Vrijdag 21 juni, de langste dag van het jaar. Een zeilteam uit Delft vaart mee in de Midzomernachtwedstrijd op het Haringvliet en vaart twintig uur onafgebroken.
Een gooi naar behoud van de eerste plaats in deze zomerzeiltraditie.
,,Zeeland is een beetje het Monaco van Nederland”, zegt IO- student Caroline Heule als we in haar kajuitboot stappen. ,,In Friesland klooit iedereen maar wat aan in zijn bootje. Hier zeilen ook veel decadente mannetjes die willen laten zien hoe mooi hun boot is. Kijken en bekeken worden. Biertje?”
De boot ligt in een haventje bij Numansdorp, zo’n twintig kilometer onder Rotterdam, net naast een golfbaan en omringd door bungalows. Meer dan honderd witte zeilboten deinen rustig op het kalme water waarop een warme avondzon schittert. Vanavond wordt de Midzomernachtwedstrijd gevaren. De ‘Juliet’, een J-92 als die van Heule, doet mee met een vijftal Delftse studenten onder leiding van Léon Wielaard – onlangs afgestudeerd op Bouwkunde. Vanaf half negen ’s avonds tot half vijf ’s middags de volgende dag zeilt het team aan één stuk door op het Haringvliet en het Hollandsch Diep. Doel: zo veel mogelijk mijlen halen.
,,De Midzomernachtwedstrijd is wel een beetje voor freaks, mensen die zin en tijd hebben om twintig uur te gaan varen”, zegt Heule, die zelf niet meedoet met haar boot ‘Jump of Joy’. Wel vaart ze een stukje op met het Delftse team.
Bij ondergaande zon en behoorlijke windstilte varen we het haventje uit om op tijd bij de start te zijn, een van de vier beginpunten van de wedstrijd. We moeten onder de Haringvlietbrug door en die gaat alleen op het hele uur open. Afgestudeerd bouko Gert-Jan Van Laar worstelt met zijn zeilhandschoenen. Nutteloos bij dit minieme zuchtje wind, concludeert hij. ,,Hoewel, perfect om het koude bier mee vast te houden.”
Tweemaster
Acht uur ’s avonds. Een strakblauwe hemel, maar geen zuchtje wind. Een tiental boten vaart op de motor onder de brug door, waarna aan de andere kant van de brug de zeilen gehesen worden. Grote, felgekleurde ‘gennakers’, ouderwetse bruine zeilen en ook een tweemaster doen mee. De boten maken zich klaar om op het juiste moment over de startlijn, een denkbeeldige lijn tussen het startschip en een boei, te varen.
In totaal doen zo’n dertig boten mee aan de wedstrijd. ,,Maar hoeveel boten de wedstrijd uitzeilen met dit weer, is nog maar de vraag”, zegt Gerard van der Kuy, een van de wedstrijdleiders, op het startschip.
De organisatie heeft een aantal rakken uitgezet die de zeilers zelf moeten combineren tot een eigen parcours. Elke schipper noteert welke boei op welke tijd gerond wordt. Ook heeft hij een lijstje met de namen van de deelnemers aan boord. Tijdens de wedstrijd wordt genoteerd welke andere deelnemers waar en wanneer gezien worden – dit ter controle van de eigen gevaren route en die van de ander. Zodra een andere boot ’s nachts voorbij vaart schijnt de schipper met een zaklamp in het zeil, zodat hij het nummer dat in het zeil staat kan zien.
Wielaard heeft van tevoren de – wat hij denkt – beste route uitgestippeld. Maar de windrichting is anders dan hij verwacht had, dus hij veegt zijn plan op het laatste moment van tafel. ,,Bij een wedstrijd van twintig uur is het moeilijk om de juiste tactiek te bepalen”, zegt hij. ,,De weersomstandigheden kunnen aardig veranderen; anders dan bij een wedstrijd van twee uur.”
Vechten
,,Je moet zorgen dat je zoveel mogelijk met ruime wind vaart”, vervolgt Wielaard. ,,Als we meer halve wind zouden kunnen varen, hadden we optimaler gebruik kunnen maken van de gennaker. Het komt nu minder aan op snel overstag gaan of het foutloos hijsen van een gennaker. Dat is bij een kortere wedstrijd belangrijker, waar je ook veel dichter op elkaar vaart dan nu. Daar is het soms vechten om wie het strakst een boei kan ronden.”
