In en rond het nieuwe IO-gebouw aan de Landberghstraat vond afgelopen vrijdag het IO-festival plaats. Veel muziek, veel drank, veel regen en veel klamme feestgangers die aan de zijlijn een plekje zochten om even op adem te komen.
/strong>
Een flinke plens regen zorgt voor glibberige modderpaden tussen de versingezaaide grasbulten voor de ingang van het IO-gebouw aan de Landberghstraat. Industrieel ontwerpen huist in een gloednieuw gebouw, een onderkomen dat gezien mag worden. Misschien is dat waarom de ingang baadt in akelig fel tl-licht.
Gelukkig is de grote Decibelhal achter het lichtbad wel verduisterd. Naast de hal telt het IO-festival podia in het Id-café en in twee gesponsorde feesttenten. In drijfnatte kleding trekken de feestgangers van tent naar tent.
In feesttent ‘The Way In’ duiken tussen de feestgangers her en der borden op, voorzien van vreemde teksten met verwijzingen naar een niet-bestaand wc-informatiepunt en de ballenbak van een kinderparadijs. ‘Start komt over twee minuten’, valt op het bord van Kim Schonewille te lezen. ,,We lopen hier een beetje rond en kijken hoe het publiek reageert.” Anticiperend op eventuele gevolgen van de hevige regenval ademt Schonewille alvast door een snorkel.
Juliette van Rietschoten valt ook op tussen de feestgangers. Niet vanwege een snorkel, maar vanwege een item dat maar weinig wordt gesignaleerd op festivals: een glimmend zwarte handtas. ,,Mijn nichtje heeft me hier naartoe gesleept, ik werk voor een bank in Nijmegen. Normaalgesproken ga ik op vrijdag de kroeg in. Maar leuk hoor hier, echt een studentenfeest.”
Doe Maar
Jan de Boer onderscheidt zich van de massa door leeftijd. Zijn grijze haren steken fel af tegen het zwarte scherm waartegen hij leunt. ,,Mijn dochter maakt deel uit van de organisatie”, verklaart hij zijn aanwezigheid. Op dat moment klinkt de geluidmix van Pep Lab door de speakers, geen muziek die De Boer thuis op zou zetten. ,,Ik hou meer van Doe Maar, maar het is inmiddels een poosje geleden dat ik ze voor het laatst zag. Ik geloof in De Eland. Dat moet ergens in ’83 of ’84 zijn geweest.”
Zoals op de meeste feestjes staat de ene helft van de feestgangers al bewegend om zich heen te kijken, terwijl de andere helft ergens aan de zijlijn keuvelt over koetjes en kalfjes. Nieuwe kapsels, vrienden en vriendinnen die al wel of nog steeds niet zijn gesignaleerd en contactlenzen die in het wastafelputje zijn achtergebleven maar op de valreep toch nog gevonden. Femke Braaksma ouwehoert over het ziekenhuis. ,,Niets ernstigs hoor, gewoon over een vriendin die daar als schoonmaakster werkt.”
Chris Feddes en Wijnant van der Bilt vullen een deel van hun avond met een gesprek over shag en sigaretten. Naast de onderwerpen ‘ik rook teveel’, ‘ik ga stoppen’ en ‘weer eens duurder geworden’ bestaat er sinds kort een nieuwe gespreksmogelijkheid: de nieuwe opschriften die een langzame, pijnlijke dood voorspellen en gemuteerd zaad bovendien.
Chicas
Neeltje Smitskamp en Esther Janssen nemen de plannen voor de komende week door. ,,We willen naar een reggaeavond in de Melkweg”, vertelt Janssen. ,,We denken erover om in galakleding te gaan. Lijkt me wel leuk om in een galajurk tussen al die rasta’s te staan.”
Madrileen Dani Perez staat strategisch opgesteld tussen ingang, bar en toiletten. Passerend volk wordt met veel gebaren beoordeeld door Perez en twee medestudenten uit Madrid en Barcelona. Leuke meisjes kunnen rekenen op een achtervolgende blik totdat zij in de dansende mensenmassa verdwijnen. ,,We hebben het al de hele avond over de meisjes hier”, aldus Perez. En? ,,Nou, er lopen wel een paar leuke chicas tussen, maar de meisjes in Madrid vind ik toch echt leuker. Veel beweeglijker.”
Mark van Rooy, bedrijfswetenschappenstudent uit Nijmegen, draait met kameraad Erwin van Veldhoven een blowtje en houdt passerende feestgangers scherp in de gaten. Niet om te kijken of er wat leuks tussen loopt, maar om een nog niet gesignaleerde vriend aan te kunnen schieten bij binnenkomst. ,,Als hij niet op komt dagen moet ik ergens anders slapen. Bellen heeft ook nog niet geholpen, want hij heeft zijn telefoon uitstaan.” Maar hoe de avond ook afloopt, Van Rooy is al gelukkig. ,,Stuurbaard Bakkebaard was echt te gek.”
