenten aan voor haar gasten. Toch is dat geen garantie voor een snelle afhandeling. Bij drie op de tien aanvragen via een zogeheten ‘verkorte procedure’ treedt aanzienlijke vertraging op.
Hun verblijfsaanvragen worden soms pas na negen maanden behandeld, terwijl dat binnen drie weken zou moeten. Ook onderzoekers moeten erg lang wachten.
‘Verontrustend’, noemt de Nuffic de hindernissen die studenten en onderzoekers van buiten de EU moeten nemen voordat ze naar Nederland kunnen afreizen. De Nuffic, de organisatie voor de internationale samenwerking in het hoger onderwijs, baseert zich op een steekproef onder tien universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten. Daaruit blijkt dat verblijfsaanvragen voor mensen van buiten de EU ‘structureel vertraging’ oplopen.
Vooral de Nederlandse ambassades in Suriname, China, Oost-Europa en enkele Afrikaanse landen doen hun werk niet goed. Ze behandelen de aanvragers onvriendelijk, geven verkeerde informatie of stellen ten onrechte aanvullende eisen.
In Nederland zelf gaat het soms ook fout. Zo wijst de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Arnhem studenten uit Oost-Europa af, omdat hun Erasmus- of Socratesbeurs iets lager is dan het voorgeschreven bedrag. Andere IND-kantoren hebben daar geen moeite mee. Ook de regionale vreemdelingendiensten passen de regels afwijkend toe. ‘Per stad kunnen de financiële eisen verschillen’, concludeert de Nuffic.
Verder blijkt dat bureaucratie onderzoekers en docenten het leven zuur maakt. Arbeidsbureaus willen bijvoorbeeld eerst een verblijfsvergunning van de IND zien voordat ze een werkvergunning afgeven. Omgekeerd verlangt de IND eerst een werkvergunning voordat deze dienst een verblijfsvergunning afgeeft.
Om dit soort kafkaëske situaties te voorkomen, vraagt een aantal instellingen zelf de vereiste documenten aan voor haar gasten. Toch is dat geen garantie voor een snelle afhandeling. Bij drie op de tien aanvragen via een zogeheten ‘verkorte procedure’ treedt aanzienlijke vertraging op.
Comments are closed.