Bijna niemand weet dat ze bestaan. Ze gaan schuil achter onopvallende gevels, bezoekers komen op afspraak. Toch herbergen de minimusea van Delft soms verrassende collecties.
Delta ging eens binnen kijken. Deze week: Gereedschapsmuseum Mensert, deel 2 van een miniserie.
Hoewel het gebouw er in eerste instantie uitziet als een appartementencomplex, is onmiddellijk duidelijk dat het hier een gereedschapsmuseum betreft: een vitrine vol met deurbeslagen heet de bezoeker welkom. Sleutels, sloten, stopcontacten en zekeringen zijn wat de klok slaat in deze voormalig bierbrouwerij aan de Drie Akersstraat. Hoofdvertrek van het museumpje is een prachtig gewelfde ruimte, vol met alle denkbare soorten bouwgereedschap. Op die paar vierkante meters wordt de bezoeker – indien gewenst – maar liefst twee uur rondgeleid door eigenaar Willem Mensert.
Zijn gereedschapsverzamelwoede begon tientallen jaren geleden als hobby. Inmiddels heeft Mensert er de ruimtes boven het kantoor van zijn aannemersbedrijf voor vrijgemaakt – zijn eigen minimuseum. Als aannemer kent hij de juiste plekken om spullen te halen. Alleen al onder de schaven bestaat een enorme verscheidenheid. Een horletoet (grondschaaf), spookschaaf of spaakschaaf; het zijn slechts enkele van de tientallen bijzondere exemplaren.
De verzamelaar heeft zijn museum ingedeeld in een aantal ambachten: loodgieten, dakdekken, timmeren, metselen, kuipen en schilderen. Per ambacht liggen allerlei gebruiksvoorwerpen uitgestald. Zo ligt er naast een flinke collectie dakpannen een berg stenen. Klesoren, kloostermoppen en tientallen andere vreemdsoortige bakstenen zijn op elkaar gestapeld. ,,Vroeger ontwierp men een huis op de afmetingen van het materiaal”, vertelt Mensert. ,,Er was geen geprefabriceerd materiaal zoals we dat nu kennen.”
In de sectie loodgieten staat een prachtig beschilderde porseleinen wc-pot. Mensert: ,,Het installeren van de pot deed de loodgieter. Met stukjes lood maakte hij zijn werk waterdicht. Op bepaalde stukjes lood, trotseerloodjes, stonden zijn naam en een plaatje van wat hij nog meer deed behalve solderen. Dakdekken bijvoorbeeld.”
Maar zoals het een modern museum betaamt, is er behalve een hoop te zien, ook iets ’te doen’ in Gereedschapsmuseum Mensert. Er kan naar hartelust gegutst, geschaafd en gaten gestoken worden. Behalve een didactische functie heeft het museum echter ook een adviserende rol. Een man met een oud stuk gebogen ijzer in z’n hand komt op Mensert afgestapt. ,,Weet u waar dit voor dient?” vraagt de man. Mensert denkt dat het een lamp-ophanger is, maar weet het niet zeker. Tijd om er een studie van te maken heeft hij echter niet. Het moet een hobby blijven.
Gereedschapsmuseum Mensert, Drie Akersstraat 9, is iedere eerste zaterdag van de maand geopend. Tel: (015) 2190092 en (06) 51508468.
Bijna niemand weet dat ze bestaan. Ze gaan schuil achter onopvallende gevels, bezoekers komen op afspraak. Toch herbergen de minimusea van Delft soms verrassende collecties. Delta ging eens binnen kijken. Deze week: Gereedschapsmuseum Mensert, deel 2 van een miniserie.
Hoewel het gebouw er in eerste instantie uitziet als een appartementencomplex, is onmiddellijk duidelijk dat het hier een gereedschapsmuseum betreft: een vitrine vol met deurbeslagen heet de bezoeker welkom. Sleutels, sloten, stopcontacten en zekeringen zijn wat de klok slaat in deze voormalig bierbrouwerij aan de Drie Akersstraat. Hoofdvertrek van het museumpje is een prachtig gewelfde ruimte, vol met alle denkbare soorten bouwgereedschap. Op die paar vierkante meters wordt de bezoeker – indien gewenst – maar liefst twee uur rondgeleid door eigenaar Willem Mensert.
Zijn gereedschapsverzamelwoede begon tientallen jaren geleden als hobby. Inmiddels heeft Mensert er de ruimtes boven het kantoor van zijn aannemersbedrijf voor vrijgemaakt – zijn eigen minimuseum. Als aannemer kent hij de juiste plekken om spullen te halen. Alleen al onder de schaven bestaat een enorme verscheidenheid. Een horletoet (grondschaaf), spookschaaf of spaakschaaf; het zijn slechts enkele van de tientallen bijzondere exemplaren.
De verzamelaar heeft zijn museum ingedeeld in een aantal ambachten: loodgieten, dakdekken, timmeren, metselen, kuipen en schilderen. Per ambacht liggen allerlei gebruiksvoorwerpen uitgestald. Zo ligt er naast een flinke collectie dakpannen een berg stenen. Klesoren, kloostermoppen en tientallen andere vreemdsoortige bakstenen zijn op elkaar gestapeld. ,,Vroeger ontwierp men een huis op de afmetingen van het materiaal”, vertelt Mensert. ,,Er was geen geprefabriceerd materiaal zoals we dat nu kennen.”
In de sectie loodgieten staat een prachtig beschilderde porseleinen wc-pot. Mensert: ,,Het installeren van de pot deed de loodgieter. Met stukjes lood maakte hij zijn werk waterdicht. Op bepaalde stukjes lood, trotseerloodjes, stonden zijn naam en een plaatje van wat hij nog meer deed behalve solderen. Dakdekken bijvoorbeeld.”
Maar zoals het een modern museum betaamt, is er behalve een hoop te zien, ook iets ’te doen’ in Gereedschapsmuseum Mensert. Er kan naar hartelust gegutst, geschaafd en gaten gestoken worden. Behalve een didactische functie heeft het museum echter ook een adviserende rol. Een man met een oud stuk gebogen ijzer in z’n hand komt op Mensert afgestapt. ,,Weet u waar dit voor dient?” vraagt de man. Mensert denkt dat het een lamp-ophanger is, maar weet het niet zeker. Tijd om er een studie van te maken heeft hij echter niet. Het moet een hobby blijven.
Gereedschapsmuseum Mensert, Drie Akersstraat 9, is iedere eerste zaterdag van de maand geopend. Tel: (015) 2190092 en (06) 51508468.
Comments are closed.