Wat betekent het om ingenieur te zijn? Dit was afgelopen dinsdag de centrale vraag op ‘The honour of an engineer’, een bijeenkomst in het kader van het Heroic Engineering symposium.
/strong>
De grote zaal van het Techniek Museum was weer omgetoverd tot een soort Barend & Witteman-achtige televisie-set, compleet met een centraal opgestelde discussietafel, wisselende belichtingen en een gelikte presentator.
Heeft de ingenieur meer verwantschap met de Amerikaanse benaming ‘engineer’, een simpele probleemoplosser, of ziet hij meer in het Belgische ‘vernufteling’, een scheppende kracht in de maatschappij?
Dat ingenieurs anders denken dan mensen met een andere opleiding stond voor studente Technische Natuurkunde Marleen van Aartrijk wel vast. ,,Ik volg een tweede studie in Leiden en het verbaast me hoe anders de studenten daar werken. Ze weten bij wijze van spreken niet eens de spellingscontrole van Word te vinden. Maar zij zijn dan weer verrast over het nut van de dingen waar techneuten zich mee bezighouden en het gebrek aan kennis dat die techneuten op niet-technische gebieden hebben.%%
Bushokje
Michael Davis, van oorsprong filosoof, over zijn eerste contact met ingenieurs aan de universiteit van Illinois: ,,Ik dacht altijd dat ingenieurs vanuit natuurkundige en wiskundige wetten doorredeneerden en uiteindelijk tot een product kwamen. Ik was verbaasd dat er ook zoveel sociale aspecten aan technische projecten kleven en hoe gebrekkig ingenieurs daar voor worden opgeleid. Zelfs bij het ontwerpen van iets simpels als een bushokje wemelt het van de sociale aspecten. Maar ik heb tijdens mijn colleges ontdekt dat wanneer ik technische studenten een concreet technisch-sociaal probleem voorschotel, ingenieurs ruimdenkende geesten kunnen zijn. Het aangeleerde analytisch denkvermogen komt hierbij juist zeer van pas.”
Moet de ingenieur zich in de sociale wetenschappen gaan verdiepen om zichzelf een volwaardig ingenieur te mogen noemen? IBM-topman Appie Reuver, afgestudeerd bij Scheikundige Technologie in Delft, heeft zijn twijfels: ,,Je kunt niet van een iemand verwachten dat hij na een ingenieursopleiding van vijf jaar, ook nog eens vier jaar een alfa- of gammastudie gaat volgen. Een ingenieur moet in eerste instantie een creatieve technische schepper zijn. Van gebieden als ethiek, rechten en politiek moet hij wel genoeg weten om mee te kunnen denken en praten.”
Een student in de zaal vraagt zich af of hoe ingenieurs dan gedurende hun ontwerpproces keuzes moeten maken. Wie bepaalt dan wat gemaakt moet worden? Wie bepaalt wat juist is? Een fikse kennis van de sociale wetenschappen lijkt hierbij toch handig.
Dat de ingenieur met zijn gespecialiseerde kennis over de gevolgen van bepaalde technieken juist als een soort beschermengel zou moeten optreden, gelooft Reuver niet. Reuver: ,,De maatschappij zaluiteindelijk zelf duidelijk maken welke technieken zij wenselijk acht. De ingenieur heeft niet de macht om te bepalen welke technieken wel en niet worden gebruikt. Nucleair energie bijvoorbeeld is technisch allang een rendabel concept, maar wordt vooralsnog toch door de maatschappij geweerd.” Wel vindt Reuver dat de rol van de ingenieur in beslissingsprocessen groter zou mogen zijn. ,,In de westerse wereld kampt de ingenieur met een imagoprobleem. Het lijkt wel of technologie voor lief wordt genomen. Pas als er iets aan mankeert wordt er bij de ingenieurs aangeklopt. Ook Davis verbaast zich hierover: ,,In Amerika zie ik artsen, advocaten, politieagenten en politici op televisie, maar nooit ingenieurs.”
Ondergeschikt
Na afloop discussiëren drie studenten verder over dit fenomeen. Werktuigbouwer Maarten Brand tegen IO-er Bart Habernickel: ,,Voor industrieel ontwerpers is het volgens mij makkelijker om op de voorgrond te treden. Werktuigbouwers zullen toch veel minder snel zelfstandig ontwerper zijn en eerder een ondergeschikte rol in een groter verband hebben.” Lucht- en Ruimtevaartstudente Annemarie Hoogendijk kan zich in die rol eigenlijk wel vinden. ,,Ik denk dat ik me als ingenieur toch meer met de echt technische vraagstukken wil bezighouden. De sociale en politieke discussies om de techniek heen laat ik liever aan anderen over.”
De enige conclusie die kan worden getrokken na een avondje gefilosofeer is dat de vraag ‘wat is een ingenieur’ net zo moeilijk te beantwoorden als ‘wat is een mens’. The honour of an engineer riep dan ook meer vragen op dan antwoorden. Voor techneuten met hun probleemgerichte aanpak een vervelende conclusie, maar voor sociale wetenschappers niet meer dan normaal.
