Volgens sabelschermer Reinout Romijn kan het geen toeval zijn dat bijna alle Nederlandse topschermers een universitaire studie volgen. De TU-student werktuigbouwkunde houdt er sowieso niet van om zijn prestaties van het toeval te laten afhangen.
,,Ik word Nederlands kampioen dit jaar.”
Op een ingezakte bank liggen losse velletjes papier met ingewikkelde schetsen en berekeningen, op de grond vier sabels. De twee passies van Reinout Romijn kruisen elkaar in de bovenste kamer van een rommelig studentenhuis aan de Rotterdamseweg. In de gangen van de universiteit is hij één van de vele studenten werktuigbouwkunde, bij schermvereniging Prometheus kennen de andere leden hem als een Nederlandse topper op het gebied van sabelschermen.
Maar in de agenda die boven zijn bureau hangt, botsen de twee identiteiten wel eens. De met groene merkstift aangestreepte tentamenblokken zijn omringd door exotische plaatsnamen die Romijn met ballpoint heeft opgeschreven. Parijs, Lissabon, Cuba en zelfs Iran: de wereldbekerwedstrijden schermen worden letterlijk over de hele wereld gehouden en Romijn wil eigenlijk overal bij zijn. Zelf schat de 24-jarige TU-student dat trainingen en buitenlandse tripjes hem tot nu toe ongeveer driekwart jaar studievertraging hebben opgeleverd. Maar aan de andere kant ziet hij studeren en schermen als twee disciplines die nauw met elkaar verbonden zijn. ,,Het is geen toeval dat de meeste Nederlandse topschermers een universitaire studie volgen”, meent Romijn. ,,Bij het schermen moet je veel nadenken: de zwakke punten van je tegenstander doorzien en je tactiek erop aanpassen.”
Exacte wetenschap
De Delftenaar werd in zijn kinderjaren door ridderfilms en televisiehelden als Ivanhoe geïnspireerd om zich aan te melden bij een schermvereniging. Maar inmiddels benadert hij de sport bijna als een exacte wetenschap. In de weken voor een groot toernooi heeft hij meer weg van een monnik, dan een ridder. ,,’Ga je mee zuipen?’, vragen mijn vrienden dan over de telefoon. Maar dan zeg ik: nee, ik moet trainen. Wanneer ik een tijdlang geen alcohol drink, is mijn lichamelijke conditie ook gewoon beter.”
Verder prepareert hij zich met tactische strijdplannen en uitvoerig ingestudeerd voetenwerk, voor dat ene moment waarop hij samen met zijn tegenstander in beschermend pak op een smalle loper staat en de scheidsrechter allez roept.
,,Na die kreet moet je niet meer hoeven nadenken. Een punt duurt in het schermen drie tot vijf seconden, in die tijd wordt alles beslist. Je maakt schijnbewegingen, je weert af en je raakt je tegenstander. Of hij raakt jou. Daarna begint alles weer opnieuw. Het gevaar in deze sport is dat je het sabel te instinctmatig gaat hanteren. Je moet steeds een splitseconde wachten voordat je reageert op een slag van je tegenstander: het kan altijd een schijnbeweging zijn.”
Maar als een bezetene trainen en nadenken over zijn sport, brengt de schermer Romijn nog niet per definitie succes. Een student die zijn sabel wil kruisen met wereldtoppers op grote toernooien, moet meer doen dan alleen steken en afweren. Kratten sjouwen, verhuizen, sloopwerk; Romijn neemt alle baantjes aan om zijn buitenlandse reizen te bekostigen. De nationale schermbond biedt hem slechts een tegemoetkoming in zijn reiskosten.
,,Vorig jaar werkte ik één dag per week voor het uitzendbureau, puur voor het schermen. Ik vond dat niet erg. Je komt namelijk op de meest uiteenlopende plaatsen terecht. De ene keer sta je in een drukkerij, daarna help je met de sloop van een schoolgebouw. Ach, alleen maar schermen zou ook eentonig worden.”
Sabelkunsten
Relativeren is noodzakelijk in de Nederlandse schermwereld. Nog nooit drong een landgenoot van Romijn door tot de laatste zestien van een wereldkampioenschap. Waar de toekomstige werktuigbouwkundige elf uur per week een sporthal tot zijn beschikking heeft, oefenen zijn Italiaanse en Russische concurrenten zo’n acht uur per dag op hun sabelkusten. Kwalificatie voor de Olympische Spelen is mede daarom een utopie voor hem, zo weet Romijn, dieop de tweehonderdste plaats staat op de wereldranglijst. ,,Het gaat me vooral om de sport. Ik vind sabelschermen iets fantastisch, het is snel, agressief en dynamisch. En ik heb mezelf genoeg doelen gesteld die wel haalbaar zijn.”
In augustus hoopt de TU-student de beste Nederlandse prestatie op een wereldkampioenschap in Lissabon in ieder geval te evenaren door bij de eerste 32 deelnemers te eindigen. Op het Nederlands kampioenschap, dat een maand eerder plaatsvindt, heeft hij nog iets goed te maken. Twee jaar geleden miste hij het toernooi omdat hij een week van tevoren een proeftraining van de Braziliaanse vechtsport capoeira bezocht en vervolgens geblesseerd raakte. Vorig jaar had Romijn naar eigen zeggen te kampen met de naweeën van een studieperiode in Spanje. ,,Ik had daar veel in cafés gezeten, mijn conditie was achteruit gegaan en ik presteerde dan ook slecht op het NK. Maar dit jaar zijn de plannen anders: ik word Nederlands kampioen.”
