De collegevoorzitter oogt strijdbaar in blauwe trui en de grote passen waarmee hij komt aanmarcheren: een man die zojuist een varkentje heeft gewassen.
br />
Dat varkentje is de onderzoeksportfolio, de lijst van zeven speerpunten en zes speerpunten-in-wording waarop het Delftse onderzoek zich in de zeer nabije toekomst gaat richten. Deze week krijgen de Delftse wetenschappers te horen in welke richting hun neuzen de komende jaren dienen te staan.
De onderzoeksportfolio is een geesteskind van het vorige college van bestuur onder leiding van ir. Nico de Voogd. Maar de huidige collegevoorzitter ir. Hans van Luijk heeft er een heel andere draai aan gegeven. Waar de Voogd de ambities tot bijna surrealistische hoogte opschroefde, zette Van Luijk de TU Delft weer met beide benen op de grond.
De Voogd wilde de TU Delft leiden naar een plaats in de topvijf van technologische topinstituten, een walhalla voor het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Voor Van Luijk is deze ‘fundamentalisering’ duidelijk een stap te ver. ,,We hebben veel brieven gehad, ook van werkgevers, waaruit een zekere verontrusting sprak zo van: Delft, beseft u wel dat u ook nog ingenieurs dient af te leveren?”
,,Het is een misvatting dat de technische universiteit er uitsluitend zou zijn om fundamentele kennis te leveren”, gaat hij verder. ,,Applicatiegerichtheid is ons belangrijkste kenmerk, toepassingsgerichtheid op de lange termijn. Onderzoek aan een technische universiteit is er niet voor de fundamentele kennis, maar om input te leveren aan onderwijs en ontwerp. Het gaat natuurlijk wel om grensverleggend onderzoek.”
,,Er wordt mij wel eens gevraagd of dit nu een voortzetting is van het beleid van mijn voorganger. Is wat we nu presenteren daarvan een extrapolatie, of is het nieuw? Dan zeg ik: ik ben op een rijdende trein gestapt en ik kon dus geen haakse bochten maken. Maar we hebben er met wat meer bochten een boeiender route van gemaakt en ook wat meer stations aangelegd.”
De collegevoorzitter heeft zelf de sheets vervaardigd die zijn toelichting op de portfolio moeten ondersteunen. ,,En dan nu het slechte nieuws…”, zegt hij terwijl hij aan het eind van de stapel komt. ,,Nee!” herstelt hij zich, ,,Ik wil niet praten over slecht nieuws. Ik wil het woord bezuiniging niet horen. De insteek van de portfolio is versterking van de TU Delft, het is beslist geen sanering.”
Dat betekent dus dat de financiële situatie van de TU Delft na deze operatie nog even slecht is? Volmondig, provocerend: ,,Yes!”
De onderzoeksportfolio zal de Delftse universiteit dus niet verlossen van haar prangende geldgebrek. Maar, zo verzekert de collegevoorzitter terwijl hij met zijn HB-potlood een krachtige streep trekt onder een zojuist geschetst organisatiediagram, we kunnen ervan verzekerd zijn dat het oplossen van dat probleem hoog op zijn prioriteitenlijst staat. ,,De onderzoeksportfolio is geen boek, maar een hoofdstuk uit een boek. Het volgende hoofdstuk is het aanpakken van de financiën. Er gaat hier nog flink wat gebeuren.”
Dreigen de speerpunten de financiële problemen dan niet groter te maken doordat ze een geheel nieuwe bureaucratie met zich mee brengen? De gebruikelijke inrichting van de universiteit in faculteiten blijft er voorlopig immers gewoon naast bestaan. Van Luijk: ,,Van het begrip bureaucratisering worden wij af en toe nerveus. Inderdaad. Het gevaar is niet denkbeeldig. Maar wij zullen er alles aan doen om de speerpunten netto-neutraal in te voeren. We kunnen het ons eenvoudig niet veroorloven meer bestuurlijke lagen aan te brengen.”
Zullen de speerpunten op termijn de faculteiten geheel gaan vervangen? ,,Dat is moeilijk te zeggen, maar ik zou me in dat geval zorgen maken over de skills en het gevaar van te grote gevoeligheid voor modeverschijnselen.”
