Campus

Eigen lijstjes maken voortaan overbodig Objectenboom

Grote bouwprojecten kunnen veel efficiënter worden aangepakt en de informatie erover moet voor alle betrokkenen beschikbaar zijn, zegt Sander van Nederveen.

/strong>

,,Wetenschappers bedenken een oplossing vanuit een methode, heel erg top-down dus. Omdat je de werkelijkheid zo goed mogelijk wilt benaderen, haal je alles erbij en loop je vast. Het punt dat je je model op de praktijk kunt toepassen bereik je nooit.” Dr.ir. Sander van Nederveen promoveerde op 17 april op een communicatiemodel dat juist volgens het bottom-up principe, dus vanuit de praktijk, is opgebouwd.

Hij werkte drie jaar aan de HSL Zuid, het Nederlandse 120 kilometer lange stuk hogesnelheidslijn van België naar Schiphol. Bij ontwerp en aanleg hiervan zijn diverse gemeenten, ingenieursbureaus en aannemers betrokken. Alle ingrediënten voor een moeizame samenwerking zijn aanwezig.

,,Hoewel het oplossen van een probleem technisch gezien maar een paar weken hoeft te kosten, kan het door alle overlegorganen en de vele betrokken technische disciplines maanden duren. Ik had niet gedacht een grote organisatie zo vertragend zou werken”, zegt Van Nederveen.

Om samenwerking in megaprojecten als de HSL te stroomlijnen zijn al veel wetenschappelijke modellen gemaakt. ,,Ze zijn echter allemaal te wetenschappelijk, te abstract. Daardoor missen ze de link met de praktijk en slaan ze niet aan”, is de ervaring van Van Nederveen, die bij TNO Bouw zeven jaar werkte aan wetenschappelijke oplossingen om informatie-uitwisseling te vergemakkelijken.

Boomstructuur

Bij de HSL zorgde Van Nederveen ervoor dat aan elkaar grenzende delen vloeiend op elkaar aansloten. ,,De dijk waar het spoor op komt te liggen, wordt bijvoorbeeld door een andere aannemer aangelegd dan de rails en de bovenleiding”, zegt Van Nederveen. Vanwege de snelle treinen moet de bovenbouw precies op de juiste hoogte liggen, waardoor er al snel een probleem bij de aansluiting op de onderbouw ontstaat. De ontwerper van de onderbouw zou daarom moeten weten wat er bovenop zijn zandlichaam komt te liggen. ,,Daarom wilde ik alle beschikbare informatie waarin mensen geïnteresseerd zijn uitwisselbaar maken”, aldus de promovendus.

De oplossing is volgens Van Nederveen het overzichtelijk groeperen van alle technische gegevens over de objecten langs de spoorlijn. Het hele tracé wordt hiertoe via een boomstructuur opgedeeld in een lijst van objecten. Viaducten en wissels, maar ook beveiligingssystemen en leidingen die verplaatst moeten worden; allemaal komen ze voor in de objectenboom.

Er zou volgens Van Nederveen veel meer informatie in een CAD-tekening kunnen. ,,Nu is het alleen maar een verzameling lijnen, meer Computer Aided Drawing dan Computer Aided Design. Uit de arcering valt nog net het bedoelde materiaal af te leiden maar dan houdt het op. Informatie over de technische eigenschappen, de functie en de uitvoeringswijze ontbreekt. Een deur is in een traditioneel CAD-systeem een rechthoek, maar het zou veel beter zijn als je door er op te klikken merk, type en de kosten ervan te zien zou krijgen”, vindt Van Nederveen.

Spraakverwarring

Met slimme automatisering valt volgens Van Nederveen nog meer winst te boeken. Aannemers, architecten en installateurs gebruiken allemaal hun eigen software waardoor ze elkaars bestanden niet kunnen lezen. De betrokken partijen kunnen elkaars informatie dan alleen maar op papier raadplegen.