Foto: Hans Stakelbeek
Volgens sabelschermer Reinout Romijn kan het geen toeval zijn dat bijna alle Nederlandse topschermers een universitaire studie volgen. De TU-student werktuigbouwkunde houdt er sowieso niet van om zijn prestaties van het toeval te laten afhangen. ,,Ik word Nederlands kampioen dit jaar.”
Op een ingezakte bank liggen losse velletjes papier met ingewikkelde schetsen en berekeningen, op de grond vier sabels. De twee passies van Reinout Romijn kruisen elkaar in de bovenste kamer van een rommelig studentenhuis aan de Rotterdamseweg. In de gangen van de universiteit is hij één van de vele studenten werktuigbouwkunde, bij schermvereniging Prometheus kennen de andere leden hem als een Nederlandse topper op het gebied van sabelschermen.
Maar in de agenda die boven zijn bureau hangt, botsen de twee identiteiten wel eens. De met groene merkstift aangestreepte tentamenblokken zijn omringd door exotische plaatsnamen die Romijn met ballpoint heeft opgeschreven. Parijs, Lissabon, Cuba en zelfs Iran: de wereldbekerwedstrijden schermen worden letterlijk over de hele wereld gehouden en Romijn wil eigenlijk overal bij zijn. Zelf schat de 24-jarige TU-student dat trainingen en buitenlandse tripjes hem tot nu toe ongeveer driekwart jaar studievertraging hebben opgeleverd. Maar aan de andere kant ziet hij studeren en schermen als twee disciplines die nauw met elkaar verbonden zijn. ,,Het is geen toeval dat de meeste Nederlandse topschermers een universitaire studie volgen”, meent Romijn. ,,Bij het schermen moet je veel nadenken: de zwakke punten van je tegenstander doorzien en je tactiek erop aanpassen.”
Exacte wetenschap
De Delftenaar werd in zijn kinderjaren door ridderfilms en televisiehelden als Ivanhoe geïnspireerd om zich aan te melden bij een schermvereniging. Maar inmiddels benadert hij de sport bijna als een exacte wetenschap. In de weken voor een groot toernooi heeft hij meer weg van een monnik, dan een ridder. ,,’Ga je mee zuipen?’, vragen mijn vrienden dan over de telefoon. Maar dan zeg ik: nee, ik moet trainen. Wanneer ik een tijdlang geen alcohol drink, is mijn lichamelijke conditie ook gewoon beter.”
Verder prepareert hij zich met tactische strijdplannen en uitvoerig ingestudeerd voetenwerk, voor dat ene moment waarop hij samen met zijn tegenstander in beschermend pak op een smalle loper staat en de scheidsrechter allez roept.
,,Na die kreet moet je niet meer hoeven nadenken. Een punt duurt in het schermen drie tot vijf seconden, in die tijd wordt alles beslist. Je maakt schijnbewegingen, je weert af en je raakt je tegenstander. Of hij raakt jou. Daarna begint alles weer opnieuw. Het gevaar in deze sport is dat je het sabel te instinctmatig gaat hanteren. Je moet steeds een splitseconde wachten voordat je reageert op een slag van je tegenstander: het kan altijd een schijnbeweging zijn.”
Maar als een bezetene trainen en nadenken over zijn sport, brengt de schermer Romijn nog niet per definitie succes. Een student die zijn sabel wil kruisen met wereldtoppers op grote toernooien, moet meer doen dan alleen steken en afweren. Kratten sjouwen, verhuizen, sloopwerk; Romijn neemt alle baantjes aan om zijn buitenlandse reizen te bekostigen. De nationale schermbond biedt hem slechts een tegemoetkoming in zijn reiskosten.
,,Vorig jaar werkte ik één dag per week voor het uitzendbureau, puur voor het schermen. Ik vond dat niet erg. Je komt namelijk op de meest uiteenlopende plaatsen terecht. De ene keer sta je in een drukkerij, daarna help je met de sloop van een schoolgebouw. Ach, alleen maar schermen zou ook eentonig worden.”
Sabelkunsten
Relativeren is noodzakelijk in de Nederlandse schermwereld. Nog nooit drong een landgenoot van Romijn door tot de laatste zestien van een wereldkampioenschap. Waar de toekomstige werktuigbouwkundige elf uur per week een sporthal tot zijn beschikking heeft, oefenen zijn Italiaanse en Russische concurrenten zo’n acht uur per dag op hun sabelkusten. Kwalificatie voor de Olympische Spelen is mede daarom een utopie voor hem, zo weet Romijn, dieop de tweehonderdste plaats staat op de wereldranglijst. ,,Het gaat me vooral om de sport. Ik vind sabelschermen iets fantastisch, het is snel, agressief en dynamisch. En ik heb mezelf genoeg doelen gesteld die wel haalbaar zijn.”
In augustus hoopt de TU-student de beste Nederlandse prestatie op een wereldkampioenschap in Lissabon in ieder geval te evenaren door bij de eerste 32 deelnemers te eindigen. Op het Nederlands kampioenschap, dat een maand eerder plaatsvindt, heeft hij nog iets goed te maken. Twee jaar geleden miste hij het toernooi omdat hij een week van tevoren een proeftraining van de Braziliaanse vechtsport capoeira bezocht en vervolgens geblesseerd raakte. Vorig jaar had Romijn naar eigen zeggen te kampen met de naweeën van een studieperiode in Spanje. ,,Ik had daar veel in cafés gezeten, mijn conditie was achteruit gegaan en ik presteerde dan ook slecht op het NK. Maar dit jaar zijn de plannen anders: ik word Nederlands kampioen.”
Foto: Hans Stakelbeek
Comments are closed.