De collegevoorzitter oogt strijdbaar in blauwe trui en de grote passen waarmee hij komt aanmarcheren: een man die zojuist een varkentje heeft gewassen.
Dat varkentje is de onderzoeksportfolio, de lijst van zeven speerpunten en zes speerpunten-in-wording waarop het Delftse onderzoek zich in de zeer nabije toekomst gaat richten. Deze week krijgen de Delftse wetenschappers te horen in welke richting hun neuzen de komende jaren dienen te staan.
De onderzoeksportfolio is een geesteskind van het vorige college van bestuur onder leiding van ir. Nico de Voogd. Maar de huidige collegevoorzitter ir. Hans van Luijk heeft er een heel andere draai aan gegeven. Waar de Voogd de ambities tot bijna surrealistische hoogte opschroefde, zette Van Luijk de TU Delft weer met beide benen op de grond.
De Voogd wilde de TU Delft leiden naar een plaats in de topvijf van technologische topinstituten, een walhalla voor het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Voor Van Luijk is deze ‘fundamentalisering’ duidelijk een stap te ver. ,,We hebben veel brieven gehad, ook van werkgevers, waaruit een zekere verontrusting sprak zo van: Delft, beseft u wel dat u ook nog ingenieurs dient af te leveren?”
,,Het is een misvatting dat de technische universiteit er uitsluitend zou zijn om fundamentele kennis te leveren”, gaat hij verder. ,,Applicatiegerichtheid is ons belangrijkste kenmerk, toepassingsgerichtheid op de lange termijn. Onderzoek aan een technische universiteit is er niet voor de fundamentele kennis, maar om input te leveren aan onderwijs en ontwerp. Het gaat natuurlijk wel om grensverleggend onderzoek.”
,,Er wordt mij wel eens gevraagd of dit nu een voortzetting is van het beleid van mijn voorganger. Is wat we nu presenteren daarvan een extrapolatie, of is het nieuw? Dan zeg ik: ik ben op een rijdende trein gestapt en ik kon dus geen haakse bochten maken. Maar we hebben er met wat meer bochten een boeiender route van gemaakt en ook wat meer stations aangelegd.”
De collegevoorzitter heeft zelf de sheets vervaardigd die zijn toelichting op de portfolio moeten ondersteunen. ,,En dan nu het slechte nieuws…”, zegt hij terwijl hij aan het eind van de stapel komt. ,,Nee!” herstelt hij zich, ,,Ik wil niet praten over slecht nieuws. Ik wil het woord bezuiniging niet horen. De insteek van de portfolio is versterking van de TU Delft, het is beslist geen sanering.”
Dat betekent dus dat de financiële situatie van de TU Delft na deze operatie nog even slecht is? Volmondig, provocerend: ,,Yes!”
De onderzoeksportfolio zal de Delftse universiteit dus niet verlossen van haar prangende geldgebrek. Maar, zo verzekert de collegevoorzitter terwijl hij met zijn HB-potlood een krachtige streep trekt onder een zojuist geschetst organisatiediagram, we kunnen ervan verzekerd zijn dat het oplossen van dat probleem hoog op zijn prioriteitenlijst staat. ,,De onderzoeksportfolio is geen boek, maar een hoofdstuk uit een boek. Het volgende hoofdstuk is het aanpakken van de financiën. Er gaat hier nog flink wat gebeuren.”
Dreigen de speerpunten de financiële problemen dan niet groter te maken doordat ze een geheel nieuwe bureaucratie met zich mee brengen? De gebruikelijke inrichting van de universiteit in faculteiten blijft er voorlopig immers gewoon naast bestaan. Van Luijk: ,,Van het begrip bureaucratisering worden wij af en toe nerveus. Inderdaad. Het gevaar is niet denkbeeldig. Maar wij zullen er alles aan doen om de speerpunten netto-neutraal in te voeren. We kunnen het ons eenvoudig niet veroorloven meer bestuurlijke lagen aan te brengen.”
Zullen de speerpunten op termijn de faculteiten geheel gaan vervangen? ,,Dat is moeilijk te zeggen, maar ik zou me in dat geval zorgen maken over de skills en het gevaar van te grote gevoeligheid voor modeverschijnselen.”
Comments are closed.