Ahold-bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven pleitte deze week voor een meetlat om het fatsoensgehalte van bedrijven te bepalen.
Hoe meet je de ethische normen van een bedrijf? ,,Moeilijk”, zegt de Delftse econoom en filosoof dr. Wilfred Dolfsma van TBM desgevraagd. ,,Ga je bijvoorbeeld uit van de normen van het land waar het bedrijf produceert of van westerse waarden? Neem kinderarbeid. Een kind dat in Indonesië voetballen naait, verdient daar een goed salaris. Het is de vraag of het kind de kans heeft naar school te gaan als het die baan niet had. Dat zijn complexe problemen. Je ziet dat bedrijven op zoek zijn naar tussenoplossingen bijvoorbeeld via een leertraject voor jonge werknemers.”
Shell heeft een ‘grondwet’ opgesteld en rapporteert jaarlijks over ethische kwesties. Maar veel bedrijven komen niet verder dan een soort erecode. Dolfsma: ,,Ik heb hier bijvoorbeeld een jaarverslag liggen van Stork. Daarin staat dat de werknemer zich aan de wet moet houden en bij twijfel zijn meerdere moet om advies moet vragen. Maar bierbrouwen in Birma is natuurlijk niet verboden. Toch heeft Heineken er heel wat problemen mee ondervonden. Je aan de wet houden, is niet hetzelfde als maatschappelijke instemming hebben.”
De motieven voor bedrijven om zichzelf ethische standaarden op te leggen, blijken niet idealistisch. ,,Het is eigenlijk een marketingverhaal”, stelt Dolfsma. Fabrikanten verkopen hun producten steeds meer op basis van imago, daarmee zijn hogere winstmarges te halen. Coca cola is twee maal zo duur als cola-merk EuroS in de Apie-schappen. Maar een imago is kwetsbaar: denk bijvoorbeeld aan de Brent Spar affaire, waarbij het publiciteitsoffensief van Greenpeace effectiever bleek dan dat van Shell. Met regels proberen de bedrijven zich in te dekken tegen imagoschade.
Schijnzekerheid
Zelf gelooft Dolfsma niet zo in regeltjes. ,,Regels maken vlegels heeft een bedrijfsethicus wel eens treffend gezegd. Ze geven een soort schijnzekerheid. In de praktijk gaan medewerkers makkelijk om de regels heen.” Beter vindt hij de Shell methode die veel verantwoordelijkheid bij de medewerkers zelf legt.
Wat ethische discussies betreft loopt Amerika overigens voorop. ,,Ja, dat zou je misschien niet verwachten. Bedrijven hebben daar traditioneel veel maatschappelijke invloed in de regio, een beetje zoals Philips vroeger in Eindhoven.” Ook het Amerikaanse rechtsysteem speelt mee. Wanneer een Amerikaans bedrijf aangeklaagd wordt, dient het zichzelf vrij te pleiten. Een kwestie van omgekeerde bewijslast. Een organisatie met duidelijke ethische maatstaven, gaat dat makkelijker af.
Of de bedrijfsinteresse in ethiek de maatschappij wat oplevert,moet de toekomst uitwijzen, meent Dolfsma. ,,Veel bedrijven doen mee omdat ze er niet negatief willen uitspringen. En net als met elk ander investeringsproject, verwachten ze dat het iets oplevert.”
Hoe meet je de ethische normen van een bedrijf? ,,Moeilijk”, zegt de Delftse econoom en filosoof dr. Wilfred Dolfsma van TBM desgevraagd. ,,Ga je bijvoorbeeld uit van de normen van het land waar het bedrijf produceert of van westerse waarden? Neem kinderarbeid. Een kind dat in Indonesië voetballen naait, verdient daar een goed salaris. Het is de vraag of het kind de kans heeft naar school te gaan als het die baan niet had. Dat zijn complexe problemen. Je ziet dat bedrijven op zoek zijn naar tussenoplossingen bijvoorbeeld via een leertraject voor jonge werknemers.”
Shell heeft een ‘grondwet’ opgesteld en rapporteert jaarlijks over ethische kwesties. Maar veel bedrijven komen niet verder dan een soort erecode. Dolfsma: ,,Ik heb hier bijvoorbeeld een jaarverslag liggen van Stork. Daarin staat dat de werknemer zich aan de wet moet houden en bij twijfel zijn meerdere moet om advies moet vragen. Maar bierbrouwen in Birma is natuurlijk niet verboden. Toch heeft Heineken er heel wat problemen mee ondervonden. Je aan de wet houden, is niet hetzelfde als maatschappelijke instemming hebben.”
De motieven voor bedrijven om zichzelf ethische standaarden op te leggen, blijken niet idealistisch. ,,Het is eigenlijk een marketingverhaal”, stelt Dolfsma. Fabrikanten verkopen hun producten steeds meer op basis van imago, daarmee zijn hogere winstmarges te halen. Coca cola is twee maal zo duur als cola-merk EuroS in de Apie-schappen. Maar een imago is kwetsbaar: denk bijvoorbeeld aan de Brent Spar affaire, waarbij het publiciteitsoffensief van Greenpeace effectiever bleek dan dat van Shell. Met regels proberen de bedrijven zich in te dekken tegen imagoschade.
Schijnzekerheid
Zelf gelooft Dolfsma niet zo in regeltjes. ,,Regels maken vlegels heeft een bedrijfsethicus wel eens treffend gezegd. Ze geven een soort schijnzekerheid. In de praktijk gaan medewerkers makkelijk om de regels heen.” Beter vindt hij de Shell methode die veel verantwoordelijkheid bij de medewerkers zelf legt.
Wat ethische discussies betreft loopt Amerika overigens voorop. ,,Ja, dat zou je misschien niet verwachten. Bedrijven hebben daar traditioneel veel maatschappelijke invloed in de regio, een beetje zoals Philips vroeger in Eindhoven.” Ook het Amerikaanse rechtsysteem speelt mee. Wanneer een Amerikaans bedrijf aangeklaagd wordt, dient het zichzelf vrij te pleiten. Een kwestie van omgekeerde bewijslast. Een organisatie met duidelijke ethische maatstaven, gaat dat makkelijker af.
Of de bedrijfsinteresse in ethiek de maatschappij wat oplevert,moet de toekomst uitwijzen, meent Dolfsma. ,,Veel bedrijven doen mee omdat ze er niet negatief willen uitspringen. En net als met elk ander investeringsproject, verwachten ze dat het iets oplevert.”
Comments are closed.