Ir. Ton Alblas had meer dan vijfentwintig jaar als ambtenaar bij het ministerie van verkeer en waterstaat gewerkt, toen hij werd meegezogen in de politieke revolutie van Pim Fortuyn. Hij zat acht maanden in de stormachtige fractie van de LPF tijdens het kabinet Balkenende 1.
De boekenkast van Ton Alblas verraadt meteen zijn loopbaan en interesses. In zijn huis in Leiden-zuid staan de boekenruggen keurig in rijtjes naast elkaar, met titels als ‘In de ban van Fortuyn’, ‘Chaos’, ‘Niemands knecht’. Glunderend pakt Alblas het boek ‘Niet spreken met de bestuurder’ van Gerard van Westerloo. “Een prachtig boek. Het geeft precies aan wat er met de politiek aan de hand is.” Niet spreken met de bestuurder; de politiek onder de Haagse kaasstolp, onbereikbaar voor haar achterban. Het is geen populaire kreet van een leek, die na het lezen van een boek de politiek doorgrond denkt te hebben. Alblas leerde in acht maanden tijd het klappen van de politieke zweep kennen toen hij in 2002, als nummer 21 op de lijst van Pim Fortuyn, de Tweede Kamer inging.
Het was geen logische keuze, zegt hij achteraf. Jarenlang had Alblas als ambtenaar nota’s geschreven voor het ministerie van verkeer en waterstaat, en na vijf jaar te hebben gewerkt als zelfstandig adviseur was het ‘eigenlijk tijd voor de grote vrijheid.’ Met hoofdletters. Alblas verlangde al naar zijn pensioen. Maar toen kwam hij Pim Fortuyn tegen. “In 1995, tijdens een lezing voor een vereniging van professionele computergebruikers.” Alblas was van hem gecharmeerd en ze hielden contact. “Na het ‘Leefbaar’-avontuur heb ik me bij hem aangemeld als adviseur. Ik dacht leuk, voor één dag in de week, Pim Fortuyn helpen. Nee, politieke aspiraties had ik helemaal niet. Maar Pim moest en zou mij op die lijst van hem zetten. ‘Dan zet ik je op een lage plaats, nummer 28’, zei hij.” Alblas was om, en zegde toe. Vlak voor het taartincident, waarbij Fortuyn een taart in zijn gezicht geduwd kreeg door tegenstanders van zijn ideeën, schreef Alblas een concept-partijprogramma. “Daar was Pim zo enthousiast over, dat hij mij uiteindelijk op nummer 21 zette.”
Nummer 21 zijn op een lijst van een nieuwe partij; Alblas dacht nog lang niet aan de Tweede Kamer. De kans dat een nieuwe partij zoveel zetels zou halen was praktisch nihil. Maar toen was het 6 mei, en zette de moord op Pim Fortuyn alles op zijn kop. “Ik had hem 5 mei nog gesproken. Ik hoorde het nieuws hier, in deze kamer. Ik vond het zo schokkend, ik kon het niet geloven. En daarna was ik ontzettend boos. Omdat Pim heel erg gedemoniseerd is, en omdat onze fractie vanaf het begin is neergezet als het minderwaardigste tuig dat er op deze aardbol rondloopt. Dat vond ik als onervaren politicus zeer schokkend. Je hebt nog geen idee hoe je met de media en je politieke collega’s moet omgaan. Dat was een enorme handicap. En vanaf het begin was het mis. We waren met 26 mensen die elkaar nauwelijks kenden, er was geen enkele sturing, slechts chaos. We waren verweesd, omdat Pim er niet meer was.”
Conducteurs
Het gevolg was de ene blamage na de andere. Ministers Heinsbroek en Bomhoff gingen nog net niet rollebollend over straat. “Een partij die zijn eigen ministers afzet, ik hield het eerder niet voor mogelijk, maar wij hebben het gedaan. Ik heb geprobeerd om me er zo weinig mogelijk van aan te trekken, door me volledig op mijn werk te storten.”
Op het werk dat Alblas in de Kamer heeft verricht, is hij wel erg trots. “Dat steek ik ook niet onder stoelen of banken. Mijn door de Kamer aangenomen amendement van de begroting van Verkeer en Waterstaat zorgde ervoor dat er structureel 18 miljoen euro per jaar vrij is vrijgemaakt om driehonderd conducteurs aan te stellen op het openbaar vervoer in de grote steden. En aan het werk te houden. Je zou eens moeten weten hoeveel zwartrijders er eerst waren, en hoeveel oude vrouwen niet meer met de trein durfden. Dat is nu verbeterd.”
