De vraag op welke gebieden de universiteiten van Rotterdam, Leiden en Delft samen kunnen werken is veel spannender en interessanter dan de vraag of er een fusie komt. Dat liet college van bestuursvoorzitter Dirk Jan van den Berg vanmiddag weten bij de opening van het collegejaar van de TU Delft.
Van den Berg ging in zijn toespraak in op berichten dat er een fusie aankomt, en dat de nieuwe mega-instelling Universiteit Leiden gaat heten. De collegevoorzitter vindt dat sommigen het debat vanaf de ‘verkeerde kant’ willen voeren, ‘namelijk vanaf de kant van de structuur’.
“Jammer, want de inhoudelijke kant is natuurlijk veel spannender en interessanter, en geeft veel meer inspiratie dan de vraag of we vandaag nu wel of niet een fusie aankondigen en hoe de naam van de gefuseerde universiteit wel mag luiden.”
Van den Berg vroeg om geduld en om de ruimte om ‘structuur de inhoud te laten volgen’. Hij kondigde aan dat de instellingen ‘rond mei volgend jaar’ met een gezamenlijke strategie komen, waarbij hij aantekende dat ‘we keuzes moeten durven maken;.
De komende tijd willen de universiteiten met hun medewerkers en studenten van gedachten wisselen over de inhoud van de samenwerking. “Fusie is niet een vies woord en wij sluiten het niet op voorhand uit; het is een mogelijk antwoord – niet meer en niet minder – op de vraag welke structuur het beste past bij onze gezamenlijke ambitie en onze positionering in de wetenschappelijke wereld. Maar het antwoord op die vraag is nu nog niet aan de orde”, zei Van den Berg.
“Welke minister van financiën haalt het in zijn hoofd om vele tientallen miljarden te investeren in de introductie van de elektrische auto?”, vraagt Elseviers wetenschapsjournalist Simon Rozendaal aan het panel van het Elsevier Technologiedebat, afgelopen maandag. Hij heeft een punt. Nu rijden er nog maar enkele elektrische auto’s in Nederland. Als dat er één of twee miljoen worden, zijn er bijvoorbeeld duizenden oplaadpalen nodig, die tachtigduizend euro per stuk kosten. Er moet een nieuw, slim energienet komen, dat vele miljarden zal kosten. “En dan weten we nog niet eens of die elektrische auto een verbetering is ten opzichte van de verbrandingsmotor en of de consument die auto wel gaat kopen.”
Het panel is veel optimistischer over de mogelijkheden. IO-decaan Cees de Bont roemt de energie-efficiency van de elektrische auto. Ook het rijgedrag is prima vindt hij: “Hij rijdt lekkerder dan een benzineauto.” De jonge ondernemer Maarten Timmer, net afgestudeerd aan de TU, kan dit beamen. Zijn bedrijf Vertigo heeft een elektrische racemotor ontwikkeld. “Er worden nu al motorraces mee gehouden. Gisteren reed hij nog op de TT in Assen. Hij presteert nog maar iets slechter dan een verbrandingsmotor; vier seconden per rondje.”
Er is meer positief aan de elektrische auto dan alleen het rijgedrag, zegt De Bont. Grootschalige introductie van elektrische auto’s biedt ook economische en technologische kansen. “Denk bijvoorbeeld aan Schiphol en al die geparkeerde auto’s daar. We kunnen zonnecellen op de daken maken, zodat die auto’s op zelf opgewekte energie rijden.” Er zijn wel hobbels op de weg, erkent hij. De accu’s bijvoorbeeld, en de beperkte actieradius. Maar die problemen kunnen worden opgelost, denkt De Bont.
Ook Marijke Vos, die zich als wethouder in Amsterdam heeft ingezet voor een stimuleringsprogramma voor elektrische auto’s, is voorstander van een grootschalige introductie. Haar belangrijkste overweging is de luchtkwaliteit. Steden als Rotterdam en Amsterdam halen niet de heersende normen. Elektrische auto’s kunnen een grote bijdrage leveren aan verbetering daarvan.
Iets genuanceerder is wetenschapsjournalist Arnout Jaspers. “De elektrische auto’s lijken schoon, maar je moet kijken naar waar de energie vandaan komt. Als die uit vieze steenkool komt, is de elektrische auto niet schoner dan een zuinige diesel. Wel als de energie uit wind en zon wordt gehaald.”
De zaal barst los. Er zitten net zoveel tegenstanders als voorstanders, die elkaar en het panel met argumenten bestoken. Dan staat een heer uit het publiek op en kruist zijn armen. “Als die voordelen al waar zijn; de vraag blijft wie dit allemaal gaat betalen. Dat zijn wij. Of we die elektrische auto nu willen of niet.”
Dit was de vierde bijeenkomst van de Elsevier Technologiedebatten. Samen met weekblad Elsevier en Campus Den Haag houdt de TU Delft debatten over TU-onderzoek dat maatschappelijk en politiek relevant is. De volgende bijeenkomst is op 25 oktober. Dan neemt Cees Dekker ons mee in de nanotechnologie.

Comments are closed.