TU’ers roemen de individuele kwaliteiten van de collegeleden, maar – zo luidt een veelgehoorde mening – als team functioneerde het college niet goed.
,,Iedereen was solo bezig.”
Het huidige college heeft veel in gang gezet, vindt een aantal TU’ers. Er is ‘dynamiek’ gekomen op de TU doordat het college geld reserveerde voor vernieuwend, interdisciplinair onderzoek in de diocs, door de invoering van een nieuw geldverdeelmodel dat veel publiceren beloont, door het inkrimpen van het aantal faculteiten en door bezuinigingen op de overhead op hoofdgebouw en faculteiten. Verder is de discussie over de onderzoeksstrategie nu echt op gang gekomen.
Het is de collegeleden echter niet gelukt een harmonieus bestuur te vormen, de bestuursovereenkomst uit 1997 ten spijt. Toen stelden Berkhout, De Voogd en Wakker in Delta dat ‘faculteiten erop konden vertrouwen dat collegiaal bestuur betekent dat afspraken met ieder van ons worden gedragen door het college als geheel’.
,,Individueel hebben de collegeleden goede dingen gedaan”, stelt aardwetenschapper prof.ir. Cor van Kruijsdijk. ,,Ze hebben hun beleid echter niet goed genoeg op elkaar afgestemd. Het college was te verdeeld. En als je echt iets wilt bereiken moet je naar de faculteiten toe een eenduidige boodschap afgeven.”
Ondernemingsraadlid Astrid Dijksman: ,,Je kon niet spreken van een collegiaal bestuur. Voor mijn gevoel was iedereen solo bezig. Zo leek Berkhout bijvoorbeeld alleen voor het onderzoek te gaan.”
Biotechnoloog en voorzitter van de raad van wetenschappelijk directeuren van onderzoekscholen prof.dr. Gijs Kuenen apprecieert net als Van Kruijsdijk de individuele kwaliteiten van de leden van het college van bestuur. ,,Als team functioneerde het college echter niet goed genoeg. In informele contacten was het vaak onduidelijk of dat wat een lid zei ook gedragen werd door de rest van het college van bestuur. Het college was het duidelijk niet altijd met elkaar eens.”
Zwijgen
Niet iedereen is blij met het vroegtijdige vertrek van Berkhout. Het is nog onduidelijk of de vice-president research opstapt vanwege ruzie met zijn collega-collegeleden. Misschien heeft de raad van toezicht ook Berkhout duidelijk gemaakt dat zijn termijn als collegelid in januari niet verlengd zou worden. Mogelijk heeft hij toen besloten zich dan nu al terug te trekken. Zowel Berkhout zelf als de raad van toezicht zwijgen hierover tegenover Delta.
Civieler en oud-rector prof.dr.ir. Johan Blaauwendraad vindt het ‘spijtig’ dat Berkhout heeft besloten op te stappen. ,,Daardoor valt er veel stil.” Ook chemicus prof.dr. Joop Schoonman vindt het erg jammer dat Berkhout vertrekt. ,,Berkhout heeft een sterke visie.”
Blaauwendraad vindt dat De Voogd zijn taak wel heeft voltooid. ,,Een universiteit heeft het nodig dat iemand af en toe het bedopschudt. De Voogd heeft dat goed gedaan. Hij stelde als iemand van buiten een aantal dingen ter discussie die we vanzelfsprekend vonden, zoals het aantal faculteiten en de hoeveelheid overhead.”
Implementeren van beleid was niet altijd de sterkste kant van De Voogd, meent Blaauwendraad. ,,Dan moet je kunnen delegeren, dingen kunnen overgeven. Je moet faculteiten de ruimte geven om ergens een eigen invulling aan te geven. De decanen zijn nu te veel betutteld en beknot. Een nieuwe voorzitter moet daarom net als De Voogd een strateeg zijn, maar hij moet het ook kunnen loslaten als de strategie is neergezet.”