Na de start vaart Wielaard het snelst weg. Hij neemt een andere route dan de andere boten. De vijf bemanningsleden zitten, gehuld in dezelfde blauwe polo’s, op de rand van de boot. Wielaard: ,,Bij wedstrijden met zwaar weer wil je graag zo veel mogelijk gewicht op de zijkant van de boot, om hem stabiel te houden.” Hij lacht: ,,Daarvoor worden vaak corpsballen gebruikt. Deze bemanningsleden moeten ’s avonds op de walfeestjes goed bier drinken om op gewicht te blijven, overdag mogen ze een beetje bijkomen op de reling.” Dat zal de volgende dag met het zwaardere weer goed van pas komen.
Al snel begint het te schemeren en Heule besluit richting Hellevoetsluis te varen, om daar de nacht door te brengen. We arriveren na middernacht in het halfdonker in het haventje. De freaks zullen de hele nacht doorvaren.
Miezeren
Om tien uur ’s ochtends de volgende dag bel ik de voordekker van de Juliet, Pieter Kuiper. Ze hebben ’s nachts goed zeilweer gehad, maar het is zojuist gaan miezeren. Er staat een stevige wind en we spreken af dat we elkaar om twaalf uur bij de Haringvlietbrug zien.
,,Ik heb nog wel twee uurtjes kunnen slapen, maar sommigen niet”, vertelt Kuiper. ,,We beginnen net een beetje wakker te worden.” Het scheelde vannacht weinig of de Delftenaren hadden een aanvaring. Kuiper: ,,Na een nacht doorvaren ben je zo brak, dat je alleen nog maar basaal kan nadenken. We zagen op gegeven moment een groen licht, waarvan we dachten dat het van een boei was. Het bleek een havenhoofd te zijn, een in de rivier uitlopende dam van een haven. Dat was wel even schrikken.”
We hijsen snel de zeilen en koersen naar de brug. Het is stevig doorzeilen bij een maximale windkracht 5 en we halen een snelheid van 8,5 knopen. Wielaard heeft precies uitgekiend dat hij om twaalf uur ’s middags onder de open brug kan varen, zodat hij geen tijd verliest met wachten. Ik heb inmiddels mijn zeiljas aangetrokken om niet nat te worden van het opspattende boegwater en de frisse wind uit mijn nek te houden. De weersverandering komt goed uit, er kan eindelijk goed gezeild worden. Er wordt goed schuin gevaren en de Juliet planeert lekker op de gennaker. De laatste loodjes zijn zwaar, maar de studenten varen geconcentreerd om nog zoveel mogelijk mijlen te halen.
Ongeschoren
Het eind van de middag. Vijf brakke gezichten varen de jachthaven van Strijensas binnen, waar de prijsuitreiking zal zijn. Als de boot ligt aangemeerd, brengen vermoeide handen de koude pils naar het ongeschoren gezicht, om daarna het lichaam te geven wat het verdiend heeft: rust. Teamlid Bart-Jan ter Heegde, de tacticus van de vijf, slaapt al snel op het dek in de avondzon. Alleen de flauwe grappen van Kuiper kunnen de spieren nog enigszins doen bewegen.
Wielaard controleert nog de route die gevaren is en levert die in bij de wedstrijdleiding. In twintig uur hebben ze 95 zeemijlen afgelegd: ruim 175 kilometer. ,,Vorig jaar hebben we in twee weken zeilen bij Griekenland zo’n tweehonderd mijl afgelegd”, zegt civieler Peter de Groot ter vergelijking, ,,maar daar zaten we natuurlijk altijd in de kroeg of discotheek.”
De vijf hebben nog geen idee hoeveel de andere deelnemers hebben afgelegd. ,,Het is eigenlijk wel gek dat je je tegenstanders niet kent”, zegt de Groot. ,,Vanuit je eigen ligplek kom je aanvaren bij de start. Daarna zie je elkaar niet zoveel, roep je alleen wat over en weer als het windstil is.”
Wielaard: ,,We zeilen sinds mei met de huidige bemanning. Iedereen heeft vaste taken. De voordekker had in het begin geen flauw benul wat er allemaal in de kuip gebeurde. Maar na een paar maanden kent iedereen de boot en gaan de manoeuvres steeds soepeler. Waar we in mei op klaarlichte dag honderden meters nodig hadden om de gennaker te zetten, zeilden we vannacht uren met dat ding, en wisselden we hem in het donker met het grootste gemak. Dat is echt super, om te zien hoe een team kan groeien.”