Alle informatie van een object komt bij elkaar op een ‘kaart’ in de database. Gaandeweg worden alle gegevens ingevuld. Van Nederveen: ,,In het begin weet je al wel wat de functie is van een constructie, maar nog niet hoe hij eruit ziet. Aan informatiesystemen waar alleen maar tekeningen in zitten heb je dan niks.” Doordat ieder object bovendien een code krijgt, kan er ook geen spraakverwarring ontstaan van welk onderdeel bijvoorbeeld een kostenraming of risicoanalyse nodig is.

Via het netwerk kan iedereen bij de informatie komen. Een zoeksysteem maakt het bovendien mogelijk ook op type constructie, gemeente of contractnummer in de lijst te zoeken. Van Nederveen: ,,Zonder aan collega’s te moeten vragen waar je bepaalde informatie kunt vinden, kun je nu alle informatie zelf uit de lijst halen.”

Mensen die hiertoe bevoegd zijn, kunnen zelf informatie toevoegen of wijzigen. Alhoewel het opstellen van een objectenboom voor alle projecten handig is, begint hij volgens Van Nederveen bij grote projecten pas echt zijn vruchten af te werpen, ,,zodra je niet meer alle medewerkers kent.”

Het klinkt niet zo moeilijk: een lijst van alle objecten met daaraan vast specifieke informatie. Toch wordt de methode nog maar weinig gebruikt. Bij het HSL-project lijkt de informatie nu goed geordend te zijn, maar ook hier dreigde het even mis te gaan. ,,In het contract met de aannemers bleek niks over het gebruik van de objectenboom te staan”, terwijl die volgens Van Nederveen nog zeker van dienst zou kunnen zijn. Maar bij de verdediging van zijn proefschrift vertelde zijn begeleider van het HSL-project dat hij het met de aannemers over het gebruik van de objectenboom had gehad. Van Nederveen, nog niet van zijn ongerustheid ontdaan: ,,Dat deed mij deugd, anders zou iedereen toch weer zijn eigen lijstjes gaan maken.”

Grote bouwprojecten kunnen veel efficiënter worden aangepakt en de informatie erover moet voor alle betrokkenen beschikbaar zijn, zegt Sander van Nederveen.

,,Wetenschappers bedenken een oplossing vanuit een methode, heel erg top-down dus. Omdat je de werkelijkheid zo goed mogelijk wilt benaderen, haal je alles erbij en loop je vast. Het punt dat je je model op de praktijk kunt toepassen bereik je nooit.” Dr.ir. Sander van Nederveen promoveerde op 17 april op een communicatiemodel dat juist volgens het bottom-up principe, dus vanuit de praktijk, is opgebouwd.

Hij werkte drie jaar aan de HSL Zuid, het Nederlandse 120 kilometer lange stuk hogesnelheidslijn van België naar Schiphol. Bij ontwerp en aanleg hiervan zijn diverse gemeenten, ingenieursbureaus en aannemers betrokken. Alle ingrediënten voor een moeizame samenwerking zijn aanwezig.

,,Hoewel het oplossen van een probleem technisch gezien maar een paar weken hoeft te kosten, kan het door alle overlegorganen en de vele betrokken technische disciplines maanden duren. Ik had niet gedacht een grote organisatie zo vertragend zou werken”, zegt Van Nederveen.

Om samenwerking in megaprojecten als de HSL te stroomlijnen zijn al veel wetenschappelijke modellen gemaakt. ,,Ze zijn echter allemaal te wetenschappelijk, te abstract. Daardoor missen ze de link met de praktijk en slaan ze niet aan”, is de ervaring van Van Nederveen, die bij TNO Bouw zeven jaar werkte aan wetenschappelijke oplossingen om informatie-uitwisseling te vergemakkelijken.