TU’ers roemen de individuele kwaliteiten van de collegeleden, maar – zo luidt een veelgehoorde mening – als team functioneerde het college niet goed. ,,Iedereen was solo bezig.”
Het huidige college heeft veel in gang gezet, vindt een aantal TU’ers. Er is ‘dynamiek’ gekomen op de TU doordat het college geld reserveerde voor vernieuwend, interdisciplinair onderzoek in de diocs, door de invoering van een nieuw geldverdeelmodel dat veel publiceren beloont, door het inkrimpen van het aantal faculteiten en door bezuinigingen op de overhead op hoofdgebouw en faculteiten. Verder is de discussie over de onderzoeksstrategie nu echt op gang gekomen.
Het is de collegeleden echter niet gelukt een harmonieus bestuur te vormen, de bestuursovereenkomst uit 1997 ten spijt. Toen stelden Berkhout, De Voogd en Wakker in Delta dat ‘faculteiten erop konden vertrouwen dat collegiaal bestuur betekent dat afspraken met ieder van ons worden gedragen door het college als geheel’.
,,Individueel hebben de collegeleden goede dingen gedaan”, stelt aardwetenschapper prof.ir. Cor van Kruijsdijk. ,,Ze hebben hun beleid echter niet goed genoeg op elkaar afgestemd. Het college was te verdeeld. En als je echt iets wilt bereiken moet je naar de faculteiten toe een eenduidige boodschap afgeven.”
Ondernemingsraadlid Astrid Dijksman: ,,Je kon niet spreken van een collegiaal bestuur. Voor mijn gevoel was iedereen solo bezig. Zo leek Berkhout bijvoorbeeld alleen voor het onderzoek te gaan.”
Biotechnoloog en voorzitter van de raad van wetenschappelijk directeuren van onderzoekscholen prof.dr. Gijs Kuenen apprecieert net als Van Kruijsdijk de individuele kwaliteiten van de leden van het college van bestuur. ,,Als team functioneerde het college echter niet goed genoeg. In informele contacten was het vaak onduidelijk of dat wat een lid zei ook gedragen werd door de rest van het college van bestuur. Het college was het duidelijk niet altijd met elkaar eens.”
Zwijgen
Niet iedereen is blij met het vroegtijdige vertrek van Berkhout. Het is nog onduidelijk of de vice-president research opstapt vanwege ruzie met zijn collega-collegeleden. Misschien heeft de raad van toezicht ook Berkhout duidelijk gemaakt dat zijn termijn als collegelid in januari niet verlengd zou worden. Mogelijk heeft hij toen besloten zich dan nu al terug te trekken. Zowel Berkhout zelf als de raad van toezicht zwijgen hierover tegenover Delta.
Civieler en oud-rector prof.dr.ir. Johan Blaauwendraad vindt het ‘spijtig’ dat Berkhout heeft besloten op te stappen. ,,Daardoor valt er veel stil.” Ook chemicus prof.dr. Joop Schoonman vindt het erg jammer dat Berkhout vertrekt. ,,Berkhout heeft een sterke visie.”
Blaauwendraad vindt dat De Voogd zijn taak wel heeft voltooid. ,,Een universiteit heeft het nodig dat iemand af en toe het bedopschudt. De Voogd heeft dat goed gedaan. Hij stelde als iemand van buiten een aantal dingen ter discussie die we vanzelfsprekend vonden, zoals het aantal faculteiten en de hoeveelheid overhead.”
Implementeren van beleid was niet altijd de sterkste kant van De Voogd, meent Blaauwendraad. ,,Dan moet je kunnen delegeren, dingen kunnen overgeven. Je moet faculteiten de ruimte geven om ergens een eigen invulling aan te geven. De decanen zijn nu te veel betutteld en beknot. Een nieuwe voorzitter moet daarom net als De Voogd een strateeg zijn, maar hij moet het ook kunnen loslaten als de strategie is neergezet.”
Comments are closed.