Ze hekelt de houding van de bestuurders en zou graag wat meer show in haar spel brengen. Liesbeth Faber, basketbalinternational met een gestolen bal.
/strong>
Ze zegt dat ze acht van de tien vrije worpen raak gooit. Voor de basket zakt ze eerst even door de knieën, haar groene haardos valt op. Vijf minuten later mompelt ze teleurgesteld haar score: zeventig procent. ,,Eigenlijk moet ik nu een strafrondje lopen.” De bal gooit ze weg. Lambuth University staat er in grote letters op.
De basketballers die iedereen kent van de televisie zijn zelfverzekerd, vermaken het publiek met spectaculaire dunks, groeiden op in criminele achterstandswijken en hebben ook geverfd haar. Liesbeth Faber (21) woont in Delft en studeert Industrieel Ontwerpen aan de TU. Ze speelt voor het Nederlands team en de Univentio Grasshoppers, haar natuurlijke haarkleur is lichtblond. ,,Iedereen denkt hier dat je Dennis Rodman na-aapt als je je haar groen verft, maar ik loop al een paar jaar met verschillende kleuren in mijn haar.”
,,Normaal gesproken benut ik wel tachtig procent van mijn vrije worpen, maar dunken kan ik niet. Die kunst beheersen maar heel weinig vrouwelijke basketballers. En de bal? Tja, die is van een Amerikaanse coach. Ik heb hem geleend maar nooit teruggegeven. Dat is toch niet gestolen? Het is een mooi souvenir.”
Voorbijgangers
Twee jaar lang rook Faber aan het bestaan van de Amerikaanse topbasketballers. Haar team Lambuth University was niet meer dan een dwerg in de universiteitencompetitie en ze moest haar beurs voor de helft zelf bekostigen. Verder raakte ze zwaar geblesseerd aan haar knie, ze was zes maanden uit de roulatie. Maar in Jackson, Tennessee, haar woonplaats, deed dat allemaal weinig af aan haar status als topsporter.
,,Als ik boodschappen deed in de plaatselijke supermarkt, werd ik vaak herkend door voorbijgangers. Ze hadden me dan een keer gezien bij een wedstrijd en kwamen me succes wensen. Ook de andere studenten op de campus wisten als snel dat je ‘die basketballer’ was. Een sporter heeft in Amerika meer aanzien.”
De oorspronkelijk uit Lemmer afkomstige Faber belandde bij thuiskomst weer snel met beide benen op de grond. De nationale basketbalbond verzekerde haar nog wel dat Nederland als basketballand terug op de kaart werd gezet. Ze mocht deel uitmaken van een nieuwe, jonge nationale ploeg die een succesvol tijdperk zou inluiden. Belangrijkste doel: kwalificatie voor het Europese Kampioenschap. Maar het plan sneuvelde enkele maanden later alweer. De bond vergat de ploeg in te schrijven voor het evenement.
Oneerlijk
,,De mensen bij de bond zijn zo amateuristisch bezig, dat is ongelooflijk”, zegt Faber. ,,Iedereen kan een keer vergeten om een formulier in te sturen, zie de affaire Van Nistelrooij bij PSV. Maar PSV erkent die fout tenminste. De basketbalbond hield eerst vol dat er iets mis was gegaan bij de wereldbasketbalbond, de FIBA. Toen bleek dat er niets was verstuurd, gaven de betrokkenen elkaar de schuld. Pas daarna hebben ze hun verantwoordelijkheid genomen. Maar daar moesten we ze zo ongeveer nog voor bedanken.”
Serieus genomen als international voelt Faber zich al lang niet meer. Ze speelt vooral voor haar plezier. Geld verdienen als basketballer in Nederland is bijna onmogelijk, vandaar dat de Friezin trainingen en wedstrijden zorgvuldig om haar studie heen plant. Niet toevallig komt de club waarvoor ze basketbalt, Univentio Grasshoppers, uit Katwijk.
,,Het is de enige ploeg uit de eredivisie die redelijk dicht bij Delft is gevestigd. Dat vind ik belangrijk, want industrieel ontwerpen komt op de eerste plaats. Basketballen doe ik alleen omdat ik het erg leuk vind.”
Toch ontdekte Faber de kick van het basketbal pas nadat ze een hele serie andere sporten had uitgeprobeerd. Als kind turnde ze, dat werd na enkele jaren saai. Tijdens haar judolessen moest ze bij gebrek aan meisjes altijd met jongens worstelen. Pas in de brugklas werd Faber betoverd door twee sporten: volleybal en basketbal. Ze ging door in de laatste discipline omdat ze haar lange en sterke lichaam dan beter kon gebruiken. ,,Ik houd ervan om fysiek te spelen. Af en toe werkt dat in mijn nadeel, dan krijg ik een persoonlijke fout. Niet omdat ik een overtreding maak, maar omdat ik een stuk groter oog dan mijn tegenstanders. Dat noem ik de zieligheidsnorm. Sommige scheidsrechter hanteren hem vaak, vooral als kleinere spelers zeuren dat ik ruw speel. Dat vind ik oneerlijk.
Oké, mijn speelstijl is misschien niet fantastisch om te zien, maar wel effectief. Als ik het zou kunnen, dan bracht ik meer show in mijn spel, voor het publiek.”