Zijn werk in de kamer vormde een merkwaardige tegenstelling met zijn werk als ambtenaar bij Verkeer en Waterstaat. Jaar in jaar uit schreef hij de ene na de andere vuistdikke nota over hoe Nederland in beweging moest worden gehouden. Minder files, meer bereikbaarheid, en hoe dat te bewerkstelligen. “Het mooiste rapport vond ik ‘benutten naast bouwen’. Daarin wordt precies uit de doeken gedaan welke maatregelen welk effect hebben. Bijvoorbeeld: als mensen meer thuis werken, lost dat zoveel procent van de fileproblemen op. Alles hadden we uitgezocht. In de jaren tachtig geschreven, maar nog steeds actueel. En toch zijn er dan nog steeds politici die roepen dat gratis openbaar vervoer het fileprobleem grotendeels zal oplossen, terwijl wij toen al wisten dat het slechts een paar procent helpt. Dan weet je al snel: ze hebben die nota’s helemaal niet gelezen, of het is pure politiek die ze bedrijven.”
Ergens begrijpt Alblas dat niet iedereen zin en tijd heeft om dag in dag uit 1500 pagina’s ‘door te akkeren’. “Als een stuk meer dan vier A-viertjes bevat, lezen ze het niet meer.” Maar wat moet de ambtenaar, die, zoals hij zelf zegt, in een ‘fabriek werkt die gedrukt papier produceert’ als zijn nota’s niet meer (geheel) worden gelezen? Dan komt het boek ‘Niet praten met de bestuurder’ weer uit de kast.
De Haagse kaasstolp is lang niet zo ondoordringbaar als hij lijkt. De oplossing volgens Alblas: het spreekuur van het Tweede Kamerlid. “Nederlanders zijn erg afkerig van de politiek, terwijl je rechtstreeks invloed kan uitoefenen door ons te bellen. Ik heb honderden mensen langs gehad; van de RAI tot de ANWB tot trambestuurders. Ook de ambtenaren zouden daar wat in de nota’s staat snel en duidelijk uit moeten leggen.”
Alblas probeerde de chaos in zijn partij te bezweren door zich op te werpen als voorzitter. “Ik heb geëist dat ik voorzitter werd binnen het fractieoverleg, omdat het zo chaotisch was. Een goede voorzitter houdt het gezamenlijke doel goed voor ogen, en bezweert zo de chaos. Of ik een goede voorzitter ben?”, lacht hij spottend. “Ik dacht het wel, ja.” Maar ook het voorzitterschap van Alblas werkte niet. “Ik wil geen oude koeien uit de sloot halen. Ik was ook maar een leek. Het hele project was gedoemd te mislukken.”
Maar toen na acht maanden het doek viel voor het kabinet was Alblas toch ‘erg teleurgesteld’. “Ik leerde eindelijk het klappen van de zweep kennen. Die acht maanden hadden we nodig om op gang te komen.” Hij ging op zijn motorfiets zes weken naar de Noordkaap. Hij geniet nu van reizen, zijn kleinkinderen. En de LPF? “Ik wil er niets meer mee te maken hebben. Het is een gecorrumpeerde partij geworden.”
Hoewel gepensioneerd, smeult er nog wel een politiek vuurtje. “Ik ben er nu te oud voor, omdat je met de politiek opstaat en ermee naar bed gaat. Als ik al op mijn veertigste in de politiek geïnteresseerd was geraakt, had ik het misschien nog ver kunnen schoppen. Wat dat betreft is het erg jammer dat ik geen veertig meer ben.”
Naam: Ton Alblas
Leeftijd: 65 jaar
Woonplaats: Leiden
Verliefd/verloofd/getrouwd: Getrouwd, twee zoons en vier kleinkinderen
Studie: Civiele techniek
Afgestudeerd: 1972
Afstudeerrichting: Civiele planologie
Loopbaan: Tussen 1972 en 1995 werkte Alblas als ambtenaar bij het ministerie van verkeer en waterstaat. Van 1996 tot en met 2000 was hij zelfstandig adviseur op het gebied van het flexibiliseren van arbeid. Hij zat van 23 mei 2002 tot en met 30 januari 2003 in de fractie van de LPF in de Tweede Kamer.