In en rond het nieuwe IO-gebouw aan de Landberghstraat vond afgelopen vrijdag het IO-festival plaats. Veel muziek, veel drank, veel regen en veel klamme feestgangers die aan de zijlijn een plekje zochten om even op adem te komen.
Een flinke plens regen zorgt voor glibberige modderpaden tussen de versingezaaide grasbulten voor de ingang van het IO-gebouw aan de Landberghstraat. Industrieel ontwerpen huist in een gloednieuw gebouw, een onderkomen dat gezien mag worden. Misschien is dat waarom de ingang baadt in akelig fel tl-licht.
Gelukkig is de grote Decibelhal achter het lichtbad wel verduisterd. Naast de hal telt het IO-festival podia in het Id-café en in twee gesponsorde feesttenten. In drijfnatte kleding trekken de feestgangers van tent naar tent.
In feesttent ‘The Way In’ duiken tussen de feestgangers her en der borden op, voorzien van vreemde teksten met verwijzingen naar een niet-bestaand wc-informatiepunt en de ballenbak van een kinderparadijs. ‘Start komt over twee minuten’, valt op het bord van Kim Schonewille te lezen. ,,We lopen hier een beetje rond en kijken hoe het publiek reageert.” Anticiperend op eventuele gevolgen van de hevige regenval ademt Schonewille alvast door een snorkel.
Juliette van Rietschoten valt ook op tussen de feestgangers. Niet vanwege een snorkel, maar vanwege een item dat maar weinig wordt gesignaleerd op festivals: een glimmend zwarte handtas. ,,Mijn nichtje heeft me hier naartoe gesleept, ik werk voor een bank in Nijmegen. Normaalgesproken ga ik op vrijdag de kroeg in. Maar leuk hoor hier, echt een studentenfeest.”
Doe Maar
Jan de Boer onderscheidt zich van de massa door leeftijd. Zijn grijze haren steken fel af tegen het zwarte scherm waartegen hij leunt. ,,Mijn dochter maakt deel uit van de organisatie”, verklaart hij zijn aanwezigheid. Op dat moment klinkt de geluidmix van Pep Lab door de speakers, geen muziek die De Boer thuis op zou zetten. ,,Ik hou meer van Doe Maar, maar het is inmiddels een poosje geleden dat ik ze voor het laatst zag. Ik geloof in De Eland. Dat moet ergens in ’83 of ’84 zijn geweest.”
Zoals op de meeste feestjes staat de ene helft van de feestgangers al bewegend om zich heen te kijken, terwijl de andere helft ergens aan de zijlijn keuvelt over koetjes en kalfjes. Nieuwe kapsels, vrienden en vriendinnen die al wel of nog steeds niet zijn gesignaleerd en contactlenzen die in het wastafelputje zijn achtergebleven maar op de valreep toch nog gevonden. Femke Braaksma ouwehoert over het ziekenhuis. ,,Niets ernstigs hoor, gewoon over een vriendin die daar als schoonmaakster werkt.”
Chris Feddes en Wijnant van der Bilt vullen een deel van hun avond met een gesprek over shag en sigaretten. Naast de onderwerpen ‘ik rook teveel’, ‘ik ga stoppen’ en ‘weer eens duurder geworden’ bestaat er sinds kort een nieuwe gespreksmogelijkheid: de nieuwe opschriften die een langzame, pijnlijke dood voorspellen en gemuteerd zaad bovendien.
Chicas
Neeltje Smitskamp en Esther Janssen nemen de plannen voor de komende week door. ,,We willen naar een reggaeavond in de Melkweg”, vertelt Janssen. ,,We denken erover om in galakleding te gaan. Lijkt me wel leuk om in een galajurk tussen al die rasta’s te staan.”
Madrileen Dani Perez staat strategisch opgesteld tussen ingang, bar en toiletten. Passerend volk wordt met veel gebaren beoordeeld door Perez en twee medestudenten uit Madrid en Barcelona. Leuke meisjes kunnen rekenen op een achtervolgende blik totdat zij in de dansende mensenmassa verdwijnen. ,,We hebben het al de hele avond over de meisjes hier”, aldus Perez. En? ,,Nou, er lopen wel een paar leuke chicas tussen, maar de meisjes in Madrid vind ik toch echt leuker. Veel beweeglijker.”
Mark van Rooy, bedrijfswetenschappenstudent uit Nijmegen, draait met kameraad Erwin van Veldhoven een blowtje en houdt passerende feestgangers scherp in de gaten. Niet om te kijken of er wat leuks tussen loopt, maar om een nog niet gesignaleerde vriend aan te kunnen schieten bij binnenkomst. ,,Als hij niet op komt dagen moet ik ergens anders slapen. Bellen heeft ook nog niet geholpen, want hij heeft zijn telefoon uitstaan.” Maar hoe de avond ook afloopt, Van Rooy is al gelukkig. ,,Stuurbaard Bakkebaard was echt te gek.”
Comments are closed.