Matrozenpak
Als ik vraag of ze denken dat ze gewonnen hebben, brullen ze allemaal ‘ja’. Maar erg zeker zijn ze er niet van. Er was een andere boot, een X-79, die ook erg snel was. ,,Daar zaten ook wel ervaren zeilers op”, zegt Wielaard.
Om acht uur ’s avonds lopen we naar het havenhuis voor de prijsuitreiking. De klanken van ‘Het kleine café aan de haven’ komen ons tegemoet. Een dame in matrozenpak en een accordeon voor de buik brengt de zeilers in opperste stemming. We krijgen een rondje aangeboden van Kees Dorsser, schipper van een stalen tweemaster. Hij zeilt deze wedstrijd al voor de twaalfde keer. ,,Ik val niet in de prijzen vandaag”, zegt hij kalm. ,,Als het zwaar stormt maak ik kans met mijn boot. Met dit lichte weer ben ik te zwaar.” Hij wordt uiteindelijk negende in zijn klasse.
De Juliet heeft het beter gedaan. De zeilers zijn zichtbaar gespannen als ze horen dat ze bij de laatste twee zitten. Maar de X blijkt toch sneller te zijn geweest. Hoewel de studenten tevreden zijn met de prijs, is de teleurstelling van hun gezichten af te lezen. De Juliet heeft meer mijlen afgelegd, maar heeft een zwaardere rating. Ze zeilt in de zogenaamde ORC-Club, waarin de boot een bepaalde rating krijgt, die ongeacht de weersomstandigheden constant is. Die rating hangt af van factoren als afmetingen en vorm van de romp, gewicht, vierkante meters zeil,etcetera. De boot heeft een zware rating, mede omdat de gennaker relatief groot is. ,,Ik weet zeker dat we altijd kunnen winnen als zo’n X niet meedoet”, mompelt Kuiper.
,,Kom straks nog even een borrel drinken op mijn boot, Kees”, zegt een van de zeilers. De dag is voorbij, iedereen is moe en wil slapen. Een walfeestje zit er vanavond niet meer in.
Vrijdag 21 juni, de langste dag van het jaar. Een zeilteam uit Delft vaart mee in de Midzomernachtwedstrijd op het Haringvliet en vaart twintig uur onafgebroken. Een gooi naar behoud van de eerste plaats in deze zomerzeiltraditie.
,,Zeeland is een beetje het Monaco van Nederland”, zegt IO- student Caroline Heule als we in haar kajuitboot stappen. ,,In Friesland klooit iedereen maar wat aan in zijn bootje. Hier zeilen ook veel decadente mannetjes die willen laten zien hoe mooi hun boot is. Kijken en bekeken worden. Biertje?”
De boot ligt in een haventje bij Numansdorp, zo’n twintig kilometer onder Rotterdam, net naast een golfbaan en omringd door bungalows. Meer dan honderd witte zeilboten deinen rustig op het kalme water waarop een warme avondzon schittert. Vanavond wordt de Midzomernachtwedstrijd gevaren. De ‘Juliet’, een J-92 als die van Heule, doet mee met een vijftal Delftse studenten onder leiding van Léon Wielaard – onlangs afgestudeerd op Bouwkunde. Vanaf half negen ’s avonds tot half vijf ’s middags de volgende dag zeilt het team aan één stuk door op het Haringvliet en het Hollandsch Diep. Doel: zo veel mogelijk mijlen halen.
,,De Midzomernachtwedstrijd is wel een beetje voor freaks, mensen die zin en tijd hebben om twintig uur te gaan varen”, zegt Heule, die zelf niet meedoet met haar boot ‘Jump of Joy’. Wel vaart ze een stukje op met het Delftse team.
Bij ondergaande zon en behoorlijke windstilte varen we het haventje uit om op tijd bij de start te zijn, een van de vier beginpunten van de wedstrijd. We moeten onder de Haringvlietbrug door en die gaat alleen op het hele uur open. Afgestudeerd bouko Gert-Jan Van Laar worstelt met zijn zeilhandschoenen. Nutteloos bij dit minieme zuchtje wind, concludeert hij. ,,Hoewel, perfect om het koude bier mee vast te houden.”