Boomstructuur

Bij de HSL zorgde Van Nederveen ervoor dat aan elkaar grenzende delen vloeiend op elkaar aansloten. ,,De dijk waar het spoor op komt te liggen, wordt bijvoorbeeld door een andere aannemer aangelegd dan de rails en de bovenleiding”, zegt Van Nederveen. Vanwege de snelle treinen moet de bovenbouw precies op de juiste hoogte liggen, waardoor er al snel een probleem bij de aansluiting op de onderbouw ontstaat. De ontwerper van de onderbouw zou daarom moeten weten wat er bovenop zijn zandlichaam komt te liggen. ,,Daarom wilde ik alle beschikbare informatie waarin mensen geïnteresseerd zijn uitwisselbaar maken”, aldus de promovendus.

De oplossing is volgens Van Nederveen het overzichtelijk groeperen van alle technische gegevens over de objecten langs de spoorlijn. Het hele tracé wordt hiertoe via een boomstructuur opgedeeld in een lijst van objecten. Viaducten en wissels, maar ook beveiligingssystemen en leidingen die verplaatst moeten worden; allemaal komen ze voor in de objectenboom.

Er zou volgens Van Nederveen veel meer informatie in een CAD-tekening kunnen. ,,Nu is het alleen maar een verzameling lijnen, meer Computer Aided Drawing dan Computer Aided Design. Uit de arcering valt nog net het bedoelde materiaal af te leiden maar dan houdt het op. Informatie over de technische eigenschappen, de functie en de uitvoeringswijze ontbreekt. Een deur is in een traditioneel CAD-systeem een rechthoek, maar het zou veel beter zijn als je door er op te klikken merk, type en de kosten ervan te zien zou krijgen”, vindt Van Nederveen.

Spraakverwarring

Met slimme automatisering valt volgens Van Nederveen nog meer winst te boeken. Aannemers, architecten en installateurs gebruiken allemaal hun eigen software waardoor ze elkaars bestanden niet kunnen lezen. De betrokken partijen kunnen elkaars informatie dan alleen maar op papier raadplegen.

Alle informatie van een object komt bij elkaar op een ‘kaart’ in de database. Gaandeweg worden alle gegevens ingevuld. Van Nederveen: ,,In het begin weet je al wel wat de functie is van een constructie, maar nog niet hoe hij eruit ziet. Aan informatiesystemen waar alleen maar tekeningen in zitten heb je dan niks.” Doordat ieder object bovendien een code krijgt, kan er ook geen spraakverwarring ontstaan van welk onderdeel bijvoorbeeld een kostenraming of risicoanalyse nodig is.

Via het netwerk kan iedereen bij de informatie komen. Een zoeksysteem maakt het bovendien mogelijk ook op type constructie, gemeente of contractnummer in de lijst te zoeken. Van Nederveen: ,,Zonder aan collega’s te moeten vragen waar je bepaalde informatie kunt vinden, kun je nu alle informatie zelf uit de lijst halen.”

Mensen die hiertoe bevoegd zijn, kunnen zelf informatie toevoegen of wijzigen. Alhoewel het opstellen van een objectenboom voor alle projecten handig is, begint hij volgens Van Nederveen bij grote projecten pas echt zijn vruchten af te werpen, ,,zodra je niet meer alle medewerkers kent.”

Het klinkt niet zo moeilijk: een lijst van alle objecten met daaraan vast specifieke informatie. Toch wordt de methode nog maar weinig gebruikt. Bij het HSL-project lijkt de informatie nu goed geordend te zijn, maar ook hier dreigde het even mis te gaan. ,,In het contract met de aannemers bleek niks over het gebruik van de objectenboom te staan”, terwijl die volgens Van Nederveen nog zeker van dienst zou kunnen zijn. Maar bij de verdediging van zijn proefschrift vertelde zijn begeleider van het HSL-project dat hij het met de aannemers over het gebruik van de objectenboom had gehad. Van Nederveen, nog niet van zijn ongerustheid ontdaan: ,,Dat deed mij deugd, anders zou iedereen toch weer zijn eigen lijstjes gaan maken.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.