Onderwijs

Delft kijkt vlot na

Het tijdig nakijken van tentamens gaat steeds beter. Delftse studenten hebben daarover beduidend minder klachten dan voorheen.Dat is de conclusie van de ombudsman voor studenten, drs.

Wil J.M. Knippenberg, over zijn wederwaardigheden van het vorige jaar. De ombudsman is de laatste instantie binnen de TU waar studenten terecht kunnen met klachten over hun studie. Ze kunnen formeel pas aan de bel trekken als alle andere beroepsmogelijkheden aan de TU – docent, examencommissie, beroepscollege, faculteitsbestuur, college van bestuur – uitgeput zijn. Volgens het zojuist verschenen jaarverslag hebben in 2001 slechts zeven studenten formeel een klacht aanhangig gemaakt. Er zijn echter ook nog 126 studenten geweest die bij de ombudsman aanklopten zonder dat het tot een formele klacht kwam. In die gevallen volstond bemiddeling of zelfs een goed gesprek met de student.

Het aantal gevallen van te laat nagekeken werk was vorig jaar ‘bijzonder veel minder’ dan voorheen, schrijft de studentenombudsman – die als ambtenaar in dienst is van de TU maar daarvan onafhankelijk opereert. Noteerde de ombudsman in vorige jaren nog vele honderden meldingen over te laat nakijken, nu gaat het om hooguit enkele tientallen. Voor zover er nog steken vallen, leidt bemiddeling door de ombudsman meestal snel tot een oplossing.

Tot een formele klacht over traag nakijken kwam het in 2001 maar in één geval. Van de andere formele klachten gingen er vier over studeerbaarheid, een over de toelating tot bepaalde vakken en een over roken in de TU-gebouwen. Laatstgenoemde klacht werd door de ombudsman gedeeltelijk gegrond verklaard en leidde ertoe dat het college van bestuur beloofde binnenkort een antirookpassage toe te voegen aan het studentenstatuut, waarin de rechten en plichten van studenten vastliggen.

‘Volstrekt ontoelaatbaar’

Twee keer kreeg de studentenombudsman een verhaal te horen over een docent die een werkstuk van een student had zoekgemaakt. Zoiets is een goede grond voor een formele klacht. Maar in plaats daarvan besloot de student zelf de kamer van zijn begeleider en een paar omliggende kamers te gaan doorzoeken. Illegaal, natuurlijk – maar zo vond hij zijn verslag wél terug. De ombudsman vertelde dit relaas aan de tweede student. Ook die besloot zelf in de docentenkamers rond te neuzen – om evenzeer prompt zijn werkstuk in de chaos terug te vinden. Ondanks het grote reddingspercentage van verloren gewaande werkstukken raadt ombudsman Knippenberg deze doe-het-zelfmethode ten stelligste af. Rondscharrelen in docentenkamers is en blijft onder alle omstandigheden ‘volstrekt onjuist en ontoelaatbaar’.

Het tijdig nakijken van tentamens gaat steeds beter. Delftse studenten hebben daarover beduidend minder klachten dan voorheen.

Dat is de conclusie van de ombudsman voor studenten, drs. Wil J.M. Knippenberg, over zijn wederwaardigheden van het vorige jaar. De ombudsman is de laatste instantie binnen de TU waar studenten terecht kunnen met klachten over hun studie. Ze kunnen formeel pas aan de bel trekken als alle andere beroepsmogelijkheden aan de TU – docent, examencommissie, beroepscollege, faculteitsbestuur, college van bestuur – uitgeput zijn. Volgens het zojuist verschenen jaarverslag hebben in 2001 slechts zeven studenten formeel een klacht aanhangig gemaakt. Er zijn echter ook nog 126 studenten geweest die bij de ombudsman aanklopten zonder dat het tot een formele klacht kwam. In die gevallen volstond bemiddeling of zelfs een goed gesprek met de student.

Het aantal gevallen van te laat nagekeken werk was vorig jaar ‘bijzonder veel minder’ dan voorheen, schrijft de studentenombudsman – die als ambtenaar in dienst is van de TU maar daarvan onafhankelijk opereert. Noteerde de ombudsman in vorige jaren nog vele honderden meldingen over te laat nakijken, nu gaat het om hooguit enkele tientallen. Voor zover er nog steken vallen, leidt bemiddeling door de ombudsman meestal snel tot een oplossing.

Tot een formele klacht over traag nakijken kwam het in 2001 maar in één geval. Van de andere formele klachten gingen er vier over studeerbaarheid, een over de toelating tot bepaalde vakken en een over roken in de TU-gebouwen. Laatstgenoemde klacht werd door de ombudsman gedeeltelijk gegrond verklaard en leidde ertoe dat het college van bestuur beloofde binnenkort een antirookpassage toe te voegen aan het studentenstatuut, waarin de rechten en plichten van studenten vastliggen.

‘Volstrekt ontoelaatbaar’

Twee keer kreeg de studentenombudsman een verhaal te horen over een docent die een werkstuk van een student had zoekgemaakt. Zoiets is een goede grond voor een formele klacht. Maar in plaats daarvan besloot de student zelf de kamer van zijn begeleider en een paar omliggende kamers te gaan doorzoeken. Illegaal, natuurlijk – maar zo vond hij zijn verslag wél terug. De ombudsman vertelde dit relaas aan de tweede student. Ook die besloot zelf in de docentenkamers rond te neuzen – om evenzeer prompt zijn werkstuk in de chaos terug te vinden. Ondanks het grote reddingspercentage van verloren gewaande werkstukken raadt ombudsman Knippenberg deze doe-het-zelfmethode ten stelligste af. Rondscharrelen in docentenkamers is en blijft onder alle omstandigheden ‘volstrekt onjuist en ontoelaatbaar’.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.