Tweemaster
Acht uur ’s avonds. Een strakblauwe hemel, maar geen zuchtje wind. Een tiental boten vaart op de motor onder de brug door, waarna aan de andere kant van de brug de zeilen gehesen worden. Grote, felgekleurde ‘gennakers’, ouderwetse bruine zeilen en ook een tweemaster doen mee. De boten maken zich klaar om op het juiste moment over de startlijn, een denkbeeldige lijn tussen het startschip en een boei, te varen.
In totaal doen zo’n dertig boten mee aan de wedstrijd. ,,Maar hoeveel boten de wedstrijd uitzeilen met dit weer, is nog maar de vraag”, zegt Gerard van der Kuy, een van de wedstrijdleiders, op het startschip.
De organisatie heeft een aantal rakken uitgezet die de zeilers zelf moeten combineren tot een eigen parcours. Elke schipper noteert welke boei op welke tijd gerond wordt. Ook heeft hij een lijstje met de namen van de deelnemers aan boord. Tijdens de wedstrijd wordt genoteerd welke andere deelnemers waar en wanneer gezien worden – dit ter controle van de eigen gevaren route en die van de ander. Zodra een andere boot ’s nachts voorbij vaart schijnt de schipper met een zaklamp in het zeil, zodat hij het nummer dat in het zeil staat kan zien.
Wielaard heeft van tevoren de – wat hij denkt – beste route uitgestippeld. Maar de windrichting is anders dan hij verwacht had, dus hij veegt zijn plan op het laatste moment van tafel. ,,Bij een wedstrijd van twintig uur is het moeilijk om de juiste tactiek te bepalen”, zegt hij. ,,De weersomstandigheden kunnen aardig veranderen; anders dan bij een wedstrijd van twee uur.”
Vechten
,,Je moet zorgen dat je zoveel mogelijk met ruime wind vaart”, vervolgt Wielaard. ,,Als we meer halve wind zouden kunnen varen, hadden we optimaler gebruik kunnen maken van de gennaker. Het komt nu minder aan op snel overstag gaan of het foutloos hijsen van een gennaker. Dat is bij een kortere wedstrijd belangrijker, waar je ook veel dichter op elkaar vaart dan nu. Daar is het soms vechten om wie het strakst een boei kan ronden.”
Na de start vaart Wielaard het snelst weg. Hij neemt een andere route dan de andere boten. De vijf bemanningsleden zitten, gehuld in dezelfde blauwe polo’s, op de rand van de boot. Wielaard: ,,Bij wedstrijden met zwaar weer wil je graag zo veel mogelijk gewicht op de zijkant van de boot, om hem stabiel te houden.” Hij lacht: ,,Daarvoor worden vaak corpsballen gebruikt. Deze bemanningsleden moeten ’s avonds op de walfeestjes goed bier drinken om op gewicht te blijven, overdag mogen ze een beetje bijkomen op de reling.” Dat zal de volgende dag met het zwaardere weer goed van pas komen.
Al snel begint het te schemeren en Heule besluit richting Hellevoetsluis te varen, om daar de nacht door te brengen. We arriveren na middernacht in het halfdonker in het haventje. De freaks zullen de hele nacht doorvaren.
Miezeren
Om tien uur ’s ochtends de volgende dag bel ik de voordekker van de Juliet, Pieter Kuiper. Ze hebben ’s nachts goed zeilweer gehad, maar het is zojuist gaan miezeren. Er staat een stevige wind en we spreken af dat we elkaar om twaalf uur bij de Haringvlietbrug zien.
,,Ik heb nog wel twee uurtjes kunnen slapen, maar sommigen niet”, vertelt Kuiper. ,,We beginnen net een beetje wakker te worden.” Het scheelde vannacht weinig of de Delftenaren hadden een aanvaring. Kuiper: ,,Na een nacht doorvaren ben je zo brak, dat je alleen nog maar basaal kan nadenken. We zagen op gegeven moment een groen licht, waarvan we dachten dat het van een boei was. Het bleek een havenhoofd te zijn, een in de rivier uitlopende dam van een haven. Dat was wel even schrikken.”