(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)
De boekenkast van Ton Alblas verraadt meteen zijn loopbaan en interesses. In zijn huis in Leiden-zuid staan de boekenruggen keurig in rijtjes naast elkaar, met titels als ‘In de ban van Fortuyn’, ‘Chaos’, ‘Niemands knecht’. Glunderend pakt Alblas het boek ‘Niet spreken met de bestuurder’ van Gerard van Westerloo. “Een prachtig boek. Het geeft precies aan wat er met de politiek aan de hand is.” Niet spreken met de bestuurder; de politiek onder de Haagse kaasstolp, onbereikbaar voor haar achterban. Het is geen populaire kreet van een leek, die na het lezen van een boek de politiek doorgrond denkt te hebben. Alblas leerde in acht maanden tijd het klappen van de politieke zweep kennen toen hij in 2002, als nummer 21 op de lijst van Pim Fortuyn, de Tweede Kamer inging.
Het was geen logische keuze, zegt hij achteraf. Jarenlang had Alblas als ambtenaar nota’s geschreven voor het ministerie van verkeer en waterstaat, en na vijf jaar te hebben gewerkt als zelfstandig adviseur was het ‘eigenlijk tijd voor de grote vrijheid.’ Met hoofdletters. Alblas verlangde al naar zijn pensioen. Maar toen kwam hij Pim Fortuyn tegen. “In 1995, tijdens een lezing voor een vereniging van professionele computergebruikers.” Alblas was van hem gecharmeerd en ze hielden contact. “Na het ‘Leefbaar’-avontuur heb ik me bij hem aangemeld als adviseur. Ik dacht leuk, voor één dag in de week, Pim Fortuyn helpen. Nee, politieke aspiraties had ik helemaal niet. Maar Pim moest en zou mij op die lijst van hem zetten. ‘Dan zet ik je op een lage plaats, nummer 28’, zei hij.” Alblas was om, en zegde toe. Vlak voor het taartincident, waarbij Fortuyn een taart in zijn gezicht geduwd kreeg door tegenstanders van zijn ideeën, schreef Alblas een concept-partijprogramma. “Daar was Pim zo enthousiast over, dat hij mij uiteindelijk op nummer 21 zette.”
Nummer 21 zijn op een lijst van een nieuwe partij; Alblas dacht nog lang niet aan de Tweede Kamer. De kans dat een nieuwe partij zoveel zetels zou halen was praktisch nihil. Maar toen was het 6 mei, en zette de moord op Pim Fortuyn alles op zijn kop. “Ik had hem 5 mei nog gesproken. Ik hoorde het nieuws hier, in deze kamer. Ik vond het zo schokkend, ik kon het niet geloven. En daarna was ik ontzettend boos. Omdat Pim heel erg gedemoniseerd is, en omdat onze fractie vanaf het begin is neergezet als het minderwaardigste tuig dat er op deze aardbol rondloopt. Dat vond ik als onervaren politicus zeer schokkend. Je hebt nog geen idee hoe je met de media en je politieke collega’s moet omgaan. Dat was een enorme handicap. En vanaf het begin was het mis. We waren met 26 mensen die elkaar nauwelijks kenden, er was geen enkele sturing, slechts chaos. We waren verweesd, omdat Pim er niet meer was.”
Conducteurs
Het gevolg was de ene blamage na de andere. Ministers Heinsbroek en Bomhoff gingen nog net niet rollebollend over straat. “Een partij die zijn eigen ministers afzet, ik hield het eerder niet voor mogelijk, maar wij hebben het gedaan. Ik heb geprobeerd om me er zo weinig mogelijk van aan te trekken, door me volledig op mijn werk te storten.”
Op het werk dat Alblas in de Kamer heeft verricht, is hij wel erg trots. “Dat steek ik ook niet onder stoelen of banken. Mijn door de Kamer aangenomen amendement van de begroting van Verkeer en Waterstaat zorgde ervoor dat er structureel 18 miljoen euro per jaar vrij is vrijgemaakt om driehonderd conducteurs aan te stellen op het openbaar vervoer in de grote steden. En aan het werk te houden. Je zou eens moeten weten hoeveel zwartrijders er eerst waren, en hoeveel oude vrouwen niet meer met de trein durfden. Dat is nu verbeterd.”