Wat betekent het om ingenieur te zijn? Dit was afgelopen dinsdag de centrale vraag op ‘The honour of an engineer’, een bijeenkomst in het kader van het Heroic Engineering symposium.
De grote zaal van het Techniek Museum was weer omgetoverd tot een soort Barend & Witteman-achtige televisie-set, compleet met een centraal opgestelde discussietafel, wisselende belichtingen en een gelikte presentator.
Heeft de ingenieur meer verwantschap met de Amerikaanse benaming ‘engineer’, een simpele probleemoplosser, of ziet hij meer in het Belgische ‘vernufteling’, een scheppende kracht in de maatschappij?
Dat ingenieurs anders denken dan mensen met een andere opleiding stond voor studente Technische Natuurkunde Marleen van Aartrijk wel vast. ,,Ik volg een tweede studie in Leiden en het verbaast me hoe anders de studenten daar werken. Ze weten bij wijze van spreken niet eens de spellingscontrole van Word te vinden. Maar zij zijn dan weer verrast over het nut van de dingen waar techneuten zich mee bezighouden en het gebrek aan kennis dat die techneuten op niet-technische gebieden hebben.%%
Bushokje
Michael Davis, van oorsprong filosoof, over zijn eerste contact met ingenieurs aan de universiteit van Illinois: ,,Ik dacht altijd dat ingenieurs vanuit natuurkundige en wiskundige wetten doorredeneerden en uiteindelijk tot een product kwamen. Ik was verbaasd dat er ook zoveel sociale aspecten aan technische projecten kleven en hoe gebrekkig ingenieurs daar voor worden opgeleid. Zelfs bij het ontwerpen van iets simpels als een bushokje wemelt het van de sociale aspecten. Maar ik heb tijdens mijn colleges ontdekt dat wanneer ik technische studenten een concreet technisch-sociaal probleem voorschotel, ingenieurs ruimdenkende geesten kunnen zijn. Het aangeleerde analytisch denkvermogen komt hierbij juist zeer van pas.”
Moet de ingenieur zich in de sociale wetenschappen gaan verdiepen om zichzelf een volwaardig ingenieur te mogen noemen? IBM-topman Appie Reuver, afgestudeerd bij Scheikundige Technologie in Delft, heeft zijn twijfels: ,,Je kunt niet van een iemand verwachten dat hij na een ingenieursopleiding van vijf jaar, ook nog eens vier jaar een alfa- of gammastudie gaat volgen. Een ingenieur moet in eerste instantie een creatieve technische schepper zijn. Van gebieden als ethiek, rechten en politiek moet hij wel genoeg weten om mee te kunnen denken en praten.”
Een student in de zaal vraagt zich af of hoe ingenieurs dan gedurende hun ontwerpproces keuzes moeten maken. Wie bepaalt dan wat gemaakt moet worden? Wie bepaalt wat juist is? Een fikse kennis van de sociale wetenschappen lijkt hierbij toch handig.
Dat de ingenieur met zijn gespecialiseerde kennis over de gevolgen van bepaalde technieken juist als een soort beschermengel zou moeten optreden, gelooft Reuver niet. Reuver: ,,De maatschappij zaluiteindelijk zelf duidelijk maken welke technieken zij wenselijk acht. De ingenieur heeft niet de macht om te bepalen welke technieken wel en niet worden gebruikt. Nucleair energie bijvoorbeeld is technisch allang een rendabel concept, maar wordt vooralsnog toch door de maatschappij geweerd.” Wel vindt Reuver dat de rol van de ingenieur in beslissingsprocessen groter zou mogen zijn. ,,In de westerse wereld kampt de ingenieur met een imagoprobleem. Het lijkt wel of technologie voor lief wordt genomen. Pas als er iets aan mankeert wordt er bij de ingenieurs aangeklopt. Ook Davis verbaast zich hierover: ,,In Amerika zie ik artsen, advocaten, politieagenten en politici op televisie, maar nooit ingenieurs.”
Ondergeschikt
Na afloop discussiëren drie studenten verder over dit fenomeen. Werktuigbouwer Maarten Brand tegen IO-er Bart Habernickel: ,,Voor industrieel ontwerpers is het volgens mij makkelijker om op de voorgrond te treden. Werktuigbouwers zullen toch veel minder snel zelfstandig ontwerper zijn en eerder een ondergeschikte rol in een groter verband hebben.” Lucht- en Ruimtevaartstudente Annemarie Hoogendijk kan zich in die rol eigenlijk wel vinden. ,,Ik denk dat ik me als ingenieur toch meer met de echt technische vraagstukken wil bezighouden. De sociale en politieke discussies om de techniek heen laat ik liever aan anderen over.”
De enige conclusie die kan worden getrokken na een avondje gefilosofeer is dat de vraag ‘wat is een ingenieur’ net zo moeilijk te beantwoorden als ‘wat is een mens’. The honour of an engineer riep dan ook meer vragen op dan antwoorden. Voor techneuten met hun probleemgerichte aanpak een vervelende conclusie, maar voor sociale wetenschappers niet meer dan normaal.
Comments are closed.