We hijsen snel de zeilen en koersen naar de brug. Het is stevig doorzeilen bij een maximale windkracht 5 en we halen een snelheid van 8,5 knopen. Wielaard heeft precies uitgekiend dat hij om twaalf uur ’s middags onder de open brug kan varen, zodat hij geen tijd verliest met wachten. Ik heb inmiddels mijn zeiljas aangetrokken om niet nat te worden van het opspattende boegwater en de frisse wind uit mijn nek te houden. De weersverandering komt goed uit, er kan eindelijk goed gezeild worden. Er wordt goed schuin gevaren en de Juliet planeert lekker op de gennaker. De laatste loodjes zijn zwaar, maar de studenten varen geconcentreerd om nog zoveel mogelijk mijlen te halen.
Ongeschoren
Het eind van de middag. Vijf brakke gezichten varen de jachthaven van Strijensas binnen, waar de prijsuitreiking zal zijn. Als de boot ligt aangemeerd, brengen vermoeide handen de koude pils naar het ongeschoren gezicht, om daarna het lichaam te geven wat het verdiend heeft: rust. Teamlid Bart-Jan ter Heegde, de tacticus van de vijf, slaapt al snel op het dek in de avondzon. Alleen de flauwe grappen van Kuiper kunnen de spieren nog enigszins doen bewegen.
Wielaard controleert nog de route die gevaren is en levert die in bij de wedstrijdleiding. In twintig uur hebben ze 95 zeemijlen afgelegd: ruim 175 kilometer. ,,Vorig jaar hebben we in twee weken zeilen bij Griekenland zo’n tweehonderd mijl afgelegd”, zegt civieler Peter de Groot ter vergelijking, ,,maar daar zaten we natuurlijk altijd in de kroeg of discotheek.”
De vijf hebben nog geen idee hoeveel de andere deelnemers hebben afgelegd. ,,Het is eigenlijk wel gek dat je je tegenstanders niet kent”, zegt de Groot. ,,Vanuit je eigen ligplek kom je aanvaren bij de start. Daarna zie je elkaar niet zoveel, roep je alleen wat over en weer als het windstil is.”
Wielaard: ,,We zeilen sinds mei met de huidige bemanning. Iedereen heeft vaste taken. De voordekker had in het begin geen flauw benul wat er allemaal in de kuip gebeurde. Maar na een paar maanden kent iedereen de boot en gaan de manoeuvres steeds soepeler. Waar we in mei op klaarlichte dag honderden meters nodig hadden om de gennaker te zetten, zeilden we vannacht uren met dat ding, en wisselden we hem in het donker met het grootste gemak. Dat is echt super, om te zien hoe een team kan groeien.”
Matrozenpak
Als ik vraag of ze denken dat ze gewonnen hebben, brullen ze allemaal ‘ja’. Maar erg zeker zijn ze er niet van. Er was een andere boot, een X-79, die ook erg snel was. ,,Daar zaten ook wel ervaren zeilers op”, zegt Wielaard.
Om acht uur ’s avonds lopen we naar het havenhuis voor de prijsuitreiking. De klanken van ‘Het kleine café aan de haven’ komen ons tegemoet. Een dame in matrozenpak en een accordeon voor de buik brengt de zeilers in opperste stemming. We krijgen een rondje aangeboden van Kees Dorsser, schipper van een stalen tweemaster. Hij zeilt deze wedstrijd al voor de twaalfde keer. ,,Ik val niet in de prijzen vandaag”, zegt hij kalm. ,,Als het zwaar stormt maak ik kans met mijn boot. Met dit lichte weer ben ik te zwaar.” Hij wordt uiteindelijk negende in zijn klasse.
De Juliet heeft het beter gedaan. De zeilers zijn zichtbaar gespannen als ze horen dat ze bij de laatste twee zitten. Maar de X blijkt toch sneller te zijn geweest. Hoewel de studenten tevreden zijn met de prijs, is de teleurstelling van hun gezichten af te lezen. De Juliet heeft meer mijlen afgelegd, maar heeft een zwaardere rating. Ze zeilt in de zogenaamde ORC-Club, waarin de boot een bepaalde rating krijgt, die ongeacht de weersomstandigheden constant is. Die rating hangt af van factoren als afmetingen en vorm van de romp, gewicht, vierkante meters zeil,etcetera. De boot heeft een zware rating, mede omdat de gennaker relatief groot is. ,,Ik weet zeker dat we altijd kunnen winnen als zo’n X niet meedoet”, mompelt Kuiper.
,,Kom straks nog even een borrel drinken op mijn boot, Kees”, zegt een van de zeilers. De dag is voorbij, iedereen is moe en wil slapen. Een walfeestje zit er vanavond niet meer in.
Comments are closed.