Charlotte Saltner en Willem Keij, respectievelijk zesdejaars en vijfdejaars civiele techniek, doen hun afstudeeronderzoek op Antarctica.Hoe ver weg zit je van huis? In Parijs ongeveer vijfhonderd kilometer, in Australië ongeveer twintigduizend.
Gisteren is berekend dat wij ‘slechts’ 13.642 kilometer van huis zitten. Maar hier voelt het als in een andere wereld. Een wereld van eeuwig ijs, een continent dat van niemand is en een plaats waar wetenschappers uit de gehele wereld temperaturen tot 85 graden onder nul trotseren. Ze hopen er meer te weten te komen over de natuur onder extremen, en de invloed van dit continent op wereldprocessen zoals het weer.
Op 13.642 kilometer van Delft bevindt zich het onderzoeksstation Neumayer, waar voor het Duitse Alfred Wegener Institut für Polar und Meeresforschung het gehele jaar wetenschappers leven en werken. Ons afstuderen behandelt de levensduur van het station, dat als ondergrondse buis steeds dieper in de sneeuw komt te liggen, en daardoor voortschrijdend vervormt.
De tocht naar het Neumayer Station is ruig. Allereerst een ruige zee, waarop – net buiten de haven van Kaapstad – reeds onze magen worden beproefd. Ruig is ook het schip, de Polarstern, dat als drijvend laboratorium plaats biedt aan biologen, geofysici, geologen en glaciologen. Het schip is van onder tot boven met antennes uitgerust om parameters te registreren. Ook biedt het de mogelijkheid om met helikopters boeien uit te zetten op ijsbergen, om deze te monitoren. En dan, last but not least, het ruige Antarctica. Een witte dame, die zich niet makkelijk bezoeken laat.
Als al na de eerste drie dagen varen ijsbergen gespot worden, begint de bezorgdheid op het gezicht van de kapitein zichtbaar te worden. Gegrond, blijkt later, als we op de achtste dag muurvast komen te zitten. Alle pk van het schip en de ervaring van de crew kunnen niet verhinderen dat we pas na twintig dagen aankomen, veel te laat. Vanaf het schip kijken we naar de reusachtige ijsvlakte, die veertig meter boven ons uit torent. Ook wij worden als ‘Hollandse vracht’ met de helikopter naar het station gevlogen. Trots verwelkomen ze ons daar met de Hollandse vlag: blauw-wit-rood. Een klein foutje en een eerste taak voor de studenten uit Delft.
De slaaphutjes zijn met een vierhonderd meter lang handlijntje verbonden aan het station. Zo kunnen we ook bij harde sneeuwval en windkracht negen ons bed nog bereiken.
In de dagen na onze aankomst wordt het leven op het station langzaam normaler. Van het delen van drie wc’s en twee douches met zestig man, tot de sneeuwschepdienst die het station van dagelijks water verzorgt. Van etenswaar met houdbaarheidsdatum 2000 dat nog prima geconserveerd is, tot een container met fruit die tot vijf graden verwármd moet worden.
Alleen het in slaap vallen valt ’s avonds zwaar. Aan de ene kant is daar het altijd aanwezige daglicht, aan de andere kant de vele gedachten aan de dagelijks beleefde avonturen. De eerste sneeuwscooterrijles, het eerste gesprek met een pinguïn, een vlucht met een helikopter. Maar morgen weer om zeven uur op, want we zijn hier tenslotte om af te studeren. (CA/WK)
Charlotte Saltner en Willem Keij, respectievelijk zesdejaars en vijfdejaars civiele techniek, doen hun afstudeeronderzoek op Antarctica.
Hoe ver weg zit je van huis? In Parijs ongeveer vijfhonderd kilometer, in Australië ongeveer twintigduizend. Gisteren is berekend dat wij ‘slechts’ 13.642 kilometer van huis zitten. Maar hier voelt het als in een andere wereld. Een wereld van eeuwig ijs, een continent dat van niemand is en een plaats waar wetenschappers uit de gehele wereld temperaturen tot 85 graden onder nul trotseren. Ze hopen er meer te weten te komen over de natuur onder extremen, en de invloed van dit continent op wereldprocessen zoals het weer.
Op 13.642 kilometer van Delft bevindt zich het onderzoeksstation Neumayer, waar voor het Duitse Alfred Wegener Institut für Polar und Meeresforschung het gehele jaar wetenschappers leven en werken. Ons afstuderen behandelt de levensduur van het station, dat als ondergrondse buis steeds dieper in de sneeuw komt te liggen, en daardoor voortschrijdend vervormt.
De tocht naar het Neumayer Station is ruig. Allereerst een ruige zee, waarop – net buiten de haven van Kaapstad – reeds onze magen worden beproefd. Ruig is ook het schip, de Polarstern, dat als drijvend laboratorium plaats biedt aan biologen, geofysici, geologen en glaciologen. Het schip is van onder tot boven met antennes uitgerust om parameters te registreren. Ook biedt het de mogelijkheid om met helikopters boeien uit te zetten op ijsbergen, om deze te monitoren. En dan, last but not least, het ruige Antarctica. Een witte dame, die zich niet makkelijk bezoeken laat.
Als al na de eerste drie dagen varen ijsbergen gespot worden, begint de bezorgdheid op het gezicht van de kapitein zichtbaar te worden. Gegrond, blijkt later, als we op de achtste dag muurvast komen te zitten. Alle pk van het schip en de ervaring van de crew kunnen niet verhinderen dat we pas na twintig dagen aankomen, veel te laat. Vanaf het schip kijken we naar de reusachtige ijsvlakte, die veertig meter boven ons uit torent. Ook wij worden als ‘Hollandse vracht’ met de helikopter naar het station gevlogen. Trots verwelkomen ze ons daar met de Hollandse vlag: blauw-wit-rood. Een klein foutje en een eerste taak voor de studenten uit Delft.
De slaaphutjes zijn met een vierhonderd meter lang handlijntje verbonden aan het station. Zo kunnen we ook bij harde sneeuwval en windkracht negen ons bed nog bereiken.
In de dagen na onze aankomst wordt het leven op het station langzaam normaler. Van het delen van drie wc’s en twee douches met zestig man, tot de sneeuwschepdienst die het station van dagelijks water verzorgt. Van etenswaar met houdbaarheidsdatum 2000 dat nog prima geconserveerd is, tot een container met fruit die tot vijf graden verwármd moet worden.
Alleen het in slaap vallen valt ’s avonds zwaar. Aan de ene kant is daar het altijd aanwezige daglicht, aan de andere kant de vele gedachten aan de dagelijks beleefde avonturen. De eerste sneeuwscooterrijles, het eerste gesprek met een pinguïn, een vlucht met een helikopter. Maar morgen weer om zeven uur op, want we zijn hier tenslotte om af te studeren. (CA/WK)
Comments are closed.