Geld is god en handel is haar profeet. Tot in de verste uithoek van de wereld vertelt handel je over de waarde van geld. Het Nederlands Foto Instituut wijdt zijn tentoonstelling TRADE aan dit globale verschijnsel.
br />
Er zijn maar weinig Delftenaren die zich bij het aanzetten van de computer realiseren waar alle onderdelen die erin zitten vandaan komen. Niemand lijkt zich bewust van het wereldwijde netwerk aan activiteiten dat ervoor zorgt dat we onze MP3-tjes kunnen downloaden of een afstudeerverslag kunnen printen. De invloed van globalisering is vaak onzichtbaar en groter dan we vermoeden. TRADE, in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam, tracht een beeld te geven van oorzaken en gevolgen van wereldhandel. Wat betekent het dat iedereen Nike-sportschoenen draagt en dat van Tokio tot Cairo dezelfde hamburgers worden gegeten?
Het leidt tot zaken die we eigenlijk al wisten: het verschil tussen arm en rijk wordt steeds groter, steeds meer mensen komen onder het bestaansminimum terecht en voor sommige landen wordt het steeds moeilijker om mee te komen. Infrastructuur wordt almaar belangrijker, maar hoe kwistig we ook met asfalt en beton strooien, de wegen zullen altijd vol staan. Kortom: de wereld is oneerlijk verdeeld en we consumeren net zoveel als er wordt geproduceerd.
Handel is een dusdanig breed begrip dat alles er eigenlijk wel in past. En dat is ook het manco van TRADE: je ziet zo overduidelijk dat de verschillende foto%s uit verschillende tijden komen en in verschillende stijlen zijn gemaakt, dat het als los zand aan elkaar gehangen lijkt.
Snippers
Maar wél met mooie fragmenten. In wezen moet je elke foto als op zichzelf staand beschouwen. Er zitten juweeltjes tussen. Zoals een enorme afbeelding van de beurs na een dag van handel. De foto is bijna gewelddadig: overal liggen papieren en snippers op een lege vloer, als de wapenrusting van gevallenen op een verlaten slagveld. Als je goed kijkt, zie je her en der nog iemand zitten. Een enkeling is volledig uitgeput in slaap gevallen. Er heerst stilte, maar de echo van een oorverdovend tumult lijkt nog te klinken.
De beursvloer kennen wij van andere foto%s, waarop we zien hoe honderden handelaren zich verdringen, armen in de lucht, panisch om de slag te missen. Dát beeld, dat heb je ook voor ogen als je naar die lege beursvloer kijkt en je beseft dat luttele uren later die grote lege ruimte weer gevuld is met mensen, stemmen en de geur van zweet. En dat elke dag.
Verderop een serie foto’s over ‘vuilniskinderen’ in Manilla. Kinderen die leven op de vuilnisbelten van de Filippijnse hoofdstad. Kinderen die vroeg voor zichzelf hebben moeten leren opkomen, die vroeg oud hebben moeten worden en die hoogstwaarschijnlijk ook weer vroeg zullen sterven in deze onhygiënische en ongezonde omstandigheden. Hier zien we de keerzijde van de hedendaagse consumptiemaatschappij: de constante vernietiging die constante productie noodzakelijk maakt. Niks mag lang meegaan, niks mag blijven en het afval dat dit cirkeltje veroorzaakt, verbergen we liefst ergens waar we het niet kunnen zien. Want het is tamelijk gênant. En dat er kínderen tussen dat afval rondscharrelen, willen we al helemáál niet zien.
Jerrycans
Tegenstellingen, daar lijkt de tentoonstelling ons op te willen wijzen. De keerzijde van de medaille. Daarom zien we handel in het rijke westen (en het rijke oosten) maar ook in arme gebieden van Afrika. Grote havens vol met containers en auto’s contrasteren met de eenzame Afrikaan op een motorfiets, volbehangen met plastic jerrycans. Van de man zijn alleen zijn blote voeten nog te zien, die onder zijn zware lading uitsteken. Heel klein, op het achterspatbord, zegt een klein stickertje: Love and Peace.
Deze enigszins frivole foto, die een beeld geeft van een veel vrijere vorm van handel drijven dan wij in het westen kennen, staat tegenover een serie over de vergaderkamers van de Raden van Bestuur van grote Europese bedrijven. We zien het hoofdkwartier van Daimler-Benz, badend in luxe, we zien een Italiaanse multinational maar we zien niet de vergaderkamer van Shell. Naast een lege lijst hangt een bordje dat tekst en uitleg geeft: Shell stond niet toe dat er in de hoogste regionen werd gefotografeerd.
Slechts zelden is de tentoonstelling grappig, of zelfs maar luchtig. In een serie over Ferrari zien we een foto van een showroom. Tussen twee Ferrari’s door is de straat in beeld gebracht. Daar, buiten, staat een zwerver met een naar de camera geheven middelvinger. Het is het enige voorbeeld waarbij de tegenstelling tussen arm en rijk in één beeld is gevat.