Ze hekelt de houding van de bestuurders en zou graag wat meer show in haar spel brengen. Liesbeth Faber, basketbalinternational met een gestolen bal.
Ze zegt dat ze acht van de tien vrije worpen raak gooit. Voor de basket zakt ze eerst even door de knieën, haar groene haardos valt op. Vijf minuten later mompelt ze teleurgesteld haar score: zeventig procent. ,,Eigenlijk moet ik nu een strafrondje lopen.” De bal gooit ze weg. Lambuth University staat er in grote letters op.
De basketballers die iedereen kent van de televisie zijn zelfverzekerd, vermaken het publiek met spectaculaire dunks, groeiden op in criminele achterstandswijken en hebben ook geverfd haar. Liesbeth Faber (21) woont in Delft en studeert Industrieel Ontwerpen aan de TU. Ze speelt voor het Nederlands team en de Univentio Grasshoppers, haar natuurlijke haarkleur is lichtblond. ,,Iedereen denkt hier dat je Dennis Rodman na-aapt als je je haar groen verft, maar ik loop al een paar jaar met verschillende kleuren in mijn haar.”
,,Normaal gesproken benut ik wel tachtig procent van mijn vrije worpen, maar dunken kan ik niet. Die kunst beheersen maar heel weinig vrouwelijke basketballers. En de bal? Tja, die is van een Amerikaanse coach. Ik heb hem geleend maar nooit teruggegeven. Dat is toch niet gestolen? Het is een mooi souvenir.”
Voorbijgangers
Twee jaar lang rook Faber aan het bestaan van de Amerikaanse topbasketballers. Haar team Lambuth University was niet meer dan een dwerg in de universiteitencompetitie en ze moest haar beurs voor de helft zelf bekostigen. Verder raakte ze zwaar geblesseerd aan haar knie, ze was zes maanden uit de roulatie. Maar in Jackson, Tennessee, haar woonplaats, deed dat allemaal weinig af aan haar status als topsporter.
,,Als ik boodschappen deed in de plaatselijke supermarkt, werd ik vaak herkend door voorbijgangers. Ze hadden me dan een keer gezien bij een wedstrijd en kwamen me succes wensen. Ook de andere studenten op de campus wisten als snel dat je ‘die basketballer’ was. Een sporter heeft in Amerika meer aanzien.”
De oorspronkelijk uit Lemmer afkomstige Faber belandde bij thuiskomst weer snel met beide benen op de grond. De nationale basketbalbond verzekerde haar nog wel dat Nederland als basketballand terug op de kaart werd gezet. Ze mocht deel uitmaken van een nieuwe, jonge nationale ploeg die een succesvol tijdperk zou inluiden. Belangrijkste doel: kwalificatie voor het Europese Kampioenschap. Maar het plan sneuvelde enkele maanden later alweer. De bond vergat de ploeg in te schrijven voor het evenement.
Oneerlijk
,,De mensen bij de bond zijn zo amateuristisch bezig, dat is ongelooflijk”, zegt Faber. ,,Iedereen kan een keer vergeten om een formulier in te sturen, zie de affaire Van Nistelrooij bij PSV. Maar PSV erkent die fout tenminste. De basketbalbond hield eerst vol dat er iets mis was gegaan bij de wereldbasketbalbond, de FIBA. Toen bleek dat er niets was verstuurd, gaven de betrokkenen elkaar de schuld. Pas daarna hebben ze hun verantwoordelijkheid genomen. Maar daar moesten we ze zo ongeveer nog voor bedanken.”
Serieus genomen als international voelt Faber zich al lang niet meer. Ze speelt vooral voor haar plezier. Geld verdienen als basketballer in Nederland is bijna onmogelijk, vandaar dat de Friezin trainingen en wedstrijden zorgvuldig om haar studie heen plant. Niet toevallig komt de club waarvoor ze basketbalt, Univentio Grasshoppers, uit Katwijk.
,,Het is de enige ploeg uit de eredivisie die redelijk dicht bij Delft is gevestigd. Dat vind ik belangrijk, want industrieel ontwerpen komt op de eerste plaats. Basketballen doe ik alleen omdat ik het erg leuk vind.”
Toch ontdekte Faber de kick van het basketbal pas nadat ze een hele serie andere sporten had uitgeprobeerd. Als kind turnde ze, dat werd na enkele jaren saai. Tijdens haar judolessen moest ze bij gebrek aan meisjes altijd met jongens worstelen. Pas in de brugklas werd Faber betoverd door twee sporten: volleybal en basketbal. Ze ging door in de laatste discipline omdat ze haar lange en sterke lichaam dan beter kon gebruiken. ,,Ik houd ervan om fysiek te spelen. Af en toe werkt dat in mijn nadeel, dan krijg ik een persoonlijke fout. Niet omdat ik een overtreding maak, maar omdat ik een stuk groter oog dan mijn tegenstanders. Dat noem ik de zieligheidsnorm. Sommige scheidsrechter hanteren hem vaak, vooral als kleinere spelers zeuren dat ik ruw speel. Dat vind ik oneerlijk.
Oké, mijn speelstijl is misschien niet fantastisch om te zien, maar wel effectief. Als ik het zou kunnen, dan bracht ik meer show in mijn spel, voor het publiek.”
Comments are closed.