Campus

Kapitein Haddock zou zich thuis voelen

Scheepbouwkundig Gezelschap William Froude, oftewel de studievereniging van Maritieme Techniek, houdt de jaarlijkse slotborrel niet op een luxe zeiljacht, maar in een voormalige fietsenstalling.

Dat klinkt veel grimmiger dan het is. Wie op donderdag de trappen naast de hoofdingang van het werktuigbouwkundegebouw afdaalt, loopt vanzelf een druk café binnen. Welkom in het Lagerhuysch. Kapitein Haddock zou zich hier meteen thuis voelen.

Voor alle duidelijkheid: de naam Lagerhuysch is niet gejat van het programma van Paul Witteman. Al jaren geleden is het kale kelderblok omgetoverd in een multifunctionele ontvangstruimte, waarvan tegenwoordig ook het bedrijfsleven en het Kivi gebruik maken.

Opvallend veel Aziatische studentes. De tweejaarlijkse internationale studiereis voert komende september naar Japan en Zuid-Korea. Deze voetbalnaties bleken onder de studenten de populairste reisbestemmingen te zijn.

William Froude himself kan helaas niet meeborrelen. Toen de studievereniging bijna een eeuw geleden werd opgericht, was de vindingrijke Brit allang bijgezet in het Pantheon van Helden der Moderne Scheepvaart. Froude (1810%1879) was de man achter de sleeptank waar je scheepsmodellen kunt testen: met name in de Eerste Wereldoorlog had de British Navy alle reden om de Oxford graduate daarvoor dankbaar te zijn. Wie de man vandaag de dag wil eren, spreekt zijn naam correct uit: dus niks geen William Fraude, maar de lippen eerbiedig tuiten voor de juiste ‘oe’-klank.

Natuurlijk zijn de leden van een Scheepsbouwkundig Gezelschap botengek. Eén van de Froude-disputen heet zelfs Scaphatus, wat – zo verzekert men ons – Latijn is voor ‘van boten voorzien’. De leden van Scaphatus koesteren hun verlangen naar de tijd ’toen de schepen nog van hout waren en de mannen van staal’. Zeilsport en jachtbouw vormen de bestaansredenen van een ander dispuut, het Delft Yachting Syndicate. Hier bouwen de leden jachten om deel te nemen aan al dan niet zelfgeorganiseerde zeilwedstrijden.

Maar Froude bemoeit zich ook intensief met het onderwijs. Niet zonder succes: maritieme techniek trekt de laatste tijd opvallend veel studenten.

In het verleden is maritieme techniek wel eens verweten zich te sterk te richten op de beroepspraktijk, fundamenteel onderzoek zou zo te weinig kans krijgen. Maar Froude wil met minstens één been in de praktijk van de maritieme sector staan. Dat blijkt uit de vele uitstapjes naar de maritieme sector. William zou goedkeurend hebben geknikt. (JP)

Scheepbouwkundig Gezelschap William Froude, oftewel de studievereniging van Maritieme Techniek, houdt de jaarlijkse slotborrel niet op een luxe zeiljacht, maar in een voormalige fietsenstalling. Dat klinkt veel grimmiger dan het is. Wie op donderdag de trappen naast de hoofdingang van het werktuigbouwkundegebouw afdaalt, loopt vanzelf een druk café binnen. Welkom in het Lagerhuysch. Kapitein Haddock zou zich hier meteen thuis voelen.

Voor alle duidelijkheid: de naam Lagerhuysch is niet gejat van het programma van Paul Witteman. Al jaren geleden is het kale kelderblok omgetoverd in een multifunctionele ontvangstruimte, waarvan tegenwoordig ook het bedrijfsleven en het Kivi gebruik maken.

Opvallend veel Aziatische studentes. De tweejaarlijkse internationale studiereis voert komende september naar Japan en Zuid-Korea. Deze voetbalnaties bleken onder de studenten de populairste reisbestemmingen te zijn.

William Froude himself kan helaas niet meeborrelen. Toen de studievereniging bijna een eeuw geleden werd opgericht, was de vindingrijke Brit allang bijgezet in het Pantheon van Helden der Moderne Scheepvaart. Froude (1810%1879) was de man achter de sleeptank waar je scheepsmodellen kunt testen: met name in de Eerste Wereldoorlog had de British Navy alle reden om de Oxford graduate daarvoor dankbaar te zijn. Wie de man vandaag de dag wil eren, spreekt zijn naam correct uit: dus niks geen William Fraude, maar de lippen eerbiedig tuiten voor de juiste ‘oe’-klank.

Natuurlijk zijn de leden van een Scheepsbouwkundig Gezelschap botengek. Eén van de Froude-disputen heet zelfs Scaphatus, wat – zo verzekert men ons – Latijn is voor ‘van boten voorzien’. De leden van Scaphatus koesteren hun verlangen naar de tijd ’toen de schepen nog van hout waren en de mannen van staal’. Zeilsport en jachtbouw vormen de bestaansredenen van een ander dispuut, het Delft Yachting Syndicate. Hier bouwen de leden jachten om deel te nemen aan al dan niet zelfgeorganiseerde zeilwedstrijden.

Maar Froude bemoeit zich ook intensief met het onderwijs. Niet zonder succes: maritieme techniek trekt de laatste tijd opvallend veel studenten.

In het verleden is maritieme techniek wel eens verweten zich te sterk te richten op de beroepspraktijk, fundamenteel onderzoek zou zo te weinig kans krijgen. Maar Froude wil met minstens één been in de praktijk van de maritieme sector staan. Dat blijkt uit de vele uitstapjes naar de maritieme sector. William zou goedkeurend hebben geknikt. (JP)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.