Geld is god en handel is haar profeet. Tot in de verste uithoek van de wereld vertelt handel je over de waarde van geld. Het Nederlands Foto Instituut wijdt zijn tentoonstelling TRADE aan dit globale verschijnsel.
Er zijn maar weinig Delftenaren die zich bij het aanzetten van de computer realiseren waar alle onderdelen die erin zitten vandaan komen. Niemand lijkt zich bewust van het wereldwijde netwerk aan activiteiten dat ervoor zorgt dat we onze MP3-tjes kunnen downloaden of een afstudeerverslag kunnen printen. De invloed van globalisering is vaak onzichtbaar en groter dan we vermoeden. TRADE, in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam, tracht een beeld te geven van oorzaken en gevolgen van wereldhandel. Wat betekent het dat iedereen Nike-sportschoenen draagt en dat van Tokio tot Cairo dezelfde hamburgers worden gegeten?
Het leidt tot zaken die we eigenlijk al wisten: het verschil tussen arm en rijk wordt steeds groter, steeds meer mensen komen onder het bestaansminimum terecht en voor sommige landen wordt het steeds moeilijker om mee te komen. Infrastructuur wordt almaar belangrijker, maar hoe kwistig we ook met asfalt en beton strooien, de wegen zullen altijd vol staan. Kortom: de wereld is oneerlijk verdeeld en we consumeren net zoveel als er wordt geproduceerd.
Handel is een dusdanig breed begrip dat alles er eigenlijk wel in past. En dat is ook het manco van TRADE: je ziet zo overduidelijk dat de verschillende foto%s uit verschillende tijden komen en in verschillende stijlen zijn gemaakt, dat het als los zand aan elkaar gehangen lijkt.
Snippers
Maar wél met mooie fragmenten. In wezen moet je elke foto als op zichzelf staand beschouwen. Er zitten juweeltjes tussen. Zoals een enorme afbeelding van de beurs na een dag van handel. De foto is bijna gewelddadig: overal liggen papieren en snippers op een lege vloer, als de wapenrusting van gevallenen op een verlaten slagveld. Als je goed kijkt, zie je her en der nog iemand zitten. Een enkeling is volledig uitgeput in slaap gevallen. Er heerst stilte, maar de echo van een oorverdovend tumult lijkt nog te klinken.
De beursvloer kennen wij van andere foto%s, waarop we zien hoe honderden handelaren zich verdringen, armen in de lucht, panisch om de slag te missen. Dát beeld, dat heb je ook voor ogen als je naar die lege beursvloer kijkt en je beseft dat luttele uren later die grote lege ruimte weer gevuld is met mensen, stemmen en de geur van zweet. En dat elke dag.
Verderop een serie foto’s over ‘vuilniskinderen’ in Manilla. Kinderen die leven op de vuilnisbelten van de Filippijnse hoofdstad. Kinderen die vroeg voor zichzelf hebben moeten leren opkomen, die vroeg oud hebben moeten worden en die hoogstwaarschijnlijk ook weer vroeg zullen sterven in deze onhygiënische en ongezonde omstandigheden. Hier zien we de keerzijde van de hedendaagse consumptiemaatschappij: de constante vernietiging die constante productie noodzakelijk maakt. Niks mag lang meegaan, niks mag blijven en het afval dat dit cirkeltje veroorzaakt, verbergen we liefst ergens waar we het niet kunnen zien. Want het is tamelijk gênant. En dat er kínderen tussen dat afval rondscharrelen, willen we al helemáál niet zien.
Jerrycans
Tegenstellingen, daar lijkt de tentoonstelling ons op te willen wijzen. De keerzijde van de medaille. Daarom zien we handel in het rijke westen (en het rijke oosten) maar ook in arme gebieden van Afrika. Grote havens vol met containers en auto’s contrasteren met de eenzame Afrikaan op een motorfiets, volbehangen met plastic jerrycans. Van de man zijn alleen zijn blote voeten nog te zien, die onder zijn zware lading uitsteken. Heel klein, op het achterspatbord, zegt een klein stickertje: Love and Peace.
Deze enigszins frivole foto, die een beeld geeft van een veel vrijere vorm van handel drijven dan wij in het westen kennen, staat tegenover een serie over de vergaderkamers van de Raden van Bestuur van grote Europese bedrijven. We zien het hoofdkwartier van Daimler-Benz, badend in luxe, we zien een Italiaanse multinational maar we zien niet de vergaderkamer van Shell. Naast een lege lijst hangt een bordje dat tekst en uitleg geeft: Shell stond niet toe dat er in de hoogste regionen werd gefotografeerd.
Slechts zelden is de tentoonstelling grappig, of zelfs maar luchtig. In een serie over Ferrari zien we een foto van een showroom. Tussen twee Ferrari’s door is de straat in beeld gebracht. Daar, buiten, staat een zwerver met een naar de camera geheven middelvinger. Het is het enige voorbeeld waarbij de tegenstelling tussen arm en rijk in één beeld is gevat.
Comments are closed.