Zijn werk in de kamer vormde een merkwaardige tegenstelling met zijn werk als ambtenaar bij Verkeer en Waterstaat. Jaar in jaar uit schreef hij de ene na de andere vuistdikke nota over hoe Nederland in beweging moest worden gehouden. Minder files, meer bereikbaarheid, en hoe dat te bewerkstelligen. “Het mooiste rapport vond ik ‘benutten naast bouwen’. Daarin wordt precies uit de doeken gedaan welke maatregelen welk effect hebben. Bijvoorbeeld: als mensen meer thuis werken, lost dat zoveel procent van de fileproblemen op. Alles hadden we uitgezocht. In de jaren tachtig geschreven, maar nog steeds actueel. En toch zijn er dan nog steeds politici die roepen dat gratis openbaar vervoer het fileprobleem grotendeels zal oplossen, terwijl wij toen al wisten dat het slechts een paar procent helpt. Dan weet je al snel: ze hebben die nota’s helemaal niet gelezen, of het is pure politiek die ze bedrijven.”
Ergens begrijpt Alblas dat niet iedereen zin en tijd heeft om dag in dag uit 1500 pagina’s ‘door te akkeren’. “Als een stuk meer dan vier A-viertjes bevat, lezen ze het niet meer.” Maar wat moet de ambtenaar, die, zoals hij zelf zegt, in een ‘fabriek werkt die gedrukt papier produceert’ als zijn nota’s niet meer (geheel) worden gelezen? Dan komt het boek ‘Niet praten met de bestuurder’ weer uit de kast.
De Haagse kaasstolp is lang niet zo ondoordringbaar als hij lijkt. De oplossing volgens Alblas: het spreekuur van het Tweede Kamerlid. “Nederlanders zijn erg afkerig van de politiek, terwijl je rechtstreeks invloed kan uitoefenen door ons te bellen. Ik heb honderden mensen langs gehad; van de RAI tot de ANWB tot trambestuurders. Ook de ambtenaren zouden daar wat in de nota’s staat snel en duidelijk uit moeten leggen.”
Alblas probeerde de chaos in zijn partij te bezweren door zich op te werpen als voorzitter. “Ik heb geëist dat ik voorzitter werd binnen het fractieoverleg, omdat het zo chaotisch was. Een goede voorzitter houdt het gezamenlijke doel goed voor ogen, en bezweert zo de chaos. Of ik een goede voorzitter ben?”, lacht hij spottend. “Ik dacht het wel, ja.” Maar ook het voorzitterschap van Alblas werkte niet. “Ik wil geen oude koeien uit de sloot halen. Ik was ook maar een leek. Het hele project was gedoemd te mislukken.”
Maar toen na acht maanden het doek viel voor het kabinet was Alblas toch ‘erg teleurgesteld’. “Ik leerde eindelijk het klappen van de zweep kennen. Die acht maanden hadden we nodig om op gang te komen.” Hij ging op zijn motorfiets zes weken naar de Noordkaap. Hij geniet nu van reizen, zijn kleinkinderen. En de LPF? “Ik wil er niets meer mee te maken hebben. Het is een gecorrumpeerde partij geworden.”
Hoewel gepensioneerd, smeult er nog wel een politiek vuurtje. “Ik ben er nu te oud voor, omdat je met de politiek opstaat en ermee naar bed gaat. Als ik al op mijn veertigste in de politiek geïnteresseerd was geraakt, had ik het misschien nog ver kunnen schoppen. Wat dat betreft is het erg jammer dat ik geen veertig meer ben.”
Naam: Ton Alblas
Leeftijd: 65 jaar
Woonplaats: Leiden
Verliefd/verloofd/getrouwd: Getrouwd, twee zoons en vier kleinkinderen
Studie: Civiele techniek
Afgestudeerd: 1972
Afstudeerrichting: Civiele planologie
Loopbaan: Tussen 1972 en 1995 werkte Alblas als ambtenaar bij het ministerie van verkeer en waterstaat. Van 1996 tot en met 2000 was hij zelfstandig adviseur op het gebied van het flexibiliseren van arbeid. Hij zat van 23 mei 2002 tot en met 30 januari 2003 in de fractie van de LPF in de Tweede Kamer.
(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)
Comments are closed.