Campus

De passie van… Roos Loevers (links) en Sanne van der Burgh, zesdejaars bouwkunde

.chap Latex, Bisonkit en roze panty’s,,Soms lijken we bandleden te zijn die overdag in hun bühnekleding rondlopen. Maar eigenlijk zijn we samen één man die zich heeft opgesplitst in twee vrouwen, zodat hij meer kleren aan kan.

We vinden dat je zo veel mogelijk aan moet hebben gehad in je leven.

Gelukkig hebben we elkaar als wederhelft ontdekt op Bouwkunde. Hadden allebei iets raars aan en het was liefde op het eerste gezicht. Bleek dat we beiden vroeger eindeloos playbackshow-dansjes deden, verkleed uit de grote familiekist of kast van moeder. Daar halen we nog steeds kledingstukken uit.

Als we elkaar tegenkomen en een van ons heeft iets ‘gewoons’ aan, zoals een broek en een trui, is het van: sorry, sorry dat ik dit aan heb. R: Maar als Sanne met haar broek in laarzen gepropt voor de ‘kozakkenlook’ gaat, dan gil ik van tien meter afstand: ieeaaah, wat elegant!

We geven dan punten voor elkaars vertoning. Vooral accessoires tikken hard aan, want die leveren een bonus op: een lila My- Little-Ponytasje met gehalveerde pony erop bevestigd is bijvoorbeeld goed voor tien punten, en een fluo-roze Barbie dollcase doet het ook niet slecht. Je kan er low budget verschrikkelijk bizar uitzien. Zet een paar paarse oorwarmers op, of gebruik iets jaloezie-opwekkends zoals nepnagels, dan maakt het verder nauwelijks meer uit wat je aan hebt.

Onze themadagen zijn ook iets bijzonders. Eén keer gingen we als man gekleed over straat met attachékoffers en ieder twee stropdassen. Het was een geweldige ervaring, want eindelijk hoefden we niet meer bang te zijn voor de winkeljuffrouwen!

Het gaat ons absoluut niet om het volgen van modetrends; we doen iets waar we plezier in hebben. Bovendien spelen modeontwerpers vaak in op een behoefte die wij op een of andere manier altijd eerder aanvoelen, zoals de ‘zelfmaakmode’. S: Een tijdje terug heb ik voor een feest een glittertruitje gemaakt met Bisonkit. De schouderbandjes waren van stereospeakerkabel die met krokodillenklemmetjes aan het topje vastzaten. Ik doe ook graag dingen met latex, zoals jezelf met huishoudfolie inwikkelen en dan helemaal beschilderen. Je moet een paar uur drogen, maar dan heb je zeker een spannend pak! R: Ik heb laatst de schacht van een oude laars afgeknipt en die met een paar steekjes op t-shirt gezet. Had ik leren mouwen, yeah! Helaas kon het shirtje daarna niet meer in de wasmachine.

We maken niet alleen onszelf blij, want soms vinden mensen wat we aan hebben heel erg grappig. R: Ik had een knalroze panty aan en stond op de trein te wachten. Iedereen op het perron moest lachen. Vooral oude vrouwtjes, geen mannen. Wel heeft een jongen op Bouwkunde een keer in mijn oor gefluisterd: ‘Die schoenen zijn veel te geil voor deze faculteit.’ Nou, toen had ik geen ad rem antwoord klaar.”

.chap Latex, Bisonkit en roze panty’s

,,Soms lijken we bandleden te zijn die overdag in hun bühnekleding rondlopen. Maar eigenlijk zijn we samen één man die zich heeft opgesplitst in twee vrouwen, zodat hij meer kleren aan kan. We vinden dat je zo veel mogelijk aan moet hebben gehad in je leven.

Gelukkig hebben we elkaar als wederhelft ontdekt op Bouwkunde. Hadden allebei iets raars aan en het was liefde op het eerste gezicht. Bleek dat we beiden vroeger eindeloos playbackshow-dansjes deden, verkleed uit de grote familiekist of kast van moeder. Daar halen we nog steeds kledingstukken uit.

Als we elkaar tegenkomen en een van ons heeft iets ‘gewoons’ aan, zoals een broek en een trui, is het van: sorry, sorry dat ik dit aan heb. R: Maar als Sanne met haar broek in laarzen gepropt voor de ‘kozakkenlook’ gaat, dan gil ik van tien meter afstand: ieeaaah, wat elegant!

We geven dan punten voor elkaars vertoning. Vooral accessoires tikken hard aan, want die leveren een bonus op: een lila My- Little-Ponytasje met gehalveerde pony erop bevestigd is bijvoorbeeld goed voor tien punten, en een fluo-roze Barbie dollcase doet het ook niet slecht. Je kan er low budget verschrikkelijk bizar uitzien. Zet een paar paarse oorwarmers op, of gebruik iets jaloezie-opwekkends zoals nepnagels, dan maakt het verder nauwelijks meer uit wat je aan hebt.

Onze themadagen zijn ook iets bijzonders. Eén keer gingen we als man gekleed over straat met attachékoffers en ieder twee stropdassen. Het was een geweldige ervaring, want eindelijk hoefden we niet meer bang te zijn voor de winkeljuffrouwen!

Het gaat ons absoluut niet om het volgen van modetrends; we doen iets waar we plezier in hebben. Bovendien spelen modeontwerpers vaak in op een behoefte die wij op een of andere manier altijd eerder aanvoelen, zoals de ‘zelfmaakmode’. S: Een tijdje terug heb ik voor een feest een glittertruitje gemaakt met Bisonkit. De schouderbandjes waren van stereospeakerkabel die met krokodillenklemmetjes aan het topje vastzaten. Ik doe ook graag dingen met latex, zoals jezelf met huishoudfolie inwikkelen en dan helemaal beschilderen. Je moet een paar uur drogen, maar dan heb je zeker een spannend pak! R: Ik heb laatst de schacht van een oude laars afgeknipt en die met een paar steekjes op t-shirt gezet. Had ik leren mouwen, yeah! Helaas kon het shirtje daarna niet meer in de wasmachine.

We maken niet alleen onszelf blij, want soms vinden mensen wat we aan hebben heel erg grappig. R: Ik had een knalroze panty aan en stond op de trein te wachten. Iedereen op het perron moest lachen. Vooral oude vrouwtjes, geen mannen. Wel heeft een jongen op Bouwkunde een keer in mijn oor gefluisterd: ‘Die schoenen zijn veel te geil voor deze faculteit.’ Nou, toen had ik geen ad rem antwoord klaar.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.